Monitor 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030' Voortgangsrapportage 2026
Met subsidie van het ministerie van VWS
Mulier Instituut
Caroline van Lindert
Angelina Gómez Berns
Renée Hoogendijk
Maaike Heerschop
Nina Derix
Chris Sparreboom
Manon de Ruijsscher
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut.
© Mulier Instituut
Utrecht, 15 oktober 2026
Disclaimer
U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave.
Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.
Over ons
Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor beleid en samenleving. Voor overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, sportorganisaties en bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.
Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid, gericht op de bevordering van sport, sportief bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen we op verschillende manieren:
We verzamelen data en monitoren de Nederlandse sportsector en beleidsprogramma’s.
We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies.
We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze naar de beleidspraktijk.
We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies.
We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector.
We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Inleiding
Dit is de vierde voortgangsrapportage over de Strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'. Het Mulier Instituut monitort de voortgang op de Strategie en de bijbehorende pijlers: Jeugd- en volwassenensport, Inclusief talent naar de top, Classificatie, Innovatie, Randvoorwaarden, Internationaal en Netwerk.
Probleemstelling
Deze jaarlijkse voortgangsrapportage geeft inzicht in de mate waarin en wijze waarop de ambitie en geformuleerde (sub)doelstellingen voor de Strategie 2030 worden omgezet in concrete maatregelen. Ook stellen we vast in hoeverre betrokkenen hierop resultaat zien of ervaren in de periode tot en met 2030.
Conclusies
Voortgang op proces
Met het afronden van het uitvoeringsplan eind 2025 staat 2026 volledig in het teken van uitvoering. Bij alle pijlers is er in meer of mindere mate vooruitgang bij de uitvoering van acties. Van de 78 acties voor alle pijlers samen zijn er negentien acties nog niet gestart, zestien in voorbereiding, 32 in uitvoering en elf voltooid.
De uitvoeringsplannen blijken niet in beton gegoten. Bij de pijlers Jeugd en volwassenen en Internationaal hebben kartrekkers de behoefte om de uitvoeringsplannen op onderdelen te bij te stellen.
Voortgang op resultaat
Het blijkt lastig de voortgang op resultaatniveau zichtbaar te maken in concreet meetbare indicatoren. Resultaten per pijler zijn vooral afgeronde processtappen. Het uitvoeren van acties zorgt bij een pijler soms voor een meetbaar resultaat, zoals het aantal sporters dat deelnam aan de Paralympische Talentdag van NOC*NSF. Maar vaak zorgen de acties voor een rimpeling in een proces van systeemverandering, zoals dat financiële regelingen voor sporten in kaart zijn gebracht. Of voor een product, zoals de zelfscan toegankelijkheid sportaccommodaties.
Het netwerk is wel gevormd, maar kent nog geen stevige fundering.
Via landelijke netwerkbijeenkomsten en bijeenkomsten op pijlerniveau zijn de 56 uitvoeringspartners die de strategie ondertekenden daadwerkelijk bij elkaar gebracht in een setting waarin ze 'gedwongen' zijn met elkaar te praten over samenwerking, rollen en taken.
Vooral organisaties die al een grote rol in het netwerk hadden, zoeken de samenwerking op en gaan aan de slag met de uitvoering van acties. Uitvoeringspartners met een 'kleinere' rol in het netwerk hebben meer moeite hun plek in het geheel te zien.
Een aantal factoren werkt belemmerend voor een verdieping in de samenwerking en om rolverantwoordelijkheid te nemen binnen de uitvoering van de pijlers. Zoals onvoldoende ervaren betrokkenheid bij uitvoeringspartners, een veelheid aan samenwerkingspatners, gebrekkige informatie over de strategie, onduidelijke koers en activiteiten bij sommige pijlers, onduidelijkheid in de coördinatie, geen extra middelen, of eigen belangen van organisaties.
Voortgang op impact (wat merken mensen?)
In Nederland kun je met een beperking nog niet makkelijk sporten. Slechts een derde van de mensen met een motorische, visuele of gehoorbeperking of familieleden van mensen met een verstandelijke beperking is van mening dat je in Nederland makkelijk kunt sporten als je een beperking hebt. Mensen met een beperking merken nog weinig van de strategie.
Ook uitvoeringspartners vinden de impact van de strategie nog lastig in te schatten. Daarvoor is het nog te vroeg.
Voortgang op langetermijnindicatoren breedtesport
Nog altijd ligt de wekelijkse sportdeelname van mensen met een lichamelijke beperking (horen, zien en/of bewegen, vanaf 12 jaar, 29%) fors lager dan die van mensen zonder lichamelijke beperking (62%).
Mensen met een lichamelijke beperking (vanaf 12 jaar) zijn ook minder vaak lid van een sportvereniging dan mensen zonder lichamelijke beperking (9% vs. 24%). Ze zijn wat vaker abonnee van een ondernemende sportaanbieder (12%), maar nog steeds minder dan mensen zonder beperking (29%).
Bijna de helft van de wekelijkse sporters beoefent fitness en één op de acht zwemt. Dit zijn sporten die je bij een ondernemende sportaanbieder beoefent.
Voortgang op langetermijnindicatoren topsport
In afstemming met het ministerie van VWS hebben we een set van elf indicatoren vastgesteld om via de monitor Topsport in Nederland en andere bronnen periodiek te volgen.
Drie kwart van de Nederlanders (18-79 jaar) vindt dat topsport door mensen met een handicap bijdraagt aan de maatschappelijke acceptatie en inclusie van mensen met een handicap in ons land.
Voortgang op de strategie als geheel (hoofdconclusie)
De uitvoering van de strategie is in 2026 goed op gang gekomen. Bij de meeste pijlers is energie en enthousiasme om acties tot uitvoering te brengen. Per pijler verschilt de intensiteit en snelheid waarmee dit gebeurt. Pijlers bevinden zich in verschillende ontwikkelstadia en verschillen naar complexiteit in inhoud en samenwerking.
Kartrekkers en uitvoeringspartners boeken ook resultaat door de uitvoering van acties. Deze resultaten zijn vooral zichtbaar in afgeronde processtappen. Hoe en in welke mate (de uitvoering van) de strategie uitwerkt op intermediaire actoren en zij daardoor veranderingen in gedrag of relaties laten zien, kunnen we in deze monitor nog niet in cijfers vaststellen. Hiervoor zijn specifieke indicatoren en databronnen noodzakelijk.
Door de uitvoering van de acties en resultaten van de strategie merken betrokkenen tot nu toe nog niet dat sporten vanzelfsprekend(er) is geworden. Mensen met een beperking merken dit nog niet op, uitvoeringspartners vinden dit nog moeilijk in te schatten en cijfers over de sportdeelname van mensen met een beperking laten nog geen toename zien.
Reflecties op bevindingen
Monitoren op resultaat en impact staat nog onvoldoende op het netvlies van de kartrekkers. Zij lijken zich nog onvoldoende eigenaar te voelen van de indicatoren die voor de monitor zijn opgesteld. Dit is wel nodig om op lange termijn zicht te krijgen op de voortgang van de strategie.
Afstemming over dataverzameling vraagt meer aandacht. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kartrekkers, uitvoeringsorganisaties en onderzoekers.
'Niets over ons zonder ons' kan beter. Mensen met een beperking zijn niet of nauwelijks betrokken bij de uitvoering van de strategie. Daarmee krijgt 'het systeem' en niet 'de mens' nog steeds voorrang.
Aanbevelingen en vooruitblik
Om de betrokkenheid van organisaties en mensen bij de strategie te vergroten ligt er een rol voor het ministerie van VWS als regisseur van de strategie in het geheel en voor de kartrekkers van de pijlers. Zij doen er goed aan te investeren in het binden van mensen en organisaties aan de ambities van de pijlers en strategie.
Het ministerie van VWS, kartrekkers en ook onderzoekers moeten meer aandacht geven aan het erkennen en inzetten van mensen met ervaringskennis over (sporten met) een beperking.
Voor een betere monitoring en beter zicht op meetbare resultaten en impact doen het ministerie van VWS en de kartrekkers er goed aan monitoring een vast onderdeel van de agenda van bijeenkomsten te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor monitoring.
mulier instituut
Hoofdstuk 1: Inleiding
Auteurs: Caroline van Lindert & Angelina Gómez Berns
Dit is de vierde voortgangsrapportage over de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'. In dit eerste hoofdstuk vertellen we wat de strategie is, wat het doel is van de voortgangsrapportages, welke methoden we gebruiken en hoe we dit rapport hebben opgebouwd.
1.1 De strategie
Over de strategie
Op 14 oktober 2024 hebben ruim vijftig organisaties de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030' ondertekend. In het vervolg van dit rapport verwijzen we hiernaar met het woord 'strategie'.
De strategie is ontwikkeld door een regiegroep bestaande uit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), National Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF), Vereniging Sport & Gemeenten (VSG), Platform Ondernemende Sport (POS) en Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS).
De ondertekenaars hebben in 2024 meegedacht bij de uitwerking van de strategie in zogenaamde pledges. We noemen de ondertekenaars in het vervolg van dit rapport de 'uitvoeringspartners'. In de pledges legden zij samen ambities op specifieke pijlers met elkaar vast. De ondertekening op 14 oktober 2024 werd daarmee een gezamenlijke belofte voor structurele verandering en een gedeelde aanpak.
In 2025 werkten de regiegroep en uitvoeringspartners aan een uitwerking van de pledges in concrete uitvoeringsplannen per pijler, met doelen en acties. Eind 2025 waren deze voor alle pijlers klaar en in december 2025 is het complete Uitvoeringsplan strategie Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030 aangeboden aan de Tweede Kamer (Rijksoverheid, 2025.; Tielen, 2025).
Het Mulier Instituut monitort de voortgang op de strategie en pijlers tot en met 2030 en rapporteert hier jaarlijks over. In de voortgangsrapportage van 2025 schreven we dat de meeste pijlers eind 2025 nog aan de start van de uitvoeringsfase stonden (Van Lindert et al., 2025). 2026 is het eerste jaar waarin aan de uitvoering van de strategie is gewerkt. Ook de monitoring op proces, resultaat en impact is hiermee uit de startblokken gekomen.
Kernambitie strategie
In het uitvoeringsplan van de strategie is de volgende kernambitie verwoord:
‘In 2030 is sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend: op elk niveau, in elke levensfase en in elke gemeente in Nederland. We streven naar een samenleving waarin ieder mens – ongeacht handicap – gelijke kansen heeft om te sporten, mee te doen en zich te ontwikkelen. Sport is geen luxe of extraatje, maar een essentieel onderdeel van gezondheid, zingeving en meedoen. Deze ambitie vraagt om blijvende inzet, duidelijke keuzes en structurele samenwerking.’
(Rijksoverheid, 2025)
Door de strategie te ondertekenen hebben de meer dan vijftig uitvoeringspartners met elkaar afgesproken meer en beter samen te werken om de positie en inclusie van mensen met een beperking in de top- en breedtesport te verbeteren. Zo willen de partners bijvoorbeeld voorkomen dat ze dingen dubbel of niet doen. Ze willen samen nieuwe activiteiten opzetten om het verschil te maken. Geen losstaande initiatieven meer oppakken, maar door een gedeelde aanpak drempels wegnemen.
Organisaties dragen bij vanuit hun eigen rol, verantwoordelijkheid en expertise, vanuit één gezamenlijke ambitie (Rijksoverheid, 2025). Het Rijk heeft uitvoeringspartners voor de uitvoering van de strategie geen extra middelen in het vooruitzicht gesteld.
De pijlers
De pijlers staan aan de basis van de uitvoeringsfase van de strategie. Elke pijler heeft een eigen richting. Samen dragen ze bij aan de gedeelde ambitie: sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend maken in 2030. De pijlers staan beschreven in het uitvoeringsplan (Rijksoverheid, 2025).
Pijlers
Jeugd- en Volwassenesport - gericht op het verhogen van instroom en herinstroom en het voorkomen van uitstroom, met de klantreis als leidend principe;
Inclusief talent naar de top - gericht op het versterken van het pad van talent naar top voor sporters met een handicap;
Classificatie - gericht op het stroomlijnen en professionaliseren van het nationale classificatieproces;
Innovatie - gericht op het stimuleren, bundelen en structureel verankeren van innovaties in de sportsector;
Randvoorwaarden - gericht op het wegnemen van drempels zoals vervoer, financiën, en sporthulpmiddelen, zodat sportdeelname voor iedereen haalbaar wordt;
Internationaal - gericht op het versterken van de internationale positie van Nederland op het gebied van inclusieve sport. Door internationale samenwerking en kennisuitwisseling versterken we ook het binnenlands beleid;
Netwerk - geen klassieke pijler, maar een verbindend kompas dat samenwerking en samenhang tussen de andere pijlers bevordert.
Verbinding beleidskaders
De strategie sluit nauw aan bij de doelstellingen van diverse beleidskaders.
De opgaven binnen het thema Inclusie en Diversiteit van Sportakkoord II:
de financiële toegankelijkheid van sport en bewegen vergroten;
een effectieve begeleiding en toeleiding naar sport en bewegen;
de sociale toegankelijkheid van sport en bewegen vergroten;
de praktische toegankelijkheid van sport en bewegen vergroten (via sporthulpmiddelen, vervoer en fysieke toegankelijkheid van accommodaties) (Ministerie van VWS et al., 2022, 2024).
De voortgang van de opgaven specifiek voor dit thema monitort het Mulier Instituut via de Monitor Sportakkoord II (Rappange et al., 2025; De Kwaasteniet et al., 2026).
De ambities van het Strategisch kader topsport 2023, waarin paralympische topsport als aparte pijler is opgenomen:
een breder palet aan waardevolle topsportprestaties realiseren;
beter maatschappelijk verantwoord organiseren van topsport;
beter benutten van het platform van de topsport;
vergroten van de zichtbaarheid en het bereik van de topsport (Ministerie van VWS et al., 2023).
Het Mulier Instituut volgt via de TiN (Topsport in Nederland) jaarlijks de ontwikkelingen op de belangrijkste indicatoren binnen de Nederlandse topsport (Balk et al., 2025; zie verder paragraaf 2.3).
De maatregelen voor het levensdomein Sport en Bewegen in de Werkagenda van het VN-verdrag Handicap (Verdrag Inzake de Rechten van Personen met een Handicap) die als doel hebben dat in 2040:
sport en bewegen (naast cultuur, media en recreatie) toegankelijk zijn voor alle mensen, zowel om het zelf te doen en maken als om het te ervaren;
mensen met een beperking zichtbaar vertegenwoordigd zijn in sport (naast media en cultuur) (Pouw-Verweij, 11 juli 2025; Ministerie van VWS, 2025).
De werkagenda hoort bij de Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap. Doel daarvan is een inclusieve samenleving voor mensen met een beperking in 2040 (Ministerie van VWS, 2024). In de werkagenda wordt de verbinding gelegd met Sportakkoord II en de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'.
In tabel B1.1 in bijlage 1 is te zien welke tien maatregelen uit de werkagenda een relatie hebben met deze strategie. In de hoofdstukken over de pijlers komen we niet afzonderlijk terug op de verbinding met de maatregelen in de werkagenda.
Principes en sturing
De strategie heeft drie basisprincipes. In het uitvoeringsplan zijn ze als volgt verwoord (Rijksoverheid, 2025):
Samenwerking als fundament – organisaties bouwen voort op bestaande initiatieven, versterken elkaar en trekken samen op waar dat nodig is.
De mens centraal – niet het systeem, maar de leefwereld, behoefte en ervaring van mensen met een handicap vormen het uitgangspunt. De partners benaderen sport en bewegen integraal, in relatie tot gezondheid, participatie en kwaliteit van leven.
Van belofte naar uitvoering – ambities worden concreet gemaakt in acties, rollen, tijdspaden en monitoring. De uitvoeringspartners voeren uit, het ministerie van VWS vervult een coördinerende en verbindende functie. Gedeeld eigenaarschap is essentieel voor succes. De strategie sluit nadrukkelijk aan bij de doelen en uitgangspunten van het VN-verdrag Handicap en de werkagenda, en levert daarmee een concrete bijdrage aan inclusie, participatie en gelijke rechten voor mensen met een handicap.
De ontwikkeling en uitvoering van de strategie bestaat uit drie fasen (zie figuur 1.1):
In de strategiefase werden de doelstellingen van de strategie en voor de zeven pijlers vastgesteld. Deze fase is afgerond. Er kwam antwoord op de Wat-vraag: 'Wat willen we bereiken?'. Per pijler is een notitie (pledge) geschreven. Tijdens de landelijke Uniek Sporten Dag op 14 oktober 2024 zijn deze gepresenteerd. 56 organisaties committeerden zich op die dag aan één of meerdere pledges.
In de implementatiefase beantwoordden de regiegroep en uitvoeringspartners de Hoe-vraag: 'Hoe gaan we dit bereiken?'. Per pijler ontstond een uitvoeringsplan met concrete activiteiten om de gewenste resultaten te bereiken. Deze fase is afgerond. Tijdens een landelijke netwerkbijeenkomst van de strategie op 3 november 2025 is het complete uitvoeringsplan gepresenteerd. In december 2025 is het uitvoeringsplan gepubliceerd.
In de uitvoeringsfase vindt de daadwerkelijke uitvoering van de plannen plaats. Deze fase is met de presentatie van het uitvoeringsplan eind 2025 gestart.
Hiermee is ook voor de monitoring de voorbereidende fase afgerond (zie paragraaf 1.4).
De aansturing van de strategie is ingericht op drie niveaus:
bestuurlijk (op directieniveau over de voortgang en politieke verankering);
strategisch (coördinatie via vaste voortgangsmomenten, afstemming tussen trekkers, bewaking van planning); en
operationeel (ondersteuning van trekkers bij uitvoeringsvraagstukken, afstemming over monitoring en faciliteren kennisdeling).

Uitgebreide beschrijving
Figuur dat de drie fasen van de ontwikkeling en uitvoering van de strategie beschrijft, met bijbehorende tijdlijn. Fase 1 Strategie, vindt plaats in 2024. Fase 2 Implementatie, vindt plaats vanaf oktober 2024 tot en met september 2025. Fase 3: Uitvoering, vindt plaats vanaf mei 2025 en in 2026.
1.2 Doelstelling voortgangsrapportages
Doel van de jaarlijkse voortgangsrapportages is:
inzicht geven in de mate waarin en wijze waarop de ambitie en geformuleerde doelstellingen voor de strategie 2030 worden omgezet in concrete maatregelen en acties. En de mate waarin betrokkenen hierop resultaat zien of ervaren in de periode tot en met 2030. Uiteindelijk doel is met de inzichten de voortgang richting de ambitie van de strategie tot 2030 in de tijd te volgen, zodat beleid en maatregelen op basis van de resultaten eventueel kunnen worden bijgesteld.
Mulier Instituut
Betrokkenen zijn zowel mensen met een beperking of handicap zelf (en mensen in hun sociale omgeving) als de organisaties die als uitvoeringspartner of als intermediaire actor (professionals en organisaties) betrokken zijn bij de verschillende acties en handelingen in de praktijk.
Deze rapportage is de vierde in de reeks van voortgangsrapportages. In het tekstkader lichten we toe waarop de focus ligt bij deze en de vorige rapportages.
Focus voortgangsrapportages
Eerste in 2023 (Van Lindert et al., 2023) – gericht op acties voor tien belemmeringen voor deelname aan sport en bewegen voor mensen met een beperking, beschreven in de Nota Gehandicaptensport van D66, toenmalige GroenLinks en SP (2021).
Tweede in 2024 (Van Lindert et al., 2024) – gericht op hoe de strategie tot stand is gekomen en stand van zaken binnen het thema van de pledges per pijler.
Derde in 2025 (Van Lindert et al., 2025) – gericht op eerste beschrijving van de stand van zaken van de uitvoering van acties per pijler en introductie van de indicatoren voor monitoring.
Vierde in 2026 – gericht op de jaarlijkse update van de stand van zaken van de uitvoering van acties per pijler en beschrijving van eerste resultaten op de indicatoren voor monitoring. De nadruk in deze rapportage ligt op het beschrijven van de voortgang op proces- en resultaatindicatoren. Resultaten op impact zijn nog niet zichtbaar of meetbaar (zie verder paragraaf 1.4).
1.3 Vraagstelling
Jaarlijks staan de volgende vragen centraal in de monitoring:
Welke maatregelen, acties en handelingen zijn beoogd om de strategie te realiseren, wie zijn hierbij betrokken en hoe verloopt de uitvoering van deze acties en handelingen? (Voortgang op proces)
Wat zijn de resultaten en veranderingen als gevolg van de acties en handelingen van betrokkenen? (Voortgang op resultaat)
Wat merken mensen met een beperking of handicap in hun dagelijks (sport)leven van de (uitvoering van de) strategie en welke veranderingen zien we in de tijd? (Voortgang op impact- en langetermijnindicatoren)
1.4 Methode
Om de voortgang op de strategie tot en met 2030 te volgen voeren we een meerjarige monitor uit. In de Voortgangsrapportage van 2025 gingen we uitgebreid in op de methoden. Hier herhalen we kort de belangrijkste informatie over de monitoring.
Waarneembare veranderingen
Bij het beschrijven van de voortgang op de pijlers en de strategie zijn we op zoek naar veranderingen die we kunnen zien of meten in het gedrag, de relaties of de activiteiten van mensen, groepen of organisaties waar de strategie zich op richt (zie Hoogendam & Kusters, 2023).
De gedachte is dat deze veranderingen bijdragen aan het bereiken van de stip op de horizon: de ambitie van de strategie dat sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend is in 2030.
Om deze veranderingen op het spoor te komen kijken we waar mogelijk bij de uitvoeringspartners1, intermediaire actoren2 en einddoelgroepen3 welke 'dingen zij anders (zijn gaan) doen'.
Indicatoren
In de vorige voortgangsrapportage (2025) introduceerden we een aantal (concept)indicatoren als basis voor het volgen van de voortgang op de pijlers en de strategie als geheel. Deze zijn in samenspraak met de kartrekkers4 van de pijlers opgesteld.
Voor de huidige rapportage zijn de indicatoren verder bijgesteld. Voor volgende rapportages verwachten we een steeds scherpere afstelling van deze indicatoren. In de hoofdstukken over de pijlers vertellen we daar meer over. In deze monitor gaan we daarnaast uit van de eind 2025 vastgestelde uitvoeringsplannen met doelen en acties (Rijksoverheid, 2025).
We gaan bij de monitoring zoveel mogelijk uit van indicatoren op de volgende niveaus:
Procesindicatoren – hoe gaan de uitvoeringspartners te werk bij de uitvoering van acties en het realiseren van doelstellingen per pijler. De vragen hierbij zijn: 'Welke activiteiten voeren ze uit? Hoe verloopt dit? Wat lukt er wel of niet en hoe komt dat?'
Resultaatindicatoren – wat zijn de resultaten van de acties en handelingen van de uitvoeringspartners. De vragen hierbij zijn: 'Wat zijn de direct waargenomen veranderingen in bijvoorbeeld de kennis, de houding, het gedrag, de relaties en de activiteiten van de intermediaire actoren waarop de activiteiten van strategie zijn gericht? Waar, bij wie of wat, wanneer en hoe vaak traden deze veranderingen op?' Het gaat hier bij voorkeur om 'telbare' resultaten.
Impact- en langetermijnindicatoren – waarom of om welke reden worden de acties en plannen uitgevoerd? Het gaat hier om de vraag in hoeverre de acties en resultaten uiteindelijk hebben bijgedragen aan de uiteindelijke stip op de horizon/ambitie van de hele strategie. De vragen bij impact zijn: 'Wat merken mensen met een handicap en/of betrokkenen in de omgeving van mensen met een beperking van de uitvoering op de acties? Wat is er in hun (sport)leven merkbaar veranderd?' De impact van een programma is vaak pas op langere termijn zichtbaar en zegt iets over de mate waarin of manier waarop een programma voor veranderingen zorgt bij einddoelgroepen of thema's. Bij langetermijnindicatoren kijken we of er veranderingen in trendcijfers zijn die we volgen voor de breedtesport (bijvoorbeeld de wekelijkse sportdeelname van mensen met een beperking) en de topsport (bijvoorbeeld het cijfer dat topsporters met een handicap geven aan hun fysieke, en mentale gezondheid).
Gebruikte databronnen
Voor deze voortgangsrapportage hebben we verschillende bronnen en dataverzamelingsmethoden gebruikt:
Oogstsessies - met de methode Ripple Effects Mapping (Chazdon et al., 2017) brengen we de belangrijkste acties, handelingen, samenwerkingen (proces) en resultaten per pijler in kaart. Jaarlijks voeren we hiervoor gesprekken met de kartrekkers en relevante uitvoeringsorganisaties. De uitkomsten van de oogstsessies uit het vorige jaar zijn startpunt voor de oogstsessies van het volgende jaar. Doel is uiteindelijk een tijdlijn tot en met 2030 op te stellen van ontwikkelingen gedurende de looptijd van de uitvoering.
Vragenlijst uitvoeringspartners – vanaf 2026 bevragen we jaarlijks de uitvoeringspartners over de belangrijkste ontwikkelingen op de acties per pijler en hun ervaringen en tevredenheid met het realiseren van de ambities van de strategie. We verwerken de resultaten van deze peiling per pijler in deze rapportage. Deze vragenlijst hebben we in 2026, in de maanden juni/juli voor het eerst uitgezet. In bijlage 2 staat informatie over de methode van en de respons op deze peiling.
Registratiedata: indien beschikbaar hebben we voor de stand van zaken en indicatoren per pijler data van uitvoeringspartners en instanties verwerkt.
Onderzoeksdata: om merkbare veranderingen bij intermediaire actoren en bij einddoelgroepen (mensen met en zonder beperking) in beeld te brengen maken we waar het kan gebruik van vragenlijstonderzoek. Voor de langetermijnindicatoren gebruiken we beschikbare onderzoeksdata. Niet voor alle indicatoren die per pijler zijn opgesteld, zijn al geschikte databronnen beschikbaar. Dit vermelden we per pijler. We vermelden de gebruikte bronnen in de tekst van de rapportage.
Samenwerking betrokkenen
Betrokkenen van de strategie
Voor de voortgangsrapportage werken we samen met de regiegroep, kartrekkers en uitvoeringspartners van de strategie. We voeren gesprekken, halen bij hen data op en vragen ze te reflecteren op de resultaten. Zo is ook de monitor een proces van co-creatie.
Klankbordgroep mensen met ervaringskennis
Daarnaast werken we samen met een klankbordgroep van mensen met ervaringskennis over leven, sporten en bewegen met een beperking. In 2026 hebben we ze gevraagd mee te denken over de thema's die vallen onder de pijlers Randvoorwaarden en Jeugd- en Volwassenensport. Zie het samenvattende verslag in bijlage 3 en de intermezzo's aan het einde van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 6. In bijlage 4 vertellen we hoe we als onderzoekers onze positie innemen.
1.5 Leeswijzer en definities
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 vertellen we over de strategie en hoe we monitoren.
In hoofdstuk 2 bespreken we de voortgang op pijler Jeugd- en Volwassenensport.
In hoofdstuk 3 bespreken we de voortgang op pijler Inclusief talent naar de top.
In hoofdstuk 4 bespreken we de voortgang op pijler Classificatie.
In hoofdstuk 5 bespreken we de voortgang op pijler Innovatie.
In hoofdstuk 6 bespreken we de voortgang op pijler Randvoorwaarden.
In hoofdstuk 7 bespreken we de voortgang op pijler Internationaal.
In hoofdstuk 8 bespreken we de voortgang op pijler Netwerk.
In hoofdstuk 9 vertellen we wat mensen met een beperking (kunnen) merken van de strategie en hoe het ervoor staat met de langetermijnindicatoren.
In hoofdstuk 10 formuleren we conclusies en aanbevelingen.
Term handicap of beperking?
In navolging van de eerdere voortgangsrapportages gebruiken we in deze rapportage afwisselend de termen handicap en beperking. Hiermee respecteren we dat over het gebruik van taal en woorden verschillende gedachten en gevoelens zijn. We sluiten daarmee aan bij de diversiteit aan ervaringen. Hierover schreven we uitgebreider in de tweede voortgangsrapportage (Van Lindert et al., 2024).
Mensen met een beperking in Nederland en de strategie
De strategie richt zich op inwoners van Nederland met een motorische, visuele, auditieve en/of verstandelijke handicap (Sportakkoord, z.d.).
De Verenigde Naties (VN) hanteren in het VN-verdrag Handicap (artikel 1, Verenigde Naties, 2006) een brede definitie van handicap, verwijzend naar langdurige fysieke5, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen. Deze benadering is gebaseerd op het ICF-model6 voor beperkingen (World Health Organization, 2002). De ICF bekijkt het menselijk functioneren vanuit drie perspectieven:
medisch perspectief: de stoornissen, aandoeningen, ziektes of het letsel van een persoon vanuit een medische optiek;
handelingsperspectief: wat kan een persoon? Het gaat hierbij om het uitvoeren van activiteiten en de (mogelijke) beperkingen die een persoon ervaart als gevolg van de gezondheidsproblemen. Bijvoorbeeld niet kunnen lopen door een dwarslaesie;
sociaal perspectief: het individu als deelnemer aan het maatschappelijk leven. Hierbij gaat het om de participatieproblemen die een persoon kan ervaren als gevolg van zijn of haar beperking. Bijvoorbeeld niet kunnen sporten door ontoegankelijke voorzieningen.
Het VN-verdrag Handicap benadrukt dat participatieproblemen van mensen met een handicap ontstaan door de wisselwerking tussen persoonlijke beperkingen en externe belemmeringen.
Verschillen tussen mensen
Er zijn grote verschillen tussen (mensen met) beperkingen. Dé persoon met een beperking bestaat niet. Maar er is ook veel overlap tussen verschillende typen beperkingen en langdurige aandoeningen. Een langdurige aandoening, zoals reuma of een spierziekte, kan bijvoorbeeld leiden tot een lichamelijke beperking. En mensen hebben soms meer dan één beperking, zoals iemand met een verstandelijke én een motorische beperking, of iemand met een verstandelijke beperking en autismespectrumstoornis. De mensen waarop de strategie zich richt, kunnen daarom in de praktijk niet tot één categorie worden gerekend.
Aantal mensen met een beperking
Er zijn geen exacte tellingen, maar in het algemeen wordt, op basis van schattingen, aangenomen dat ongeveer 2 miljoen mensen in Nederland een vorm van beperking of aandoening hebben. Dit aantal neemt in de toekomst waarschijnlijk verder toe door bevolkingsgroei en een geleidelijke toename van de gemiddelde leeftijd. In de eerste en tweede voortgangsrapportage van de monitor is hierover meer informatie te vinden (Van Lindert et al., 2023, 2024).
Hoofdstuk 2: Jeugd- en Volwassenensport
Auteurs: Renée Hoogendijk & Nina Derix
In dit hoofdstuk beschrijven we de inzet op de pijler Jeugd- en volwassenensport. We vertellen aan welke acties de uitvoeringspartners in het afgelopen jaar hebben gewerkt, welke voortgang ze hebben geboekt bij de uitvoering van de pijler en welke resultaten op specifieke indicatoren zijn behaald.
2.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 monitoren we de stand van zaken binnen deze pijler aan de hand van een aantal indicatoren op proces-, resultaat- en waar mogelijk impactniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 beschreven we de eerste conceptindicatoren.
Waar komen de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Halverwege juni 2026 spraken we de kartrekkers van de pijler Jeugd- en volwassenensport. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen en voor welke indicatoren data worden verzameld.
Vragenlijst uitvoeringspartners
34 organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler 'Jeugd' en 26 organisaties aan de pijler 'Volwassenen'. Na oktober 2024 zijn deze pijlers samengevoegd. Hier horen ook de organisaties bij die kartrekker zijn van deze pijler (Min. VWS, NOC*NSF, MOS, POS).
In totaal zijn er veertig organisaties die zich hebben gecommitteerd aan de pijler Jeugd- en volwassenensport. We noemen ze ook wel uitvoeringspartners. We nodigden ze allemaal uit voor een vragenlijst, ook degenen die kartrekker zijn. Drie kwart vulde deze in (75%).
2.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In december 2025 publiceerde het ministerie van VWS het uitvoeringsplan voor onder andere de pijler Jeugd- en volwassenensport (hierna: Jeugd en volwassenen). Het plan beschrijft het hoofddoel, de drie subdoelen, de bijbehorende acties en de globale planning richting 2030. De subdoelen sluiten aan bij de opzet van de pijler en houden rekening met de overlap tussen verschillende thema's. Het hoofddoel en de drie subdoelen van de pijler staan in het kader hieronder.
Doelen pijler Jeugd en volwassenen
Hoofddoel
Het verhogen van instroom en herinstroom en het voorkomen van uitstroom van mensen met een handicap in de sport.
Subdoelen
versterken van toeleiding en ondersteuning en het betrekken van ouders en verzorgers;
passend sportaanbod laten aansluiten bij de behoeften van jeugd en volwassenen met een handicap;
vergroten van de kwaliteit van trainer-coaches, instructeurs, kader- of personeelsleden waarbij relevante kennis over handicap, gedrag en beweegvaardigheid centraal staan.
Om deze doelen te realiseren wordt er gewerkt vanuit de klantreis.
Kartrekkers
ministerie van VWS, NOC*NSF, POS en MOS.
Bron: Rijksoverheid (2025)
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen dertig uitvoeringspartners die zich aan de pijler Jeugd en volwassenen hebben gecommitteerd voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben alle dertig uitvoeringspartners zich ingezet voor één of meer doelen:
doel 1: 16 uitvoeringspartners;
doel 2: 25 uitvoeringspartners;
doel 3: 22 uitvoeringspartners.
Volgens vijftien uitvoeringspartners zijn de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen. Vier vinden dit enigszins en tien zijn er neutraal over. Eén uitvoeringspartner vindt de doelen niet concreet genoeg om naar te handelen.
De uitvoeringspartners werken voor het realiseren van de doelen voornamelijk samen met Fonds Gehandicaptensport en Uniek Sporten (19 van de 30), Gehandicaptensport Nederland (16 van de 30), Johan Cruyff Foundation (15 van de 30) en NOC*NSF (15 van de 30).
Nieuwe samenstelling kartrekkers
Eind september 2025 benaderde het ministerie van VWS vier vertegenwoordigers van VWS, NOC*NSF, POS en MOS als kartrekkers van de pijler Jeugd en volwassenen. Eind 2025 kreeg de groep haar nieuwe samenstelling, waarmee er gezamenlijk meer structuur is aangebracht in de pijler.
Medio 2026 functioneert de groep als één team met een coördinerende en verbindende rol. De kartrekkers bundelen de lopende acties, uitvoerders en
deadlines, scherpen acties waar nodig aan en werken toe naar een vervolguitvoeringsplan voor 2027.
Klantreis
De klantreis vormt een belangrijk onderdeel van het huidige uitvoeringsplan. Deze brengt in beeld welke stappen mensen zetten richting duurzame sport- en beweegdeelname, welke belemmeringen zij daarbij ervaren en welke partijen ondersteuning kunnen bieden. De klantreis is niet bedoeld als eindproduct, maar een basis om verder op voort te bouwen. In juni 2026 is een eerste inhoudelijke versie van de klantreis gepresenteerd aan de uitvoeringspartners tijdens de netwerkbijeenkomst van de pijler Netwerk.
Om de klantreis te laten aansluiten bij de behoeften en belemmeringen van mensen met een handicap organiseerde het Mulier Instituut een bijeenkomst met onze eigen klankbordgroep. Meer over deze bijeenkomst staat in het intermezzoblad achter aan dit hoofdstuk. De vragen en opmerkingen van de ervaringsdeskundigen over de klantreis worden verwerkt in de nadere uitwerking van de klantreis in de loop van 2026. En blijven daarna een hulpmiddel om acties te richten, partijen met elkaar te verbinden en de samenwerking te versterken.
Naar verwachting wordt de definitieve versie eind 2026 gepubliceerd en gedeeld met de uitvoeringspartners.
2.3 Voortgang proces
Halverwege juni 2026 spraken we met de nieuwe kartrekkers van de pijler Jeugd en volwassenen. Tijdens het gesprek stonden de actuele stand van zaken, mogelijke aanscherpingen van de acties en de bruikbaarheid en haalbaarheid van indicatoren voor monitoring en verslaglegging centraal.
We lichten in deze paragraaf de voortgang per thema binnen de pijler toe. Het verslag van het gesprek in juni, samen met de nagestuurde en geactualiseerde lijst met de stand van zaken van de acties, uitvoerders en deadlines vormt daarbij de basis voor de beschrijving van de voortgang op het proces.
Voortgang op de acties van Jeugd en volwassenen
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1. Ontwikkel en veranker de klantreis
📄 1.1. Ontwikkelen van een klantreis voor jeugd en volwassenen (2025: in uitvoering) (Q3 2026)
📄1.2. Koppelen van intermediairs aan de klantreis (2025: in voorbereiding) (Q3 2026)
📄1.3. Valideren van de klantreis met ervaringsdeskundigen en pijler-ondertekenaars (2025: in voorbereiding) (Q2 2026)
🗑1.4. Koppelen van acties aan levensfasen in de klantreis (2025: in voorbereiding) (Q4 2026)
📄1.5. Vertalen van het Jeugdsport plan (NOC*NSF/VWS) voor jeugd met een handicap (2025: in uitvoering) (Q4 2026)
2. Passend aanbod dat aansluit bij jeugd en volwassenen met een handicap
🗑 2.1. Organiseren van multisportdagen, talentdagen en regionale kennismakingsdagen (2025: in voorbereiding) (doorlopend)
📄2.2. Ontwikkelen van regionale clubs voor kinderen met een handicap (bijv. Only Friends), in samenwerking met relevante verenigingen én ondernemende sportaanbieders zoals Monkey Moves (2025: nog niet gestart) (Q4 2026)
📄2.3a Samenwerking met speciaal onderwijs scholen en zorginstellingen voor sportaanbod (2025: in voorbereiding) (Q1 2026)7
📄2.3b Samenwerking zorginstellingen en revalidatiecentra voor sportaanbod (2025: nog niet gestart) (Q4 2026)
📄2.4. Ontwikkelen en optimaliseren van sportaanbod bij bonden en verenigingen voor inclusieve competities, met focus op 3-5 geselecteerde sporten als voortrekker (2025: nog niet gestart) (Q1 2027)
📄2.5. POS ontwikkelt een plan van aanpak om zowel jeugd als volwassenen met een handicap meer naar de ondernemers te krijgen. Dit doen ze in samenwerking met de branches die hebben ondertekend (2025: nog niet gestart) (Q1 2027)
📄 2.6. Het optimaliseren van het sportaanbod van sportbonden en leden van de POS, zodat het beter aansluit bij de wensen, behoeften en barrières van mensen met een handicap (2025: nog niet gestart) (Q4 2027)
3. Opleiding en kennis
✓ 3.1. Overzicht creëren van opleidingen voor begeleiding gehandicaptensport (2025: in uitvoering) (Q4 2025)
🗑 3.2. Integreren van opleidingsaanbod in actielijst voor kwalitatief sportaanbod (2025: in uitvoering) (Q1 2026)8
🗑 3.3. Vaststellen wie regie heeft op het overzicht en zorgt voor periodieke actualisatie (minimaal 1x per half jaar) (2025: nog niet gestart) (Q4 2026)
🗑 3.4. De uitvoerders kiezen gezamenlijk een platform waar het actuele overzicht geactualiseerd wordt (2025: in voorbereiding) (Q4 2026)
Vervolg
📄 Vervolg uitvoeringsplan maken (2025: nog niet gestart) (Q4 2026)
Peildatum: 1 augustus 2026
Stand van zaken
Ten tijde van het gesprek in juni 2026 waren de kartrekkers actief bezig de lopende acties verder uit te werken, te verbinden en waar nodig aan te scherpen. Binnen de pijler was veel in beweging, maar veel acties bevonden zich nog in een ontwikkelende of organiserende fase.
De kartrekkers baseren (de uitvoering van) de acties onder andere op de Sportdeelname Index (Fonds Gehandicaptensport, 2025)9. Omdat de uitvoering afhankelijk is van meerdere partijen en vooral gericht is op samenwerking, afstemming en netwerkvorming, bleek de voortgang niet altijd eenvoudig te kwantificeren of rechtstreeks toe te schrijven aan de strategie.
In de periode na juni 2026 tot eind 2026 worden de acties, verantwoordelijkheden en deadlines verder geconcretiseerd in een geactualiseerde actielijst en een vervolguitvoeringsplan richting 2027. Deze aandachtspunten nemen we mee in de duiding van de voortgang en de conclusies.
Doelstelling 1: Versterken van toeleiding en ondersteuning en het betrekken van ouders en verzorgers
De klantreis wordt verder ontwikkeld om inzichtelijk te maken op welke momenten mensen kunnen worden ondersteund richting duurzame sport- en beweegdeelname. Daarbij brengt de klantreis in beeld welke partijen en intermediairs een rol hebben en waar meer focus, samenwerking en regie nodig zijn.
Ook sturen de kartrekkers bij uitvoeringspartners aan op betere aansluiting tussen onderwijs, zorg, revalidatie en structurele sportdeelname. Het betrekken van ouders en verzorgers is tijdens het gesprek niet afzonderlijk besproken.
Doelstelling 2: Passend sportaanbod laten aansluiten bij de behoeften van jeugd en volwassenen met een handicap
Er lopen verschillende trajecten om het sport- en beweegaanbod beter te laten aansluiten op de doelgroep. Zo wordt met zeven sportbonden onderzocht hoe hun aanbod beter kan aansluiten op jongeren met een handicap en zijn multisportverenigingen en hun aanbod geïnventariseerd. Daarnaast werken de kartrekkers aan betere landelijke afstemming van multisportdagen, verdere vulling van de AI-tool van Uniek Sporten en toegankelijkere informatie voor sportaanbieders.
Doelstelling 3: Vergroten van de kwaliteit van trainer-coaches, instructeurs, kader- of personeelsleden waarbij relevante kennis over handicap, gedrag en beweegvaardigheid centraal staan.
Het huidige opleidingsaanbod is in kaart gebracht door Gehandicaptensport Nederland en via Uniek Sporten beschikbaar gesteld. De vervolgstappen richten zich op de regie, uitvoering en financiering van het opleidingslandschap; hierover wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 meer duidelijk.
Het aantal opgeleide trainers en coaches blijkt lastig betrouwbaar te meten. Daarom worden naast beschikbare registraties ook praktijkvoorbeelden en ervaringen van sporters benut, waarbij sporters wordt gevraagd in hoeverre zij ervaren dat hun trainer of coach goed is opgeleid en beschikt over de benodigde deskundigheid voor kwalitatief goede begeleiding.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
Dertig uitvoeringspartners en kartrekkers die de pijler Jeugd en volwassenen ondertekenden, hebben via een vragenlijst aangegeven wat de status is van activiteiten en projecten die hun organisatie binnen deze pijler uitvoert.
● Veranderingen in projecten en activiteiten
In figuur 2.1 is te zien hoeveel uitvoeringspartners naar aanleiding van de pijler hun projecten en activiteiten hebben veranderd. Veertien hebben hun inzet op bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd. Dertien hebben (ook) nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld. Zeven hebben niks veranderd.
(in aantallen, n=30, meerdere antwoorden mogelijk)

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij 30 uitvoeringspartners. Veertien intensiveerden bestaande projecten, dertien ontwikkelden nieuwe projecten en zeven veranderden niets.
● Verwachte acties in de toekomst
In figuur 2.2 is te zien hoeveel uitvoeringspartners veranderingen in projecten en activiteiten verwachten door te voeren naar aanleiding van de pijler Jeugd en Volwassenen. Bijna de helft weet dit (nog) niet (14 van de 30).
Acht verwachten bestaande projecten en activiteiten te gaan intensiveren. Bijvoorbeeld doordat 'samenwerking tussen organisaties is verbeterd'. Acht uitvoeringspartners verwachten (ook) dat ze nieuwe projecten en activiteiten gaan ontwikkelen. Bijvoorbeeld een 'nieuwe pilot' opzetten in samenwerking met een andere organisatie. Twee uitvoeringspartners verwachten niks te veranderen.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij 30 uitvoeringspartners. Veertien weten dit nog niet, acht verwachten bestaande projecten te intensiveren, acht verwachten nieuwe projecten te ontwikkelen, twee verwachten niets te veranderen en één zegt dit liever niet.
● Tevredenheid over inspanning eigen organisaties
Bijna de helft van de uitvoeringspartners is (zeer) tevreden over de inspanningen die hun organisatie sinds de ondertekening heeft geleverd om bij te dragen aan de doelstellingen van de pijler Jeugd en volwassenen (14 van de 30). Een van hen zegt bijvoorbeeld 'veel mooie stappen' te zien.
Evenveel uitvoeringspartners zijn hier niet tevreden, maar ook niet ontevreden over (14 van de 30). Ze vinden het bijvoorbeeld niet duidelijk wat er vanuit de strategie van hen 'concreet wordt verwacht', of dat er voor hen 'actiegerichtheid in het geheel ontbreekt', zoals een 'langetermijnplan'. Twee uitvoeringspartners zijn ontevreden over de inspanningen van hun organisatie.
● Bekendheid en ervaren duidelijkheid van de klantreis
We vroegen alle uitvoeringspartners die de vragenlijst invulden, of ze bekend zijn met de klantreis en of deze duidelijkheid biedt over de taken en rollen die hun organisatie kan oppakken binnen de strategie. 31 van de 39 uitvoeringspartners waren hiermee bekend (figuur 2.3).10 Vier uitvoeringspartners zijn helemaal niet bekend met de klantreis en nog eens vier weten dit van hun organisatie niet.
Van de 31 uitvoeringspartners die bekend zijn met de klantreis, zijn er twaalf betrokken geweest bij de ontwikkeling ervan. Acht waren niet betrokken, maar kennen de inhoud wel. Elf uitvoeringspartners hebben alleen gehoord over de klantreis. Ze kennen de inhoud niet.
De 31 uitvoeringspartners die bekend zijn met de klantreis, verschillen in mening over de stelling: 'De klantreis biedt duidelijkheid over de taken en rollen die mijn organisatie kan oppakken binnen de strategie'. Twaalf zijn het (helemaal) eens met de stelling. Elf zijn het er niet mee eens, maar ook niet mee oneens. En zes zijn het ermee oneens. Twee uitvoeringspartners weten dit voor hun organisatie niet.
(in aantallen, n=39)

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram over bekendheid met de klantreis onder 39 uitvoeringspartners. 31 zijn ermee bekend. Van hen waren er 12 betrokken bij de ontwikkeling, 8 kennen de inhoud en 11 hebben er alleen van gehoord. 4 uitvoeringspartners zijn niet bekend met de klantreis en 4 weten dit niet.
2.4 Voortgang op resultaat
In 2026 zijn enkele conceptindicatoren aangepast en ligt de nadruk op een selectie van resultaatindicatoren die dit jaar goed meetbaar en bruikbaar zijn voor de kartrekkers en uitvoeringspartners:
Indicatoren Jeugd en Volwassenen
Subdoel 1. Versterken van toeleiding en ondersteuning en het betrekken van ouders en verzorgers Geen indicatoren op dit doel geformuleerd.
Subdoel 2. Passend sportaanbod laten aansluiten bij de behoeften van jeugd en volwassenen met een handicap
Aantal regionale clubs voor kinderen met een handicap.
Instroom bij regionale clubs voor kinderen met een handicap.
Aantal revalidatiecentra waar Esther Vergeer Foundation een sportpoli heeft geopend.
Aantal locaties waar de Johan Cruyff Foundation het programma Special Heroes heeft ingezet.
Aantal locaties waar Fonds Gehandicapten sport (S)cool on Wheels heeft uitgevoerd.
Aantal branches dat informatie over sportaanbod voor mensen met een beperking heeft vertaald voor de eigen sport(aanbieders).
Aantal nieuwe gebruikers van Uniek Sporten.
Aantal nieuwe aanbieders Uniek Sporten uitgesplitst op de sporten waarop vanuit de strategie wordt ingezet.
Subdoel 3. Vergroten van de kwaliteit van trainer-coaches, instructeurs, kader- of personeelsleden waarbij relevante kennis over handicap, gedrag en beweegvaardigheid centraal staan
Ervaringen/oordelen van mensen met een handicap over de deskundigheid van trainers, via de Sportdeelname Index (SDI).
Aantal trainers en coaches dat is opgeleid of bijgeschoold op onderdelen die vanuit de actielijst als prioriteit zijn aangemerkt.
Voortgang op indicatoren
Dit jaar is een aantal van de conceptindicatoren gewijzigd. Dit is een wens geweest vanuit de (nieuwe) kartrekkers van de pijler Jeugd en volwassenen, ook mede op aanraden van het Mulier Instituut. Om de ontwikkelingen binnen deze pijler goed te kunnen volgen is het van belang dat zowel de kartrekkers als de uitvoeringspartners een goed gevoel hebben bij de indicatoren.
Niet alle indicatoren kunnen elk jaar gemonitord worden. Daarom beschrijven we in deze rapportage een aantal resultaatindicatoren waar dit jaar op gefocust is.
Meetbare resultaten
Op basis van de gesprekken is een eerste set indicatoren opgesteld om de resultaten van de acties binnen de pijler te volgen. Daarbij kijken we onder andere naar de ontwikkeling van het sportaanbod en het bereik daarvan. Voorbeelden zijn de instroom bij regionale clubs voor kinderen met een handicap, het aantal revalidatiecentra waar de sportpoli-aanpak wordt toegepast en registratiecijfers van het programma (S)Cool on Wheels. Ook willen we ontwikkelingen bij Uniek Sporten volgen, zoals het aantal nieuwe gebruikers en aanbieders.
Daarnaast kijken we naar de doorwerking van acties bij sportorganisaties. Zo is een indicator opgenomen voor het aantal branches dat informatie over sportaanbod voor mensen met een beperking vertaalt naar de eigen sportaanbieders. Voor opleiding en kennis kijken we onder meer naar ervaringen van mensen met een handicap met de deskundigheid van trainers, via de Sportdeelname Index (SDI), en naar concrete voorbeelden van scholing van coaches.
De benodigde informatie willen we zoveel mogelijk uit bestaande registraties en databronnen van betrokken partijen halen. Welke indicatoren we daadwerkelijk volgen en met welke frequentie, bepalen we de komende periode samen met de kartrekkers verder.
Inzet mensen met ervaringskennis: Jeugd- en volwassenensport
Klankbordgroepbijeenkomst
Begin juni organiseerden we met uitvoeringspartners en kartrekkers een bijeenkomst met de klankbordgroep van het Mulier Instituut. Deze bestaat uit mensen met verschillende beperkingen en ervaringskennis. Zij bespraken hoe sporten en bewegen voor mensen met een handicap vanzelfsprekender en duurzamer kan worden.
In de ochtend kwamen financiële, communicatieve en digitale toegankelijkheid aan bod. In de middag besprak de groep de ‘doorlopende meedoenroute’ (klantreis) die iemand aflegt van bewustwording en oriëntatie tot duurzame sportdeelname. Een uitgebreider verslag staat in Bijlage 33.
Doorlopende meedoenroute (klantreis)
De ‘doorlopende meedoenroute’, oftewel de klantreis, bestaat uit de fasen bewustwording, inspiratie, oriëntatie, proberen, sporten, en duurzaam sporten en bewegen. De leden herkenden deze fasen, maar benadrukten dat sporters deze route niet noodzakelijk in een vaste, lineaire volgorde doorlopen. Zij moeten hun eigen tempo en route kunnen bepalen, fasen kunnen overslaan of kunnen terugkeren naar een eerdere fase. Zo kan iemand die al sport zich opnieuw gaan oriënteren na een terugval, een verandering in de persoonlijke situatie of de wens om een andere sport of beweegvorm te proberen.
De grootste risico’s liggen volgens de groep bij de overgangen tussen fasen en organisaties. Zonder goede overdracht moet een sporter steeds opnieuw informatie geven en zelf uitzoeken wie verantwoordelijk is. Daarom was er brede steun voor een herkenbaar lokaal of regionaal aanspreekpunt dat partijen verbindt en ondersteunt bij warme overdrachten. Buurtsportcoaches kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook verenigingen moeten begeleiding duurzaam borgen.
Tot slot benadrukten de leden dat duurzame deelname meer vraagt dan fysieke toegankelijkheid. Sporters moeten zich welkom en onderdeel van de vereniging of club voelen. Keuzevrijheid, inspraak, persoonlijke begeleiding, positieve sportervaringen en een inclusieve clubcultuur zijn daarbij essentieel. De algemene boodschap van de dag was dat motivatie en passend aanbod belangrijk zijn, maar pas tot duurzame sportdeelname leiden wanneer ook informatie, begeleiding, overdracht en sociale toegankelijkheid goed zijn geregeld.
Hoofdstuk 3: Inclusief talent naar de top
Auteurs: Maaike Heerschop & Renée Hoogendijk
In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang op de pijler ‘Inclusief talent naar de top’. Dat doen we op basis van informatie uit gesprekken met de kartrekkers en uit de vragenlijst die we voorlegden aan uitvoeringspartners die zich hebben gecommitteerd aan deze pijler.
3.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 monitoren we de stand van zaken binnen deze pijler aan de hand van een aantal indicatoren op proces-, resultaat- en waar mogelijk op impactniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 introduceerden we deze indicatoren voor het eerst.
Waar komen de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Halverwege april 2026 spraken we de kartrekker van de pijler Inclusief talent naar de top (vanaf nu afgekort als: Talent), in een gecombineerd gesprek met de pijlers Classificatie en Innovatie. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen en voor welke indicatoren data worden verzameld.
Vragenlijst uitvoeringspartners
Veertien organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler Talent. Hier hoort ook de organisatie bij die kartrekker is van deze pijler (NOC*NSF). De helft van deze uitvoeringspartners (7 van de 14), inclusief de kartrekker, vulde de vragenlijst in.
3.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In het voorjaar van 2025 publiceerde de kartrekker van de pijler Talent (voorheen: Talentvolle sporters) het uitvoeringsplan van deze pijler. Hierin staan de doelstellingen van de pijler en de acties om die doelen te behalen. Het uitvoeringsplan bevat ook een planning die duidelijk maakt wanneer welke acties uitgevoerd moeten zijn, zodat in 2030 de doelen van de pijler behaald zijn. In het volgende kader staan de doelen van het uitvoeringsplan ‘Inclusief talent naar de top’.
Doelen pijler Inclusief talent naar de top
Meer fulltime talentcoaches aanstellen.
Nationale para-sportcompetities (door)ontwikkelen.
Gerichte talentinstroom- en ontwikkelingsactiviteiten (door)ontwikkelen.
Kartrekker: NOC*NSF.
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen de zeven uitvoeringspartners die zich aan de pijler hebben gecommitteerd voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben vijf uitvoeringspartners zich ingezet voor één of meer doelen:
doel 1: twee uitvoeringspartners;
doel 2: drie uitvoeringspartners;
doel 3: vijf uitvoeringspartners.
Twee van de zeven uitvoeringspartners hebben zich niet voor een van de drie doelen ingezet.
Volgens vijf uitvoeringspartners zijn de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen. Eén vindt dit enigszins en één is er neutraal over. De uitvoeringspartners werken voor het realiseren van de doelen voornamelijk samen met NOC*NSF (vier van de vijf).
3.3 Voortgang proces
In april 2026 haalden we bij de kartrekker op welke acties er op de pijler talentvolle sporters zijn en wat de stand van zaken op elke actie is. De kartrekker van de pijler Talent werkt bij NOC*NSF. Het ministerie van VWS financiert deze functie. De acties en de voortgang daarvan staan in het kader hieronder.
Voortgang op de acties van Inclusief talent naar de top
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1. Meer fulltime talentcoaches aanstellen
🗑 1. Aanstelling en ondersteuning fulltime talentcoaches (in 2025: in voorbereiding).
2. Nationale para-sportcompetities (door)ontwikkelen
🗑 2. Uitvoering onderzoek over de inventarisatie van welke acties de meeste prioriteit hebben om deze doelstelling te behalen door NOC*NSF en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) (in 2025: in voorbereiding).
3. Gerichte talentinstroom en -ontwikkelingsactiviteiten (door)ontwikkelen
📄 3. Doorstroming vanuit lokale sportdeelname (clubs en ondernemers) naar nationale talentherkenningsmogelijkheden als de TeamNL Paralympische Talentdagen (in 2025: in uitvoering).
📄 4. Internationale wedstrijdmogelijkheden voor jeugdsporten worden geïnventariseerd, waaronder de verkenning of de European Para Youth Games (EPYG) 2025 voor de toekomst een evenement is om als vanzelfsprekend op in te gaan zetten (2029) (in 2025: in uitvoering).
Peildatum: 1 augustus 2026
Stand van zaken
💡 Doelstelling 1. Meer fulltime talentcoaches aanstellen
Rond de ondersteuning van talentcoaches is inmiddels meer structuur aangebracht. Talentcoaches komen onder leiding van een prestatiemanager bij elkaar voor onder meer uitwisseling en intervisie. Daarnaast kunnen zij via de TeamNL Academie deelnemen aan activiteiten die aansluiten bij hun opleidingsbehoeften. Er zijn geen extra talentcoaches aangesteld ten opzichte van vorig jaar.
💡 Doelstelling 2. Nationale para-sportcompetities doorontwikkelen
Op dit onderdeel lijkt de voortgang zich nog vooral in een verkennende fase te bevinden. Een eerder pilotproject richtte zich op het in kaart brengen van de competities binnen teamsporten en op mogelijkheden voor samenwerking, met als doel om competities beter te laten aansluiten op de sporten en de doelgroep. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om dit vervolg anders te financieren, maar tijdens het gesprek werden nog geen nieuwe concrete acties genoemd.
Doelstelling 3. Gerichte talentinstroom en -ontwikkelingsactiviteiten doorontwikkelen
De TeamNL Paralympische Talentdagen krijgen een steeds structureler karakter. Er staan twee talentdagen per jaar gepland, waarvan één op Papendal en één op een andere locatie in het land, om de drempel voor deelname te verlagen. Ook zijn samen met sportbonden talentprofielen ontwikkeld, inclusief hun classificatiekenmerken, om sporters beter aan passende sporten te kunnen koppelen. Daarnaast wordt gewerkt aan meer persoonlijke doorverwijzing, een-op-een-matching en mogelijkheden voor talenttransfer tussen sporten.
Ook de internationale wedstrijdmogelijkheden voor jeugd worden verder verkend. De ervaringen van talentvolle sporters met de European Para Youth Games (EPYG) in 2025 worden als waardevol gezien en er lopen gesprekken over toekomstige deelname en de mogelijke rol van TeamNL hierbij. Nederland is volgens de kartrekker bovendien een serieuze kandidaat om een toekomstige editie te organiseren. Daarbij is het uitgangspunt dat zo'n evenement niet alleen topsport moet dienen, maar ook moet bijdragen aan breedtesport en talentontwikkeling.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
In de vragenlijst stelden we zeven uitvoeringspartners van deze pijler een aantal vragen over de activiteiten en projecten van hun organisatie.
Veranderingen in projecten en activiteiten
In figuur 3.1 is te zien hoeveel uitvoeringspartners hun projecten en activiteiten hebben veranderd naar aanleiding van de pijler. Drie hebben nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld en/of hun inzet op bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd. Eén van deze drie uitvoeringspartners ziet er al enigszins resultaat van. De andere twee zien dit nog niet.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij zeven uitvoeringspartners. Twee intensiveerden bestaande projecten, twee ontwikkelden nieuwe projecten en vier veranderden niets.
Verwachte acties in de toekomst
In figuur 3.2 staat hoeveel uitvoeringspartners veranderingen verwachten door te voeren in hun projecten en activiteiten. Vier verwachten geen verandering. Twee verwachten nieuwe projecten en activiteiten te ontwikkelen. Eén verwacht de bestaande projecten en activiteiten te intensiveren.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij zeven uitvoeringspartners. Eén verwacht bestaande projecten te intensiveren, twee verwachten nieuwe projecten te ontwikkelen, en vier verwachten niets te veranderen.
Tevredenheid over inspanning eigen organisatie
Van de vijf uitvoeringspartners die zich inzetten op één of meer doelen van deze pijler, zijn er drie tevreden over de inspanning die hun organisatie daarop heeft verricht sinds het ondertekenmoment in 2024. De andere twee zijn hier niet tevreden, maar ook niet ontevreden over.
3.4 Voortgang op resultaat
Op basis van eerdere gesprekken zijn indicatoren opgesteld om de resultaten van de acties binnen de pijler te volgen.
Indicatoren Talentvolle sporter
Meer fulltime talentcoaches aanstellen
Aantal nieuwe para-sporters in het opleidingsprogramma ondersteund door de paralympisch talentcoaches.
Aantal door paralympische talentcoaches bijgewoonde of afgenomen handicap-specifieke bijscholingsproducten.
Gerichte talentinstroom- en ontwikkelingsactiviteiten (door)ontwikkelen
Aantal multisportdagen, het aantal deelnemers op de multisportdagen en het aantal doorstromers van de multisportdagen die zich pre-registreren voor Paralympische Talentdagen.
Aantal deelnemers op de Paralympische Talentdagen.
Tevredenheid over de Paralympische Talentdagen volgens deelnemers en stafleden.
Tevredenheid over de talentstages volgens deelnemers.
Voortgang op indicatoren
Hieronder beschrijven we per indicator de voortgang. De data die we hebben gebruikt om deze voortgang te beschrijven, heeft de kartrekker van de pijler aangeleverd.
Doel 1
Indicator: Aantal nieuwe para-sporters in het opleidingsprogramma ondersteund door de paralympische talentcoaches
Op dit moment zijn er in acht sporten talentcoaches actief, samen voor 6,6 fte. Het aantal nieuwe para-sporters in de opleidingsprogramma's monitoren we vanaf 2026, dus daarover nemen we in deze rapportage nog geen data op.
Indicator: Aantal door paralympische talentcoaches bijgewoonde of afgenomen handicap-specifieke bijscholingsproducten
Hierover hebben we geen data verkregen.
Doel 2
Indicator: Aantal multisportdagen, het aantal deelnemers op de multisportdagen en het aantal doorstromers van de multisportdagen die zich pre-registreren voor Paralympische Talentdagen
Deze indicator wordt vanaf 2026 gemonitord. Daarom zijn hierover in deze rapportage nog geen gegevens opgenomen.
Indicator: Aantal deelnemers op de Paralympische Talentdagen
In het najaar van 2025 waren er 30 deelnemers op de Paralympische Talentdag. In het voorjaar van 2026 waren er 47 deelnemers op de Paralympische Talentdag. Deze deelnemers zijn na voorselectie uitgenodigd op de Paralympische Talentdag en zijn ook daadwerkelijk gekomen.
Indicator: Tevredenheid over de Paralympische Talentdagen volgens deelnemers en stafleden
Deze indicator monitoren we vanaf 2026. Daarom nemen we hierover in deze rapportage nog geen gegevens op.
Indicator: Tevredenheid over de talentstages volgens deelnemers
De tevredenheid over de talentstages werd tot dus ver alleen uitgevraagd bij de talentstage in de winter. Hier deden drie sporters aan mee. Met hen werd een evaluatiegesprek gehouden. In dit gesprek waren volgens de kartrekker alle deelnemers tevreden en enthousiast over de stage.
Hoofdstuk 4 Classificatie
Auteurs: Maaike Heerschop & Renée Hoogendijk
In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang op de pijler ‘Classificatie’. Dat doen we op basis van informatie uit gesprekken met de kartrekker en uit de vragenlijst die we voorlegden aan uitvoeringspartners die zich hebben gecommitteerd aan deze pijler.
4.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 monitoren we de stand van zaken binnen deze pijler aan de hand van een aantal indicatoren op proces-, resultaat- en waar mogelijk impactniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 hebben we de indicatoren beschreven. In paragraaf 4.4 staan deze opnieuw weergegeven en beschrijven we ook de voortgang op de indicatoren.
Waar komen de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Halverwege april 2026 spraken we de kartrekker van de pijler Classificatie, in een gecombineerd gesprek met de pijlers Talent en Innovatie. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen en voor welke indicatoren we data verzamelen.
Vragenlijst uitvoeringspartnersuitvoeringspartners
Elf organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler Classificatie. Hier hoort ook de organisatie bij die kartrekker is van deze pijler (NOC*NSF). Elf uitvoeringspartners, inclusief de kartrekker, vulden de vragenlijst in.
Bij de interpretatie van deze resultaten moeten we rekening houden met de specifieke rol van uitvoeringspartners binnen deze pijler. Hierop komen we verderop in dit hoofdstuk terug.
4.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In het voorjaar van 2025 publiceerde de kartrekker van de pijler Classificatie het uitvoeringsplan. Hierin staan de doelen die bij de pijler horen, acties om die doelen te behalen, en een planning die duidelijk maakt wanneer de acties uitgevoerd moeten zijn om in 2030 de doelen van de pijler te behalen.
Doelen pijler Classificatie
Er is een nationale strategie ontwikkeld die gericht is op een passende toepassing van de internationale classificatiesystemen.
De classificatieprocessen zijn gecentraliseerd en gesystematiseerd.
De classificatie-expertise in Nederland wordt gewaarborgd en de werkzaamheden van de classifiers afgestemd op de nationale visie en de nationale (te ontwikkelen) classificatiestrategie.
Kartrekker: NOC*NSF.
Bron: Rijksoverheid (2025).
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen de tien uitvoeringspartners die zich aan de pijler Classificatie hebben gecommitteerd voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben zes van de tien uitvoeringspartners zich ingezet voor één of meer doelen:
doel 1: drie uitvoeringspartners;
doel 2: drie uitvoeringspartners;
doel 3: zes uitvoeringspartners.
Vier van de tien uitvoeringspartners hebben zich niet voor een van de drie doelen ingezet.
Zes van de tien uitvoeringspartners vinden de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen, één vindt dit enigszins en drie zijn hier neutraal over. De uitvoeringspartners en kartrekkers werken voor het realiseren van de doelen voornamelijk samen met NOC*NSF (vijf van de tien).
4.3 Voortgang proces
In april 2026 haalden we op welke acties er op de pijler classificatie zijn en wat de stand van zaken op elke actie is. De kartrekker van de pijler classificatie werkt bij NOC*NSF. Het ministerie van VWS financiert deze functie. De acties en de voortgang daarvan staan in het kader hieronder.
Voortgang op de acties van Classificatie
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1. Er is een nationale strategie ontwikkeld die gericht is op een passende toepassing van de internationale classificatiesystemen.
📄1. Ontwikkelen van een nationale classificatiestrategie (in 2025: in uitvoering).
2. De classificatieprocessen zijn gecentraliseerd en gesystematiseerd.
📄2. Borgen van structurele samenwerking met classifiers, sportbonden en NOC*NSF (in 2025: in uitvoering).
📄3. Herzien van bestaande classificatieprocessen (in 2025: in uitvoering).
3. De expertise van classifiers in Nederland wordt gewaarborgd en de werkzaamheden van de classifiers afgestemd op de nationale visie en de nationale te ontwikkelen classificatiestrategie.
📄4. Internationale samenwerking en kennisontwikkeling op het gebied van classificatie versterken (in 2025: in uitvoering).
Peildatum: 1 augustus 2026
Stand van zaken
Doelstelling 1. Nationale classificatiestrategie
Het eerste doel is het ontwikkelen van een nationale strategie voor een passende toepassing van de IPC Classification Code en internationale classificatiesystemen. Sinds juni 2024 is eerst in kaart gebracht hoe classificatie in Nederland is georganiseerd. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met onder andere sportbonden, coaches, classifiers en sporters. In deze gesprekken is gekeken naar wat goed werkt in de huidige processen en rollen en waar mogelijkheden liggen om classificatie verder te professionaliseren.
Op basis van deze verkenning is een nieuw classificatieproces getest. Deze pilot is in oktober 2025 gestart bij twee sportbonden: de Atletiekunie en de KNWU. Uit de evaluatie kwam naar voren dat de pilot voldoende aanknopingspunten bood om verder te gaan met de ontwikkeling van een nationale classificatiestrategie.
Op het moment van rapporteren bevindt deze classificatiestrategie zich nog in de beginfase. Er wordt gewerkt aan het bepalen van de inhoud van de strategie en aan de keuzes die daarin moeten worden gemaakt. De nationale classificatiestrategie is daarmee nog niet afgerond.
Doelstelling 2. De classificatieprocessen zijn gecentraliseerd en gesystematiseerd
Het tweede doel is het verder systematiseren van de classificatieprocessen. De acties die hierbij horen zijn 1) het borgen van structurele samenwerking met classifiers, sportbonden en NOC*NSF en 2) het herzien van bestaande classificatieprocessen. Op beide acties zijn werkzaamheden verricht.
De verantwoordelijkheid voor de classificatieprocessen verschilt per type beperking. Bij lichamelijke beperkingen ligt de verantwoordelijkheid voor het ontvangen van classificatieaanvragen en doorlopen van classificatie processen in principe bij de sportbond. Een aanvraag kan ook bij NOCNSF binnenkomen, waarna deze wordt doorgezet naar de betreffende sportbond. Voor visuele en verstandelijke beperkingen organiseert en monitort NOCNSF het classificatieproces centraal, omdat deze aanvragen niet sportspecifiek zijn.
Om het proces voor sporters met een lichamelijke beperking verder te systematiseren, is een nieuwe werkwijze getest. In deze pilot delen NOCNSF en de sportbond de coördinatie. NOCNSF coördineert de eerste twee stappen van het classificatieproces. Daarna neemt de sportbond de coördinatie over voor de sportspecifieke beoordeling en het toekennen van een klasse.
Voor de eerste beoordeling is een landelijk Underlying Health Condition (UHC-) panel ingericht. Hiermee kan kennis over de beoordeling van onderliggende gezondheidsaandoeningen op één plek worden gebundeld.
Als ondersteuning voor deze werkwijze is binnen het Athlete Management System (AMS) een classificatieplatform ontwikkeld. Sporters kunnen hierin documenten aanleveren en het UHC-panel en classifiers kunnen via het platform medische dossiers beoordelen. Het platform is ook bedoeld om het proces beter te kunnen volgen en zorgvuldig met persoonsgegevens om te gaan.
Doelstelling 3. Waarborgen en versterken van classificatie-expertise
Het derde doel richt zich op het waarborgen van classificatie-expertise in Nederland en het afstemmen van de werkzaamheden van classifiers op de nationale visie en de nog te ontwikkelen classificatiestrategie. Er is contact en kennisuitwisseling met het International Paralympic Committee (IPC) en er wordt gekeken naar meer samenwerking en uitwisseling met onder andere België en Duitsland.
Van structurele internationale samenwerking is op dit moment nog geen sprake. De internationale samenwerking is daarmee nog niet echt op gang gekomen. De internationale kennisuitwerking is met het IPC in gang gezet.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
In de vragenlijst stelden we uitvoeringspartners van deze pijler een aantal vragen over de activiteiten en projecten van hun organisatie (n=10).
Interpretatie van de resultaten van uitvoeringspartners
Binnen de pijler Classificatie voert de kartrekker de activiteiten grotendeels zelfstandig uit, waardoor samenwerking met de gecommitteerde uitvoeringspartners minder noodzakelijk is. Hierdoor geven de resultaten van de vragenlijst onder deze partners slechts beperkt inzicht in de uitvoering en voortgang van deze pijler.
Veranderingen in projecten en activiteiten
In figuur 4.1 staat hoeveel uitvoeringspartners naar aanleiding van de pijler hun projecten en activiteiten hebben veranderd. Zes op de tien hebben nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld. Bijvoorbeeld een nieuwe classifier opleiden binnen hun sportbond en meer samenwerking met het IPC. Eén uitvoeringspartner heeft ook bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd. Vier hebben niks veranderd aan hun projecten en activiteiten.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij tien uitvoeringspartners. Eén intensiveerde bestaande projecten, zes ontwikkelden nieuwe projecten en vier veranderden niets.
Verwachte acties in de toekomst
In figuur 4.2 staat hoeveel uitvoeringspartners nog veranderingen in projecten en activiteiten verwachten door te voeren naar aanleiding van de pijler. De helft verwacht geen veranderingen door te voeren (vijf van de tien). Drie weten dit (nog) niet. Eén uitvoeringspartner verwacht bestaande projecten en activiteiten te gaan intensiveren binnen de eigen organisatie. Nog iemand anders verwacht nieuwe projecten en activiteiten te ontwikkelen.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij tien uitvoeringspartners. Drie weten dit nog niet, één verwacht bestaande projecten te intensiveren, één verwacht nieuwe projecten te ontwikkelen en vijf verwachten niets te veranderen.
Tevredenheid over inspanning eigen organisaties
Van de zes uitvoeringspartners die zich inzetten op één of meer doelen van deze pijler, zijn er drie tevreden over de inspanning die hun organisatie daarop heeft verricht sinds het ondertekenmoment in 2024. De andere drie zijn hier niet tevreden, maar ook niet ontevreden over.
4.4 Voortgang op resultaat
Op basis van eerdere gesprekken hebben we indicatoren opgesteld om de resultaten van de acties binnen de pijler te volgen.
Indicatoren 2026 pijler Classificatie
Het ontwikkelen van een nationale strategie die gericht is op een passende toepassing van de internationale classificatiesystemen
Stand van zaken van de nationale classificatiestrategie.
Het centraliseren en systematiseren van classificatieprocessen
Aantal nationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een lichamelijke handicap.
Aantal nationale en internationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een verstandelijke beperking.
Aantal nationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een visuele beperking.11
Gemiddelde duur van start tot afronding classificatieproces.
Tevredenheid met het gesystematiseerde/gestroomlijnde nationale classificatieproces, volgens sporters, classifiers en sportbonden.
De classificatie-expertise in Nederland wordt gewaarborgd en de werkzaamheden van de classifiers afgestemd op de nationale visie en de nationale (te ontwikkelen) classificatie strategie
Aantal bijeenkomsten georganiseerd voor classifiers uit Nederland.
Aantal classifiers per sport, per handicap, per niveau en verhouding medisch/technisch voor nationale classificatie.
Aantal nieuw opgeleide classifiers per paralympische cyclus.
Voortgang op indicatoren
Hieronder beschrijven we per indicator de voortgang. De kartrekker van de pijler leverde de data aan die gebruikt is om deze voortgang te beschrijven.
Doel 1
Indicator: Stand van zaken van de nationale classificatiestrategie
Om het nieuwe classificatieproces te evalueren, heeft de kartrekker ervaringen opgehaald bij sporters, classifiers, het UHC-panel en de betrokken sportbonden. De kartrekker heeft sporters en classifiers bevraagd via een vragenlijst, gesprekken met de sportbonden gevoerd, en ook de ervaringen van het UHC-panel meegenomen.
Volgens opgave van de kartrekker zijn de betrokken partijen over het algemeen positief over de ontwikkeling naar een meer centraal en gestructureerd classificatieproces. Vooral het centraal beschikbaar hebben van informatie, de ondersteuning tijdens het proces en de duidelijke verdeling van taken ervaren ze als positief. De betrokken sportbonden geven daarnaast aan dat de nieuwe werkwijze hen tijd bespaart, doordat een deel van het proces centraal wordt uitgevoerd. Ook draagt het platform volgens de kartrekker positief bij aan de continuïteit en structurele borging van het classificatieproces.
Tegelijkertijd komen uit de evaluatie verschillende verbeterpunten naar voren. Deze gaan vooral over de gebruiksvriendelijkheid van het classificatieplatform, de duidelijkheid van de informatie en instructies en het verder verbeteren van enkele processtappen. Ook blijft er blijft aandacht nodig voor de duurzame inbedding van het classificatieproces op de langere termijn. Bij de resultaten onder sporters moeten we rekening houden met het beperkte aantal respondenten en met mogelijke verschillen in ervaringen tussen sporters (n=13).
Het algemene beeld is daarmee dat de kartrekker de nieuwe werkwijze als een positieve stap richting een professioneler en beter georganiseerd classificatieproces ziet, waarbij op onderdelen nog verdere verbetering nodig is.
Doel 2
Indicator: Aantal nationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een lichamelijke handicap
In de periode van 31 juli 2025 tot 31 juli 2026 zijn er 51 classificatieaanvragen voor lichamelijke beperkingen bij NOCNSF binnengekomen (tabel 4.1). De aanmeldingen kunnen worden verdeeld in twee groepen: aanmeldingen die binnen de pilot via NOCNSF zijn verlopen en aanmeldingen die de kartrekker heeft doorverwezen naar de betreffende sportbond.
Aanvragen binnen pilot | Aantal | Aanvragen doorverwezen | Aantal |
|---|---|---|---|
Para-atletiek | 26 | Para-boogschieten | 6 |
Para-wielrennen | 14 | Para-sportschieten | 2 |
| Geen waarde | Geen waarde | Para-powerlifting | 1 |
| Geen waarde | Geen waarde | Para-snowboarden | 1 |
| Geen waarde | Geen waarde | Para-zwemmen | 1 |
Totaal | 40 | Totaal | 11 |
Bron: Data aangeleverd door kartrekker pijler classificatie, 2026.
Indicator: Aantal nationale en internationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een verstandelijke beperking
In de periode van 31 juli 2025 tot 31 juli 2026 zijn er zes nationale classificatieaanvragen voor verstandelijke beperkingen bij NOC*NSF binnengekomen. Uiteindelijk zijn er aanvragen gedaan voor sporters van para-atletiek (n=1), para-boogschieten (n=1), para-golfen (n=1) en para-zwemmen (n=3). Er zijn geen internationale classificatieaanvragen geweest voor sporters met een verstandelijke beperking.
Indicator: Aantal nationale classificatieaanvragen bij NOC*NSF voor sporters met een visuele beperking
In de periode van 31 juli 2025 tot 31 juli 2026 zijn er elf nationale classificatieaanvragen voor visuele beperkingen bij NOC*NSF binnengekomen. Uiteindelijk zijn er aanvragen gedaan voor sporters van blindentennis (n=3), para-atletiek (n=1), para-dressuur (n=3), para-wielrennen (n=1), VI-judo (n=2) en showdown (n=1).
Indicator: Gemiddelde duur van start tot afronding classificatieproces
Van de 57 classificatieaanvragen die bij NOC*NSF gedaan werden in de periode 31 juli 2025 tot 31 juli 2026 zijn er 33 volledig afgerond. De gemiddelde duur van deze aanvragen is weergegeven in tabel 4.2.
Aantal dagen stap 1 t/m 4 | Gem. | Aantal dagen stap 1&2 | Gem. |
|---|---|---|---|
Visuele beperking (VI) | 96,0 | Lichamelijke beperking (PI) | 44,5 |
Verstandelijke beperking (II) | 49,0 | Geen waarde | Geen waarde |
Lichamelijke beperking (PI) | 48,5 | Geen waarde | Geen waarde |
Bron: Data aangeleverd door kartrekker pijler classificatie, 2026.
Indicator: Tevredenheid met het gesystematiseerde/gestroomlijnde nationale classificatieproces, volgens sporters, het UHC panel, classifiers en sportbonden
De kartrekker van de pijler heeft een vragenlijst verspreid onder sporters over het gebruik van het classificatieplatform van NOC*NSF. In tabel 4.3 staan de resultaten van deze vragenlijst.
Vragen aan sporters | Gem. |
|---|---|
Hoe gebruiksvriendelijk vond je je eigen classificatieplatform? (1 = helemaal niet gebruiksvriendelijk, 5 = zeer gebruiksvriendelijk) | 2,8 |
Hoe duidelijk vond je de informatie die je vanuit NOC*NSF en het platform ontving? (1 = helemaal niet duidelijk, 5 = zeer duidelijk) | 3,7 |
Hoe goed voelde je je geholpen door NOC*NSF? (1 = helemaal niet goed, 5 = heel goed) | 4,0 |
In welke mate heb je het gevoel dat er zorgvuldig en vertrouwelijk met je gegevens is omgegaan? (1 = helemaal niet vertrouwelijk, 5 = volledig vertrouwelijk) | 4,5 |
Hoe sterk zou je NOC*NSF aanraden om dit platform voor sporters te blijven gebruiken? (1 = helemaal niet, 5 = heel sterk) | 3,5 |
Bron: Data aangeleverd door kartrekker pijler classificatie, 2026.
De kartrekker geeft aan dat door de vragenlijst duidelijk is geworden dat het platform en de bijbehorende informatie nog eens goed moet worden bekeken.
Het UHC-panel waardeert volgens de kartrekker vooral dat alle gegevens centraal op één plek zijn. Over het algemeen zien zij het platform als een positieve ontwikkeling naar een professioneler en beter georganiseerd classificatieproces. Zij zien nog enkele praktische en procesmatige verbeterpunten.
De KNWU en Atletiekunie waren volgens de kartrekker zeer enthousiast over het geteste classificatieproces. Het bespaart de sportbonden tijd, met name in de eerste twee stappen, die buiten hun specifieke expertisegebied vallen. Door hoe het nu is ingedeeld zorgt het voor een doorlopend proces, waar volgens hen sporters en classifiers heel tevreden mee zijn.
Doel 3
Indicator: Aantal bijeenkomsten georganiseerd voor classifiers in Nederland
Volgens de kartrekker is het doel om twee bijeenkomsten per jaar te organiseren. In de periode tussen 31 juli 2025 en 31 juli 2026 zijn er bijeenkomsten georganiseerd op 6 september 2025 en 28 februari 2026.
De bijeenkomst in september werd georganiseerd voor classifiers en bondsmedewerkers. Tijdens deze sessie stond het classificatiesysteem en de processen rondom bij para-dressuur centraal. Daarnaast hebben de aanwezigen gebrainstormd over verschillende rollen en verantwoordelijkheden binnen een classificatieproces en is er nagedacht over thema’s die voor volgende bijeenkomsten interessant kunnen zijn om kennisontwikkeling te stimuleren. De bijeenkomst in februari was alleen gericht op classifiers.
Indicator: Aantal classifiers per sport, per type handicap en verhouding nationaal/internationaal
Op dit moment zijn er bij NOC*NSF 44 classifiers bekend. 34 daarvan hebben een opleiding gedaan om op internationaal niveau te kunnen classificeren en tien op nationaal niveau. Van de classifiers zijn er 42 voor lichamelijke beperkingen, één voor visuele beperkingen en één voor verstandelijke beperkingen.
De classifiers van visuele en verstandelijke beperkingen kunnen de aanvragen voor alle sporten voor deze beperkingen behandelen. In tabel 4.4 staat een overzicht van hoeveel classifiers er per sport zijn opgeleid voor lichamelijke beperkingen. Er zijn classifiers die voor meerdere sporten classifier zijn.
Sport | Aantal | Sport | Aantal |
|---|---|---|---|
Boccia | 2 | Para-snowboarden | 1 |
CP voetbal | 2 | Para-surfen | 1 |
Para-atletiek | 4 | Para-tafeltennis | 1 |
Para-badminton | 2 | Para-triatlon | 1 |
Para-biatlon | 1 | Para-wielrennen | 4 |
Para-boogschieten | 1 | Para-zwemmen | 3 |
Para-dressuur | 8 | Powerchairhockey | 2 |
Para-golf | 1 | Rolstoelbasketbal | 2 |
Para-ijshockey | 1 | Rolstoeldansen | 3 |
Para-klimmen | 3 | Rolstoelhandbal | 2 |
Para-roeien | 2 | Rolstoelrugby | 5 |
Para-skiën | 1 | Zitvolleybal | 1 |
Bron: Data aangeleverd door kartrekker pijler classificatie, 2026.
Indicator: Aantal nieuwe opgeleide classifiers
Er zijn bij NOCNSF vier classifiers (revalidatieartsen, sportartsen, fysiotherapeuten, sportexperts) bekend die een opleiding tot nationale of internationale classifier in de periode 31 juli 2025 tot 31 juli 2026 hebben gedaan. Daarvan heeft NOCNSF er drie financieel ondersteund.
Hoofdstuk 5: Innovatie
Auteurs: Maaike Heerschop & Renée Hoogendijk
In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang op de pijler 'Innovatie'. Dat doen we op basis van informatie uit gesprekken met de kartrekker en uit de vragenlijst die we voorlegden aan uitvoeringspartners die zich hebben gecommitteerd aan deze pijler.
5.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 monitoren we de stand van zaken binnen deze pijler aan de hand van een aantal indicatoren op proces-, resultaat- en waar mogelijk impactniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 beschreven we de indicatoren.
Waar komen de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Halverwege april 2026 spraken we de kartrekker van de pijler Innovatie, in een gecombineerd gesprek met de pijlers Talent en Classificatie. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen en voor welke indicatoren data worden verzameld.
Vragenlijst uitvoeringspartners
Tien organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler Innovatie. Hier hoort ook de organisatie bij die kartrekker is van deze pijler (Paralympic Science Support NL). Negen van de tien uitvoeringspartners, inclusief de kartrekker, vulden de vragenlijst in.
5.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In het voorjaar van 2025 publiceerde de kartrekker van de pijler innovatie het uitvoeringsplan. Hierin staan de doelen die bij de pijler horen, acties om die doelen te behalen, en een planning die duidelijk maakt wanneer de acties uitgevoerd moeten zijn om in 2030 de doelen van de pijler te behalen.
Doelen pijler Innovatie
Support Agenda's en een landelijke innovatieagenda formuleren.
Samenwerking versterken.
Kartrekker: Kenniscentrum Sport en Bewegen.
Bron: Rijksoverheid (2025).
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen de negen uitvoeringspartners die zich aan de pijler hebben gecommitteerd en de vragenlijst invulden, voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben alle negen zich ingezet voor één of beide doelen:
doel 1: zes uitvoeringspartners;
doel 2: negen uitvoeringspartners;
Volgens zes uitvoeringspartners zijn de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen. De andere drie zijn hier neutraal over of vinden ze enigszins of helemaal niet concreet genoeg geformuleerd.
Alle uitvoeringspartners werken binnen deze pijler samen met Paralympic Science Support NL (PSS-NL). Daarnaast werkt de (grote) meerderheid samen met het Amsterdam Institute of Sport Science (AISS), NOC*NSF, Sportinnovator en/of de TU-Delft (Sport Engineering Institute). De helft werkt (ook) samen met Sport Science & Innovation Groningen (SSIG), de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) en Sport Data Valley (SDV). Met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) werken twee uitvoeringspartners samen.
5.3 Voortgang proces
In april 2026 haalden we op welke acties er op de pijler talentvolle sporters zijn en wat de stand van zaken op elke actie is. De kartrekker van de pijler talentvolle sporters werkt bij NOC*NSF. Het ministerie van VWS financiert deze functie. De acties en de voortgang daarvan staan in het kader hieronder.
Voortgang op de acties van Innovatie
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1) Support Agenda's en een landelijke innovatieagenda formuleren.
📄 1. Vergroten van betrokkenheid en innovatiebewustzijn (in 2025: in uitvoering).
📄 2. Ontwikkelen van supportagenda's bij sportbonden (in 2025: in uitvoering).
📄 3. Ontwikkelen landelijke innovatieagenda (in 2025: in voorbereiding).
2) Samenwerking versterken.
📄 4. Versterken van samenwerking en kennisdeling (in 2025: in uitvoering).
Peildatum: 1 augustus 2026
Stand van zaken
We beschrijven hier kort de stand van zaken van het proces van de pijler Innovatie. Een uitgebreidere stand van zaken op resultaat bespreken we in paragraaf 5.4.
Doelstelling 1. Support Agenda's en een landelijke innovatieagenda formuleren
Er vindt afstemming plaats met prestatiemanagers en innovatie komt terug in bijeenkomsten met coaches. Bij een aantal programma's moet dit nog verder worden opgepakt, bijvoorbeeld na een coachwissel of rustperiode. In het gesprek wordt aangegeven dat de supportagenda's12 bij de bekende sportprogramma's lopen.
Er is inmiddels meer zicht op sportoverstijgende thema's, maar de agenda is nog niet afgerond. Het streven is om hier eind 2026 verder mee te zijn en bewust tijd te nemen om de thema's goed af te bakenen.
Doelstelling 2. Samenwerking versterken
Volgens de kartrekker wordt de samenwerking binnen de paralympische topsport versterkt door partijen en organisaties actief aan de TeamNL-programma's en Support Agenda's te verbinden. Het initiatievenoverzicht maakt zichtbaar welke partijen betrokken zijn en hoe het netwerk rondom de verschillende sportprogramma's zich ontwikkelt.
Ook op organisatieniveau vindt structureel overleg plaats. Vier keer per jaar komen contactpersonen van AISS, SSIG, De Haagse Hogeschool, TU Delft en NOC*NSF bij elkaar. Zij bespreken de voortgang van de verschillende Support Agenda's en kijken naar kansen en aandachtspunten die voor meerdere sporten relevant zijn. PSS-NL wil hiermee zowel de samenwerking tussen organisaties versterken als kennis en expertise beter delen tussen de verschillende sportprogramma's.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
We stelden negen van de tien uitvoeringspartners en kartrekkers die de pijler innovatie ondertekenden een aantal vragen in een vragenlijst over de activiteiten en projecten van hun organisatie.
● Veranderingen in projecten en activiteiten
Zes uitvoeringspartners hebben hun projecten en activiteiten veranderd naar aanleiding van de pijler (figuur 5.1). Hiervan hebben er vijf hun inzet geïntensiveerd en vier hebben (ook) nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld. Twee uitvoeringspartners hebben niks veranderd en één respondent weet dit niet.
Vier van de zes uitvoeringspartners die veranderingen doorvoerden in projecten en activiteiten zien hier al resultaat van. Twee zien enigszins resultaat (niet in figuur).

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij negen uitvoeringspartners. Vijf intensiveerden bestaande projecten, vier ontwikkelden nieuwe projecten, twee veranderden niets en één weet dit niet.
Verwachte acties in de toekomst
In figuur 5.2 is te zien hoeveel uitvoeringspartners nog veranderingen in projecten en activiteiten verwachten door te voeren. Vier verwachten nieuwe projecten en activiteiten te ontwikkelen naar aanleiding van de pijler. Eén verwacht de bestaande inzet te intensiveren. Drie uitvoeringspartners verwachten niks te veranderen en één weet dit (nog) niet.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij negen uitvoeringspartners. Vier verwachten nieuwe projecten te ontwikkelen, drie verwachten niets te veranderen, één verwacht bestaande projecten te intensiveren en één weet dit nog niet.
Tevredenheid over inspanning eigen organisatie
Zes uitvoeringspartners zijn (zeer) tevreden over de inspanning die hun organisatie sinds het ondertekenmoment heeft verricht op de doelstellingen van deze pijler. De drie anderen zijn niet tevreden, maar ook niet ontevreden over hun inspanningen.
5.4 Voortgang op resultaat
Op basis van eerdere gesprekken zijn indicatoren opgesteld om de resultaten van de acties binnen de pijler te volgen.
Indicatoren 2026 pijler Innovatie
Support Agenda's en een landelijke innovatieagenda formuleren
Ervaringen van de praktijk met Paralympic Science Support NL (PSS-NL)
Het aantal sportbonden dat participeert met een Support Agenda
Het percentage behaalde doelstellingen binnen de vastgestelde termijn, van projecten die worden opgepakt door het netwerk van PSS-NL
Samenwerking versterken
Aantal edities van de nieuwsbrief van PSS-NL.
Aantal vermelde projecten op de website van PSS-NL.
Aantal kennisitems op de website van PSS-NL.
De tevredenheid van de betrokken partijen over de toegankelijkheid en de inhoudelijke relevantie van de gedeelde kennis en middelen
Voortgang op indicatoren
Hieronder beschrijven we per indicator de voortgang. De data die we hebben gebruikt om deze voortgang te beschrijven, heeft de kartrekker van de pijler aangeleverd.
Doel 1
Indicator: Ervaringen van de praktijk met Paralympic Science Support NL (PSS-NL)
In de vragenlijst legden we de uitvoeringspartners van de pijler innovatie vier stellingen voor over hun ervaringen met Paralympic Science Support NL (PSS-NL). In figuur 5.3 staan de eerste twee. De kartrekker van de pijler en PSS-NL kregen deze stellingen niet voorgelegd.
Vijf van de zeven uitvoeringspartners vinden dat PSS-NL adequaat inspeelt op vragen en behoeften van professionals en organisaties in de (top)sport voor mensen met een handicap. Evenveel uitvoeringspartners zijn (ook) tevreden over de samenwerking met PSS-NL. Anderen hebben een neutrale mening of weten dit niet.

Uitgebreide beschrijving
Gestapeld staafdiagram met twee stellingen, beoordeeld door zeven uitvoeringspartners. Stelling 1: PSS-NL speelt adequaat in op vragen en behoeften van professionals en organisaties in de (top)sport voor mensen met een handicap. Vijf (helemaal) mee eens, twee (helemaal) mee oneens. Stelling 2: Ik ben tevreden over de samenwerking met PSS-NL. Dezelfde uitslag: vijf (helemaal) mee eens, twee mee oneens.
Indicator: Het aantal sportbonden dat participeert met een Support Agenda
Medio 2026 werken zeven TeamNL-topsportprogramma’s met een Support Agenda: rolstoelbasketbal, rolstoelrugby, goalball, boccia, zwemmen, wielrennen en rolstoeltennis. Daarnaast zijn drie thema’s geïdentificeerd als sportoverstijgende focusthema’s: (implementatie) TeamNL-testrolstoel, presteren onder druk en toepassing van elektrostimulatie.
Indicator: Het percentage behaalde doelstellingen binnen de vastgestelde termijn, van projecten die worden opgepakt door het netwerk van PSS-NL
Momenteel werkt de katrekker aan een initiatievenoverzicht. PSS-NL is hierbij afgestapt van het benoemen van ‘projecten’, omdat niet alles een duidelijke kop en staart heeft.
Binnen het initiatievenoverzicht worden lopende vraagstukken beschreven. Deze initiatieven sluiten aan bij de support agenda’s en de landelijke thematiek. Publicatie van dit overzicht wordt de tweede helft van 2026 verwacht. PSS-NL verwacht in deze publicatie ook meer duidelijkheid te geven over het aantal opgepakte initiatieven, en een beknopte update over de stand van zaken.
Doel 2
Indicator: Aantal edities van de nieuwsbrief van PSS-NL
Tot en met juni 2026 zijn vier nieuwsbrieven verstuurd: in april 2025, september 2025, januari 2026 en juni 2026. PSS-NL verwacht de vijfde nieuwsbrief in november 2026 te versturen.
Indicator: Aantal vermelde projecten op de website van PSS-NL
De projectpagina van op de website van PSS-NL is vernieuwd, maar is op dit moment nog niet volledig. De pagina wordt de komende periode verder aangevuld. PSS-NL heeft ervoor gekozen om niet ieder initiatief afzonderlijk uitgebreid op de website te beschrijven. Het aantal en type initiatieven lopen daarvoor te veel uiteen.
In plaats daarvan lichten ze een selectie van verschillende projecten en initiatieven uit. Hiermee wil PSS-NL een beeld geven van de breedte en diversiteit van de activiteiten.
Daarnaast werkt PSS-NL aan het eerdergenoemde initiatievenoverzicht. Dit overzicht moet een breder beeld geven van de initiatieven en vraagstukken die binnen de paralympische topsport worden opgepakt. Het overzicht richt zich op de huidige focusperiode tot en met de Paralympische Spelen van Los Angeles in 2028 (LA28). Daarmee wil PSS-NL ook de ontwikkeling en voortgang van de innovatieagenda richting LA28 inzichtelijk maken.
Indicator: Aantal kennisitems op de website van PSS-NL
Op het moment van rapporteren zijn in totaal 59 kennisitems beschikbaar. Het gaat om vijftien Vraag & Antwoord-items (V&A), 32 wetenschappelijke samenvattingen en twaalf verslagen. In de periode van juni 2025 tot en met juni 2026 zijn in totaal 25 nieuwe kennisitems gepubliceerd. Dit waren vier V&A-items, negentien wetenschappelijke samenvattingen en twee verslagen.
Indicator: De tevredenheid van de betrokken partijen over de toegankelijkheid en de inhoudelijke relevantie van de gedeelde kennis en middelen
Ook voor deze indicator gebruikten we de vragenlijst voor uitvoeringspartners om data op te halen. Zes uitvoeringspartners zijn erg tevreden over de toegankelijkheid en de inhoudelijke relevantie van de gedeelde kennis en middelen vanuit PSS-NL (figuur 5.4). Eén uitvoeringspartner weet niet hoe toegankelijk de kennis en middelen zijn. Over de inhoudelijke relevantie heeft deze uitvoeringspartner een neutrale mening.

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde diagram met twee stellingen, beoordeeld door zeven uitvoeringspartners. Stelling 1: De kennis en middelen vanuit PSS-NL zijn voor mij eenvoudig toegankelijk wanneer ik ze nodig heb. Zes (helemaal) mee eens, één weet het niet. Stelling 2: De kennis en middelen vanuit PSS-NL zijn voor mij inhoudelijk relevant. Zes (helemaal) mee eens, één neutraal.
Hoofdstuk 6: Randvoorwaarden
Auteurs: Manon de Ruijsscher
In dit hoofdstuk beschrijven wij de inzet op de pijler Randvoorwaarden. We vertellen aan welke acties de betrokken partijen in het afgelopen jaar hebben gewerkt, welke voortgang ze hebben geboekt bij de uitvoering van de pijler, en welke resultaten op specifieke indicatoren zijn behaald.
6.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 volgen we de voortgang binnen de pijler aan de hand van indicatoren op proces-, resultaat- en waar mogelijk impactniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 introduceerden we de conceptindicatoren. In 2026 hebben we enkele conceptindicatoren aangepast/achterwege gelaten en ligt de nadruk op een selectie van resultaatindicatoren die dit jaar goed meetbaar en bruikbaar zijn voor de kartrekkers en uitvoeringspartners.
Waar komen de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Begin juli 2026 spraken we de kartrekkers van de pijler Randvoorwaarden. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen en voor welke indicatoren data worden verzameld.
Vragenlijst uitvoeringspartners
Veertien organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler Randvoorwaarden. Later hebben nieuwe organisaties zich aangemeld voor de pijler. Inmiddels zijn dit achttien organisaties. Zeventien daarvan hebben de vragenlijst ingevuld. Hier horen ook de organisaties bij die kartrekker zijn van deze pijler.
6.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In het voorjaar van 2025 publiceerden de kartrekkers van de pijler Randvoorwaarden het uitvoeringsplan. Hierin staan de doelen die bij de pijler horen, acties om die doelen te behalen, en een planning die duidelijk maakt wanneer de acties uitgevoerd moeten zijn om in 2030 de doelen van de pijler te behalen.
De vier doelen van de pijler staan in het kader hieronder. Elk doel hoort bij één van de vier randvoorwaarden waar de pijler zich op richt: sporthulpmiddelen, sportvervoer, sportaccommodaties en financiële ondersteuning. Communicatieve toegankelijkheid en digitale toegankelijkheid worden hier op termijn als vijfde en zesde randvoorwaarde aan toegevoegd. Hier komen we in toekomstige voortgangsrapportages op terug. De kartrekkers hebben met de ondertekenaars van de pijler wel al in de uitvoeringsplannen doelen en acties geformuleerd.
Doelen pijler Randvoorwaarden
De aanvraagprocedure voor sporthulpmiddelen is geoptimaliseerd en alle landelijke en lokale organisaties hebben de verantwoordelijkheid verdeeld voor een duurzaam en effectief model voor het toegankelijk maken van sporthulpmiddelen voor zowel breedte- als topsport.
In 2030 is het voor iedereen met een handicap duidelijk hoe zij zelfstandig van a naar b kunnen reizen om de sport naar keuze te bereiken.
In 2030 is het van zoveel mogelijk sportaccommodaties inzichtelijk of deze wel of niet toegankelijk zijn voor mensen met een handicap (zowel sporters en vrijwilligers als toeschouwers).
In 2030 is duidelijk waar financiële ondersteuning om te kunnen sporten gevonden kan worden en onder welke voorwaarden.
Kartrekkers: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Kenniscentrum Sport en Bewegen en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG).
Bron: Rijksoverheid (2025).
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen de zeventien uitvoeringspartners die zich aan de pijler Randvoorwaarden hebben gecommitteerd en de vragenlijst invulden, voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben zestien uitvoeringspartners zich ingezet voor één of meer doelen:
doel 1: zeven uitvoeringspartners;
doel 2: vijf uitvoeringspartners;
doel 3: elf uitvoeringspartners;
doel 4: acht uitvoeringspartners.
Eén uitvoeringspartner zegt liever niet voor welke doelen die zich heeft ingezet.
Dertien van de zeventien uitvoeringspartners vinden de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen. Twee zijn hier neutraal over en nog twee anderen vinden de doelen enigszins concreet genoeg om naar te handelen.
De uitvoeringspartners en kartrekkers werken voor het realiseren van de doelen voornamelijk samen met NOC*NSF (7 van de 17) en/of organisaties die zich niet aan deze pijler of strategie hebben gecommitteerd (7 van de 17). Bijvoorbeeld het ministerie van VWS, de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), de Esther Vergeer Foundation en het Yvonne van Gennip Talentfonds.
Andere veel genoemde organisaties waar uitvoeringspartners mee samenwerken, zijn Gehandicaptensport Nederland (6 van de 17), het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (n=5), het Jeugdfonds Sport & Cultuur (4 van de 17), het Bartimeusfonds (4 van de 17), de Oogvereniging (4 van de 17) en Team Sportservice (4 van de 17). Eén uitvoeringspartner werkt met geen enkele organisatie samen.
6.3 Voortgang proces
In juli 2026 spraken we met de kartrekkers van de pijler Randvoorwaarden. Deze kartrekkers zijn verbonden aan het ministerie van VWS, Kenniscentrum Sport en Bewegen en de VSG. In deze paragraaf bespreken we de voortgang op de acties van de pijler thematisch. Om in één oogopslag de voortgang te kunnen zien, staan in het volgende tekstkader alle acties van de pijler en de voortgang daarop.
Voortgang op de acties van Randvoorwaarden
✖ = nog niet gestart
🗑= in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1. Sporthulpmiddelen
📄 1. Een landelijk loket sporthulpmiddelen oprichten (2025: in voorbereiding) (Q4 2028).
🗑 2. Communicatieplan opstellen richting de zorgverzekeraars over te vergoeden sporthulpmiddelen (2025: in voorbereiding) (Q3 2026).
📄 3. Gemeenten stimuleren het aanvullend Wmo-modelbeleid sporthulpmiddelen toe te passen (2025: in uitvoering) (doorlopend)
✓ 4. Onderzoek doen naar de gemiddelde prijzen van sporthulpmiddelen (2025: in voorbereiding) (Q4 2025).
✓ 5. Onderzoek doen naar het verbeteren van de toegang tot sporthulpmiddelen in de topsport (2025: in uitvoering) (Q4 2026).
2. Sportvervoer
📄 1. Sportvervoersvoorziening integreren in Valys (2025: in uitvoering) (Q4 2026).
✖ 2. Communicatieplan integratie vervoersvoorziening opzetten (2025: in voorbereiding) (Q2 2026).
✓ 3. Inventarisatie lokale vervoersregelingen (2025: in uitvoering) (Q2 2026).
✓ 4. Behoefteanalyse onder topsporters uitvoeren (2025: in voorbereiding) (Q4 2026).
3. Sportaccommodaties13
✓ 1. Plan van aanpak voor de ondersteuning van eigenaren en beheerders van sportaccommodaties (2025: in voorbereiding).
✖ 2. Verkenning over maatregelen om accommodaties toegankelijk te maken en beter benutten BOSA (2025: in voorbereiding).
✖ 3. Aansluiten landelijke regelgeving rondom toegankelijkheid van accommodaties (2025: nog niet gestart).
4. Financiële ondersteuning14
📄 Zoveel mogelijk gebruikers krijgen inzicht in bestaande regelingen en vergoedingen (2025: in uitvoering) (doorlopend).
✖ Kennis uit onderzoeksprogramma's is/wordt geïntegreerd in de uitvoering (2025: in voorbereiding).
✖ Er is een communicatieplan richting de doelgroep (met als doel dat zij beter weten waar ze ondersteuning kunnen krijgen) (2025: nog niet gestart).
Peildatum 1 augustus 2026
Stand van zaken
Doelstelling 1: Sporthulpmiddelen
In de voortgangsrapportage van 2025 stond dit subdoel vooral in het teken van in voorbereiding en uitvoering. De pilot voor het Uniek Sporten Centraal Loket was toen in ontwikkeling, het aanvullende Wmo-modelbeleid was net vastgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), en verschillende acties, zoals het onderzoek naar de gemiddelde prijzen van sporthulpmiddelen en de communicatie richting zorgverzekeraars, bevonden zich nog in de voorbereidingsfase.
Breedtesport
Pilot 'Uniek Sporten Centraal Loket'
Een belangrijke stap sinds de vorige rapportage is de start van de pilot van het Uniek Sporten Centraal Loket. De Esther Vergeer Foundation, het Fonds Gehandicaptensport, het ministerie van VWS en de VSG hebben in 2025 de pilot 'Uniek Sporten Centraal Loket' voorbereid en ontwikkeld. Dit centrale loket moet sporters van deskundig(er) advies voorzien, en gemeenten ondersteunen en ontlasten (Van Lindert et al., 2025).
Waar in 2025 vooral werd gewerkt aan de inrichting van het loket en de nieuwe werkwijze, wordt deze werkwijze inmiddels toegepast in de praktijk. Dertig gemeenten nemen inmiddels deel aan de pilot.
De implementatie verloopt minder snel dan vooraf verwacht. In voorbereiding op de pilot heeft de werkgroep van gemeenten 'Sporthulpmiddelen binnen de Wmo' in 2025 aanvullend modelbeleid ontwikkeld. Doel was gemeenten te ondersteunen bij de wijze waarop zij sporthulpmiddelen onderdeel kunnen maken van hun Wmo-beleid (Van Lindert et al., 2025). Het aanvullende modelbeleid voor gemeenten maakt deel uit van een bredere aanpak, naast de inzet van zorgverzekeraars voor sportprothesen en van het Rijk. Dit modelbeleid dient als basis voor de nieuwe werkwijze.
Tot slot heeft de VNG uitgesproken dat zij het aanvullende Wmo-modelbeleid omarmen en dat de uitrol van het Uniek Sporten Centraal Loket in samenwerking tot stand komt. Verder stimuleren de VNG en VSG gemeenten om de afhandeling van aanvragen van sporthulpmiddelen via het Uniek Sporten Centraal Loket uit te voeren.
Onderzoek naar gemiddelde prijzen sporthulpmiddelen
Het Kenniscentrum Sport en Bewegen zette in 2025 een opdracht uit bij een bureau om onderzoek te doen naar de gemiddelde prijs van verschillende sporthulpmiddelen (Van Lindert et al., 2025). Dit onderzoek is inmiddels afgerond.
Volgens het Fonds Gehandicaptensport gaan gemeenten nu uit van een gemiddelde vergoeding van 3.600 euro voor drie jaar. Deze willen ze verhogen naar 8.400 euro voor zeven jaar. Het uitgangspunt dat Fonds Gehandicaptensport hanteerde, is dat door deze verandering ongeveer 56 procent van de aanvragen binnen het normbedrag van 8.400 euro valt. Grofweg valt een groot deel van de basisvarianten, zoals sportrolstoelen, framerunners en eenvoudige handbikes, binnen dit bedrag. Complexere of elektrische hulpmiddelen komen daar regelmatig bovenuit.
Het onderzoek maakt ook duidelijk dat er nog weinig landelijke data beschikbaar zijn. Dat structurele data over aantallen, typen en prijzen van verstrekte sporthulpmiddelen ontbreken, zien de kartrekkers als een verbeterpunt. Daarom wordt binnen de pilot Uniek Sporten Centraal Loket ingezet op het structureel verzamelen van gegevens over aanvragen, verstrekte sporthulpmiddelen en kosten. Zodat ook het normbedrag, momenteel op basis van de beschikbare data vastgesteld op 8.400 euro, beter kan worden onderbouwd of indien nodig kan worden bijgesteld.
Rol van de zorgverzekeraar
De vorige monitor liet zien dat de kartrekkers van plan waren actief richting zorgverzekeraars te communiceren over dat de bijlage 'Verduidelijking aanspraakverstrekking sporthulpmiddel uit de Zorgverzekeringswet (Zvw)' ter aanvulling is op de Kwaliteitsmodule15 (Van Lindert et al., 2025).
Tijdens het gesprek met de kartrekkers bleek dat eerst meer inzicht nodig is in de knelpunten rondom de verstrekking van sportprothesen. Met name de grootte van de doelgroep is hierbij een knelpunt. Om hoeveel mensen gaat het eigenlijk? Hoeveel mensen ervaren problemen?
Daarom is ervoor gekozen het communicatieplan voorlopig uit te stellen. In plaats daarvan is een werkgroep ingericht met Platform Prothesen, Stichting Volksgezondheidzorg (VGZ), het ministerie van VWS en het Fonds Gehandicaptensport. De eerste stap vormt de uitvoering van een doelgroep analyse, die inzicht moet bieden in de omvang van de doelgroep en de knelpunten die zich voordoen. Op basis daarvan bepaalt de werkgroep welke vervolgstappen nodig zijn.
Topsport
De rapportage van 2025 liet zien dat het ministerie van VWS samen met de atletencommissie van NOC*NSF gesproken heeft over de knelpunten die topsporters met een handicap ervaren bij de toegang tot sporthulpmiddelen.
Daarbij kwamen onder andere de verschillen in regels tussen gemeenten, lange wachttijden, beperkte kennis bij gemeenten en afschrijvingstermijnen die onvoldoende aansluiten bij de praktijk van topsporters naar voren. De kartrekkers hebben destijds samen met NOC*NSF de ambitie uitgesproken om te onderzoeken hoe de toegang tot sporthulpmiddelen voor topsporters kon worden verbeterd (Van Lindert et al., 2025).
Bij NOCNSF loopt een pilot voor topsporters die niet binnen bestaande financieringsmogelijkheden terecht kunnen. Het ministerie van VWS en NOCNSF hebben de pilot inmiddels geëvalueerd en zijn tot de conclusie gekomen dat deze effectief is en dat de topsporters ermee geholpen zijn. De pilot wordt daarmee volgens het ministerie van VWS een nieuwe manier van werken en krijgt nu een structureel karakter.
Doelstelling 2: Sportvervoer
In de rapportage van 2025 stond met name de voorbereiding van de integratie van sportvervoer in Valys centraal. De aanbesteding voor het Valys-vervoer was gestart en de bestaande sportvervoersvoorziening was daarin opgenomen. Bovendien werd er gewerkt aan een overzicht van lokale vervoersvoorzieningen. Voor topsporters waren de eerste gesprekken gevoerd over hun vervoersbehoeften.
Breedtesport
De sportvervoersvoorziening is inmiddels opgenomen in de landelijke aanbesteding van het Valys-vervoer. Maar met deze aanbesteding wordt de uitvoering van het sportvervoer opnieuw op de markt gezet.
De coördinatie van het vervoer (aanvragen behandelen en kilometers toekennen) doet het Fonds Gehandicaptensport, in elk geval tot en met 2028. Deze taak heeft het Fonds Gehandicaptensport overgenomen van Stichting Special Heroes Nederland. Deze stichting is inmiddels opgeheven.
De aanbesteding van Valys is vertraagd door juridische procedures. Hierdoor is de geplande start begin oktober 2026 niet haalbaar. Qarin (huidige uitvoerder van het vervoer) is daarom gevraagd de huidige voorziening langer voort te zetten, in ieder geval tot eind juni 2027. Wanneer de overgang precies kan plaatsvinden, is nog niet duidelijk.
Ook de inventarisatie van lokale vervoersregelingen is afgerond. Het Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft vervoersmogelijkheden van alle 342 gemeenten en provincies, zoals Wmo- en vrijwilligersvervoer, in kaart gebracht. De informatie staat op Uniek Sporten en de website over sportondersteuning (KOSO).
De inventarisatie kostte meer tijd dan verwacht, doordat niet alle gemeenten en provincies de meerwaarde inzagen van het aanleveren van informatie en doordat de kwaliteit van informatie verschilde. Op sommige plekken verzamelde het Kenniscentrum Sport en Bewegen daarom zelf ontbrekende informatie (via regionale bijeenkomsten). De volgende stap is de informatie beter vindbaar maken en actueel houden.
Tot slot is het communicatieplan nog niet uitgevoerd zoals gepland. Doordat de integratie in Valys vertraging opliep, is brede communicatie hierover uitgesteld.
Topsport
NOC*NSF heeft een enquête uitgezet onder paralympische sporters om inzicht te krijgen in ervaren belemmeringen. De uitkomsten gebruiken zij om te bepalen of er vervolgstappen nodig zijn en welke. Hierbij kijken ze niet alleen naar topsporters met een paralympische status, maar ook naar talentvolle sporters (zonder formele status). Deze enquête is geanalyseerd; de belangrijkste resultaten komen terug in paragraaf 6.4.
Doelstelling 3: Sportaccommodaties
Een belangrijke ontwikkeling is de ontwikkeling van de zelfscan. NOC*NSF heeft hiervoor begin 2026 een projectleider aangesteld. De zelfscan moet sportaccommodaties inzicht geven in toegankelijkheid, en sporters en toeschouwers helpen om vooraf te zien of een accommodatie aansluit bij hun behoeften.
De zelfscan is gereed en wordt op 28 september 2026 of rondom de week van de toegankelijkheid (week van 5 oktober) breder onder de aandacht gebracht. Verschillende partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling, en er zijn pilots gedaan om de scan in de praktijk te testen.
De kartrekkers werken voor de zelfscan samen met het Bartimeusfonds. Volgens de kartrekkers biedt het Bartimeusfonds hun html-code voor symbolen aan die ze kunnen gebruiken om de toegankelijkheid weer te geven. Hierdoor kunnen sportaccommodaties op een universele manier communiceren op hun website.
De actie over de verkenning van hoe de BOSA16 beter kan worden benut voor toegankelijkheid, heeft hierdoor minder focus gekregen. De kartrekkers geven aan dat de zelfscan meer mogelijkheden biedt om toegankelijkheid concreet te maken. Vervolgens kan worden gekeken of en hoe de informatie uit de zelfscan een plek kan krijgen binnen landelijke regelgeving rondom toegankelijkheid van accommodaties.
Doelstelling 4: Financiële ondersteuning
De meeste versnelling is zichtbaar bij het in kaart brengen en ontsluiten van financiële regelingen. Voor vrijwel alle gemeenten heeft het Kenniscentrum Sport en Bewegen de beschikbare financiële regelingen in kaart gebracht. Daarbij hebben ze niet alleen gekeken naar regelingen die specifiek gericht zijn op mensen met een beperking, maar ook naar algemene regelingen voor sport waar zij gebruik van kunnen maken.
Een knelpunt is dat regelingen voor sport en zwemles niet altijd aansluiten bij wat mensen met een beperking nodig hebben. Uit onderzoek onder professionals blijkt dat passend sport- of zwemlesaanbod voor kinderen met een beperking vaak duurder of verder weg is, terwijl regelingen daar niet altijd ruimte voor bieden. Daardoor kan financiële steun beschikbaar zijn, maar toch onvoldoende helpen om sport of zwemles mogelijk te maken (Stuij et al., 2026).
Uit de bijeenkomst met de kartrekkers kwam ook naar voren dat sporters graag alles op één website willen vinden. Uniek Sporten heeft het sportaanbod en krijgt ook het sportvervoer. Ook is Uniek Sporten het platform voor sporthulpmiddelen. Het is volgens de kartrekkers daarom logisch dat ze ook direct financiële ondersteuning op hun platform krijgen. Daarom verkennen de kartrekkers hoe via Uniek Sporten beter inzicht kan ontstaan in het gebruik en de aansluiting van regelingen.
De actie om kennis uit onderzoeksprogramma’s structureel te integreren in de uitvoering krijgt op dit moment geen concrete invulling. De kartrekkers geven aan dat een directe koppeling met onderzoeksprogramma zoals MOOI van ZonMw niet goed mogelijk is.
Toekomstige doelstellingen: communicatieve en digitale toegankelijkheid
Definities
Communicatieve toegankelijkheid is vanuit het VN-verdrag Handicap als onderwerp in de strategie opgenomen (zie tabel B1.1 in bijlage 1). De kartrekkers stellen dat het hierbij gaat over de manier waarop informatie en communicatie aansluiten bij de persoon met wie je communiceert. Het gaat volgens hen om begrijpelijke taal en woordkeuzes die aansluiten bij verschillende behoeften, bijvoorbeeld van mensen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS), een auditieve beperking of een licht verstandelijke beperking (bron definitie CT).
Digitale toegankelijkheid gaat over de toegankelijkheid van digitale omgevingen, zoals websites en apps. Het gaat hierbij meer om de leesbaarheid, het contrast en de technische toegankelijkheid van digitale informatie.
Voortgang
Na verschillende gesprekken met de betrokken partijen (ondertekenaars strategie), twee sessies en een schriftelijke feedbackronde, zijn twee nieuwe uitvoeringsplannen opgesteld. Deze zijn inmiddels gereed. De komende periode kijken betrokken partijen naar een geschikt moment om de plannen te communiceren en hoe de uitvoering verder kan worden opgepakt.
Er wordt in de tussentijd nog gezocht naar partij(en) die een trekkende rol willen vervullen. Ook wordt geïnventariseerd wat er al beschikbaar is op het gebied van communicatie en digitale toegankelijkheid. Denk aan hulpmiddelen, handreikingen, trainingen en andere initiatieven. Zo kan worden voortgebouwd op wat er al is en wordt duidelijk waar nog behoeften liggen.
Tot slot wordt communicatieve toegankelijkheid toegevoegd aan de ontwikkelroute voor professionals vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). Deze is in concept gereed en de verwachting is dat dit in Q4 online staat.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
We stelden zeventien van de achttien uitvoeringspartners en kartrekkers die de pijler Randvoorwaarden ondertekenden een aantal vragen in een vragenlijst over de activiteiten en projecten van hun organisatie.
Veranderingen in projecten en activiteiten
In figuur 6.1 staat hoeveel uitvoeringspartners in hun projecten en activiteiten veranderingen hebben doorgevoerd naar aanleiding van de pijler. Acht hebben hun bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd. Uit de open antwoorden blijkt dat de uitvoeringspartners 'het Kennishoudersnetwerk Services hebben geïntensiveerd'. Ook heeft een uitvoeringspartner verder gewerkt aan 'het aansluiten bij de verschillende doelstellingen, en waar mogelijk al delen van uitkomsten'.
De kartrekkers werkten verder aan 'kennisverspreiding via KOSO'. Ook gaf een kartrekker aan een 'eerste inventarisatie per gemeente te hebben gemaakt van het sportvervoer en beschikbare financiële regelingen'. De financiële informatie wordt verder ontsloten op het Volwassenenfonds, Uniek Sporten en KOSO. De vervoersregelingen komen op Uniek Sporten en KOSO. Daarnaast werkten de kartrekkers verder aan 'beter inzicht krijgen in de toegankelijkheid van sportaccommodaties en aan een centraal loket voor sporthulpmiddelen, inclusief de pilot'.
Vijf hebben (ook) nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld. In de open antwoorden noemen de uitvoeringspartners verschillende nieuwe projecten en activiteiten. Een uitvoeringspartner heeft 'standaardvragen over toegankelijkheid toegevoegd aan inspecties van sportaccommodatie toegevoegd'. De kartrekkers hebben financiële regelingen verkend, onderzoek gedaan naar knelpunten in het vervoer van topsporters en bijgedragen aan de pilot voor topsporthulpmiddelen. Ook werken ze aan hulpmiddelen voor communicatieve en digitale toegankelijkheid.
Verder hebben zeven uitvoeringspartners niks veranderd. Vier van de tien uitvoeringspartners die hun inzet hebben veranderd, zien daar al resultaat van (niet in figuur). Vijf zien dit enigszins. Eén ziet nog geen resultaat.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij 17 uitvoeringspartners. Acht intensiveerden bestaande projecten, vijf ontwikkelden nieuwe projecten en zeven veranderden niets.
Verwachte acties in de toekomst
In figuur 6.2 is te zien hoeveel uitvoeringspartners nog verwachten veranderingen in projecten en activiteiten door te voeren naar aanleiding van de pijler. Veel weten dit (nog) niet (7 van de 17). Eén uitvoeringspartner verwacht geen veranderingen. Zes gaan nieuwe projecten en activiteiten ontwikkelen en vijf gaan (ook) bestaande projecten en activiteiten intensiveren.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij 17 uitvoeringspartners. Zeven weten dit nog niet, vijf verwachten bestaande projecten te intensiveren, zes verwachten nieuwe projecten te ontwikkelen en één verwacht niets te veranderen.
Tevredenheid over inspanning eigen organisaties
De meerderheid van de uitvoeringspartners die hebben aangegeven zich op één of meer doelen binnen de pijler in te zetten, is tevreden over de inspanningen die hun organisatie sinds de ondertekening heeft geleverd (12 van de 16). De overige zijn niet tevreden, maar ook niet ontevreden (4 van de 16).
6.4 Voortgang op resultaat
Omdat niet alle indicatoren zich lenen om elk jaar te monitoren, beschrijven we hieronder de resultaatindicatoren die we dit jaar presenteren in de rapportage.
Volgens de kartrekkers geven de indicatoren niet op alle punten een volledig beeld van de voortgang. Veel acties zijn pas recent gestart en laten zich nog niet goed in cijfers uitdrukken. De beperkte beschikbaarheid van data betekent volgens hen daarom niet dat er (nog) geen voortgang is geboekt.
Op basis van eerdere gesprekken zijn indicatoren opgesteld om de resultaten van de acties binnen de pijler te volgen.
Indicatoren Randvoorwaarden
Sporthulpmiddelen
Aantal gemeenten dat aangesloten is bij het op te richten landelijke loket voor de aanvraag van sporthulpmiddelen.
Aantal aanvragen voor sportprothesen bij zorgverzekeraars en aantal vergoedde sportprothesen door zorgverzekeraars.
Ervaringen van zorgverzekeraars met de richtlijnen over de toewijzing en vergoeding van sportprothesen (bekendheid en naleving).
Ervaringen van sporters en gemeenten met het landelijke loket voor de aanvraag van sporthulpmiddelen.
Ervaringen van topsporters met het verkrijgen van sporthulpmiddelen.
Sportvervoer
Integratie van de landelijke sportvervoervoorzieningen vanuit Special Heroes in Valys is voltooid (ja/nee).
Ervaringen van gebruikers van sportvervoer vanuit Valys.
Mate waarin gebruikers ervaren inzicht te hebben in lokale vervoersvoorzieningen.
Behoefte en ervaren kwaliteiten van vervoerondersteuning onder topsporters.
Sportaccommodaties
Aantal sportaccommodaties waarvan duidelijk is of deze toegankelijk zijn voor mensen met verschillende soorten beperkingen.
Mate waarin beheerders/gemeenten bekend zijn met landelijke regelgeving over de toegankelijkheid van sportaccommodaties, en deze volgen.
Financiële ondersteuning
Mate van bekendheid met en tevredenheid over bestaande landelijke en regionale regelingen en vergoedingen door gebruikers.
Mate waarin professionals en intermediairs inzicht hebben in bestaande landelijke en regionale regelingen en vergoedingen.
Voortgang op indicatoren
Hieronder beschrijven we per indicator de voortgang.
Doel 1: Sporthulpmiddelen
Indicator: Aangesloten gemeenten bij landelijke loket
Fonds Gehandicaptensport monitort de data van deze indicator. Inmiddels hebben ruim veertig gemeenten hun deelname aan de pilot van het Uniek Sporten Centraal loket toegezegd (peildatum 1 augustus 2026).
Indicator: Aanvragen en vergoede sportprothesen door zorgverzekeraars
Tijdens de kartrekkersbijeenkomst begin juli 2026 kwam naar voren dat het moeilijk is om te monitoren hoeveel aanvragen voor sportprothesen zorgverzekeraars aanvragen. Er werd benoemd dat zorgverzekeraars geen zogenoemde GPH-code (Generieke Productcode Hulpmiddelen) hebben voor de verstrekking van sportprothesen.
Het ministerie van VWS is momenteel met een aantal partners bezig om te kijken hoe zij dit wel inzichtelijk kunnen krijgen. Het ministerie heeft wel data van aanvragen van sportprothesen vanuit Fonds Gehandicaptensport, maar niet door zorgverzekeraars. Ze stelden daarom voor dat in de toekomst wellicht kan worden gemonitord op hoeveel aanvragen van sportprothesen er binnenkomen bij het Fonds Gehandicaptensport. Dit zijn volgens het ministerie van VWS de aanvragen die bij de zorgverzekeraar zijn afgewezen.
Indicator: Ervaringen zorgverzekeraars richtlijnen sportprothesen
Tijdens de kartrekkersbijeenkomst begin juli 2026 werd duidelijk dat er nog geen communicatieplan is voor zorgverzekeraars. Hierdoor kunnen de kartrekkers deze ervaringen momenteel nog niet monitoren. De kartrekkers gaven later aan dat zij voor nu geen indicator willen meenemen die uitgevraagd moet worden bij zorgverzekeraars. Wel gaan zij kijken naar wat de eventuele mogelijkheden hierin zijn en wat zij hier richting 2030 mee gaan doen.
Indicator: Ervaringen sporters en gemeenten met landelijk loket
Het Fonds Gehandicaptensport monitort in de pilot de ervaringen van sporters en gemeenten met het landelijke loket, maar heeft daar nog geen aparte/structurele meting voor gedaan. Ze focussen in deze fase vooral op het laten aansluiten van zoveel mogelijk gemeenten.
Daarna versturen ze de vragenlijsten over motivatie en borging en het aanvullend Wmo-modelbeleid. Vervolgens volgt de ervaring met het landelijke loket. Deze kan het Fonds Gehandicaptensport pas meten op het moment dat er ook daadwerkelijk een aanvraag wordt gedaan.
Indicator: Ervaringen topsporters met verkrijgen sporthulpmiddelen
Deze indicator wordt momenteel nog niet structureel gemonitord. Wel kunnen sportbonden bij NOCNSF een aanvraag doen voor aanvullende financiering voor topsporthulpmiddelen. In 2025 heeft NOCNSF een eenmalige uitvraag gedaan naar de ervaringen van topsporters met een handicap bij het verkrijgen van sporthulpmiddelen. Er is inzicht in, maar er is geen sprake van monitoring.
Verder loopt, zoals we in de paragraaf hiervoor omschreven, bij NOCNSF een pilot voor topsporters die niet binnen bestaande financieringsmogelijkheden terecht kunnen. Deze pilot hebben het ministerie van VWS en NOCNSF positief geëvalueerd, en die krijgt nu een structureel karakter.
Het ministerie van VWS stelt hiervoor 150.000 euro per jaar beschikbaar. Topsporters kunnen hiermee een vergoeding of tegemoetkoming krijgen voor een sporthulpmiddel of topsport specifieke aanpassing. Volgens de kartrekkers zijn ongeveer 48 topsporters via deze pilot momenteel geholpen.
Doel 2: Sportvervoer
Indicator: Integratie in Valys (ja/nee)
Tijdens de kartrekkersbijeenkomst werd duidelijk dat de integratie vertraging heeft opgelopen. De status van deze indicator wordt opnieuw vastgesteld na afronding van de aanbestedingsprocedures.
Indicator: Ervaringen gebruikers vanuit Valys
De integratie van het sportvervoer vanuit Valys is nog niet gerealiseerd. Daarom kunnen ervaringen met de nieuwe Valys-uitvoering nog niet worden gemeten. De kartrekkers gaven aan dat het Fonds Gehandicaptensport deze indicator monitort.
Het Fonds Gehandicaptensport voert sinds 8 december 2025 (na overname vanuit Stichting Special Heroes Nederland) de landelijke sportvervoersvoorziening uit. Deze regeling is bedoeld voor sporters met een lichamelijke beperking die niet zelfstandig kunnen reizen. Zij ontvangen een kilometerbudget voor taxivervoer naar trainingen en wedstrijden.
Het Fonds Gehandicaptensport geeft aan te werken met de partij Qarin, die de sportvervoersvoorziening uitvoert. Voor deze sportvervoersvoorziening voert het Fonds Gehandicaptensport richting het einde van het jaar 2026 een eerste klanttevredenheidsonderzoek uit.
Indicator: Inzicht gebruiken in lokale vervoersvoorzieningen
Deze indicator wordt nog niet gemonitord. Wel heeft het Kenniscentrum Sport en Bewegen meer inzicht gekregen in het gebruik van lokale vervoersvoorzieningen. Momenteel hebben 238 gemeenten minimaal één geregistreerde vorm van vrijwilligersvervoer/AutoMaatje17. In totaal heeft het Kenniscentrum nu 381 vrijwilligersvervoersregelingen in hun bestand staan.
Verder werd tijdens de kartrekkersbijeenkomst voorgesteld om mogelijk een extra vraag op te nemen in het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek van het Fonds Gehandicaptensport. Zij nemen deze suggestie mee bij de voorbereiding van het klanttevredenheidsonderzoek later dit jaar. Ze gaan kijken of ze een vraag kunnen opnemen over de bekendheid met en het gebruik van lokale vervoersvoorzieningen.
Indicator: Behoefte en ervaren kwaliteit vervoersondersteuning topsporters
NOC*NSF heeft in samenwerking met het ministerie van VWS in 2026 een vragenlijst uitgezet onder paralympische sporters over hun vervoersbehoefte. In totaal hebben 53 topsporters de enquête ingevuld. De respondenten werd onder andere gevraagd hoe tevreden zij zijn over hun huidige vervoerssituatie, op een schaal van 1 tot 10 (zie tabel 6.1).
Score | Frequentie |
|---|---|
1 | 0 |
2 | 1 |
3 | 4 |
4 | 4 |
5 | 6 |
6 | 10 |
7 | 9 |
8 | 11 |
9 | 5 |
10 | 3 |
Bron: Data aangeleverd door katrekker pijler Randvoorwaarden, 2026.
Ook is gevraagd welke verbetermogelijkheden topsporters zien. Respondenten noemen vooral behoefte aan betere en betaalbare vervoersvoorzieningen, meer beschikbaarheid van (aangepaste) auto’s, hogere financiële vergoedingen voor mobiliteit en meer flexibiliteit en betrouwbaarheid van vervoer als verbetermogelijkheden.
NOC*NSF en het ministerie van VWS bespreken samen nog wat zij met deze resultaten gaan doen en wat dit betekent voor eventuele vervolgstappen.
Doel 3: Sportaccommodaties
Indicator: Sportaccommodaties die toegankelijk zijn
Gezien de beginfase van de zelfscan zijn er nog geen gegevens beschikbaar om te rapporteren over hoeveel sportaccommodaties toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.
Indicator: Bekendheid beheerders/gemeenten met landelijke regelgeving
In de monitor van 2024 beschreven we dat gemeenten nog onvoldoende bekend zijn met landelijke kaders (Van Lindert et al., 2024). Zo gaf 46 procent van de gemeenten uitvoering aan de Lokale Inclusieagenda en 40 procent aan het Bouwbesluit. Bovendien was 28 procent niet bekend met het VN-verdrag Handicap en varieerde de bekendheid met toegankelijkheidsrichtlijnen, keurmerken en symbolen van tussen de 26 tot 66 procent (Harnacke & Fitzpatrick, 2023).
NOC*NSF heeft inmiddels laten weten dat de website over de zelfscan voor beheerders van sportaccommodaties klaar is. In de toekomst volgen hier hopelijk ook data uit.
Doel 4: Financiële ondersteuning
Op de twee indicatoren die onder doel 4 vallen, wordt momenteel nog niet gemonitord. Er zijn daarom nog geen data van beschikbaar.
Inzet mensen met ervaringskennis: Randvoorwaarden
Klankbordgroepbijeenkomst
Begin juni organiseerden we met uitvoeringspartners en kartrekkers een bijeenkomst met de klankbordgroep van het Mulier Instituut. Deze bestaat uit mensen met verschillende beperkingen en ervaringskennis. Zij bespraken hoe sporten en bewegen voor mensen met een handicap vanzelfsprekend en duurzamer kan worden. Een uitgebreid verslag staat in bijlage 3.
Financiële toegankelijkheid
Volgens de klankbordgroepleden zijn financiële regelingen versnipperd, ingewikkeld en per gemeente verschillend. Naast contributie vormen ook vervoer, hulpmiddelen, begeleiding en wedstrijden een drempel. Regelingen houden onvoldoende rekening met deze totale kosten en met persoonlijke omstandigheden. Vooral de overgang naar volwassenheid is kwetsbaar, omdat vergoedingen dan kunnen stoppen.
De leden pleiten voor eenvoudige voorwaarden, één herkenbaar loket en landelijke basisafspraken. Ook vinden zij dat sportaanbieders financiële ondersteuning moeten krijgen voor toegankelijk en inclusief aanbod.
Communicatieve en digitale toegankelijkheid
Volgens de leden vraagt communicatieve toegankelijkheid niet alleen om begrijpelijke taal, maar ook om kennis, vaardigheden en een open houding. Zij vinden een persoonlijke intake, praktische scholing voor trainers en vrijwilligers en een vast aanspreekpunt of buddy belangrijk.
Online informatie over toegankelijk sportaanbod is volgens hen vaak onvolledig of verouderd. Vooraf moet duidelijk zijn wat een locatie en aanbieder kunnen bieden, bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, voorzieningen, hulpmiddelen en begeleiding. Een overzicht of keurmerk met gecontroleerde informatie kan daarbij helpen. Ook moeten websites en apps zelf toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Hoofdstuk 7: Internationaal
Auteur: Chris Sparreboom
In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang op de pijler Internationaal. Dat doen we op basis van informatie uit het gesprek met de kartrekkers en uit de vragenlijst die we voorlegden aan uitvoeringspartners die zich hebben gecommitteerd aan deze pijler.
7.1 Hoe monitoren we?
Tot en met 2030 volgen we de voortgang binnen de pijler Internationaal aan de hand van indicatoren op proces- en resultaatniveau. In de voortgangsrapportage van 2025 introduceerden we de conceptindicatoren hiervan. En stelden we vast dat indicatoren op impactniveau minder toepasselijk en haalbaar zijn binnen deze pijler. In 2026 zijn enkele conceptindicatoren van proces- en resultaatniveau aangepast of achterwege gelaten.
Waar komt de data vandaan?
Gesprek en datalevering trekkers
Eind juli 2026 spraken we de kartrekkers (ministerie van VWS, NOC*NSF) van de pijler Internationaal. Dit was een vervolg op de updates die de kartrekker (ministerie van VWS) eerder die maand gaf over de voortgang van de acties binnen de pijler. We bespraken welke acties wel en nog niet zijn gestart, in voorbereiding of afgerond. Ook bespraken we welke indicatoren dit jaar prioriteit krijgen.
Vragenlijst uitvoeringspartners
Dertien organisaties hebben zich in oktober 2024 gecommitteerd aan de pijler 'Internationaal', waarvan er zeven de vragenlijst hebben ingevuld. Hier hoort ook een van de kartrekkers van deze pijler bij (NOC*NSF).
7.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
Eind 2025 publiceerden de kartrekkers van de pijler Internationaal het definitieve uitvoeringsplan. Hierin staan de doelen die bij de pijler horen (zie onderstaand kader) en acties om die doelen te behalen. Dit uitvoeringsplan bevat ook een planning die duidelijk maakt wanneer de acties uitgevoerd moeten zijn om in 2030 de doelen van de pijler te behalen.
Doelen pijler Internationaal
Hoofddoel
Wij streven ernaar om in Nederland een gelijkwaardige sportcultuur te bevorderen, waarin mensen met een handicap op alle niveaus actief kunnen deelnemen en presteren. Door internationale samenwerkingsverbanden te smeden en onze visie, kennis en innovaties te delen, vergroten we de toegankelijkheid van sport en maken we topsportprestaties zichtbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek.
Subdoelen:
Het versterken van een effectief internationaal netwerk ter ondersteuning en bevordering van de sport voor mensen met een handicap.
Het omzetten van internationale inzichten en kennis over sport voor mensen met een handicap naar toepasbare strategieën voor de Nederlandse sportsector.
Kartrekkers: ministerie van VWS en NOC*NSF.
Bron: Rijksoverheid (2025).
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners en kartrekkers
We vroegen de zeven uitvoeringspartners die zich aan de pijler Internationaal hebben gecommitteerd en de vragenlijst hebben ingevuld, voor welke doelen ze zich hebben ingezet, hoe concreet ze deze doelen vinden en met wie ze samenwerken om de doelen te realiseren.
Sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 hebben zes van de zeven uitvoeringspartners zich ingezet voor één of meer doelen:
doel 1: zes uitvoeringspartners;
doel 2: vijf uitvoeringspartners.
Eén uitvoeringspartner heeft zich niet voor een van de twee doelen ingezet.
Vier van de zeven uitvoeringspartners vinden de doelen concreet genoeg geformuleerd om naar te handelen, twee zijn hier neutraal over en één vindt dit enigszins.
De uitvoeringspartners en kartrekkers werken samen met uiteenlopende organisaties om de doelen van de pijler te realiseren. Ze noemen de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB), NOC*NSF, Nederlandse Ski Vereniging (NSkiV), Nederlandse Triatlon Bond (NTB) of Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS). Deze organisaties worden allemaal door steeds één uitvoeringspartner genoemd.
Eén uitvoeringspartner werkt niet samen met andere organisaties om de doelen uit de pijler te realiseren. Eén andere geeft hier liever geen antwoord op.
7.3 Voortgang proces
In juli 2026 haalden we op wat de stand van zaken is van de uitvoering van volgens de planning van het uitvoeringsplan van de pijler Internationaal zoals dat eind 2025 is gepubliceerd. De status van de acties per 1 augustus 2026 staat in onderstaand kader. Tussen haakjes vermelden we de voortgang zoals vermeld in de voortgangsrapportage van 2025.
De acties in het tekstkader zijn in samenspraak met de kartrekkers hier en daar bijgesteld ten opzichte van het eerdere uitvoeringsplan en de voortgangsrapportage van 2025. Bij fase 1.2 is een actie verwijderd (Nagaan van de internationale uitvraag van het Mulier Instituut). Actie 7, 10 en 12 zijn tekstueel iets aangepast (niet inhoudelijk).
De acties uit fase 2 zijn niet meegenomen in het definitieve uitvoeringsplan dat eind 2025 is gepubliceerd. Ze zijn vooralsnog wel een belangrijk onderdeel van de pijler voor de kartrekkers. Daarom nemen we ze dit jaar mee in de monitoring.
Voortgang op de acties van Internationaal
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
Fase 1: Q3 2025 - Q2 2026
Een Engelstalige visie opstellen en deze delen met andere landen Afgerond eind 2025
📄 Opstellen van een conceptversie en ter feedback delen met de andere pijlers (in 2025: in uitvoering).
🗑 Verwerken feedback en opstellen definitieve versie (in 2025: in voorbereiding).
✕ Laten vormgeven door een professionele vormgever (in 2025: nog niet gestart).
✕ Verspreiden van het document naar gelijkgestemde landen (in 2025: nog niet gestart).
✕ Verzenden van het document naar relevante ambassades (in 2025: nog niet gestart).
Het internationale netwerk in kaart brengen van de nationale partners Afgerond begin 2026
🗑 Uitvraag bij alle ondertekenaars naar hun internationale netwerk (in 2025: in voorbereiding).
✕ Netwerk schematisch in kaart brengen (in 2025: nog niet gestart).
1.3 Thema's en onderwerpen in kaart brengen, samen met de andere pijlers, waarop wij als Nederland het relevant vinden om met andere landen samen te werken Afgerond begin 2026
📄 In gesprek gaan met de andere pijlers en relevante stakeholders om belangrijkste thema's en prioriteiten voor internationale samenwerking in kaart te brengen (in 2025: in uitvoering).
🗑 Ten minste tien concrete punten formuleren waarop Nederland wil samenwerken met andere landen binnen de internationale pijler (in 2025: in voorbereiding).
1.4 De beleidsambities van gelijkgestemde landen en gelijkgestemde NPC's in kaart brengen Afgerond Q1 2026
🗑 In kaart brengen van (in ieder geval tien18) gelijkgestemde landen, en koepelorganisaties (in 2025: in voorbereiding).
✕ Het delen van de Engelstalige visie met deze landen, en het organiseren van een overleg om verdere samenwerking te verkennen (in 2025: nog niet gestart).
✕ Actief contact leggen met gelijkgestemde landen en nationale paralympische comités (NPC's) om mogelijke samenwerkingsverbanden te versterken (in 2025: nog niet gestart).
● Fase 2: Geen planning
2.1 Deelnemen aan mondiale fora, congressen en evenementen en deze in kaart brengen, en aansluiting zoeken bij lopende projecten binnen internationale gremia op dit thema
🗑 In kaart brengen welke bijeenkomsten en congressen interessant zijn om naar toe te gaan (in 2025: in uitvoering).
✕ Deelname aan het gezamenlijk project Raad van Europa en EU (in 2025: nog niet gestart).
✕ Deelname aan UNESCO project (in 2025 nog niet gestart) (in 2025: nog niet gestart).
✕ Deelname aan alle internationale bijeenkomsten binnen de Paralympische Familie, een van de internationale netwerken (in 2025: nog niet gestart).
2.2 De bewindspersoon voor sport en Nederlandse ambassades en/of VWS-attachés inzetten om de internationale boodschap en visie verder te verspreiden
✓ Bewindspersoon goed instrueren en inzetten met betrekking tot de internationale boodschap (in 2025: in uitvoering).
✕ De Engelstalige visie delen met ministerie van Buitenlandse Zaken en hen verzoeken deze te delen met relevante ambassades (in 2025: nog niet gestart).
○ 2.3 Internationale samenwerkingsverbanden aangaan en smeden (ook wel een subdoel)
Doorlopend
🗑 Vaststellen welke vorm van samenwerking het meest nuttig is (in 2025: nog niet gestart).
🗑 Peilen bij andere landen of zij willen samenwerken (in 2025: nog niet gestart).
🗑 Samenwerkingen met andere landen starten (in 2025: in voorbereiding).
2.4 Een Peer Learning Activity organiseren
Interesse uiten bij de Europese Commissie (in 2025: nog niet gestart).
Plan van Aanpak opstellen en inleveren (in 2025: nog niet gestart).
Plannen en uitvoeren van een Peer Learning Activity (in 2025: nog niet gestart).
Vervolgactie voor eind 2026 en 2027: herzien uitvoeringsplan (nog niet gestart)
Peildatum 1 augustus 2026
Stand van zaken
We beschrijven hier kort de stand van zaken van het proces van de pijler Internationaal. In paragraaf 7.4 gaan we verder in op de resultaten binnen de pijler.
Nieuwe samenstelling kartrekkers
In 2025 en 2026 waren er veranderingen in de samenstelling van kartrekkers van pijler Internationaal. Twee van de drie vertegenwoordigers van het ministerie van VWS waren in 2025 niet meer aangesloten. Daarnaast werd de vertegenwoordiger van NOCNSF, die begin 2026 niet meer bij NOCNSF werkte, pas in juli 2026 officieel door een nieuwe collega vervangen.
Mede daardoor zijn minder acties gestart en doorgezet binnen de pijler dan gepland. Specifiek geldt dat voor de acties 1.1 tot en met 1.4. Bij de acties 2.1 tot en met 2.4 is inmiddels wel in zekere mate voortgang. Deze acties zijn in voorbereiding of in uitvoering, geven de kartrekkers aan.
Uitvoeringsplan herzien in 2027
De kartrekkers geven aan de inhoud van het huidige uitvoeringsplan in het najaar van 2026 te herzien en de nieuwe versie in 2027 te lanceren. Ze passen de huidige planning en acties aan en herzien de doelen licht. Het nieuwe uitvoeringsplan nemen we mee in de monitoringsrapportage van volgend jaar.
Doelstelling 1: Het versterken van een effectief internationaal netwerk ter ondersteuning en bevordering van de sport voor mensen met een handicap
Acties 1.1 tot en met 1.4 betroffen de eerste fase in de planning van het uitvoeringsplan. We constateren op basis van het gesprek met de kartrekkers en de door hen geleverde informatie dat de voortgang in het proces van de pijler nu vooral in de tweede fase is te zien: actie 2.1 tot en met 2.4. In 2027 willen de kartrekkers de acties 1.1 tot en met 1.4 weer verder oppakken.
Zo was vorig jaar begin 2025 de vraag naar de kartrekkers en uitvoeringspartijen uitgezet naar de internationale organisaties waar zij mee samenwerken, om zo het internationale netwerk in kaart te brengen (actie 1.2). De input hiervan is nog niet (volledig) in kaart gebracht. Dat pakken de kartrekkers dit jaar weer op.
In 2025 was er de ambitie om tot een nauwere samenwerking en betere kennisuitwisseling te komen door een gezamenlijke strategie te ontwikkelen van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), NOC*NSF en het ministerie van VWS rondom het thema Sport en Kansengelijkheid. Dit is redelijk goed gelukt, geven de kartrekkers aan.
Het komende jaar (2027) gaan NOC*NSF, het ministerie van VWS en de KNVB aan de slag met initiatieven die samenhang hebben met de doelen uit pijler Internationaal. Een goed begin daarvan is de voortgang op actie 17 (2.2), waarbij een bewindspersoon verantwoordelijk voor sport voorafgaand aan het WK voetbal op een dienstreis ging naar het WK voetbal in de Verenigde Staten. Het thema van de internationale boodschap die deze bewindspersoon uitdroeg was kansengelijkheid in de sport en sporten voor mensen met een handicap.
De Engelstalige visie (actie 1.1 en deels actie 2.2) was hier geen onderdeel van. De kartrekkers verwachten in het najaar van 2026 verdere acties te doen om deze op te stellen.
Het doel om ten minste 24 mensen uit Nederland te plaatsen op diverse (bestuurs- en commissie)posities in de internationale (top- en/of breedtesport)wereld, dat we met de kartrekkers in de voortgangsrapportage van 2025 vaststelden, geldt niet meer, geven de kartrekkers aan. Ze streven niet meer naar een precies aantal. Wel blijft het belangrijk om mensen uit Nederland op internationale bestuurlijke functies te hebben.
De kartrekker (NOC*NSF) start in 2027 weer met twee programma's voor internationale bestuurders. Eind 2026 wordt daarnaast een bijeenkomst voor internationale bestuurders georganiseerd.
Doelstelling 2: Het omzetten van internationale inzichten en kennis over sport voor mensen met een handicap naar toepasbare strategieën voor de Nederlandse sportsector
De kartrekkers geven aan dat er voortgang is op actie 2.4 rondom het organiseren van een Peer Learning Activity (PLA), een tweedaagse bijeenkomst om actuele ontwikkelingen en beleidsuitdagingen binnen de (internationale)
gehandicaptensport uit te wisselen, en op basis van de gedane inzichten gerelateerd landelijk beleid te verbeteren.
Eind juli inventariseerden zij bij de kartrekkers van de andere pijlers wat voor hen interessante onderwerpen op Europees niveau zijn om kennis over uit te wisselen. Met als doel om op basis van deze input uiterlijk eind augustus 2026 de officiële aanvraag in te dienen voor financiering en de PLA begin 2027 te organiseren.
Beoordeling van de strategie door uitvoeringspartners en kartrekkers
We legden de zeven uitvoeringspartners en kartrekker die zich aan de pijler Internationaal hebben gecommitteerd en de vragenlijst invulden enkele vragen voor over de activiteiten en projecten van hun organisatie.
Veranderingen in projecten en activiteiten
In figuur 7.1 is te zien hoeveel uitvoeringspartners veranderingen in projecten en activiteiten hebben doorgevoerd naar aanleiding van de pijler. Drie van de zeven hebben niks aan projecten en activiteiten veranderd. Twee hebben de inzet op bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd. Daar valt bijvoorbeeld een al bestaand internationaal netwerk onder dat met de acties van de pijler wordt geïntensiveerd.
Nog twee andere uitvoeringspartners hebben nieuwe projecten en activiteiten ontwikkeld. Ze hebben bijvoorbeeld internationale kennis en ervaring opgehaald over de toegankelijkheid en toepasbaarheid van trainen in een fitness-setting.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van veranderingen bij zeven uitvoeringspartners. Drie veranderden geen projecten, twee intensiveerden bestaande projecten en twee ontwikkelden nieuwe projecten.
Verwachte acties in de toekomst
In figuur 7.2 staat hoeveel uitvoeringspartners nog veranderingen in projecten en activiteiten verwachten door te voeren. Drie weten dit nog niet. Twee verwachten geen veranderingen in projecten en activiteiten door te voeren. Eén uitvoeringspartner verwacht een intensivering van de inzet op bestaande projecten
en activiteiten binnen kennisdeling. En één verwacht nieuwe projecten en activiteiten te ontwikkelen binnen de informele zorg.

Uitgebreide beschrijving
Staafdiagram van verwachte veranderingen bij zeven uitvoeringspartners. Drie weten dit nog niet, twee verwachten niets te veranderen, één verwacht bestaande projecten te intensiveren en één verwacht nieuwe projecten te ontwikkelen.
Tevredenheid over inspanning eigen organisaties
Vier van de zes uitvoeringspartners die hebben bijgedragen aan de doelen van de pijler, zijn (zeer) tevreden over de inspanning die hun organisatie sinds het ondertekenmoment daarvoor heeft verricht. Twee zijn niet tevreden, maar ook niet ontevreden over de inspanningen van hun organisatie.
7.4 Voortgang op resultaat
In 2026 zijn, met het vooruitzicht op een aangepast uitvoeringsplan, sommige indicatoren ten opzichte van de voortgangsrapportage van 2025 achterwege gelaten of aangepast.
Indicatoren
Doel 1 Internationaal netwerk en samenwerkingsverbanden
De Engelstalige visie en boodschap zijn opgesteld (ja/nee)
In hoeverre visie en boodschap met landen en relevante ambassades is gedeeld (resultaat: reacties vanuit landen en ambassades).
Inzet bewindspersoon (vanuit de strategie en voor sport/Nederlandse ambassades/VWS-attachés) voor verspreiden visie en boodschap (ja/nee).
Het internationale netwerk van nationale partners is in kaart gebracht (ja/nee) (resultaat: wordt/is met actoren in dat netwerk gestart met samenwerking voor sporten met een handicap (ja/nee).
Deelname aan internationale fora, congressen en evenementen voor diverse pijlers (resultaat: internationale contacten die nieuwe samenwerkingsverbanden (of nieuwe contacten) genereren ten behoeve van (de strategie) sporten met een handicap.
● Doel 2 Van inzichten en kennis naar strategie
Het omzetten van internationale inzichten en kennis over sport voor mensen met een handicap naar toepasbare strategieën voor de Nederlandse sportsector.
Het organiseren van een Peer Learning Activity (ja/nee).
Er is te delen kennis, innovatie en inzichten opgesteld rondom top- en breedtesport (ja/nee).
De kennis, innovatie en inzichten rondom top- en breedtesport van Nederland dat is ontvangen door andere landen. (resultaat: toepasbare strategieën die dankzij deze acties zijn opgesteld.
Voortgang op indicatoren
Binnen deze pijler is de voortgang van de indicatoren lastig te monitoren. Een van de twee kartrekkers (VWS) geeft aan dat het meeste dat dankzij de strategie plaatsvindt, zich moeilijk concreet laat meten. De voortgang van de indicatoren, het resultaat dankzij de acties, kunnen we daarom niet exact vastleggen en aantonen. Wel kunnen we een algemene indruk geven.
De resultaatindicatoren sluiten nauw aan op de acties die binnen het uitvoeringsplan zijn opgesteld. Er is weinig voortgang op de acties, waarmee we ook weinig verandering terugzien in de resultaatindicatoren. In de voortgangsrapportage van 2027 komen we hier uitgebreider op terug.
Hoofdstuk 8: Netwerk
Auteurs: Caroline van Lindert & Angelina Gómez Berns
In dit hoofdstuk beschrijven we de inzet op de pijler Netwerk. We vertellen aan welke acties de betrokken partijen in het afgelopen jaar hebben gewerkt en welke voortgang ze hebben geboekt bij de uitvoering van de pijler. We beschrijven de resultaten van de pijler Netwerk en in hoeverre de pijler een bijdrage levert aan het realiseren van de ambities van de strategie als geheel.
8.1 Hoe monitoren we?
Ook bij pijler Netwerk volgen we de ontwikkelingen in de uitvoering van de acties per doelstelling en welke resultaten dit oplevert. We bespreken dit in paragraaf 8.3 en 8.4. In die paragrafen beschrijven we ook in hoeverre de ambities van de strategie gerealiseerd worden volgens de uitvoeringspartners. Dit draagt bij aan de cyclische reflectie, die onderdeel is van de pijler Netwerk (zie paragraaf 8.2).
Waar komt de data vandaan?
Gesprek en datalevering kartrekker
Begin september 2026 spraken we de kartrekker van de pijler Netwerk om terug te blikken op de uitvoering van het uitvoeringsplan in de afgelopen twaalf maanden. Per actie bespraken we of deze was afgerond, in uitvoering of in voorbereiding was, of nog niet was gestart. Ook bespraken we welke indicatoren geschikt zijn voor de monitoring.
Vragenlijst uitvoeringspartners
Alle 56 uitvoeringspartners die zich in oktober 2024 hebben gecommitteerd aan de strategie, hebben zich toen ook aan de pijler Netwerk gecommitteerd. 39 van hen vulden in de vragenlijst de vragen over pijler Netwerk in (respons van 68%).
8.2 Doelstellingen uitvoeringsplan
In het uitvoeringsplan dat voor de hele strategie in december 2025 is gepubliceerd, staat beschreven dat de pijler Netwerk een bijzondere positie inneemt binnen de strategie. In plaats van een thematische pijler ontwikkelt pijler Netwerk zich als een verbindend kompas dat alle andere pijlers ondersteunt.
De pijler Netwerk werkt toe van losse samenwerkingen naar een samenhangend, gestructureerd geheel aan organisaties onder de gezamenlijke ambitie om sporten voor mensen met een beperking vanzelfsprekend te maken. Onderdelen van de pijler Netwerk zijn een betere infrastructuur van samenwerking bevorderen, voor rolverduidelijking zorgen en gezamenlijke reflectie faciliteren.
De partners hebben dit vertaald naar drie ambities: verbinden, verhelderen en versterken (zie kader). Deze ambities zijn een aanvulling op de doelen waarover we in de vorige voortgangsrapportage schreven (ook in het kader hieronder).
Ambities pijler Netwerk
Verbinden: Netwerk overbrugt domeinen (sport, zorg, onderwijs, werk), niveaus (lokaal – landelijk) en organisaties. Daarmee ondersteunt het de uitvoering in de andere pijlers.
Verhelderen: Via tools zoals de landschapskaart en gespreksplaat geeft deze pijler zicht op wie waar staat, welke rol iemand vervult, en waar samenwerking ontbreekt of overlapt.
Versterken: Door cyclische reflectie, heldere visualisaties en terugkoppeling naar het veld, helpt Netwerk om het ecosysteem van sportparticipatie voor mensen met een beperking slimmer te organiseren.
Doelen pijler Netwerk
Inzicht in het netwerk van organisaties creëren.
Creëer een proces om tot krachtenbundeling te komen.
Maximale aansluiting bij het VN-verdrag handicap.
Kartrekker: ministerie van VWS.
Bron: Rijksoverheid (2025).
Beoordeling van de doelen door uitvoeringspartners
We stelden de uitvoeringspartners in een vragenlijst een aantal vragen over de ambities van de pijler Netwerk. Van de 39 uitvoeringspartners die de vragenlijst hebben ingevuld geven er achttien aan bekend te zijn met deze ambities.
We vroegen uitvoeringspartners ook of ze bekend zijn met het uitvoeringsplan van pijler Netwerk, waar de ambities in genoemd staan. Elf waren ermee bekend, vijftien enigszins en dertien niet. Degenen die (enigszins) bekend waren met het uitvoeringsplan, waren hier redelijk tevreden over.
8.3 Voortgang proces
In deze paragraaf gaan we eerst in op de stand van zaken van de uitvoering van de acties op pijler Netwerk. Daarvoor is het gesprek met de kartrekker de basis. Daarnaast gebruiken we de inzichten uit de vragenlijst voor uitvoeringspartners.
Stand van zaken
In het tekstkader hieronder staat een overzicht van de voortgang op de acties van de pijler Netwerk. Ten opzichte van de voortgangsrapportage in 2025 zijn er twee acties toegevoegd aan de lijst. Bij doel 1 is actie d erbij gekomen, en bij doel 2 actie b. Deze staan in het uitvoeringsplan dat eind 2025 is gepubliceerd.
Voortgang op de acties van Netwerk
✕ = nog niet gestart
🗑 = in voorbereiding
📄 = in uitvoering
✓ = voltooid
1. Inzicht in het netwerk van organisaties creëren (Q3 en Q4 2025 eerste stappen en Q2 2026 vervolgstappen)
✓ a. Er wordt een kennis- en landschapskaart ontwikkeld die laat zien welke organisaties verantwoordelijk zijn voor welke activiteiten en hoe deze worden gefinancierd (in 2025: voltooid).
📄 b. Er wordt voor een platform gekozen door de partijen in het netwerk om dit zichtbaar te maken (geen nieuw platformen creëren) (in 2025: nog niet gestart).
🗑 c. Bepalen hoe we meer kennis en data kunnen delen vanuit de verschillende organisaties (in 2025: nog niet gestart).
✕ d. Bepalen hoe we landelijk, regionaal en lokaal meer aan elkaar kunnen verbinden (toegevoegd) (in 2026: nieuwe actie).
2. Creëer een proces om tot krachtenbundeling te komen (Start Q4 2025, doorlopend)
✓ a. Op basis van de kennis- en landschapskaart bepalen wie welke taak en rol nu heeft (in 2025: in uitvoering).
✓ b. Gesprek voeren met elkaar door middel van een praatplaat over wat betekent deze kaart in relatie tot missie (toegevoegd) (in 2026: nieuwe actie).
📄 c. Interne reflectie en keuzes maken binnen de afzonderlijke organisaties. Voor alle losse partijen te maken (in 2025: in voorbereiding).
📄 d. Een herziene kennis- en landschapskaart maken op basis van de gemaakte keuzes en afspraken tussen de partijen, inclusief de overheid (in 2025: nog niet gestart).
3. Maximale aansluiting bij het VN-verdrag handicap (Start Q1 2025 en loopt tot en met 2030)
📄 a. De focus leggen op een inclusieve samenleving, met aandacht voor mensen en kwaliteit (in 2025: in uitvoering).
✓ b. Strategie opnemen in de Nationale Werkagenda VN-verdrag Handicap. (in 2025: voltooid).
Doelstelling 1. Inzicht in het netwerk van organisaties creëren
Actie 1a, het maken van een kennis- en landschapskaart, was bij de voortgangsrapportage over 2025 voltooid. Het Mulier Instituut maakte deze kaart op basis van een vragenlijst onder de uitvoeringspartners. In deze vragenlijst ging het onder andere over hun rollen, werkzaamheden en samenwerkingsrelaties. De kaart is op 3 november 2025 gepresenteerd tijdens een landelijke werksessie. De
kaart hielp om met elkaar in gesprek te gaan over de verdeling van rollen binnen het netwerk (zie ook actie 2a en 2b).
Aanvullend op deze landschapskaart is gestart met de ontwikkeling van een nieuwe kaart op basis van de klantreis (zie ook hoofdstuk 2, pijler Jeugd en volwassenen). Dat deed het Fonds Gehandicaptensport samen met Hartbeat Ventures en met de input van een aantal organisaties uit het netwerk van de strategie.
De klantreis volgt de stappen van een (potentiële) sporter: van een sport zoeken tot en met daadwerkelijk sporten. Daarin is de kennis uit de landschapskaart verwerkt, waarin de algemene rollen van organisaties in het netwerk zijn beschreven (beslissen, beïnvloeden, uitvoeren en organiseren). De klantreis maakt specifieker zichtbaar welke organisaties in de verschillende fasen een rol hebben of kunnen hebben. En legt bloot op welke stukken nog organisaties of rollen ontbreken. Bijvoorbeeld voor een bepaalde doelgroep of stap in het proces.
Het concept van de klantreis is op 9 juni 2026 gepresenteerd tijdens een landelijke bijeenkomst van de pijler Netwerk in Den Haag. Uitvoeringspartners konden hierop reageren en hierover met elkaar in gesprek gaan (zie ook doel 2).
Actie 1b, de keuze voor een platform, is inmiddels in uitvoering. Er is gekozen voor twee verschillende platforms:
voor professionals: Kennis over Sportondersteuning19 (KOSO);
voor mensen met een beperking en hun betrokkenen: Uniek Sporten.20
Dit wordt opgenomen in de subsidievoorwaarden voor de organisaties die deze platformen ontwikkelen en beheren (Kenniscentrum Sport en Bewegen en Fonds Gehandicaptensport). Op termijn wordt ook de inclusiepagina over het Sportakkoord21 ondergebracht bij KOSO.
Actie 1c, over de kennisdeling, is inmiddels in voorbereiding. Het gaat hier bijvoorbeeld om de vraag hoe partijen ervoor zorgen dat kennis over het onderwijs ook bij andere organisaties terechtkomt.
Actie 1d is nieuw en nog niet gestart. Deze is wel belangrijk. Bij het ontwikkelen van de klantreis kwam naar voren dat er nog niet goed is nagedacht over hoe landelijke partijen, zoals sportbonden, een verbinding aangaan met organisaties en professionals op lokaal niveau. De kartrekker geeft aan dat het dan de vraag is welke partijen op lokaal niveau een rol hebben in de klantreis.
De neiging is te denken aan de buurtsportcoach. Deze heeft een plek in de klantreis (zie ook hoofdstuk 2). Maar uit de Sportdeelname Index (Fonds Gehandicaptensport, 2025) blijkt dat niet de buurtsportcoach, maar zorgprofessionals de eerste informatiebron zijn voor mensen met een beperking die willen gaan sporten.222324
Uitvoeringspartners moeten nog goed nadenken over hoe andere lokale partijen (dan de buurtsportcoach) aangehaakt raken bij de strategie en de klantreis. Dit punt staat nog niet actief op de agenda en er is nog geen plan voor.
Doelstelling 2. Creëer een proces om tot krachtenbundeling te komen
Actie 2a en b zijn klaar. Tijdens de landelijke netwerkbijeenkomst op 3 november 2025 hebben uitvoeringspartners met de door het Mulier Instituut ontwikkelde 'praatplaat' met elkaar het gesprek gevoerd over de rollen en verantwoordelijkheden van organisaties in het netwerk (Van Lindert & Rauws, 2025).
Actie 2c en d zijn inmiddels in uitvoering. Tijdens de netwerkbijeenkomst van 9 juni 2026 hebben organisaties aan de hand van prikkelende stellingen met elkaar gesproken over keuzes maken in welke activiteiten organisaties wel of niet oppakken voor de strategie. Organisaties moeten daarin nu individuele keuzes gaan maken. Als een uitvoeringspartner bijvoorbeeld de verbinding met het onderwijs gaat leggen, wat betekent dit dan voor andere uitvoeringspartners?
Het herzien van de landschapskaart (actie 2d) gebeurt nu aan de hand van de klantreis. Uitvoeringspartners zullen op basis van de klantreis moeten bepalen welke rollen bij hen passen.
Doelstelling 3. Maximale aansluiting bij het VN-verdrag handicap
De kartrekker geeft aan dat de actie focus leggen op inclusie (3a, in uitvoering) iets concreter mag worden ingevuld, zodat over de uitvoering ervan meer concrete resultaten kunnen worden opgehaald. Actie 3b is afgerond. De maatregelen in de werkagenda van het VN-verdrag (Ministerie van VWS, 2025) over sport sluiten aan bij de acties van de strategie.
Publiekscampagne 'Heb je iets nodig?'
Vanuit de strategie zijn partijen aangehaakt bij de publiekscampagne 'Heb je iets nodig?'25. Met deze campagne vroeg de Rijksoverheid aandacht voor tien jaar VN-verdrag handicap in Nederland en het feit dat er nog stappen nodig zijn om te zorgen dat mensen met een beperking onbeperkt mee kunnen doen in de samenleving.
Op de netwerkbijeenkomst van 9 juni 2026 is deze campagne toegelicht aan de uitvoeringspartners, zodat zij hierop, vanuit sport, konden aansluiten. De aftrap van de campagne was op 10 juni. Voor de sportsector was er een speciale campagnetoolkit gemaakt.26

8.4 Voortgang op resultaat
In de voortgangsrapportage van 2025 introduceerden we een aantal voorlopige indicatoren voor de pijler Netwerk waarop de monitoring zich kan richten. Inmiddels hebben we de indicatoren verder aangescherpt in overleg met de kartrekker en sluiten ze deels aan bij vraagstellingen in de vragenlijst voor uitvoeringspartners (zie het tekstkader). Ze hebben betrekking op de drie ambities: verbinden, verhelderen en versterken.
Indicatoren pijler Netwerk
Ambitie 1: Verbinden
Aandeel uitvoeringspartners binnen het netwerk van de strategie dat met elkaar samenwerkt om de ambities van de strategie te realiseren.
Mate waarin pijler Netwerk eraan bijdraagt dat organisaties voor sporten met een beperking op verschillende niveaus met elkaar samenwerken.
Mate waarin pijler Netwerk eraan bijdraagt dat organisaties voor sporten met een beperking in verschillende domeinen met elkaar samenwerken.
Ambitie 2: Verhelderen
Aandeel van de uitvoeringspartners dat tevreden is over de regie op de strategie.
Aandeel uitvoeringspartners voor wie de rollen en taken in het netwerk zijn helder zijn.
Aandeel uitvoeringspartners dat tevreden is over hun positie in het netwerk.
Ambitie 3: Versterken
Aandeel uitvoeringspartners dat actief bijdraagt aan het realiseren van de ambities van de strategie.
Aandeel uitvoeringspartners dat vooruitgang ziet in het realiseren van de ambities van de pijlers/strategie.
In de vragenlijst voor uitvoeringspartners legden we hen vragen en stellingen voor over diverse aspecten die te maken hebben met de strategie, de verschillende pijlers en de pijler Netwerk. Met deze resultaten krijgen we meer inzicht in de voortgang op indicatoren die voor de pijler Netwerk zijn opgesteld. Uitvoeringspartners deelden hierover hun ervaringen via de vragenlijst.
Ambitie 1. Verbinden
Indicator: Aandeel uitvoeringspartners binnen het netwerk van de strategie dat met elkaar samenwerkt om de ambities van de strategie te realiseren
Per pijler vroegen we aan uitvoeringspartners die de vragenlijst invulden hoe tevreden zij zijn over de samenwerking tussen organisaties binnen die pijler. Gemiddeld zijn ongeveer twee op de drie uitvoeringspartners hier niet tevreden, maar ook niet ontevreden over. De meeste anderen zijn (zeer) tevreden over de samenwerking. Een enkeling is ontevreden (niet in figuur).
Respondenten konden hun (on)tevredenheid verder toelichten in een open antwoord. Bij de pijler Jeugd en volwassenen geven ze wisselende antwoorden, passend bij de neutrale mening die een groot deel van de respondenten heeft over dit onderwerp. Zo geeft een respondent bijvoorbeeld aan: 'De bijeenkomsten zelf zorgen wel voor meer verbinding, maar het is beperkt. Ik voel wel de verantwoordelijkheid om minder op een eiland projecten te gaan doen en straks vaker de verbinding te zoeken met partners uit het akkoord, maar vind dat ook nog lastig'.
Een andere respondent zegt over de samenwerking binnen deze pijler: 'We ervaren nog weinig afstemming tussen de organisaties buiten de sessies. Het traject om de klantreis te ontwikkelen was positief.' De open antwoorden laten zien dat de potentie om samen te werken er is, maar het nog beter kan (worden georganiseerd): 'We zetten grote stappen, maar het is ook een complexe pijler met veel partners. Het kan dus nog beter en sneller, maar we zetten wel stappen.'
Ook in andere pijlers lichten enkele respondenten hun (on)tevredenheid toe. Ze geven bijvoorbeeld aan niet te worden betrokken of zelf niet actief betrokken te zijn (Talent), dat het langzaam gaat (Innovatie) en dat er nog weinig bijeenkomsten zijn geweest (Internationaal). Enkele positieve reacties vertellen over het opbouwen van een goed netwerk (Classificatie) en over de nuttige overleggen (Randvoorwaarden).
Indicator: Mate waarin pijler Netwerk eraan bijdraagt dat organisaties voor sporten met een beperking op verschillende niveaus met elkaar samenwerken; Mate waarin pijler Netwerk eraan bijdraagt dat organisaties voor sporten met een beperking in verschillende domeinen met elkaar samenwerken
Een van de ambities van pijler netwerk is een betere samenwerking tussen organisaties binnen en buiten het netwerk van de strategie. Het gaat hier om de overbruggende functie van het netwerk met andere domeinen en naar het lokale niveau.
Hierover legden we uitvoeringspartners twee stellingen voor (zie figuur 8.1). Ze reageerden hier wisselend op. 15 van de 39 waren het eens met de stellingen. Anderen hadden een neutrale mening (11 en 13), waren het er niet mee eens (5 en 6) of wisten hier geen antwoord op te geven (6 en 7). Op alle vlakken is dus nog verbetering mogelijk.
Een groter deel van de uitvoeringspartners (n=23) is het er (helemaal) mee eens dat de samenwerking binnen het netwerk de uitvoering van de strategie vooruithelpt (derde stelling in figuur 8.1). Twee zijn het daar (helemaal) mee oneens. Anderen hebben een neutrale mening (n=9) of weten het niet (n=5).

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met drie stellingen beoordeeld door 39 uitvoeringspartners. Stelling 1: Dankzij de inspanningen binnen de pijler Netwerk werken organisaties in verschillende domeinen (zoals sport, zorg, onderwijs en werk) met elkaar samen om de ambities van de strategie te realiseren. De meesten mee eens, neutraal en ontevreden (elf en elf).
Stelling 2: Dankzij de inspanningen binnen de pijler Netwerk werken organisaties op verschillende niveaus (lokaal, regionaal, landelijk) met elkaar samen om de ambities van de strategie te realiseren. De meesten mee eens en neutraal (vijftien en dertien).
Stelling 3: De samenwerking binnen het netwerk helpt de uitvoering van de strategie vooruit. De meesten mee eens en neutraal (21 en negen).
Ambitie 2. Verhelderen
Met de ambitie Verhelderen streeft de pijler Netwerk na dat de taken, rollen en posities in het netwerk duidelijk zijn voor de betrokken partners. Hierover legden we de uitvoeringspartners een aantal stellingen voor. Ook over de regie op de strategie legden we ze stellingen voor omdat dit het proces van helderheid krijgen bevordert. Daarmee krijgen we inzicht in de indicatoren uit het tekstkader.
Indicator: Aandeel van de uitvoeringspartners dat tevreden is over de regie op de strategie
In figuur 8.2 valt op dat één op de drie uitvoeringspartners tevreden is over de informatie van de strategie in het algemeen (n=13). Het grootste deel is daar niet tevreden, maar ook niet ontevreden over (n=21). Vijf uitvoeringspartners zijn ontevreden.
Over de informatie en betrokkenheid bij de pijlers waar organisaties zich aan hebben gecommitteerd, zijn de meningen het sterkst verdeeld. Vijftien uitvoeringspartners zijn tevreden met de informatie over de pijlers en/of met de mate waarin hun organisatie betrokken wordt bij de pijler. Respectievelijk zeven en negen uitvoeringspartners zijn daar ontevreden over. Anderen hebben een neutrale mening.
Ongeveer de helft van de uitvoeringspartners is tevreden met de eigen regie die de organisatie ervaart binnen de uitvoering van de strategie. Dat geldt ook voor de regie van het ministerie van VWS op de uitvoering van de strategie in het algemeen. Vijf organisaties zijn over dit laatste punt ontevreden.

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met vijf aspecten die 39 uitvoeringspartners op tevredenheid hebben beoordeeld. Aspect 1: de informatie over de strategie in het algemeen. Aspect 2: de informatie over de pijlers waar mijn organisatie zich aan heeft gecommitteerd. Aspect 3: de mate waarin mijn organisatie wordt betrokken bij de pijlers waar we ons aan hebben gecommitteerd. Aspect 4: de mate waarin mijn organisatie eigen regie ervaart in de uitvoering van de strategie. Aspect 5: de regie van het ministerie van VWS op de uitvoering van de strategie in het algemeen.
We vroegen de uitvoeringspartners ook of ze bekend zijn met de kartrekkers van de pijlers waar ze zich aan hebben gecommitteerd. En als ze dat waren, hoe tevreden ze waren met de coördinatie van de pijlers. Bij de meeste pijlers zijn er meerdere uitvoeringspartners die niet weten wie of welke organisatie kartrekker is.
Degenen die daar wel mee bekend zijn, zijn in wisselende mate tevreden over de coördinatie. De categorie 'zeer tevreden' is alleen bij de pijlers Innovatie, Classificatie en Randvoorwaarden ingevuld. Redelijk wat respondenten zijn tevreden met de coördinatie van hun pijler, maar heel wat respondenten vulden ook de categorie 'niet tevreden, niet ontevreden' in.
Ook bij de gevraagde toelichting op de antwoorden bij deze vraag zie je dit wisselende beeld. Respondenten bij pijler Jeugd en volwassenen hebben bijvoorbeeld enerzijds het gevoel dat de pijler concreter wordt omdat het proces is gevorderd, maar anderzijds dat de gevraagde of uitgevoerde acties nog wel concreter mogen. Respondenten lijken de nieuwe kartrekkers nog wel de tijd hiervoor te gunnen.
In reacties valt ook te lezen dat respondenten onder andere behoefte hebben aan meer verbinding, een duidelijker tijdspad, meer informatie en communicatie buiten de landelijke sessies om, meer acties en borging vanuit sportbonden en sportclubs, minder praten en meer actie.
Ook bij de andere pijlers lezen we afwisselend kritische en ook wel positieve reacties. Zoals bij Talent: 'Ik hoor er weinig over, ben weinig aangehaakt' tegenover
'Met de wisseling van kartrekker zijn er wat uitdagingen geweest, maar ik denk dat voor de beschikbare capaciteiten die er zijn er hard gewerkt wordt'. Of bij Innovatie: 'Ik denk dat dit het voorbeeld is van hoe je een netwerk moet opzetten en verbinden. Wij kunnen daar nog wat van leren. Enige smetje is dat dit ook al stond voorafgaand aan de strategie, dus of dit echt strategie afhankelijk is ...'
Bij Classificatie: 'Daar waar voorheen geen aanspreekpunt was, is deze er nu wel. En de ontwikkelingen worden netjes gedeeld.' En bij Randvoorwaarden: 'Op onderdelen zeer tevreden'. Bij de pijler Internationaal: 'Onduidelijke koers, geen echte activiteiten. Weinig kennis en relatie deling - geen gemeenschappelijke acties'.
Bij de pijler Netwerk: 'Heeft allemaal te lang geduurd waardoor momentum is weggevaagd' en 'De dialoog wordt langzaam aangescherpt en naar de essentie van de opstelling van het speelveld (ten dienste van doelgroep) gebracht.'
Indicator: Aandeel uitvoeringspartners voor wie de rollen en taken in het netwerk helder zijn; Aandeel uitvoeringspartners dat tevreden is over hun positie in het netwerk
Er is verbetering mogelijk in hoe de pijler Netwerk ervoor zorgt dat rollen en taken binnen het netwerk helder zijn verdeeld (figuur 8.3). Slechts zes organisaties zijn het eens met de stelling daarover. Veertien uitvoeringspartners weten niet goed wat er van hun organisatie wordt verwacht binnen de strategie. Acht hebben een neutrale mening daarover.
Ook is er nog ruimte voor verbetering in de manier waarop organisaties binnen de strategie samen tot afspraken komen over de taak- en rolverdeling. Slechts acht uitvoeringspartners vinden dat dit makkelijk gaat. Dertien zijn het oneens met de stelling.
Over de huidige taak- en rolverdeling zijn ook acht organisaties tevreden. Maar de meesten hebben een neutrale mening (n=19) of weten hier geen antwoord op te geven (n=6).
Over de positie van de eigen organisatie in het netwerk van de strategie is ongeveer de helft van de uitvoeringspartners tevreden. Zes zijn hier ontevreden over. Anderen hebben hier een neutrale mening over (n=12) of weten dit niet (n=3).

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met vijf stellingen. Stelling 1: dankzij de inspanningen binnen de pijler netwerk zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden in het netwerk van de strategie duidelijk verdeeld. Stelling 2: het is duidelijk wat er van mijn organisatie wordt verwacht binnen de strategie. Stelling 3: Het is makkelijk om samen met andere organisaties die zich hebben gecommitteerd aan de strategie tot afspraken te komen over de taak- en rolverdeling. Stelling 4: mijn organisatie is tevreden met de huidige taak- en rolverdeling tussen organisaties die zich hebben gecommitteerd aan de strategie. Stelling 5: mijn organisatie is tevreden met haar positie in het netwerk van de strategie.
Ook binnen de pijler waarvoor de organisatie heeft getekend, blijkt niet altijd duidelijk te zijn wat er van de organisatie wordt verwacht. Gemiddeld over alle pijlers geeft de meerderheid (n=22) aan dat de verwachtingen wel enigszins duidelijk zijn (niet in figuur). Voor zeven van de 39 uitvoeringspartners zijn de verwachtingen niet duidelijk en voor negen zijn ze dat wel. Vooral bij de pijlers Randvoorwaarden en Innovatie lijkt het voor uitvoeringspartners het duidelijkst te zijn wat er van ze wordt verwacht (niet in figuur).
Uit de open antwoorden op de stellingen over taak- en rolverdeling maken we op dat uitvoeringspartners de vragen hierover lastig vinden. Is samenwerking het gevolg van de strategie of deden organisaties dat al? Zo geeft een respondent aan dat het netwerk van de gehandicaptensport het gevolg is van een organische ontwikkeling en geen ingericht systeem als gevolg van de strategie.
Een ander geeft aan graag met iedereen samen te werken, maar ook vast te zitten aan eigen projecten, en dat de haalbaarheid van intensieve samenwerking lastig is zonder extra budget. Deze respondent voelt wel een grote verantwoordelijkheid om het zo goed mogelijk te doen.
Een volgende respondent vertelt dat de organisatie blijft werken aan de eigen doelstellingen zolang er vanuit de strategie geen actie wordt verwacht vanuit de
gezamenlijke doelstellingen. Als de mogelijkheden er zijn om samen te werken, dan gebeurt dat, maar dat is niet het gevolg van de pijlers of algemene ambitie.
Ambitie 3. Versterken
Met de ambitie Versterken streeft de pijler Netwerk na dat het netwerk een bijdrage levert aan de ambitie van de strategie om sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend te maken. We vroegen uitvoeringspartners in welke mate ze vinden dat ze actief bijdragen aan de ambities van de strategie en in welke mate ze al vooruitgang zien in het realiseren van de ambities van de strategie.
Indicator: Aandeel uitvoeringspartners dat actief bijdraagt aan het realiseren van de ambities van de strategie
Over de bijdrage van de eigen organisatie aan de strategie zijn respondenten meer tevreden dan over de bijdrage van andere organisaties (figuur 8.4). In beide gevallen is er ruimte voor verbetering.

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met twee stellingen. Stelling 1: de bijdrage van mijn organisatie aan de ambitie om sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend te maken in 2030. 28 van de 39 uitvoeringspartners zijn (zeer) tevreden. Stelling 2: de bijdrage van andere organisaties aan de ambitie om sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend te maken in 2030. 21 van de 39 uitvoeringspartners zijn (zeer) tevreden.
Helderheid over behalen doelen
We vroegen de uitvoeringspartners ook in hoeverre het duidelijk is hoe de doelstellingen van de strategie behaald moeten worden. Voor een minderheid (negen organisaties) is dat duidelijk. Voor veertien organisaties is het (helemaal) niet duidelijk en zestien organisaties hebben hier een neutrale mening over of weten het niet (niet in figuur).
Indicator: Aandeel uitvoeringspartners dat vooruitgang ziet in het realiseren van de ambities van de pijlers/strategie
Voor deze indicator kunnen we putten uit verschillende vragen aan uitvoeringspartners.
Bijdrage pijler Netwerk aan strategie
Een groot deel van de uitvoeringspartners heeft een neutrale mening of weet niet in hoeverre dankzij de inspanningen binnen de pijler Netwerk de uitvoering van de andere pijlers van de strategie beter verloopt (figuur 8.5). Ongeveer de helft is het er (helemaal) mee eens dat de pijler Netwerk onmisbaar is voor de uitvoering van de strategie als geheel.

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met twee stellingen. Stelling 1: dankzij de inspanningen binnen de pijler Netwerk verloopt de uitvoering van de andere pijlers van de strategie beter. Stelling 2: de pijler Netwerk is onmisbaar voor de uitvoering van de strategie als geheel.
In de open antwoorden bij de stellingen over de bijdrage van pijler Netwerk aan de strategie geven enkele respondenten aan nog onvoldoende zicht te hebben op wat de bijdrage van de pijler Netwerk is voor de strategie. Dit sluit aan bij het feit dat bij de eerste stelling in figuur 8.5 tien uitvoeringspartners 'weet ik niet' antwoorden en zeventien een neutrale mening hebben.
Zo zegt een respondent: 'Ik heb op de meeste vragen een neutraal antwoord gegeven, omdat ik de indruk heb dat we nog niet ver genoeg in het proces zijn om al effecten te kunnen zien van deze pijler.' En een ander verwoordt het als volgt: 'Ik kan denk ik over een half jaar positiever antwoorden. Andere domeinen is bijvoorbeeld nog niet aan de orde.'
Zo vindt de een dat er nog te weinig concreets is gebeurd om effecten te kunnen zien, en een ander dat het proces nog te rommelig verloopt.
Waar de een zegt dat het netwerk een gegeven is en geen aparte pijler nodig heeft, zegt de ander juist dat de pijler Netwerk essentieel is, maar dat er meer concrete bijeenkomsten en een duidelijker structuur nodig zijn. Enkele respondenten geven ook aan dat het netwerk nog niet compleet is. Ze missen organisaties, zoals uit de zorg en het onderwijs, sportbonden en een rol voor buurtsportcoaches en de uitvoerende verenigingen.
Resultaat van pijlers en strategie
We vroegen alle uitvoeringspartners met een rapportcijfer aan te geven in hoeverre zij sinds het ondertekenmoment in 2024 in het algemeen al resultaat zien van de acties op de verschillende pijlers. Als ze hier geen zicht op hadden, konden ze een 0 invullen. Dat antwoord telden we dan niet mee in de analyse.
Uitvoeringspartners geven bij de meeste pijlers een gemiddeld cijfer van net onder of net boven de 6 (tabel 8.1). De pijler Innovatie krijgt het hoogste cijfer, een 6,4. De pijler Internationaal krijgt gemiddeld het laagste cijfer, een 4.
Pijler | Rapportcijfer |
|---|---|
Pijler Jeugd en Volwassenen (n=28) | 5,8 |
Pijler Inclusief talent naar de top (n=16) | 5,8 |
Pijler Innovatie (n=17) | 6,4 |
Pijler Classificatie (n=15) | 6,2 |
Pijler Randvoorwaarden (n=23) | 6,0 |
Pijler Internationaal (n=14) | 4,0 |
Pijler Netwerk (n=32) | 5,7 |
Bron: Vragenlijst uitvoeringspartners en kartrekkers strategie, 2026.
Belemmeringen bij de uitvoering van acties
Om de doelstellingen uit de uitvoeringsplannen te halen, zijn concrete acties van organisaties nodig. 22 van de 39 uitvoeringspartners die de vragenlijst invulden, ervaren belemmeringen bij de uitvoering van deze acties. Tien ervaren deze niet en zeven weten het niet. Partners noemen de volgende belemmeringen:
te weinig uren beschikbaar voor inzet van personeel (n=14);
te weinig geld beschikbaar voor activiteiten en projecten (n=11);
onduidelijkheid over welke organisatie waarvoor verantwoordelijk is (n=8);
onduidelijkheid over welke acties onze organisatie moet uitvoeren (n=7);
mijn organisatie wordt onvoldoende betrokken bij de uitvoering van de strategie (n=5);
samenwerking met andere organisaties verloopt niet goed (n=2);
de strategie heeft onvoldoende urgentie binnen onze organisatie (n=1).
○ Voortgang strategie
Tot slot legden we uitvoeringspartners drie stellingen voor over de voortgang van de strategie. Ook hier zijn de meningen nog wisselend, en misschien afwachtend.
Ongeveer één op de vier uitvoeringspartners (n=10) verwacht dat, dankzij de inzet van alle betrokken organisaties, sporten voor mensen met een handicap in 2030 vanzelfsprekend is (figuur 8.6). Iets meer uitvoeringspartners (n=12) verwachten van niet. Anderen hebben een neutrale mening.
Een op de drie uitvoeringspartners (n=13) ziet sinds het ondertekenmoment in 2024 duidelijke vooruitgang in het vanzelfsprekend maken van sporten voor mensen met een handicap. Acht zien dat niet. Anderen hebben hier een neutrale mening over (n=17).
Weinig uitvoeringspartners vinden dat je, op dit moment, als persoon met een handicap makkelijk kunt sporten in Nederland (n=7). Twee keer zoveel vinden van niet (n=14). Anderen zijn hier neutraal over (n=17).
Op al deze punten is ruimte voor verbetering. De antwoorden sluiten aan bij de eerdere bevindingen.

Uitgebreide beschrijving
Gestapelde staafdiagram met drie stellingen. Stelling 1: dankzij de inzet van alle betrokken organisaties verwacht ik dat sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend is in 2030. Stelling 2: sinds het ondertekenmoment in oktober 2024 zie ik duidelijke voortgang in het vanzelfsprekend maken van sporten voor mensen met een handicap. Stelling 3: als persoon met een handicap kun je in Nederland makkelijk sporten.
Hoofdstuk 9: Impact- en langetermijnindicatoren
Auteurs: Angelina Gómez Berns, Maaike Heerschop & Caroline van Lindert
De stip op de horizon van de strategie is dat in 2030 sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend is: op elk niveau, in elke levensfase en in elke gemeente in Nederland. In dit hoofdstuk bespreken we wat mensen met een handicap (zouden kunnen) merken van de uitvoering van de strategie. Via de langetermijnindicatoren voor de breedtesport en topsport kijken we of er veranderingen zijn in de tijd.
9.1 Impact: wat merken mensen?
In 2026 en 2024 deden we vragenlijstonderzoeken onder mensen met een motorische, verstandelijke, visuele of gehoorbeperking (Gómez Berns & Van Lindert, 2025; Hoogendijk et al., 2025; Gómez Berns et al., 2026). In die onderzoeken haalden we op hoe deze mensen sporten en bewegen. We schreven over hun ervaringen en de belemmeringen die ze tegenkomen.
In 2026 hebben we ook interviews gehouden met mensen met een motorische of visuele beperking (Sparreboom et al., 2026; Hollander & Rauws, 2026). Deze gesprekken gingen voornamelijk over de toegankelijkheid van zaalsportaccommodaties en zwembaden.
Op basis van deze onderzoeken hebben we een aantal voorlopige impactindicatoren opgesteld (zie tekstkader) waarover we in deze voortgangsrapportage kunnen vertellen (in cijfers en verhalen).
Impactindicatoren (voorlopig)
Aandeel mensen met een beperking dat vindt dat sporten met een handicap vanzelfsprekend is in Nederland.
Mate waarin mensen met een beperking belemmeringen ervaren bij het (gaan) sporten naar verschillende vormen van toegankelijkheid.
Cijfer dat mensen met een beperking geven aan hun sportplezier.
Indicator: sporten vanzelfsprekend in Nederland
Om te peilen in hoeverre sport vanzelfsprekend is voor mensen met een beperking, legden we de deelnemers aan ons vragenlijstonderzoek een stelling voor: 'Als je als persoon met een handicap wil sporten, kun je dat in Nederland makkelijk doen'.
Ongeveer één derde van de mensen met een motorische, visuele of gehoorbeperking en van de familieleden van mensen met een verstandelijke beperking in ons onderzoek is het eens met de stelling.
Indicator: belemmeringen bij het (gaan) sporten naar vormen van toegankelijkheid
In de voortgangsrapportage van 2024 bespraken we wat mensen met en zonder beperking verstaan onder vanzelfsprekend sporten (Van Lindert et al., 2024; zie ook Sparreboom et al., 2025). We lichtten toe dat sporten vanzelfsprekend is als aan vijf verschillende vormen van toegankelijkheid wordt voldaan. Dat zijn (van meest naar minst genoemd):
sociale toegankelijkheid;
praktische toegankelijkheid;
informatietoegankelijkheid;
fysieke toegankelijkheid; en
financiële toegankelijkheid.
Uit de onderzoeken onder mensen met een beperking blijkt dat er op alle vormen van toegankelijkheid nog winst te behalen valt. We bespreken per vorm van toegankelijkheid de belemmeringen die mensen met een beperking vaak noemen.
Sociale toegankelijkheid
De strategie kan er nog voor zorgen dat sportaanbieders, sportprofessionals en medesporters zich bewuster zijn van wat het betekent om een beperking te hebben.
Mensen met een visuele of gehoorbeperking worden bijvoorbeeld niet altijd betrokken bij gesprekken of de 'derde helft'. Ook de manier waarop gecommuniceerd wordt (bijv. instructies) kan beter. Mensen met een gehoorbeperking hebben vooral beeldende communicatie nodig (gebaren), terwijl mensen met een visuele beperking verbale instructies nodig hebben.
Ook een beheerder of medewerker die met iemand meedenkt, helpt de sociale toegankelijkheid van de sport te vergroten. Bijvoorbeeld iemand die de weg wijst, een lift snel repareert of ervoor zorgt dat de weg vrij is voor een rolstoelgebruiker.
Praktische toegankelijkheid
Praktische toegankelijkheid gaat over zaken die je nodig hebt om te kunnen sporten. Vervoer is een van de grootste belemmeringen uit de omgeving om te sporten. Doordat er weinig sportaanbod in de buurt is, moeten mensen met een motorische, verstandelijke of visuele beperking verder reizen om te sporten. Daarbij komen ze verschillende problemen tegen.
Mensen met een motorische beperking reizen het liefst niet met het openbaar vervoer. Het kost te veel moeite om in een rolstoel te reizen. En sommigen moeten hun sportrolstoel meenemen. Ze reizen liever met de auto. Belangrijk is dan wel dat er voldoende (vrije) gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bij de sportaccommodatie. Ook tijdens wedstrijd- of toernooidagen, waarop een groter aantal rolstoelgebruikers de accommodatie bezoekt.
Mensen met een verstandelijke of visuele beperking zijn vaak afhankelijk van een naaste die ze brengt. Of ze kunnen sporten, hangt dus af van de bereidheid en tijd van een ander. Mensen met een visuele beperking kiezen daarom eerder voor het openbaar vervoer. Ze ervaren wel dat dit veel tijd en geld kost, wat voor mensen met een smalle beurs een drempel kan zijn om te gaan sporten.
Andere belemmeringen die te maken hebben met de praktische toegankelijkheid, zijn sporthulpmiddelen en het gebruik van sportmaterialen. Mensen met een visuele beperking hebben bijvoorbeeld felle contrasten nodig (bijv. een felgekleurde bal of shuttle). En bij fitnesscentra kunnen ze vaak apparaten niet zelfstandig gebruiken. Bijvoorbeeld omdat deze niet goed afgesteld staan of omdat ze een touchscreen hebben. Dit laatste is steeds vaker het geval.
Informatietoegankelijkheid
Een terugkerende belemmering is dat mensen niet weten welke sporten ze kunnen doen. Vaak ontbreekt nog informatie op websites. Bijvoorbeeld over hoe toegankelijk de sport en de accommodatie is. Mensen met een beperking willen bijvoorbeeld van tevoren weten of ze:
makkelijk op de locatie kunnen komen;
het gebouw makkelijk kunnen betreden;
in het gebouw de weg kunnen vinden (of dat iemand ze daarbij helpt);
een geleidehond mee kunnen nemen en daar ook een rustplek voor is;
ondanks hun beperking mee kunnen doen aan het aanbod.
Fysieke toegankelijkheid
Tijdens de interviews met mensen met een motorische of visuele beperking bespraken we hoe toegankelijk zaalsportaccommodaties zijn. Daaruit bleek dat eigenaren van deze accommodaties nog veel stappen kunnen zetten.
Zaalsporters met een motorische of visuele beperking ervaren bijvoorbeeld dat ze niet altijd de tribune of kantine kunnen betreden. Dat een lift langdurig kapot is. Dat er geen rustplek is voor de geleidehond. Dat deuren te zwaar zijn of deuropeningen niet breed genoeg zijn. En dat gehandicaptentoiletten worden gebruikt als opslagruimten.
Zwemmers met een visuele beperking ervaren dat geleidelijnen en oriëntatiepunten in het gebouw of in het zwembad zelf ontbreken, toegangspoortjes ontoegankelijk zijn en kluisjes met displays of cijfercodes moeilijk te gebruiken zijn.
Ook is er vaak te veel achtergrondgeluid of is de akoestiek in de zaal niet goed, waardoor mensen met een visuele beperking instructies niet goed meekrijgen of geluidssignalen in het water missen (Sparreboom et al., 2026; Hollander & Rauws, 2026). Dit laatste ervaren ook mensen met een gehoorbeperking als een belemmering, blijkt uit vragenlijstonderzoek (Gómez Berns et al., 2026).
Financiële toegankelijkheid
Mensen met een beperking moeten in het algemeen meer moeite doen om te kunnen sporten dan mensen zonder beperking. En in veel gevallen brengt dat ook extra kosten met zich mee. Ze moeten bijvoorbeeld verder reizen en zijn veel geld kwijt aan openbaar vervoer. Sommigen hebben ook een sportmaatje nodig. Bijvoorbeeld mensen met een visuele of verstandelijke beperking. Die moet vaak betalen om mee te kunnen doen. En die kosten komen regelmatig ook bij de sporter met een beperking terecht.
Financiële toegankelijkheid gaat dus niet alleen om de contributie bij de sportaanbieder en het sportmateriaal. Het gaat ook om de kosten die te maken hebben met de randvoorwaarden om te kunnen sporten.
Indicator: cijfer dat mensen met een beperking geven aan hun sportplezier
Sport is van grote meerwaarde voor mensen met een beperking. Degenen die sporten, beoordelen hun plezier daarin gemiddeld met een 8 of hoger (op een schaal van 1 tot 10). Het levert ze niet alleen gezondheidsvoordelen op, maar ook meer plezier, sociale contacten, afleiding en zelfvertrouwen.
Maar ervoor zorgen dat ze kunnen sporten, kost ze veel energie. Er komt veel bij kijken om de genoemde belemmeringen te overwinnen of daarmee om te gaan. Mensen die (nog) niet sporten, haken waarschijnlijk daardoor af in het zoekproces. De energie die ze moeten steken in het overwinnen van belemmeringen, weegt zwaarder dan de (potentiële) meerwaarde van sport.
9.2 Indicatoren breedtesport voor mensen met een beperking
Voor de monitoring van de voortgang in de breedtesport voor mensen met een handicap volgen we vier langetermijnindicatoren (zie kader). De strategie zou eraan bij moeten dragen dat deze cijfers in de loop van de jaren veranderen.
Langetermijnindicatoren breedtesport voor mensen met een handicap
Percentage mensen met een beperking dat minstens één keer per week sport.
Percentage mensen met een beperking dat lid is van een sportvereniging.
Percentage mensen met een beperking dat een abonnement bij een ondernemende sportaanbieder (bijv. fitnesscentrum of zwembad) heeft.
Meest beoefende sporten onder wekelijkse sporters met een beperking.
Bronnen waarmee we de langetermijnindicatoren volgen in de tijd
De strategie richt zich op mensen met een verstandelijke, visuele, motorische of gehoorbeperking. Van de laatste drie groepen houden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) jaarlijks bij hoeveel mensen er zijn in Nederland (CBS, 2026).27 Ze berekenen ook hoeveel mensen met een lichamelijke beperking (motorische, visuele en/of gehoorbeperking) wekelijks sporten (RIVM, 2026a), lid zijn van een sportvereniging (RIVM, 2026b) en een abonnement hebben bij een commerciële sportaanbieder (RIVM, 2026b). En welke sporten deze mensen het meest beoefenen (RIVM, nog te publiceren).
Deze kerncijfers volgen we al vanaf 2010 en zijn te vinden op de website www.sportenbewegeincijfers.nl.28 We gebruiken ze in deze monitor als langetermijnindicatoren voor de breedtesport. Hier presenteren we de laatste cijfers. Die gaan over 2025 en over mensen van 12 jaar en ouder. Tot slot beschrijven we kort de cijfers over volwassenen (18 jaar en ouder).
We presenteren cijfers over de volgende bevolkingsgroepen:
de algemene Nederlandse bevolking;
mensen zonder lichamelijke beperking; en
mensen met een lichamelijke beperking.
Binnen de groep mensen met een lichamelijke beperking, onderscheiden we drie typen beperkingen:
een gehoorbeperking;
een motorische beperking; en
een visuele beperking.
Mensen kunnen meerdere van deze typen beperkingen hebben. Ze kunnen daarnaast nog andere beperkingen of aandoeningen hebben die hun sportdeelname beïnvloeden. Bijvoorbeeld een chronische ziekte. De cijfers die we presenteren over mensen met een bepaald type beperking (bijv. een motorische beperking), gaan dus niet over mensen met alléén dat type beperking. Velen hebben nog een andere beperking of aandoening.
Over sommige groepen ontbreekt (nieuwe) monitoringsdata
De strategie richt zich op jeugd en volwassenen met een verstandelijke, motorische, visuele of gehoorbeperking. Over de sportdeelname van een deel van deze groepen mensen worden geen (jaarlijkse) cijfers opgehaald.
● Kinderen en jongeren met een beperking
De cijfers die het CBS en RIVM over mensen met een lichamelijke beperking verzamelen, gaan over mensen van 12 jaar en ouder. Op basis van hun onderzoek kunnen we geen uitspraken doen over de sportdeelname van jongeren (12-17 jaar). Die zijn onvoldoende vertegenwoordigd. Kinderen tot 12 jaar met een beperking komen helemaal niet in het onderzoek voor.
Tussen 2021 en 2025 verkenden we hoe we de sportdeelname van kinderen en jongeren met een beperking wél kunnen meten en volgen in de tijd. We voerden een pilotonderzoek uit en deden aanbevelingen om duurzame monitoring op te zetten. Hier is (nog) geen vervolg aan gegeven.
● Mensen met een verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking ontbreken vaak in vragenlijstonderzoek. Zo ook in het onderzoek van het CBS en RIVM. In 2025 deden we daarom onderzoek onder familieleden van mensen met een verstandelijke beperking. Dat deden we via het Panel Samen Leven van het Nivel. We hebben dit jaar geen nieuwe data over mensen met een verstandelijke beperking.
Lees hier de resultaten van het onderzoek over mensen met een verstandelijke beperking.
Indicator: wekelijkse sportdeelname
In 2025 sportte 58 procent van de algemene Nederlandse bevolking vanaf 12 jaar wekelijks (figuur 9.1). Dit cijfer neemt ieder jaar een beetje toe. In 2024 was het 56 procent, in 2023 55 procent en in 2022 52 procent (RIVM, 2026a).
Het percentage mensen dat wekelijks sport, is bij mensen zonder lichamelijke beperking twee keer zo hoog als bij mensen met één of meer lichamelijke beperkingen (62% vs. 29%). Binnen deze laatste groep sporten degenen met een motorische beperking het minst vaak wekelijks (22%). Mensen met een visuele beperking sporten het vaakst wekelijks (36%; RIVM, 2026a).
De percentages schommelen per jaar (figuur 9.1). Met name die van mensen met een motorische, visuele of gehoorbeperking. Dat komt doordat het aantal respondenten per jaar laag is. Verschillen tussen jaren zijn daarom niet significant.
We vergelijken daarom niet de jaren onderling, maar kijken naar de trend over een langere periode. Voor mensen met een visuele of een gehoorbeperking zien we een licht stijgende trend sinds 2014. Voor mensen met een motorische beperking lijkt de trend redelijk stabiel over de tijd, met een uitschieter in 2024.

Uitgebreide beschrijving
Lijndiagram over de wekelijkse sportdeelname van mensen met een lichamelijke, motorische, visuele en gehoorbeperking. Met de percentages op de y-as (0-100) en de jaartallen op de x-as (2014 - 2025). De lijndiagram laat met zes lijnen de progressie tussen 2014 en 2025 zien, waarvan vier voor de eerder genoemde vier groepen. De overige twee weergeven de algemene Nederlandse bevolking en de groep zonder een lichamelijke beperking.
Indicator: lidmaatschap sportvereniging en ondernemende sportaanbieder
Tussen 2016 en 2025 is het percentage mensen in Nederland (12 jaar en ouder) dat bij een sportclub sport iets toegenomen (van 39% naar 44%, niet in figuur; RIVM, 2026b). Met een sportclub bedoelen we een sportvereniging of een ondernemende sportaanbieder, zoals een fitnesscentrum of zwembad.
Mensen zonder lichamelijke beperking sporten in 2025 tweeënhalf keer zo vaak bij een sportclub als mensen met een lichamelijke beperking (48% vs. 19%, niet in figuur). In 2016 sporten iets minder mensen bij een sportclub, maar was het verschil tussen mensen met en zonder lichamelijke beperking net zo groot (42% vs. 17%). Vooral weinig mensen met een motorische beperking sporten bij een sportclub (13%). Mensen met een visuele of gehoorbeperking doen dit iets vaker (respectievelijk 24% en 21%; RIVM, 2026b).
Lidmaatschap bij een sportvereniging
In figuur 9.2 staat hoeveel procent van de mensen in Nederland van 12 jaar en ouder tussen 2016 en 2025 lid was van een sportvereniging. Deze cijfers zijn in deze tien jaar nauwelijks veranderd.
Iets meer dan één op de vijf mensen in Nederland (22%) is lid van een sportvereniging. Mensen zonder lichamelijke beperking zijn dat drie keer zo vaak als mensen met een lichamelijke beperking (24% vs. 9%). Mensen met een motorische beperking zijn het minst vaak lid (5%) (RIVM, 2026b).

Uitgebreide beschrijving
Lijndiagram over de sportverenigingslidmaatschap van mensen met een lichamelijke beperking die 12 jaar en ouder zijn. Percentages op de y-as (0-100) en jaartallen (2016 - 2025) op de x-as. De lijndiagram laat met zes lijnen de progressie tussen 2016 en 2025 zien, waarvan vier voor groepen lichamelijke, visuele, motorische en gehoorbeperking. De overige twee weergeven de algemene Nederlandse bevolking en de groep zonder een lichamelijke beperking.
Abonnement bij commerciële sportaanbieder
In figuur 9.3 staat hoeveel procent van de mensen van 12 jaar en ouder in Nederland een abonnement heeft om te sporten bij een commerciële sportaanbieder, zoals een fitnesscentrum of zwembad. Ruim één op de vier mensen Nederland (27%) heeft zo'n abonnement (RIVM, 2026b).
Mensen zonder lichamelijke beperking hebben ruim twee keer zo vaak een abonnement als mensen met een lichamelijke beperking (29% vs. 12%). Dit is een groot verschil, maar kleiner dan het verschil in lidmaatschap bij een sportvereniging (figuur 9.2). Binnen de groep mensen met een lichamelijke beperking hebben degenen met een motorische beperking het minst vaak een abonnement bij een commerciële sportaanbieder (9%). Mensen met een visuele beperking hebben het vaakst een abonnement (15%; RIVM, 2026b).

Uitgebreide beschrijving
Lijndiagram over de abonnementen bij commerciële sportaanbieders van mensen met een lichamelijke, motorische, visuele en gehoorbeperking. Met de percentages op de y-as (0-100) en de jaartallen op de x-as (2014 - 2025). De lijndiagram laat met zes lijnen de progressie tussen 2016 en 2025 zien, waarvan vier voor de eerder genoemde vier groepen. De overige twee weergeven de algemene Nederlandse bevolking en de groep zonder een lichamelijke beperking.
Indicator: Meest beoefende takken van sport
Dat de verschillen kleiner zijn bij het percentage abonnementen dan bij het percentage lidmaatschappen, zien we ook terug in de soorten sporten die mensen met een lichamelijke beperking het vaakst beoefenen (tabel 9.1). In 2025 deden ze het vaakst aan fitness, hardlopen en zwemmen (47%, 13% en 13%; RIVM, nog te publiceren). Dat zijn sporten die mensen veelal bij een commerciële sportaanbieder beoefenen.
Mensen met een lichamelijke beperking die wekelijks sporten, deden even vaak aan (individuele) fitness als mensen zonder lichamelijke beperking die wekelijks sporten (47% vs. 48%). Zwemmen deden zelfs relatief meer sporters met een lichamelijke beperking dan sporters zonder lichamelijke beperking (13% vs. 8%).
Verdiepende onderzoeken die we deden onder mensen met een beperking (zie paragraaf 9.1), bevestigen dit beeld. Fitness en zwemmen zijn, naast wandelen en
fietsen, de sport- en beweegactiviteiten die ze het vaakst doen. Dat geldt voor mensen met een verstandelijke beperking, een motorische beperking, een visuele beperking en een gehoorbeperking (Gómez Berns & Van Lindert, 2025; Hoogendijk et al., 2025; Gómez Berns et al., 2026).
Lichamelijke beperking* (n=311) | Geen lichamelijke beperking (n=4.621) | |
|---|---|---|
Fitness of conditietraining | 47 | 48 |
Hardlopen | 13 | 20 |
Zwemmen | 13 | 8 |
Wandelen | 13 | 9 |
Fietsen | 9 | 6 |
Gymnastiek | 8 | 3 |
Yoga | 7 | 6 |
Vecht- en verdedigingssporten | 4 | 4 |
Voetbal | 4 | 10 |
Dansen | 3 | 4 |
Pilates | 3 | 3 |
Tennis | 3 | 6 |
Bron: RIVM, sportdeelnamecijfers 2025 (nog te publiceren).
* Deze groep mensen heeft een motorische, visuele of gehoorbeperking, of een combinatie van deze beperkingen.
Cijfers over volwassenen (18 jaar en ouder)
De voorgaande cijfers gaan over de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder. We presenteerden die cijfers omdat de strategie zich ook op kinderen richt. Over kinderen specifiek kunnen we op basis van de cijfers van het RIVM geen uitspraken doen. Daar is het aantal respondenten te laag voor. Maar over volwassenen (18-plussers) kunnen we dat wel.
We sommen in het kader hieronder de cijfers van 2025 op (RIVM, 2026a, 2026b). Omdat het dezelfde respondenten zijn (excl. de 12-17-jarigen), wijken de cijfers nauwelijks af van de cijfers over mensen van 12 jaar en ouder.
Bevolking van 18 jaar en ouder
Wekelijkse sportdeelname in 2025
Algemene Nederlandse bevolking: 56%;
mensen zonder lichamelijke beperking: 61%;
mensen met een lichamelijke beperking: 28%;
motorische beperking: 22%;
gehoorbeperking: 29%;
visuele beperking: 36%.
Lidmaatschap bij sportvereniging in 2025
Algemene Nederlandse bevolking: 20%;
mensen zonder lichamelijke beperking: 22%;
mensen met een lichamelijke beperking: 8%;
motorische beperking: 5%;
gehoorbeperking: 11%;
visuele beperking: 11%.
Abonnement bij commerciële sportaanbieder in 2025
Algemene Nederlandse bevolking: 27%;
mensen zonder lichamelijke beperking: 30%;
mensen met een lichamelijke beperking: 12%;
motorische beperking: 9%;
gehoorbeperking: 11%;
visuele beperking: 14%.
9.3 Indicatoren topsport voor mensen met een beperking
Hoe de langetermijnindicatoren voor het volgen van ontwikkelingen in de topsport tot stand zijn gekomen, bespraken we in onze vorige rapportage van deze monitor. Zo schreven NOC*NSF, VSG en het ministerie van VWS (2025) hun gezamenlijke 'Plan van aanpak. Doorontwikkeling paralympische topsport'. In dit plan van aanpak staat een overkoepelende ambitie voor de topsport voor mensen met een handicap:
'We streven er naar dat topsport voor mensen met een handicap in 2030 vanzelfsprekend is zodat die nog meer kan bijdragen aan de waarde die topsport voor de maatschappij heeft. De inspirerende kracht van paralympische topsport wordt niet alleen voor mensen met een handicap, maar voor iedereen vanzelfsprekend. Vanzelfsprekendheid zit niet alleen in inspireren. We zullen door strategische keuzes de paralympische sport voor gebruiker en toeschouwer interessanter maken. Dat doen we door sterke deelnemersvelden en uitlegbare prestaties. We vergroten het bereik en zichtbaarheid van paralympische topsportprestaties zodat die door meer mensen worden gezien en gewaardeerd.'
Ambitie - 'Plan van aanpak. Doorontwikkeling paralympische topsport'.
Voortgang volgen op twee plekken
De voortgang op de doorontwikkeling van de paralympische sport monitoren we op twee plekken. Dit gaat deels via deze voortgangsrapportage. Vier pijlers gaan in meer of mindere mate over topsport: talentvolle sporters, classificatie, innovatie,
randvoorwaarden en internationaal. De andere plek is de monitor Topsport in Nederland (TiN). Het Mulier Instituut voert deze monitor jaarlijks uit.
De indicatoren in de TiN-monitor gaan in principe over de algehele Nederlandse topsport, en daar is de para-topsport29 logischerwijs onderdeel van. In de TiN-rapportage van 2025 (Balk et al., 2025) rapporteren we over data die we hebben opgehaald onder talenten, topsporters, coaches en bonden. Enkele thema’s die daarin centraal staan, zijn het welzijn van (talentvolle) sporters, de duale carrière, een veilig sportklimaat en de inzet van topsport voor maatschappelijke doeleinden.
In deze monitor hebben we ook paralympische topsporters en talenten opgenomen. Op een aantal onderdelen kent de TiN ook specifieke indicatoren voor de para-topsport, zoals de paralympische medaillespiegel en het aantal gecombineerde topsportevenementen van de paralympische en de valide topsport.
Verbreding indicatoren para topsport
We laten hier zien welke langermijnindicatoren voor de para-topsport we de komende jaren volgen. Het ministerie van VWS en het Mulier Instituut hebben samen afgestemd welke indicatoren een plek moesten krijgen in deze monitor. De indicatoren zijn zo gekozen dat we ze grotendeels via de TiN kunnen meten (zie tekstkader).
Langetermijnindicatoren topsport van mensen met een beperking
Paralympische medaillespiegel (RIVM).
De mate waarin para-topsport maatschappelijk wordt gewaardeerd en als volwaardig onderdeel van de topsport wordt gezien (NSO).
Het aantal topsportevenementen waar topsporters met een handicap aan kunnen deelnemen (TiN/CIT).
Het cijfer dat topsporters met een handicap geven aan hun topsportomgeving (vergeleken met het cijfer dat topsporters zonder handicap geven) (TiN).
Het cijfer dat topsporters met een handicap geven aan hun fysieke en mentale gezondheid (vergeleken met het cijfer dat topsporters zonder handicap geven) (TiN).
Het aandeel topsporters met een handicap dat positief is over hun financiële situatie (vergeleken met het aandeel topsporters zonder handicap) (TiN).
Het cijfer dat topsporters met een handicap geven aan hun trainings- en wedstrijdaccommodatie (vergeleken met het cijfer dat topsporters zonder handicap geven) (TiN).
De kwaliteit van trainers en coaches volgens topsporters met een handicap (vergeleken met de mening van topsporters zonder een handicap) (TiN).
De mate waarin de coaches en begeleiders van topsporters met een handicap over voldoende kennis van handicaps beschikken om hen goed te begeleiden TiN).
De tevredenheid van topsporters met een handicap met de beschikbare sporthulpmiddelen, de kwaliteit van deze sporthulpmiddelen en de expertise over deze sporthulpmiddelen (TiN).
De mate waarin topsporters met een handicap het gevoel hebben gelijkwaardig te worden behandeld binnen hun sportprogramma (TiN).
De voortgang op de indicatoren wordt via verschillende bronnen opgehaald (RIVM, Nationaal Sportonderzoek en TiN); sommige ieder jaar, andere in even jaren of in oneven jaren. De dataverzameling van de TiN ronden we elk jaar in het najaar af.
Omdat het grootste deel van de indicatoren dit jaar is vastgesteld, is er op deze indicatoren nog geen (nieuwe) data om te presenteren. In de vorige rapportage rapporteerden we de TiN-data die we dat jaar verzamelden. Hieronder presenteren we de data die wel beschikbaar zijn.
Indicator: Paralympische medaillespiegel
Tijdens de Paralympische Winterspelen in Milaan 2026 haalde Nederland drie gouden medailles, drie zilveren en één bronzen. Daarmee eindigde de Nederlandse paralympische ploeg als negende in het medailleklassement (NOS, 2026). Dit is de hoogste klassering ooit voor Nederland op de Winterspelen.
Indicator: Waardering para-topsport en zien als volwaardig onderdeel van topsport
In het Nationaal Sportonderzoek, peiling april 2026 (Mulier Instituut, 2026), vroegen we 1.500 Nederlanders (met en zonder beperking) hoe zij denken over aspecten die te maken hebben met de topsport door mensen met een handicap.
Topsport had betrekking op de Paralympische Zomer- of Winterspelen of op nationale, Europese of wereldkampioenschappen voor topsporters met een handicap.
Drie kwart van de bevolking van 18-79 jaar is het (helemaal) eens met de stelling dat topsport door mensen met een handicap bijdraagt aan de maatschappelijke acceptatie en inclusie van mensen met een handicap in ons land (figuur 9.4). Ook drie kwart ziet paralympische sporters en andere topsporters met een handicap als echte topsporters. Bij deze stelling is een hoger percentage respondenten het er zelfs helemaal mee eens (37% vs. 29%).
De helft van de Nederlanders vindt het (helemaal) niet terecht dat paralympische sporters in de media minder aandacht krijgen dan olympische sporters. Een kwart vindt dat wel terecht en een kwart heeft hierover een neutrale mening.
Ongeveer de helft van Nederlanders vindt wedstrijden waar topsporters met een handicap aan deelnemen interessant om naar te kijken. Een kleine minderheid is het hier (helemaal) niet mee eens.
Respondenten die zelf een handicap of beperking hebben, zijn het over het algemeen vaker helemaal eens met de stellingen dan mensen die zelf geen handicap hebben en ook geen familieleden met een beperking.

Uitgebreide beschrijving
Gestapeld staafdiagram met vier stellingen, beoordeeld door 1506 inwoners van Nederland en weergegeven in percentages. Stelling 1: topsport door mensen met een handicap draagt bij aan de maatschappelijke acceptaties en inclusie van mensen met een handicap in ons land. Stelling 2: Paralympische sporters en andere topsporters met een handicap zie ik als echte topsporters. Stelling 3: Ik vind het terecht dat paralympische sporters in de media minder aandacht krijgen dan olympische sporters. Stelling 4: wedstrijden waar topsporters met een handicap aan deelnemen zijn interessant om naar te kijken.
Hoofdstuk 10: Conclusie en aanbevelingen
Dit is de vierde voortgangsrapportage over de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'. In dit hoofdstuk bespreken we hoe het er in 2026 voor staat met de strategie, wat partners al hebben gedaan en bereikt en welke aandachtspunten er zijn voor het vervolg.
Het doel van de voortgangsrapportages is inzicht geven in de mate waarin en de wijze waarop de ambitie en de geformuleerde doelstellingen voor de strategie worden omgezet in concrete maatregelen en acties. En de mate waarin betrokkenen hierop resultaat zien of ervaren in de periode tot en met 2030.
Betrokkenen zijn mensen met een beperking of handicap zelf, mensen in hun sociale omgeving en de organisaties die als uitvoeringspartner of als intermediaire actor betrokken zijn bij de uitvoering van de verschillende acties in de praktijk.
In de doorlopende monitor, tot en met 2030, verzamelen we data om antwoord te geven op de volgende vragen en niveaus van monitoren (zie ook figuur 10.1):
Voortgang op proces (hoe-vraag): welke maatregelen, acties en handelingen zijn beoogd om de strategie te realiseren, wie zijn hierbij betrokken en hoe verloopt de uitvoering van deze acties en handelingen?
Voortgang op resultaat (wat-vraag): wat zijn de resultaten en veranderingen als gevolg van de acties en handelingen van betrokkenen?
Voortgang op impact en lange termijn (waarom-vraag): wat merken mensen met een beperking of handicap in hun dagelijks (sport)leven van de (uitvoering van de) strategie en welke veranderingen zien we in de tijd?
Uiteindelijk doel is zicht te krijgen in de voortgang op de strategie in het geheel. Deze onderzoeksvragen en hoofddoelstelling vormen de kapstok voor de conclusies over de voortgang op de strategie.

Uitgebreide beschrijving
Tabel met de voortgang per pijler. Acties vallen in vier fases: nog niet gestart; in voorbereiding; in uitvoering; en voltooid. Pijler Jeugd en Volwassenen heeft in totaal 17 acties, waarvan vijf in voorbereiding; elf in uitvoering; en één voltooid. Pijler Inclusief naar de top heeft vier acties, twee in voorbereiding; en twee in uitvoering. Pijler Classificatie heeft vier acties, allen in uitvoering. Pijler Innovatie heeft vier acties, allen in uitvoering. Pijler Randvoorwaarden heeft 15 acties, waarvan vijf nog niet gestart; één in voorbereiding; vier in uitvoering; en vijf voltooid. Pijler Internationaal heeft 24 acties, waarvan dertien nog niet gestart; zeven in voorbereiding; drie in uitvoering; en één voltooid. Pijler Netwerk heeft tien acties, waarvan één nog niet gestart; één in voorbereiding; vier in uitvoering; en vier voltooid.
10.1 Voortgang op proces
Strategie in de uitvoeringsfase
In de voortgangsrapportage over 2025 schreven we dat de uitvoeringsplannen voor alle pijlers en de strategie als geheel in dat jaar gereed waren gekomen. Hierin zijn per pijler de ambities vertaald naar concrete doelen en acties, compleet met een planning in de tijd. De fase van plannen maken was daarmee officieel afgerond en de fase van uitvoering gestart. Daarmee staat 2026 volledig in het teken van uitvoering van de geplande acties.
In tabel 10.1 sommen we het totale aantal acties per pijler op en geven we aan in welke uitvoeringsfase ze zich bevinden. In paragraaf 10.2 bespreken we welke resultaten deze acties opleveren.
Pijler | Nog niet gestart | In voorbereiding | In uitvoering | Voltooid | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
Jeugd en volwassenen | - | 5 | 11 | 1 | 17 |
Inclusief talent naar de top | - | 2 | 2 | - | 4 |
Classificatie | - | - | 4 | - | 4 |
Innovatie | - | - | 4 | - | 4 |
Randvoorwaarden | 5 | 1 | 4 | 5 | 15 |
Internationaal | 13 | 7 | 3 | 1 | 24 |
Netwerk | 1 | 1 | 4 | 4 | 10 |
Totaal | 19 | 16 | 32 | 11 | 78 |
Bron: Gesprekken met kartrekkers voor deze monitor (zie hoofdstukken 2 t/m 8).
Grootte van de pijlers en uitvoering van de acties verschilt
De intensiteit waarmee de uitvoering van de acties op gang komt, verschilt per pijler. Bij alle pijlers is er in meer of mindere mate vooruitgang in de uitvoering van acties. De fase waarin de acties zich bevinden, schuift op van 'nog niet gestart' naar 'in voorbereiding', van 'in voorbereiding' naar 'in uitvoering', en van 'in uitvoering' naar 'voltooid'. De uitvoeringsplannen verschillen per pijler in het aantal en soort doelen, in concrete acties, en in hoe deze in de tijd zijn gepland.
Jeugd en volwassenen: veel gestart, borging volgende stap
De pijler Jeugd en volwassenen gaat over de hele 'breedtesport' voor mensen met een beperking. Deze pijler kent dan ook veel acties (17). Ze gaan over drie forse doelstellingen:
de toeleiding en ondersteuning van ouders/verzorgers;
passend sportaanbod; en
het bevorderen van de kwaliteit van trainers, coaches en kader.
De klantreis, die bijna af is, vormt de rode draad door deze doelen en de pijler als geheel.
De uitvoering van deze pijler kwam wat later op gang. Dat had onder andere te maken met een nieuwe samenstelling van kartrekkers en met de afstemming tussen veel verschillende uitvoeringspartners. Inmiddels is er meer structuur. Hoewel er nog veel in ontwikkeling is binnen deze pijler, zijn inmiddels elf van de zeventien acties in uitvoering. Eén is al voltooid: een overzicht creëren van opleidingen voor begeleiding van gehandicaptensport.
Komende jaren is het belangrijk dit tempo vast te houden, verantwoordelijkheden te verduidelijken en de uitvoering en financiering structureel in te bedden. Anders
bestaat het risico dat veel goede plannen en projecten wel worden gestart, maar niet duurzaam worden geïmplementeerd.
Talent, Classificatie en Innovatie: afgebakend en vlot
De topsport-gerelateerde pijlers Talent, Classificatie en Innovatie bevatten in totaal (12) minder acties dan de pijler Jeugd en Volwassenen (17). Daar staat tegenover dat de acties breder zijn geformuleerd, en minder als één losse taak. Bij de pijlers Innovatie en Classificatie zijn alle acties al in uitvoering gebracht:
Binnen de pijler Classificatie is een succesvolle pilot afgerond die aanleiding biedt om de nationale classificatiestrategie te gaan formuleren. Daarnaast worden classificatieaanvragen nu gebundeld op één plek.
Binnen de pijler Innovatie zijn er nu meer bonden met een Support Agenda en is er een structurele samenwerking tussen PSS-NL en hun partners.
De uitvoering en realisatie verloopt op deze pijlers soepel, omdat ze belegd zijn bij één kartrekker en omdat de kartrekker vanuit de organisatie en strategie een duidelijke opdracht heeft. Daarnaast zijn er, in ieder geval bij Talent en Classificatie, minder uitvoeringspartners betrokken bij deze pijlers, waardoor de afstemming minder complex is.
Bij de pijler Talent is de kartrekker afgelopen jaar gewisseld. Daardoor is de uitvoering van de strategie en de monitoring ervan nog niet volledig gestart. Daar zien we vooral dat de Paralympische Talentdagen zijn uitgebreid naar twee keer per jaar en dat de talentstages positief worden ontvangen door de talenten.
Randvoorwaarden: gestaag, maar complex
De pijler Randvoorwaarden ondersteunt in bredere zin de ambitie om sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend te maken, voor de breedte- én topsport. De pijler kent vijftien acties verdeeld over vier grote doelen:
vervoer;
inzicht in de toegankelijkheid van sportaccommodaties;
sporthulpmiddelen; en
financiële toegankelijkheid.
Communicatieve en digitale toegankelijkheid worden hier als vijfde en zesde doel aan toegevoegd. De kartrekkers hebben inmiddels met de ondertekenaars van de pijler doelen en acties geformuleerd. Deze uitvoeringsplannen zijn inmiddels gereed.
De opgaven binnen deze pijler zijn complexer in de realisatie, omdat er of veel uitvoeringspartners bij betrokken zijn of omdat ze gaan over een beleidswijziging of systeemverandering die niet van de een op de andere dag is gerealiseerd. De stabiliteit in aansturing door kartrekkers zorgt voor duidelijkheid in de onderlinge afstemming over de acties binnen de pijler.
Inmiddels zijn vijf van de vijftien acties al voltooid. Bijvoorbeeld onderzoeken naar de gemiddelde prijzen van sporthulpmiddelen en naar de toegang tot
sporthulpmiddelen in de topsport, en een inventarisatie van lokale vervoersvoorzieningen.
Vier acties zijn in uitvoering, zoals de oprichting van een landelijk loket voor sporthulpmiddelen, de integratie van de sportvervoersvoorziening in Valys en inzicht creëren in bestaande regelingen en vergoedingen.
Internationaal: breed, maar moet nog op stoom komen
De pijler Internationaal heeft veel 'kleine' acties (24) die ook nog eens over een korte periode zijn gepland (tot en met 2026). Ze vallen onder twee brede subdoelen. Die gaan over de inzet van internationale samenwerking en over inzichten en kennis voor de ambitie om in Nederland een gelijkwaardige sportcultuur te bevorderen waarin mensen met een handicap op alle niveaus actief kunnen deelnemen en presteren. Het is de bedoeling dat de andere pijlers Internationaal voeden met thema's.
Deze pijler loopt met het kleine aantal uitvoeringspartners wat achter in de uitvoering. Drie acties zijn in uitvoering en één is voltooid: de bewindspersoon goed instrueren en inzetten voor de internationale boodschap. De andere twintig acties zijn niet gestart of nog in voorbereiding.
Dit komt mede doordat de kartrekkers zijn gewisseld. En doordat er onduidelijkheid is over de richting van het uitvoeringsplan. Daarnaast is de afstemming met de andere pijlers binnen de strategie complex.
Netwerk: ondersteunend en omvat alle partners
Netwerk is een ondersteunende pijler die als basis onder alle andere pijlers ligt. De pijler heeft als doel de 56 uitvoeringspartners die zich aan de strategie hebben gecommitteerd, bij elkaar te brengen en het gesprek tussen hen te stimuleren.
Deze pijler bevat in tegenstelling tot de andere pijlers geen inhoudelijke, maar veel meer een procesmatige aanpak. De regie door één kartrekker (ministerie van VWS) maakt de aansturing en afstemming helder. Tegelijkertijd maakt de hoeveelheid uitvoeringspartners dit complex.
De pijler kent tien acties, die gaan over het verbinden, verhelderen en versterken van het netwerk. Vier daarvan zijn inmiddels voltooid. Deze hebben te maken met de landschapskaart van organisaties in het netwerk van de strategie en met het opnemen van de strategie in de Nationale Werkagenda VN-verdrag Handicap.
Uitvoeringsplannen zijn niet statisch
Hoewel de uitvoeringsplannen eind 2025 als definitief product zijn gepubliceerd, blijken ze niet in beton gegoten. Bij de pijlers Jeugd en volwassenen en Internationaal hebben kartrekkers de behoefte om de uitvoeringsplannen onder de loep te nemen en op onderdelen te herzien. Ze hebben in de gesprekken over de pijlers aangekondigd hun uitvoeringsplannen aan te passen of er een vervolg op te geven wanneer een deel van de planning eind 2026 afloopt.
Uitvoeringsplannen herzien past bij het principe 'lerend beleid'. Het is een goede gewoonte om steeds opnieuw stil te staan bij vragen als 'doen we nog de juiste dingen?' en 'doen we de dingen op de juiste manier?'. Deze monitor, gesprekken met kartrekkers en input van uitvoeringspartners kunnen daar een aanleiding toe geven.
De fase van uitvoering is pas sinds eind 2025 gestart en er is nog relatief weinig ervaring opgedaan in de uitvoering. Daarom lijkt de wens om (delen van) het uitvoeringsplan te veranderen eerder voort te komen uit het feit dat het opstellen van de uitvoeringsplannen zelf met moeilijkheden gepaard ging (zie voortgangsrapportage 2025).
De plannen waren daardoor wellicht nog minder goed uitgewerkt of konden op onvoldoende draagvlak rekenen van uitvoeringspartners. De behoefte aan aanpassing zien we minder bij de andere vijf pijlers van de strategie, die een wat stabielere basis kennen.
10.2 Voortgang op resultaat
Bij voortgang op resultaten kijken we naar de doorwerking van de uitvoering van de acties. Zien we als gevolg hiervan al resultaten?
Resultaten lastig in cijfers meetbaar te maken
Het blijkt lastig om de voortgang op resultaatniveau zichtbaar te maken in concreet meetbare indicatoren. Dit komt deels doordat de voortgang binnen pijlers zich soms lastig meetbaar laat maken in cijfers. Veel van de acties hebben als resultaatindicator dat een actie is afgerond, een product is opgeleverd of iets in kaart is gebracht.
Het ontbreekt in deze voortgangsrapportage (nog) aan concrete cijfers over hoe de uitvoering van de acties heeft geleid tot waarneembare veranderingen in kennis, houding, gedrag, acties of handelingen van intermediaire actoren, zoals buurtsportcoaches, sportverenigingen, sportbonden of andere betrokkenen. De indicatoren zijn niet altijd op dit niveau geformuleerd of er zijn nog geen databronnen beschikbaar om dit soort waarneembare veranderingen te kunnen laten zien.
Dat wil niet zeggen dat er geen resultaten zijn geboekt. Het uitvoeren van acties zorgt bij een pijler soms voor een meetbaar resultaat, zoals het aantal sporters dat deelnam aan de Paralympische Talentdag van NOC*NSF. Vaak zorgen de acties voor een rimpeling in een proces van systeemverandering, zoals dat financiële regelingen voor sporten in kaart zijn gebracht. Of voor een product, zoals de Zelfscan toegankelijkheid.
De belangrijkste resultaten die het afgelopen jaar zijn geboekt per pijler, staan in tabel 10.2.
Pijler | Resultaat |
|---|---|
Jeugd en volwassenen |
|
Talent |
|
Classificatie |
|
Innovatie |
|
Randvoorwaarden |
|
Internationaal |
|
Netwerk |
|
Bron: Gesprekken met kartrekkers voor deze monitor (zie hoofdstukken 2 t/m 8 per pijler).
Netwerk wel gevormd, maar nog geen stevige fundering
De strategie is er onder andere via de pijler Netwerk op gericht dat organisaties binnen en buiten het netwerk van de strategie meer met elkaar samenwerken en onderling afstemmen wie welke rol heeft of taak oppakt. Dit is bedoeld om overlap en concurrentie tegen te gaan en te zorgen dat taken niet blijven liggen. En om alle neuzen dezelfde kant op te laten wijzen: via een gezamenlijke inzet sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend maken.
In de voortgangsrapportage van 2025 noemden we dit een goed voorbeeld van samenwerkend besturen en co-creatie. Partijen verbinden, rolverduidelijking en een stevig fundament zijn resultaten van de strategie als geheel waar de pijler Netwerk op stuurt.
Verbinden: partijen bij elkaar gebracht, versnelling in samenwerking
Via landelijke netwerkbijeenkomsten en bijeenkomsten op pijlerniveau zijn de 56 uitvoeringspartners die de strategie ondertekenden daadwerkelijk bij elkaar gebracht in een setting waarin ze 'gedwongen' zijn met elkaar te praten over samenwerking, rollen en taken. Uitvoeringspartners zijn zich ervan bewust dat ze 'over hun eigen schaduw' heen moeten kijken. Maar vanwege hun eigen organisatiebelang en verantwoordelijkheid is dat niet altijd makkelijk.
Een deel van de uitvoeringspartners werkte al samen vanuit het bestaande 'netwerk van de gehandicaptensport' (zie ook Van Lindert & De Jonge, 2022). Via het Sportakkoord I en II is samenwerking bij specifieke opgaven rond mensen met een beperking ook gestimuleerd (Rappange et al., 2025; De Kwaasteniet et al., 2026). Daarom is het de vraag in hoeverre de strategie heeft bijgedragen aan een uitbreiding of intensivering van samenwerkingsrelaties tussen organisaties.
Toch zien we dat de strategie voor uitvoeringspartners een 'duwtje in de rug' is om de samenwerking met elkaar op te zoeken. En dat meer partijen aanhaken binnen het netwerk.
Verhelderen: plek binnen strategie is niet voor iedereen duidelijk
Vooral organisaties die al een grote rol in het netwerk hadden, zoeken de samenwerking op en gaan aan de slag met de uitvoering van acties. Bijvoorbeeld NOC*NSF, het Fonds Gehandicaptensport/Uniek Sporten, Gehandicaptensport Nederland, de Johan Cruyff Foundation, de Esther Vergeer Foundation, de VSG en het POS. Uitvoeringspartners met een 'kleinere' rol in het netwerk hebben meer moeite hun plek in het geheel te zien.
Versterken: fundament verstevigen kent knelpunten
Een aantal factoren werkt belemmerend voor een verdieping in de samenwerking en om rolverantwoordelijkheid te nemen binnen de uitvoering van de pijlers. Dit geldt vooral bij de pijlers Jeugd en volwassenen, Randvoorwaarden, Internationaal en Netwerk. Het gaat om deze factoren:
uitvoeringspartners die onvoldoende het gevoel hebben te worden betrokken bij de strategie en/of de pijlers;
de veelheid aan partijen binnen het netwerk van de strategie waarmee afstemming moet plaatsvinden;
gebrek aan verbinding met partijen buiten het netwerk van de strategie, zoals de intermediaire partners op lokaal niveau (bijv. buurtsportcoaches, gemeenten en zorg-, welzijns- en onderwijsorganisaties);
gebrekkige informatie over de strategie en/of de pijlers vanuit kartrekkers of het ministerie van VWS;
onduidelijke koers en activiteiten bij sommige pijlers;
onduidelijkheid in de coördinatie van pijlers en regie op de strategie als geheel;
gebrekkige kennisdeling en gemeenschappelijke acties binnen pijlers en de strategie;
inzet verwachten zonder extra budget en uren vanuit het rijk;
belangen en projecten van de eigen organisatie tegenover het gezamenlijke belang van de strategie.
Door deze knelpunten vinden sommige uitvoeringspartners het lastig om een proactieve rol te nemen. Ze weten niet welke rol of taak ze binnen de strategie kunnen, moeten of mogen oppakken.
Veel uitvoeringspartners hebben hun projecten en activiteiten daarom (nog) niet aangepast naar aanleiding van de strategie. Ze doen hetzelfde als voorheen. Een deel van de uitvoeringspartners heeft bestaande projecten en activiteiten geïntensiveerd, en een kleiner deel heeft nieuwe projecten of activiteiten ontwikkeld sinds het ondertekenmoment van de strategie in 2024.
Dat wil niet zeggen dat uitvoeringspartners onwelwillend zijn. Ze zijn zich bewust van de strategie en houden daar rekening mee. Ze wachten nog op heldere regie, goede informatie en een uitnodiging om een rol of taak op te pakken binnen een duidelijke context. Het netwerk is er dus, maar de stevige fundering moet nog gevormd worden. Het is belangrijk hiervoor te zorgen, zodat uitvoeringspartners aangehaakt blijven bij de uitvoering van de strategie.
10.3 Voortgang op impact- en langetermijnindicatoren
De resultaten van de uitvoering van de strategie moeten uiteindelijk doorwerken in merkbare veranderingen in impact- en langetermijnindicatoren.
Voortgang op impact
De stip op de horizon is dat sporten voor mensen met een handicap in 2030 vanzelfsprekend is op elk niveau, in elke levensfase en in elke gemeente in Nederland. In deze monitor willen we weten wat mensen zelf merken van de strategie. Is of wordt sporten met een handicap (al) vanzelfsprekend(er)?
In Nederland kun je met een beperking nog niet makkelijk sporten
In 2025 en 2026 deden we in het kader van de monitor vragenlijstonderzoek onder mensen met een motorische, verstandelijke, auditieve en/of visuele beperking (Gómez & Van Lindert, 2025; Hoogendijk et al., 2025; Gómez Berns et al., 2026). Deze onderzoeken laten zien:
Slechts een derde van de mensen met een motorische, visuele of gehoorbeperking of familieleden van mensen met een verstandelijk beperking is van mening dat je in Nederland makkelijk kut sporten als je een beperking hebt.
Mensen met een beperking merken nog weinig van de strategie.
De belemmeringen die mensen ervaren, hebben te make n met verschillende vormen van toegankelijkheid (sociale, praktische, fysieke, informatatie, finanzielle). Op alle vormen van toegankelijkheid is nog winst te behalen. Dit biedt handelingsperspectief voor kartrekkers en uitvoeringspartners. Zij hunnen hierop actie ondernemen.
Sport is van große meerwaarde voor mensen met een beperking. Sporters met een beperking beoordelen hun plezier daarin gemiddeld met een 8 of hoger.
Uitvoeringspartners vinden impact strategie lastig in te schatten
In de vragenlijst onder uitvoeringspartners (respons: 39 van de 56) vroegen we ze met rapportcijfers aan te geven in hoeverre ze sinds het ondertekenmoment in 2024 in het algemeen al resultaat zien van de acties op de verschillende pijlers. Hieruit blijkt dat uitvoeringspartners dit nog lastig kunnen inschatten: ze geven vaak geen cijfer. Als ze wel cijfers geven, komt het hoogste gemiddelde cijfer niet boven de 6,4 uit.
Ook bij vragen over de voortgang van de strategie in het geheel zien we een wisselend beeld:
Ongeveer een op de vier uitvoeringspartners verwacht dat, dankzij de inzet van alle betrokken organisaties, sporten voor mensen met een handicap in 2030 vanzelfsprekind is. Ietsmeer uitvoeringspartners verwachten van Niet. Anderen hebben een neutrale mening.
Een op de drie uitvoeringspartners ziet sinds het ondertekenmoment in 2024 duidelijke vooruitgang in het vanzelfsprekind make van sporten voor mensen met een handicap. De meesten hebben een neutrale mening.
Voortgang op breedtesport
Een hogere sportdeelname van mensen met een handicap, meer instroom en herinstroom, minder uitstroom, en een kleinere kloof in de sportdeelname tussen mensen met en zonder beperking kunnen als indicator worden gezien voor de ambitie dat sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend is.
Kloof sportdeelname tussen mensen met en zonder beperking blijft
Nog altijd ligt de wekelijkse sportdeelname van mensen met een lichamelijke beperking (horen, zien, en/of bewegen, vanaf 12 jaar, 29%) fors lager dan die van mensen zonder lichamelijke beperking (62%). Hierin is sinds de start van de monitoring in 2023 geen verandering gekomen.
Sinds 2014 zien we wel een geleidelijke toename van de wekelijkse sportdeelname onder mensen met een lichamelijke beperking (van 25% naar 29%). Vooral bij mensen met een visuele of gehoorbeperking.
Omdat sinds 2014 ook de deelname onder de bevolking zonder lichamelijke beperking is toegenomen, is de kloof in de sportdeelname tussen beide groepen onveranderd groot.
Mensen met een beperking minder vaak lid van een sportvereniging
Mensen met lichamelijke beperking (vanaf 12 jaar) zijn ook minder vaak lid van een sportvereniging dan mensen zonder lichamelijke beperking (9% vs. 24%). Mensen met een motorische beperking zijn het minst vaak lid van een sportvereniging (5%), mensen met een visuele of gehoorbeperking iets vaker (beide 12%). Beide laatste groepen laten in de tijd een kleine toename zien in lidmaatschap (van 8% in 2014).
Mensen met een beperking vaker abonnee dan lid
Mensen met een lichamelijke beperking zijn wat vaker abonnee van een ondernemende sportaanbieder (12%) dan lid van een sportvereniging. Maar ook abonnee zijn ze minder vaak dan de bevolking zonder lichamelijke beperking (29%).
Fitness en zwemmen meest beoefende sporten
Het hogere percentage mensen dat abonnee is van een ondernemende sportaanbieder (t.o.v. lid van een sportvereniging), zien we terug in de typen sporten die mensen met een lichamelijke beperking het vaakst doen. Bijna de helft van de wekelijkse sporters beoefent fitness en één op de acht zwemt. Deze laatste sport beoefenen relatief meer sporters met een lichamelijke beperking dan sporters zonder lichamelijke beperking. Fitness doen ze even vaak.
Voortgang op topsport
De ambitie van de strategie gaat ook over de topsport voor mensen met een handicap.
Nieuwe langetermijnindicatoren voor topsport met een handicap
De meer topsportgeoriënteerde pijlers – Talent, Classificatie en Innovatie – hebben geen duidelijke verbinding met de ambitie over vanzelfsprekend sporten. In die pijlers wordt wel gewerkt aan aspecten die met het topsportklimaat te maken hebben, zoals het classificatieproces, talentherkenning en de doorstroom van talent beter organiseren. Dit maakt op termijn topsportbeoefening mogelijk vanzelfsprekender voor sporters met een handicap.
In afstemming met het ministerie van VWS hebben we een set van elf indicatoren vastgesteld om via de TiN en andere bronnen periodiek te volgen. Een deel van deze indicatoren staat los van acties uit de pijlers en gaat over aspecten van topsport die niet via de strategie lijken te worden aangepakt, zoals de kwaliteit van trainers en coaches voor topsporters met een handicap. Bij indicatoren die gaan over randvoorwaarden, zoals sporthulpmiddelen, is die link er wel.
Bevolking positief over topsport door mensen met een beperking
Een van de nieuwe indicatoren betreft de mate waarin para-topsport maatschappelijk wordt gewaardeerd en als volwaardig onderdeel van de topsport wordt gezien. Hierover zijn via bevolkingsonderzoek (Nationaal Sportonderzoek, april 2026) cijfers beschikbaar. Over de andere indicatoren voor topsport zijn geen nieuwe data beschikbaar.
Drie kwart van de Nederlanders (18-79 jaar) is het (helemaal) eens is met de stelling dat topsport door mensen met een handicap bijdraagt aan de maatschappelijke acceptatie en inclusie van mensen met een handicap in ons land. Een even groot aandeel ziet paralympische sporters en andere topsporters met een handicap als echte topsporters.
10.4 Voortgang op de strategie
Hoe en in welke mate wordt er vooruitgang geboekt op de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'? Dit is de hoofdvraag van deze monitor. Op basis van de voortgang op proces, resultaat, impact en lange termijn komen we tot deze conclusies:
De uitvoering van de strategie is in 2026 goed op gang gekomen. Bij de meeste pijlers zien we energia en enthousiasme om acties tot uitvoering te brengen. Per pijler verschl de intensiteit en snelheid waarmee dit gebeurt. Pijlers bevinden zich in verschillende ontwikkelstadia en verschillen maar complexiteit in inhoud en samenwerking (aantal uitvoeringspartners).
Kartrekkers en uitvoeringspartners boeken ook resultaat als gevolg van de uitvoering van acties. Deze resultaten zijn vooral zichtaar in afgeronde processtappen. Hoe en in welke mate (de uitvoering van) de strategie uitwerkt op intermediaire actoren en zij daardoor veranderingen in gedrag of relaties latent zien, können we in deze monitor nog Niet in cijfers vaststellen. Hiervoor zich specifieke indicatoren en databronnenoodzakelijk. We komen hierop terug bij de reflectie (paragraaf 10.4).
Door de uitvoering van de acties en resultaten van de strategie merken betrokkenen tot nu toe nog Niet dat sporten vanzelfsprekind(er) is geworden. Menschen met een beperking merken dit nog Niet op, uitvoeringspartners vinden dit nog moeilijk in te schatten en cijfers over de sportdeelname latent nog geen toename zien.
10.5 Reflectie op bevindingen
Monitoren op resultaat en impact nog onvoldoende op het netvlies
In de voortgangsrapportage van 2025 schreven we dat de tijd dringt om impact te realiseren. We vroegen ons af of uitvoeringspartners binnen vijf jaar (tot 2030) al betekenisvolle veranderingen in het dagelijks (sport)leven van mensen met een beperking kunnen realiseren. Die vraag blijft ook nu open, gezien de conclusies.
We constateren dat bijna alle pijlers volop in de uitvoeringsfase zitten. Kartrekkers zetten zich met toewijding en enthousiasme in voor hun pijlers en boeken resultaat in het tot uitvoering brengen van acties. Uitvoeringspartners zijn bij elkaar gebracht in een setting waarin ze over hun taken en rollen (moeten) praten. Ondanks dat nog niet iedereen helderheid heeft over de strategie, lijkt de intentie en wil er te zijn om samen te werken aan de ambitie.
Tegelijkertijd constateren we dat kartrekkers ongemak ervaren bij de vraag met welke indicatoren resultaat en impact het best te volgen zijn. Er is geen heldere visie op hoe acties (hoe-vraag) en doelen (wat-vraag) binnen de pijlers aansluiten bij de ambitie van de strategie om sporten vanzelfsprekend te maken (waarom-vraag, zie figuur 10.1. Kartrekkers zijn zich daar deels van bewust en lijken daar door de sterke focus op uitvoering nu geen ruimte voor te hebben.
Bij de vraag 'wat merken mensen?' (impact) is dat wellicht logisch. De doorwerking van beleidsmaatregelen op einddoelgroepen vergt tijd en is doorgaans moeilijk objectief vast te stellen. Hiervoor is langjarig onderzoek nodig onder een brede groep mensen met een beperking, zowel kwalitatief als kwantitatief. Een korte(re)-termijnfocus op acties en resultaat is dan begrijpelijk.
Maar de vraag is bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het opstellen van indicatoren voor monitoring. Kartrekkers lijken zich nog onvoldoende eigenaar te voelen van de indicatoren die het Mulier Instituut in overleg met hen heeft opgesteld.
In het kader van 'lerend beleid' zou (bij voorbaat) nadenken over het volgen van de voortgang binnen een programma goed in het takenpakket van een kartrekker passen. In de uitvoeringsplannen is monitoring dan ook niet voor niets een onderwerp. De huidige focus op de uitvoering van de strategie op korte termijn is logisch. Partijen willen 'van belofte naar uitvoering', een van de kernprincipes van de strategie (zie paragraaf 1.1). Tegelijkertijd constateren we dat het einddoel uit zicht raakt zonder lange(re)-termijnfocus.
Afstemming over dataverzameling vraagt meer aandacht
Verder is er de vraag wie verantwoordelijk is voor het verzamelen van de data. Afstemming hierover is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kartrekkers, uitvoeringsorganisaties en onderzoekers.
Kartrekkers en uitvoeringspartners verzamelen vaak zelf data over acties die zij uitvoeren. Met dit soort registratiedata kunnen we inzicht krijgen in de mate waarin intermediaire actoren gebruik maken van of beïnvloed worden door de acties van de strategie. Ook periodieke peilingen, bijvoorbeeld van het Mulier Instituut, onder verschillende groepen intermediaire actoren, zoals buurtsportcoaches, gemeenten of sportaanbieders, kunnen hiervoor inzichten opleveren.
Hiervoor is afstemming nodig over welke veranderingen kartrekkers verwachten te zien in de handelingen en acties van intermediaire actoren als gevolg van de pijlers en strategie als geheel. Peilingen kunnen dan in de tijd worden gepland, zodat in volgende voortgangsrapportages meer zicht is op meetbaar resultaat.
'Niets over ons zonder ons' kan beter
In het kader van het VN-verdrag handicap en het principe van 'niets over ons zonder ons' is het belangrijk om in gesprek te blijven met alle betrokken actoren: uitvoeringspartners, professionals, naasten én mensen met een verstandelijke, motorische, visuele of gehoorbeperking. Met de nadruk op die laatste vier, want daar is de strategie voor bedoeld.
Het tweede principe van de strategie, 'de mens centraal – niet het systeem', komt niet goed uit de verf. De ontwikkeling van de klantreis bij Jeugd en volwassenen is hierop gericht. Tot op heden lijkt het erop dat kartrekkers en de regiegroep van de strategie mensen met een beperking weinig of niet betrekken bij de ontwikkeling van uitvoeringsplannen en de uitvoering van de acties. Op twee bijeenkomsten met de klankbordgroep van het Mulier Instituut na.
We concluderen daarmee dat het systeem nog steeds voorrang krijgt. Ook in onze eigen monitoring merken we dat het recht doen aan dit principe beter kan. Daarmee ligt het gevaar van validisme30 op de loer. Beleid en maatregelen worden niet met hen, maar voor en over hen ontwikkeld, volgens de normen van de sportwereld.
Kartrekkers en de regiegroep doen dit niet bewust of met opzet. Ze hechten er juist veel waarde aan om mensen met een beperking te betrekken, blijkt ook uit de twee bijeenkomsten met de klankbordgroep van het Mulier Instituut over de pijlers Jeugd en volwassenen en Randvoorwaarden.
Ook bij de opstart van de strategie in 2024 hebben diverse mensen met ervaringskennis input geleverd (Van Lindert et al., 2024). Maar hier is nog geen gewoonte van gemaakt. Ook kartrekkers en uitvoeringspartners kunnen zelf bij mensen met een beperking te rade gaan of wat zij doen het juiste is en wat mensen hiervan merken.
Zijn vier jaar tot de eindstreep dan voldoende om impact te kunnen vaststellen? Of moeten we 2030 eerder zien als een doorstart, waarbij de strategie nog tijd krijgt om door te werken op het leven van mensen met een beperking, aansluitend bij de ambitie van de werkagenda van het VN-verdrag handicap naar 2040 (zie paragraaf 1.1)?
10.6 Vooruitblik en aandachtspunten
Uit de conclusies halen we de volgende aanknopingspunten voor het vervolg van de strategie en de monitoring.
Meer aandacht voor regie en binding
Uitvoeringspartners hebben behoefte aan meer informatie over de strategie. Ze wachten op een duidelijke uitnodiging om taken of rollen binnen de strategie op te pakken, of op meer sturing daarop.
Om de betrokkenheid van organisaties en mensen bij de strategie te vergroten ligt er een rol voor het ministerie van VWS als regisseur van de strategie in het geheel en voor de kartrekkers van de pijlers. Zij doen er goed aan:
te investeren in het binden van mensen en organisaties aan de ambities van de pijlers en strategie;
deze mensen en organisaties actief te betrekken;
knelpunten weg te nemen die actieve deelname in de weg staan; en
een duidelijk platform te organiseren dat zichtbaar en uitnodigend is om bij aan te haken.
Omdat uitvoeringspartners voor deelname aan de strategie geen extra middelen krijgen, is het extra belangrijk dat zij voor hun organisatie voldoende meerwaarde zien om aangehaakt te blijven. Daarmee komt het principe van 'samenwerking als fundament' beter uit de verf.
Meer aandacht voor erkenning en inzet ervaringskennis
Dat een duidelijke visie op 'niets over ons zonder ons' in de strategie ontbreekt, vraagt om meer inspanningen om mensen met ervaringskennis betekenisvol onderdeel te maken van de strategie. Het ministerie van VWS en kartrekkers moeten zich hiervoor zichtbaar inspannen.
Hiermee komt het principe 'de mens centraal – niet het systeem' ook beter uit de verf. En zullen uiteindelijk ook de impact en het zicht daarop groter zijn. Ondersteun mensen met een beperking, (top)sporters en niet-sporters, vrijwilligers en kaderleden, om zich onder de vlag van de strategie te verenigen voor het belang van een inclusieve sport.
Meer eigenaarschap voor monitoring
Voor een betere monitoring en beter zicht op meetbare resultaten en impact doen het ministerie van VWS en de kartrekkers er goed aan monitoring een vast onderdeel van de agenda van bijeenkomsten te maken. Om in 2030 of daarna te
kunnen beoordelen of er voortgang is op de strategie zijn data nodig, in cijfers en verhalen.
Het Mulier Instituut is verantwoordelijk voor de monitoring van de strategie via deze voortgangsrapportages. Maar monitoring is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en vergt inzet van alle betrokkenen.
Bronnen
Balk, L., Aarnink, A., Bronkhorst, P., Heerschop, M., Meulenbroeks, N., & Van Suijlekom, A. (2025).
Topsport in Nederland (TiN) 2025. Mulier Instituut.CBS (2026).
Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Geraadpleegd op 8 oktober 2026.
Chazdon, S., Emery, M., Hansen, D., Higgins, L., & Sero, R. (Reds.) (2017).
A Field Guide to Ripple Effects Mapping. University of Minnesota Libraries Publishing.
D66, GroenLinks, & SP (2021).
Sport en bewegen voor mensen met een beperking vanzelfsprekend in 2030!
Fonds Gehandicaptensport (2025).
Gómez Berns, A., Derix, N., & Sparreboom, C. (2026). Sport- en beweegervaringen
van mensen met een visuele of een gehoorbeperking. Mulier Instituut.Gómez Berns, A. & Van Lindert, C. (2025). Sport- en beweegdeelname van mensen met een motorische beperking. Mulier Instituut.
Harnacke, C., & Fitzpatrick, H. (2023). Flitspeiling 2023 VN-verdrag Handicap in gemeenten [Flitspeiling 6]. Movisie/VNG.
Hollander, E., & Rauws, R. (2026). Onbeperkt zwemmen: een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van zwemmers met een visuele beperking. Mulier Instituut.
Hoogendam, A., & Kusters, A. (2023). Monitorplan Sportakkoord II: versie 1; juni 2023. Mulier Instituut.
Hoogendijk, R., Smit, D, Gómez Berns, A., & Van Lindert, C. (2025). Sport- en beweegdeelname van mensen met een verstandelijke beperking. Mulier Instituut.
Ministerie van VWS (2024).
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap.
Ministerie van VWS (2025).
Ministerie van VWS, NOC*NSF, & VSG (2023).
Strategisch kader topsport 2032. Ministerie van VWS.Ministerie van VWS, VNG, VSG, NOC*NSF, & POS (2022).
Hoofdlijnen Sportakkoord II: Sport versterkt. Ministerie van VWS.
Ministerie van VWS, VNG, VSG, NOC*NSF & POS (2024).
Werkplan Sportakkoord II. Van Hoofdlijnen naar uitvoering. Ministerie van VWS.
Mulier Instituut (2026).
Data Nationaal Sportonderzoek, peiling april 2026. (Rapportage verwacht in 2027).
Nederlandse Sportraad (2022).
Gelijkwaardig en inclusief - advies over de doorontwikkeling van paralympische topsport.
NOC*NSF, VSG, & Ministerie van VWS (2025).
NOS (2026).
Paralympiërs negende in medailleklassement, evenaring beste Winterspelen ooit.
Pouw-Verweij, N. J. F. (2025, 11 juli).
Aanbieding Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025-2030. Ministerie van VWS.
Rappange, D., De Kwaasteniet, R., Baggen, W., Bronkhorst, P., Koekkoek, M., Pulles, I., Wessels, W., & Hoekman, R. (2025).
Monitor Sportakkoord II: Voortgangsrapportage ‘een groter bereik’. Mulier Instituut.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2026a). Wekelijkse sportdeelname uitgesplitst naar achtergrondkenmerken.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2026b). Clublidmaatschap en Abonnementen naar achtergrondkenmerken.
Rijksoverheid (2025, 11 december).
Uitvoeringsplan strategie Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030.
Sparreboom, C., Hoogendijk, R., & Gómez Berns, A. (2026). Toegankelijkheid van zaalsportaccommodaties: ervaringen van sporters met een motorische of visuele beperking. Mulier Instituut.
Sparreboom, C., Hoogendijk, R., Gómez Berns, A., & Van Lindert, C. (2025). Sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend: cijfers en ervaringen [Factsheet 2025/39]. Mulier Instituut.
Sportakkoord (z.d.)
Strategiedocument Sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend in 2030.
Stuij, M., Pijl. H., & Hoogendijk, R. (2026)
Financiële steun bij sport en zwemles voor kinderen met een beperking. Mulier Instituut.Tielen, J. Zs. C. M. (2025, 11 december).
Verzamelbrief Sport en Bewegen 2025. 11 december 2025. Ministerie van VWS.
Van Lindert, C., & De Jonge, M. (2022).
Inclusief sporten en bewegen voor mensen met een beperking: landschap en betekenissen. Mulier Instituut.
Van Lindert, C., Gómez Berns, A. & Ruikes D. (2023).
Hoofdstuk 6. Toegankelijkheid, in: Van der Poel, H., & Hoekman, R.H.A. (2023). Sportaccommodaties in Nederland 2023: kengetallen en kenmerken. Utrecht: Mulier Instituut.
Van Lindert, C., Greeven, A., Hoogendijk, R., Rauws, R., Heerschop, M., Gómez Berns, A., & Sparreboom, C. (2024).
Monitor ‘sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030’: voortgangsrapportage 2024. Mulier Instituut.
Van Lindert, C., Heerschop, M., Hoogendijk, R., Sparreboom, C., Rauws, R., & Derix, N. (2025).
Monitor ‘sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030’: voortgangsrapportage 2025. Mulier Instituut.
Van Lindert, C., & Rauws, R. (2025).
Landschap sporten door mensen met een handicap is vanzelfsprekend: netwerkanalyse. Mulier Instituut.
Van Lindert, C., Van der Meijde, L., Gómez Berns, A., & Sparreboom, C. (2023).
Monitor ‘Sport en bewegen voor mensen met een beperking vanzelfsprekend in 2030': voortgangsrapportage 2023. Mulier Instituut.
Vermeij, L., & Hamelink, W. (2021). Lang niet toegankelijk: Ervaringen van Nederlanders met een lichamelijke beperking als spiegel van de samenleving. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
World Health Organization (2002).
Towards a Common Language for Functioning, Disability and Health. International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF).
Bijlage 1: Relatie werkagenda VN-Verdrag Handicap en strategie
Maatregelen werkagenda VN Verdrag Handicap | Pijlers strategie |
|---|---|
Maatregel 1: Ministerie van VWS regisseert de strategie 'Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030'. | Pijler Netwerk |
Maatregel 2: Het inclusieve sport- en beweegaanbod wordt verbeterd. Ministerie van VWS werkt samen met partners van het Sportakkoord II aan een inclusiever sport- en beweegaanbod. | Pijlers Jeugd & volwassenen |
Maatregel 3: De toeleiding van sporters met een beperking wordt versterkt. | Pijlers Jeugd & volwassenen |
Maatregel 4: Sportvervoer wordt geïntegreerd in het landelijke Valys-vervoer. | Pijler Randvoorwaarden |
Maatregel 5: Er komt inzicht in financiële ondersteuning van sporters met een beperking. | Pijler Randvoorwaarden |
Maatregel 6: Er wordt onderzocht hoe de toegankelijkheid van sportaccommodaties beter inzichtelijk kan worden gemaakt. | Pijler Randvoorwaarden |
Maatregel 7: Ministerie van VWS wil in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin gerealiseerd hebben | Pijlers Jeugd & volwassenen |
Maatregel 8: Ministerie van VWS verkent hoe inclusiviteit een plek krijgt in de ontwikkeling van groen/ blauwe schoolpleinen | N.v.t.* |
Maatregel 9: De partners van het Sportakkoord vergroten de communicatieve toegankelijkheid | Pijler Randvoorwaarden |
Maatregel 10: Ministerie van VWS financiert het Nationaal Plan Zwemveiligheid met aandacht voor kinderen met een beperking | Pijlers Jeugd & volwassenen |
Bron: in afstemming met het ministerie van VWS.
* Nog geen besluit over koppeling maatregel met een pijler uit de strategie.
De maatregelen in de werkagenda hebben vooral te maken met de pijlers Jeugd & volwassenen en Randvoorwaarden. Ze hebben geen directe relatie met de overige pijlers uit de strategie (Talent, Innovatie, Classificatie en Internationaal).
Bijlage 2: Methode peiling uitvoeringspartners
Auteur: Angelina Gómez Berns
Op 9 juni 2026 vond de netwerkbijeenkomst van de strategie ‘Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030’ plaats. Daar werd de klantreis gepresenteerd en gingen uitvoeringspartners met elkaar in gesprek. Samen met het ministerie van VWS kondigden we hier ook de vragenlijst aan, die we aan het eind van de middag naar alle uitvoeringspartners stuurden. De vragenlijst stond open tot half juli 2026.
Uitnodiging uitvoeringspartners
Het ministerie van VWS leverde het Mulier Instituut de contactgegevens van de personen die de vragenlijst moesten invullen. Dit was één per persoon per organisatie die uitvoeringspartner van de strategie is. We nodigden ook de kartrekkers van iedere pijler uit. Ook de medewerkers van het ministerie van VWS die kartrekkers zijn van de pijlers. In totaal nodigden we zestig personen uit om de vragenlijst in te vullen. Ze werken bij 56 verschillende organisaties.
Van sommige organisaties was niet de juiste contactpersoon beschikbaar of uitgenodigd. Dat komt door personele wisselingen. Of doordat een organisatie is opgeheven of opgegaan in een andere organisatie. De Dirk Kuyt Foundation is bijvoorbeeld onderdeel geworden van Feyenoord.
Respons
41 personen vulden de vragenlijst in. Zij vertegenwoordigen 39 organisaties. In tabel B2.1 staat per pijler hoeveel uitvoeringspartners de vragenlijst hebben ingevuld. Binnen de pijlers Talent en Internationaal is de helft van de uitvoeringspartners vertegenwoordigd die zich aan deze pijler hebben gecommitteerd (resp. 50% en 54%). Binnen de pijler Netwerk, waar alle uitvoeringspartners zich aan hebben gecommitteerd, ontbreekt een derde van de uitvoeringspartners (68% respons).
Aantal respondenten | Aantal gecommitteerd aan pijler | Responspercentage | |
|---|---|---|---|
Jeugd en volwassenen | 30 | 40 | 75% |
Inclusief talent naar de top | 7 | 14 | 50% |
Innovatie | 9 | 11 | 82% |
Classificatie | 10 | 11 | 91% |
Randvoorwaarden | 17 | 18 | 94% |
Internationaal | 7 | 13 | 54% |
Netwerk* | 39 | 57 | 68% |
Bron: Peiling uitvoeringspartners, juni/juli 2026.
* Twee medewerkers van het Kenniscentrum Sport en Bewegen hebben de vragen over de pijler Netwerk ingevuld. De een is betrokken bij de pijler Jeugd en volwassenen, de ander vanuit PSS-NL.
Inhoud van de vragenlijst
De vragenlijst bevatte acht vragenblokken: één vragenblok per pijler, plus een vragenblok over de uitvoering van de strategie in het algemeen.
Pijlers Jeugd & volwassenen, Talent, Classificatie, Innovatie, Randvoorwaarden en Internationaal
Uitvoeringspartners vulden het vragenblok in van de pijler(s) waar ze zich in oktober 2024 aan hebben gecommitteerd. De vragenblokken voor alle pijlers, behalve de pijler 'Netwerk', bevatten dezelfde vragen. Ze gingen over:
de bekendheid met de kartrekker;
de tevredenheid met de coördinatie van de pijler;
de duidelijkheid over wat er van de organisatie wordt verwacht binnen de pijler;
de tevredenheid over de samenwerking tussen organisaties binnen de pijler;
de bekendheid met en tevredenheid over het uitvoeringsplan van de pijler;
de doelstellingen van de pijler waar de organisatie zich voor heeft ingezet sinds het ondertekenmoment in oktober 2024;
in hoeverre de doelstellingen concreet genoeg zijn om naar te handelen;
de organisaties waarmee de uitvoeringspartner heeft samengewerkt aan de doelstellingen van de pijler;
de veranderingen in projecten en activiteiten die de uitvoeringspartner heeft doorgevoerd naar aanleiding van de pijler;
de resultaten die deze veranderingen hebben opgeleverd; en
de projecten en activiteiten die de uitvoeringspartner verwacht te veranderen in de toekomst.
Pijler Netwerk
Iedere uitvoeringspartner kreeg het vragenblok over de pijler 'Netwerk' voorgelegd. Dit vragenblok bevatte vragen en stellingen over:
de bekendheid met de kartrekker;
de tevredenheid met de coördinatie van de pijler;
de bekendheid en tevredenheid met het uitvoeringsplan van de pijler;
de bekendheid met de ambities binnen de pijler;
bereikte resultaten dankzij de inspanningen binnen de pijler; en
de taak- en rolverdeling van organisaties binnen de strategie.
Uitvoering strategie
Het laatste vragenblok ging over de uitvoering van de strategie in het algemeen. Iedere uitvoeringspartner kreeg dit voorgelegd. Het vragenblok bevatte stellingen en vragen over:
de tevredenheid met verschillende aspecten van de strategie, zoals de informatie daarover en de mate waarin uitvoeringspartners eigen regie voelen;
hoeveel resultaat de organisaties zien op de verschillende pijlers;
welke belemmeringen uitvoeringspartners ervaren om de acties van de uitvoeringsplannen uit te voeren;
de bekendheid met en duidelijkheid van de klantreis die is gepresenteerd; en
vanzelfsprekend sporten, het uiteindelijke doel van de strategie.
Analyse en rapportage van de resultaten
We analyseerden de resultaten van de vragenlijst in SPSS. Hierbij maakten we onderscheid tussen twee groepen respondenten. Dat deden we omdat de mate waarin organisaties betrokken zijn bij de strategie, invloed heeft op de antwoorden die ze geven.
De eerste groep bestaat uit organisaties die nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van de strategie. Deze organisaties zijn automatisch op de hoogte van de strategie, omdat ze daar een belangrijke (regie- of monitorings)rol in spelen. Het gaat om het ministerie van VWS, NOC*NSF, Gehandicaptensport Nederland (GSN), Kenniscentrum Sport en Bewegen, Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS), Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en het Mulier Instituut.
De tweede groep zijn de uitvoeringspartners die zich hebben gecommitteerd aan één of meer pijlers van de strategie, maar die geen regie- of monitoringsrol hebben. Zij worden door kartrekkers van de pijlers betrokken bij de strategie en meegenomen in de ontwikkelingen. Dit zijn bijvoorbeeld (sport)stichtingen, sportbonden, gemeentelijke sportbedrijven en kenniscentra over sport en bewegen.
Verwerking van de resultaten in dit rapport
De meeste resultaten van de vragenlijst beschrijven we in hoofdstuk 9 over de pijler Netwerk. Daarin behandelen we hoe uitvoeringspartners de samenwerking tussen organisaties binnen de strategie ervaren. En wat ze vinden van de taak- en rolverdeling binnen de strategie.
Hoofdstuk 3 tot en met 8 gaan respectievelijk over de pijlers Jeugd en volwassenen, Talent, Classificatie, Innovatie, Randvoorwaarden en Internationaal. In die hoofdstukken lichten we toe:
aan welke doelen uitvoeringspartners hebben gewerkt;
in hoeverre de doelstellingen concreet genoeg zijn om naar te handelen;
met wie ze hebben samengewerkt;
welke veranderingen ze hebben doorgevoerd;
welke resultaten ze hebben geboekt; en
welke veranderingen ze nog verwachten door te voeren naar aanleiding van het uitvoeringsplan van de pijler.
Bijlage 3: Inzet mensen met ervaringskennis
Auteurs: Renée Hoogendijk & Chris Sparreboom
Begin juni organiseerden we een klankbordgroepdag in samenwerking met uitvoeringspartners en kartrekkers van de pijlers Jeugd- en volwassenensport en Randvoorwaarden. De klankbordgroep van het Mulier Instituut bestaat uit een groep mensen met uiteenlopende beperkingen/handicaps en ervaringskennis.
Tijdens deze dag stond de vraag centraal hoe sporten en bewegen voor mensen met een handicap vanzelfsprekender en duurzamer kan worden, in aansluiting op de strategie. In de ochtend kwamen financiële, communicatieve en digitale toegankelijkheid aan bod. In de middag besprak de groep de ‘doorlopende meedoenroute’ (klantreis): de route die iemand aflegt van bewustwording en oriëntatie tot duurzame sportdeelname.
Randvoorwaarden
Financiële toegankelijkheid
De klankbordgroepleden merkten op dat financiële regelingen voor sport en bewegen versnipperd en ingewikkeld zijn en sterk verschillen per gemeente. Niet alleen contributie of deelnamekosten vormen een drempel, maar ook kosten voor vervoer, sporthulpmiddelen, extra begeleiding en deelname aan wedstrijden. Ook sportaanbieders maken extra kosten om hun aanbod, accommodatie en begeleiding toegankelijk te maken.
Volgens de leden houden bestaande regelingen onvoldoende rekening met het totale kostenplaatje en met verschillen in persoonlijke of gezinssituaties. Een gedeeltelijke vergoeding is bij hoge kosten niet altijd voldoende om deelname mogelijk te maken. Daarnaast noemden leden de overgang van jeugd naar volwassenheid als kwetsbaar moment, omdat regelingen kunnen stoppen zonder dat direct een passend vervolg-alternatief beschikbaar is.
De leden pleitten voor eenvoudige en transparante voorwaarden, een begrijpelijk aanvraagproces en bijvoorbeeld één herkenbaar loket dat naar de volledige situatie kijkt. Landelijke basisafspraken zouden verschillen tussen gemeenten kunnen verkleinen, met ruimte voor lokale invulling en dus maatwerk. Ook stelden leden voor om sportaanbieders die investeren in toegankelijk en inclusief aanbod financieel te ondersteunen.
Communicatieve en digitale toegankelijkheid
Communicatieve toegankelijkheid gaat volgens de klankbordgroep niet alleen over begrijpelijke taal, maar ook over houding, kennis en vaardigheden. Trainers,
vrijwilligers en bestuurders weten niet altijd hoe zij sporters met verschillende beperkingen kunnen begeleiden. Bovendien komt kennis binnen een organisatie vaak bij één betrokken persoon vandaan, waardoor deze verloren kan gaan als diegene vertrekt.
De leden benadrukten het belang van een persoonlijke intake waarin mogelijkheden, ondersteuningsbehoeften, vervoer en verwachtingen worden vastgelegd. Kleine, praktische scholingen voor trainers en vrijwilligers kunnen daarbij helpen. Daarnaast zijn een duidelijke inclusieve visie en een vast aanspreekpunt of buddy binnen de vereniging belangrijk. Goede communicatie moet gedurende het hele sporttraject mogelijk blijven en vraagt om samenspel tussen de sporter en de aanbieder.
Online informatie over toegankelijk sportaanbod is volgens de leden regelmatig onvolledig, verouderd of niet in overeenstemming met de praktijk. Vooraf moet beter duidelijk zijn wat een sportlocatie en -aanbieder wel en niet kunnen bieden. Bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, voorzieningen, toegankelijkheid op de accommodatie, hulpmiddelen en deskundige begeleiding. Een overzicht of keurmerk met gecontroleerde toegankelijkheidskenmerken kan hierbij helpen. Ook moeten sportwebsites en -apps zelf toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Jeugd- en Volwassenensport
Doorlopende meedoenroute (klantreis)
De besproken 'doorlopende meedoenroute', oftewel de klantreis, bestaat uit de fasen bewustwording, inspiratie, oriëntatie, proberen, sporten, en duurzaam sporten en bewegen. De leden herkenden deze fasen, maar benadrukten dat de route niet lineair is. Sporters moeten hun eigen tempo en route (volgorde) kunnen bepalen, en zich opnieuw kunnen oriënteren.
De grootste risico's liggen volgens de groep bij de overgangen tussen fasen en organisaties. Zonder goede overdracht moet een sporter steeds opnieuw informatie geven en zelf uitzoeken wie verantwoordelijk is. Vanuit die gedachte was er brede steun voor een herkenbaar lokaal of regionaal aanspreekpunt dat partijen verbindt en ondersteunt bij warme overdrachten. Buurtsportcoaches kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook verenigingen moeten begeleiding duurzaam borgen.
Tot slot benadrukten de leden dat duurzame deelname meer vraagt dan fysieke toegankelijkheid. Sporters moeten zich welkom en onderdeel van de vereniging voelen. Keuzevrijheid, inspraak, persoonlijke begeleiding, positieve sportervaringen en een inclusieve clubcultuur zijn daarbij essentieel. De algemene boodschap van de dag was dat motivatie en passend aanbod belangrijk zijn, maar pas tot duurzame sportdeelname leiden wanneer ook informatie, begeleiding, overdracht en sociale toegankelijkheid goed zijn geregeld.
Bijlage 4: Uitgangspunten en positie onderzoekers
Doel van de rapportages
Ons doel is dat onze voortgangsrapportages bijdragen aan goed onderbouwd beleid en versterking van de sportsector. In onze rapportages willen we inzicht geven in de voortgang op maatregelen die partijen nemen om sporten vanzelfsprekend te maken voor mensen met een handicap.
Daarnaast streven we ernaar een bijdrage te leveren aan het beter begrijpen van de ervaringen van mensen met een handicap of beperking met (niet) sporten en sportief bewegen. Hiermee dragen we bij aan de ambitie om de positie van mensen met een handicap of beperking in de sport te verbeteren.
Perspectieven en uitgangspunten
Om ons werk goed te kunnen doen nemen we verschillende perspectieven mee in ons onderzoek. We houden ons daarbij aan de codes van wetenschappelijke integriteit. Dit betekent dat we eerlijk, zorgvuldig, transparant, onafhankelijk en verantwoordelijk te werk gaan. We hanteren daarnaast deze uitgangspunten:
'Niets over ons, zonder ons'. Uitgaande van de principes van het VN-verdrag Handicap streven we ernaar inclusief onderzoek te doen. We betrekken actief de ervaringskennis van mensen met een handicap. We doen dit zoveel mogelijk op een manier die ook waardevol is voor betrokkenen zelf. We erkennen ervaringskennis als belangrijke databron, naast kennis vergaard uit onderzoek.
Cross-disability en intersectionaliteit. Dé persoon met een handicap of beperking bestaat niet. Er is een grote diversiteit aan handicaps, beperkingen en aandoeningen. Ook de achtergronden van mensen met een handicap verschillen, naar gender(identiteit), leeftijd, opleiding, inkomen, seksuele oriëntatie en migratieachtergrond. We kunnen dus niet spreken over dé ervaring met sporten met een beperking of handicap. We nemen daarom zoveel mogelijk de perspectieven van mensen met verschillende achtergronden mee.
We respecteren dat over het gebruik van taal en woorden verschillende gedachten en gevoelens zijn. Ondanks dat in de titel van de strategie de term handicap staat, gebruiken wij afwisselend de termen handicap en beperking. Daarmee sluiten we aan bij de diversiteit aan ervaringen.
We realiseren ons dat onderzoek doen naar of met mensen met een handicap ingewikkeld kan zijn wanneer de onderzoeker zelf geen handicap of beperking heeft. We proberen ons bewust te zijn van onze eigen positie als onderzoeker en hebben hier in gesprek met betrokkenen een open houding over. Ook wanneer de onderzoeker vanuit eigen ervaringen meent wel of deels het perspectief van handicap of beperking te kunnen innemen.
Bijlage 5: Afkortingenlijst
Afkorting | Betekenis |
|---|---|
AISS | Amsterdam Institute of Sport Science |
CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
GSN | Gehandicaptensport Nederland |
IPC | International Paralympic Committee |
KNVB | Koninklijke Nederlandse Voetbalbond |
MOS | Maatschappelijke Organisaties in de Sport |
NOC*NSF | National Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie |
NPC | Nationaal Paralympisch Comité |
POS | Platform Ondernemende Sportaanbieders |
PSS-NL | Paralympic Science Support Nederland |
RIVM | Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu |
SDI | SportDeelnameIndex |
SSIG | Sport Science & Innovation Groningen |
UNESCO | United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization |
VGZ | Stichting Volksgezondheidszorg |
VN | Verenigde Naties |
VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
VSG | Vereniging Sport en Gemeenten |
VU | Vrije Universiteit Amsterdam |
VWS | (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport |
Auteurs
Caroline van Lindert c.vanlindert@mulierinstituut.nl
Angelina Gómez Berns a.gomezberns@mulierinstituut.nl
Renée Hoogendijk r.hoogendijk@mulierinstituut.nl
Maaike Heerschop m.heerschop@mulierinstituut.nl
Nina Derix n.derix@mulierinstituut.nl
Chris Sparreboom c.sparreboom@mulierinstituut.nl
Manon de Ruijsscher m.deruijsscher@mulierinstituut.nl
Mulier Instituut | 2026
Voetnoten
Dit zijn de organisaties die hebben meegeholpen bij het uitwerken van de strategie in doelen en plannen. Zij hebben de Strategie ondertekend op 14 oktober 2024 en werken mee aan de uitvoering van de plannen. Terug naar voetnoot-referentie 1
Dit zijn organisaties en professionals die direct profijt hebben van de uitvoering van de strategie. Zij vormen vaak een 'brug' tussen landelijke partijen en de einddoelgroepen. Een uitvoeringsorganisatie kan soms ook de rol van intermediaire actor innemen. De gedachte is dat deze organisaties 'dingen anders gaan doen' om de ambitie van de strategie te halen. Terug naar voetnoot-referentie 2
Dit zijn mensen met een beperking of handicap, en mensen uit hun sociale omgeving. Het doel is dat zij verschil gaan merken door de plannen van de strategie. Ook zijzelf kunnen veranderen in kennis, houding of gedrag. Terug naar voetnoot-referentie 3
Dit zijn de vertegenwoordigers van organisaties die een pijler coördineren. Iedere pijler heeft een of meer kartrekkers. Terug naar voetnoot-referentie 4
Dit traject is enigszins uitgelopen. De Cruyff Foundation neemt het onderwijsaanbod van Special Heroes over. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere groei van de propositie, zowel in het aantal deelnemende scholen en zorginstellingen als inhoudelijk, met meer aandacht voor de samenhang met lokale sportnetwerken en de toeleiding naar passend sport- en beweegaanbod. Terug naar voetnoot-referentie 7
De streefdatum is enigszins opgeschoven, omdat de verdere uitwerking van de regie, uitvoering en financiering meer tijd vraagt; naar verwachting ontstaat hierover in Q4 2026 meer duidelijkheid. Terug naar voetnoot-referentie 8
De Sportdeelname Index is een vragenlijst waarmee de sportdeelname van Nederlanders, waaronder mensen met een handicap, wordt gemeten door NOC*NSF. Terug naar voetnoot-referentie 9
De klantreis werd op 9 juni 2026 gepresenteerd, tijdens de door het ministerie van VWS georganiseerde netwerkbijeenkomst voor uitvoeringspartners van de strategie. Diezelfde dag hebben we de vragenlijst voor dit onderzoek onder uitvoeringspartners uitgezet. De bijeenkomst heeft zeer waarschijnlijk bijgedragen aan de bekendheid met de klantreis. Terug naar voetnoot-referentie 10
Bij Classificatie is geen aandacht voor sporters met een auditieve beperking, omdat er geen classificatie is voor auditieve beperkingen in de paralympische sport. Zij hebben een eigen internationaal toernooi: de Deaflympics. Terug naar voetnoot-referentie 11
Een Support Agenda is een meerjarig plan waarin per sportbond de belangrijkste vragen en kansen voor wetenschappelijke ondersteuning van paralympische topsportprogramma's worden beschreven. Bron: https://www.paralympicsciencesupport.nl/support-agenda/, geraadpleegd op 7 september 2026. Terug naar voetnoot-referentie 12
Het tijdpad is nader te bepalen op basis van overleg met partners. Terug naar voetnoot-referentie 13
Het tijdpad is nader te bepalen op basis van overleg met partners. Terug naar voetnoot-referentie 14
In april 2025 werd de bijlage 'Verduidelijking aanspraakverstrekking sporthulpmiddel uit de Zorgverzekeringswet (Zvw)' gepubliceerd. Deze bijlage was nodig omdat verzekerden, zorgverzekeraars en zorgprofessionals de Kwaliteitsmodule niet duidelijk genoeg vonden over de verstrekking van sporthulpmiddelen. De bijlage geeft zorgverzekeraars en verzekerden meer inzicht in waarom een sportprothese wordt toegekend of afgewezen. Terug naar voetnoot-referentie 15
De BOSA-regeling (Stimulering bouw en onderhoud van sportaccommodaties) is een subsidie van de overheid voor amateursportorganisaties die willen investeren in hun accommodatie of sportmaterialen. Terug naar voetnoot-referentie 16
AutoMaatje (ANWB) is een vervoersservice waarbij vrijwilligers minder mobiele buurtgenoten met hun hun eigen auto vervoeren. Terug naar voetnoot-referentie 17
In het uitvoeringsplan dat eind 2025 is gepubliceerd, staan de volgende landen: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Ierland, Finland, de Verenigde Staten en België. Terug naar voetnoot-referentie 18
https://www.kennisoversportondersteuning.nl/ Terug naar voetnoot-referentie 19
In het uitvoeringsplan dat eind 2025 is gepubliceerd, staan de volgende landen: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Ierland, Finland, de Verenigde Staten en België. Terug naar voetnoot-referentie 20
https://www.sportakkoord.nl/inclusie-en-diversiteit/deelakkoord-in-het-kort/ Terug naar voetnoot-referentie 21
https://www.kennisoversportondersteuning.nl/ Terug naar voetnoot-referentie 22
https://www.unieksporten.nl/ Terug naar voetnoot-referentie 23
https://www.sportakkoord.nl/inclusie-en-diversiteit/deelakkoord-in-het-kort/ Terug naar voetnoot-referentie 24
De campagne was bedoeld om ongemakkelijke situaties te doorbreken en mensen op te roepen om gewoon te vragen: 'Heb je iets nodig?'. De campagne riep werkgevers en werknemers op om dé vraag te stellen aan mensen met een beperking. Maar ook collega's, klasgenoten én voorbijgangers. Dat kan helpen om Nederland stap voor stap toegankelijker te maken zodat iedereen kan werken, leren, sporten, reizen en genieten van een avondje uit. Terug naar voetnoot-referentie 25
news.pressmailings.com/hvdm/toolkit-vn-verdrag-handicap-sport Terug naar voetnoot-referentie 26
Het CBS en RIVM gebruiken de OESO-indicator om te meten of iemand een functiebeperking heeft in bewegen, zien of horen. Deze functiebeperkingen noemen we een lichamelijke beperking (CBS, 2012). Terug naar voetnoot-referentie 27
In de figuren presenteren we sportdeelnamecijfers vanaf 2014. In de jaren daarvoor verschillen de cijfers nauwelijks. De cijfers over clublidmaatschap worden sinds 2016 bijgehouden. Terug naar voetnoot-referentie 28
Met para-topsport bedoelen we de topsport door mensen met een handicap, in paralympisch én niet-paralympisch verband Terug naar voetnoot-referentie 29
Bij validisme is sprake van een diepgewortelde maatschappelijke cultuur en structuur waarin het sterke lichaam en de sterke geest een hoge waardering krijgen en beperking wordt gezien als iets wat afwijkt van wat we als normaal beschouwen. Hierdoor worden mensen met een beperking gediscrimineerd, uitgesloten of als minderwaardig behandeld (Vermeij & Hamelink, 2021; Van Lindert, Gómez Berns & Ruikes, 2023). Terug naar voetnoot-referentie 30