Impact Brede Regeling Combinatiefuncties zichtbaar maken

Met steun van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Mulier Instituut

  • Wikke van Stam
  • Pelle Bronkhorst
  • Margot Keijzer

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut.

Disclaimer

U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto’s in deze publicatie. Neem foto’s daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Over ons

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor beleid en samenleving. Voor overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, sportorganisaties en bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid, gericht op de bevordering van sport, sportief bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen we op verschillende manieren:

  • We verzamelen data en monitoren de Nederlandse sportsector en beleidsprogramma’s.
  • We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies.
  • We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze naar de beleidspraktijk.
  • We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies.
  • We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector.
  • We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

Afkortingen & Begrippen

Afkortingen
AfkortingenBetekenis afkorting
BRCBrede Regeling Combinatiefuncties
GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst
LKCALandelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst
TOCTheory of Change
VSGVereniging Sport en Gemeenten
VWSVolksgezondheid, Welzijn en Sport

Begrippen:

  • BRC-functionaris: Overkoepelende term voor alle functionarissen die medegefinancierd worden vanuit de BRC.
  • Ervaren impact: De interpretatie van impact door de respondenten.
  • Impact: Meerwaarde voor individu en samenleving. Outcome: De beoogde effecten op langere termijn.
  • Output: Directe, meetbare prestaties en resultaten.
  • Opbrengsten van de BRC: Alles wat de inzet van BRC-functionarissen oplevert.

Inhoudsopgave Impact Brede Regeling Combinatiefuncties zichtbaar maken

Samenvatting Impact BRC

Over het onderzoek

In dit onderzoek bekijken we de ervaren impact1 en hoe die impact wordt gemeten. We gebruiken daarbij nationaal, gemeentelijk en de BRC-functionaris als de drie implementatieniveaus van de BRC (van ‘hoog’ naar ‘laag’). De doelen en opbrengsten verschillen per implementatieniveau, en daarmee ook de manier van monitoren. Op elk niveau vinden betrokkenen het lastig waar de opbrengsten precies liggen en hoe je die kunt meten.

Nationaal (macroniveau)

We hebben op het macroniveau niet direct gevraagd naar de ervaren impact. Dat de regeling al lang loopt, laat wel zien dat betrokkenen een bepaalde impact ervaren. Het nationale doel is meer deelname aan sport en cultuur door sterkere aanbieders en goede lokale samenwerking. Of dit doel wordt behaald, moet onder andere blijken uit de Monitor BRC. Daarin geven gemeenten aan of ze werken aan de drie landelijke doelen en met welke domeinen ze samenwerken.

Gemeentelijk (mesoniveau)

Veel gemeenten zien de landelijke doelen als hulpmiddelen om meer sociaal-maatschappelijke doelen te bereiken, zoals ‘het welzijn van specifieke doelgroepen verbeteren’. Vanuit de Theory of Change bekeken zijn dit doelen voor maatschappelijke outcome en impact. Maar de opbrengsten die gemeenten zien, liggen met name op output-indicatoren, zoals mensen in beweging brengen.

De outcome of impact noemen ze ook wel als ervaren opbrengst, maar een stuk minder vaak. Dat komt onder andere doordat impact moeilijk in cijfers is uit te drukken. Sommige gemeenten hebben een aanpak bedacht waarmee ze via gesprekken met uitvoerders een beter beeld krijgen van de outcome of impact.

BRC-functionaris (microniveau)

Dé BRC-functionaris bestaat eigenlijk niet. Het is een verzamelnaam voor verschillende profielen met verschillende taken en rollen, waardoor ook hun doelen variëren. En daarmee de ervaren impact ook. Wel heeft die vaak te maken met het teweegbrengen van structurele verandering bij de mensen, de organisaties of het systeem waarmee ze werken. Daarbij zien ze sport, bewegen en cultuur vaak als middel.

Mulier Instituut | Impact Brede Regeling Combinatiefuncties zichtbaar maken Om hun opbrengsten te meten verzamelen BRC-functionarissen veelal cijfermatige data. Maar ze geven aan dat dit niet voldoende is om de impact te vangen die ze in de praktijk zien. Daarom delen ze naast cijfers vaak ook verhalen.

Monitoren impact

Ieder implementatieniveau heeft eigen mogelijkheden om opbrengsten van de BRC in beeld te brengen. Hogere niveaus baseren zich vaak op informatie van lagere niveaus. Doordat zij een algemeen beeld willen, vragen zij vaak om cijfers (output). De outcome en impact die lagere niveaus wel zien, is lastig in algemene cijfers te vangen. Daardoor gaat in dit proces informatie verloren. En ontstaat bij hogere implementatieniveaus de vraag: wat is de impact van de impact eigenlijk?

Om dit te ondervangen, kunnen twee sporen gevolgd worden. Lagere implementatieniveaus kunnen de cijfers aanvullen met verhalen van impact die zij zien. Of hogere implementatieniveaus kunnen logische als-dan redeneringen opstellen. Van daaruit kan dan beredeneerd worden welke cijfers iets zeggen over de beoogde impact.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) zijn bijna 6.000 functionarissen aangesteld. Maar wat is de impact van al die BRC-functionarissen en hoe wordt dat in beeld gebracht? Daarover gaat dit rapport. In dit eerste hoofdstuk bespreken we de achtergrond en het doel van het onderzoek, en hoe we de data hebben verzameld.

1.1 Achtergrond

BRC-functionarissen

Alle Nederlandse gemeenten nemen deel aan de BRC (Gómez Berns et al., 2025). BRC-functionarissen maken de verbinding tussen sport/cultuur en andere domeinen om de sport- en cultuurparticipatie te verhogen. Gemeenten passen hun inzet voor de landelijke doelen aan op de lokale situatie.

Werkzaamheden

Sinds 2008 kunnen gemeenten met cofinanciering van het Rijk lokaal functionarissen inzetten die sport en/of cultuur verbinden met andere sectoren (Gómez Berns et al., 2025). Met hun werk bereiken deze BRC-functionarissen vele verschillende doelgroepen in de samenleving en zijn ze actief in verschillende domeinen. Ze leveren lokaal maatwerk in de gemeente waar ze werken. Omdat hun werk zo divers is, bestaan er sinds 2023 zes functieprofielen (zie kader op de volgende pagina). Eén persoon kan meerdere profielen combineren.

Financiering

Het Rijksbudget voor de opeenvolgende regelingen die de inzet van BRC-functionarissen mogelijk maken, is sinds 2008 ruim 3,5 keer groter geworden. En waar in 2008 nog maar enkele gemeenten deelnamen, zijn sinds 2023 alle gemeenten aangesloten (Gómez Berns et al., 2025).

De BRC-functionarissen worden deels betaald door het Rijk (40%) en deels door lokale overheid en organisaties (60%). Uit de Monitor BRC (Gómez Berns et al., 2025) blijkt dat gemeenten veruit de grootste lokale bijdrage leveren, en lokale organisaties over de jaren heen steeds minder.

BRC-profielen

Buurtsportcoach

Spin in het web in de wijk, zorgt voor verbinding met andere domeinen en brengt mensen aan het sporten en bewegen in de buurt.

Cultuurcoach

Legt lokaal verbindingen in de buurt en wijk, en stimuleert zo actieve cultuurparticipatie met culturele initiatieven in welzijn, jongerenwerk en/of school.

Combinatiefunctionaris onderwijs

Versterkt het sport-, beweeg- en cultuuraanbod op en rond de scholen.

Clubontwikkelaar

Dit functieprofiel bestaat uit drie verschillende functies (clubkadercoach, verenigingsmanagers, sportparkmanager) die zich richten op het vitaliseren van sportaanbieders.

Beweegcoach

Begeleidt mensen die te weinig of niet sporten en bewegen, en creëert indien nodig nieuw aanbod voor deze groep mensen.

Coördinator sport en preventie

Trekker van het lokale sportakkoord en zorgt voor de verbinding tussen thema’s en onderdelen binnen de Brede SPUK gezondheid, sport en bewegen en sociale basis.

1.2 Doelstelling

In dit rapport schetsen we een beeld van wat impact is volgens de betrokkenen en op welke manier de impact van de BRC zichtbaar wordt gemaakt. We hebben hiervoor input opgehaald bij BRC-functionarissen, gemeenten, werkgevers en landelijke partners van de BRC. Aan de hand van verschillende theorieën beschouwen we die resultaten. Zo geven we inzicht in welke obstakels er zijn om de impact van de BRC goed in beeld te brengen.

1.3 Dataverzameling

Voor dit onderzoek hebben we input opgehaald bij BRC-functionarissen, gemeenten, werkgevers en landelijke partners van de BRC. Bij burgers hebben we bewust geen informatie opgehaald, omdat we in dit onderzoek specifiek kijken naar het monitoren en zichtbaar maken van impact. We gebruikten kwantitatieve (vragenlijsten) en kwalitatieve methoden (gesprekken).

Vragenlijsten

In het voorjaar van 2025 hebben we vragen gesteld aan beleidsambtenaren sport van gemeenten, in een peiling van het VSG-gemeentepanel. 132 ambtenaren hebben deze ingevuld. In het najaar van 2024 hebben we vragen gesteld aan BRC-functionarissen die aangesloten zijn bij het BRC-onderzoekspanel van het Mulier Instituut. Deze vragenlijst hebben 128 BRC-functionarissen met verschillende profielen ingevuld. Met SPSS hebben we de antwoorden op deze vragenlijst geanalyseerd.

Gesprekken

Om meer te begrijpen van de achterliggende processen, hebben we verschillende gesprekken gevoerd met stakeholders:

  • een klankbordsessie met landelijke partners van de BRC (Ministerie van VWS, VSG, NOC*NSF, Kenniscentrum Sport & Bewegen, LKCA) en enkele gemeenten en uitvoeringsorganisaties in januari 2025;
  • een focusgroep met drie BRC-functionarissen in het voorjaar van 2025;
  • een interview met een beleidsmedewerker sport van de gemeente Almere in het voorjaar van 2025;
  • een interview met de ontwikkelaar van een app voor monitoring van impact van buurtsportcoaches in het voorjaar van 2025.

Deze gesprekken hebben we uitgewerkt en thematisch geanalyseerd.

Leeswijzer

We bespreken eerst een aantal theoretische uitgangspunten in hoofdstuk 2. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 3 de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 4 eindigen we met een slotbeschouwing.

Hoofdstuk 2 Theoretische uitgangspunten

In dit hoofdstuk bespreken we een aantal uitgangspunten die relevant zijn voor het meten van de impact van de beleidspraktijk van de BRC.

2.1 Theoretische uitgangspunten

In eerder onderzoek keken we naar de impact van de BRC (o.a. Van Lindert et al., 2017) en andere beleidsregelingen (bijvoorbeeld het Sportakkoord II, in Hoogendam et al., 2024). In deze onderzoeken, en de theorieën die we daarin aanhaalden, zien we vier theoretische uitgangspunten die relevant zijn wanneer het gaat over de impact van de BRC. We beschrijven deze uitgangspunten kort.

1. Er bestaat een onderscheid tussen implementatieniveaus

Beleid (en zo ook de BRC) richt zich vaak niet direct op de einddoelgroep (burgers). Het wordt vormgegeven en geïmplementeerd op verschillende niveaus. We onderscheiden hier drie verschillende implementatieniveaus (gebaseerd op het model van Jolley, in Van Lindert et al., 2017):

  • nationaal (macroniveau);
  • gemeentelijk (mesoniveau);
  • de BRC-functionaris (microniveau).

2. Er bestaan verschillende sferen van invloed

Aangezien beleid zich niet direct richt op de einddoelgroep, zijn de beleidsmogelijkheden van de verschillende betrokkenen die een beleidsprogramma uitvoeren beperkt. Het is daarom goed om te kijken naar de invloedssfeer. De methode outcome mapping (Hoogendam et al., 2024) kent drie sferen van invloed (figuur 2.1):

  • In de controlesfeer gaat het om de eigen acties en werkzaamheden, waar je directe controle over hebt.
  • In de directe invloedssfeer gaat het om directe invloed die je uitoefent op intermediaire actoren (personen/organisaties die je rechtstreeks beïnvloedt of ondersteunt door je acties). Hierbij bereik je dus bepaalde impact door anderen te beïnvloeden om bepaalde acties te ondernemen.
  • In de indirecte invloedssfeer heb je slechts indirect invloed op wat er uiteindelijk gebeurt. Wat uiteindelijk wordt bereikt bij de einddoelgroep, ligt vaak in deze invloedssfeer.

Figuur 2.1 Sferen van invloed

Visuele weergave van de drie sferen van invloed
Omschrijving van de afbeelding

Deze figuur geeft de drie sferen van invloed weer met ovalen. De grootste is de indirecte invloedssfeer. Daarbinnen bevindt zich de kleinere directe invloedssfeer. Daar weer binnen bevindt zich de kleinste: de directe controlesfeer.

Bron: Van Ongevalle et al., (2019). Bewerking: Mulier Instituut.

3. Evaluatie is een integraal onderdeel van het implementatieproces

Monitoring en evaluatie spelen een belangrijke rol in het proces van impact maken. Het is belangrijk dat de verschillende implementatieniveaus met elkaar in contact staan en bevindingen met elkaar delen (feedback-loops in het model van Jolley, in Van Lindert et al., 2017). Zo kun je leren van wat er is gebeurd en het beleid tussentijds bijsturen (lerend beleid).

Naast ‘leren’ kan beleidsevaluatie ook de functie hebben om te ‘verantwoorden’. Soms is dit doel voor de verschillende partijen niet in lijn. Wanneer bijvoorbeeld een ‘hoger’ niveau data nodig heeft om te kunnen leren, kan dat voor een ‘lager’ niveau voelen als verantwoording moeten afleggen (Hoogendam & van Lindert, 2021).

4. Als-dan-redenering helpt om monitoring op de juiste plek in te steken

Het is voor betrokkenen op alle niveaus lastig om het hele proces dat tot impact leidt te doorzien. Het helpt om het proces te definiëren en versimpelen aan de hand van een logisch model, zoals de Theory of Change (o.a. MDF, 2019). Zo’n model omvat verschillende als-dan-redeneringen: als je een bepaalde activiteit doet, dan verwacht je dat dat leidt tot een bepaald resultaat.

In de Theory of Change zorgt bepaalde input (benodigde bronnen) voor activiteiten (concrete handelingen), die op hun beurt weer leiden tot (zie figuur 2.2):

  • output (directe, meetbare prestaties en resultaten);
  • outcome (de beoogde effecten op langere termijn); en
  • impact (meerwaarde voor individu en samenleving).

Figuur 2.2 Theory of change

Visuele weergave van de in de tekst beschreven onderdelen van de theory of change.

Bron: MDF (2019). Bewerking: Mulier Instituut.

Wanneer je minder controle hebt over wat er gebeurt, kun je vanuit een gefundeerde als-dan-redenering aannames doen over uitkomsten. Zo’n redenering kan helpen om doelen te richten en een monitoringsaanpak te ontwikkelen die zo goed mogelijk de impact inzichtelijk maakt. Daarbij is het van belang om te beseffen dat de werkelijkheid meestal niet lineair verloopt. En rekening te houden met tussentijds bijsturen via feedback-loops tussen de verschillende implementatieniveaus.

2.2 Kader voor zichtbaarheid impact BRC

Verschillende implementatieniveaus

De theoretische uitgangspunten kunnen we aan elkaar koppelen en richten op de BRC. Door de verschillende punten uit de theorieën te bundelen, krijgen we een kader waarmee we beter kunnen bekijken en begrijpen hoe de impact van de BRC zichtbaar wordt gemaakt. Binnen dat kader zijn er drie groepen die de regeling samen vormgeven en implementeren. En die uiteindelijk zorgen voor impact bij de einddoelgroep (burgers).

Nationaal

De ministeries van VWS, OCW en SZW en de landelijke bestuurlijke uitvoeringspartners (met name VSG en VNG) bepalen de grote lijnen en de landelijke doelen. Deze staan in de bestuurlijke afspraken (Rijksoverheid, 2023).

Deze partijen hebben controle over het opstellen van de overkoepelende doelen en kaders (via onder andere de bestuurlijke afspraken en financiële stromen). Daarmee hebben ze directe invloed op hoe gemeenten de BRC uitvoeren, maar slechts indirecte invloed op wat daar vervolgens uit voortvloeit. Dit wordt ook wel het macroniveau genoemd.

Gemeentelijk

Gemeenten en lokale (werkgevers)organisaties koppelen de landelijke kaders aan de lokale uitdagingen, en geven daarmee een lokale invulling aan de BRC. Deze partijen hebben controle over hoe ze uitvoering geven aan de landelijke kaders, met tools als werkgeverschap, opdrachtgeverschap en cofinanciering. Zij bepalen vaak het domein en de doelgroep waar de BRC aan werkt.

Daarmee hebben ze directe invloed op hoe de BRC-functionarissen hun werk doen. En oefenen ze indirecte invloed uit op wat BRC-functionarissen uiteindelijk aanbieden voor en bereiken bij de einddoelgroep (burgers). Dit wordt ook wel het mesoniveau genoemd.

BRC-functionaris

De BRC-functionaris (ook wel het microniveau genoemd) voert de gemeentelijke opdracht in de praktijk uit. Daarbij hebben ze vaak veel vrijheden, en controle over het hoe, waar en wanneer ze bepaalde werkzaamheden uitvoeren.

Met die werkzaamheden bereiken ze de einddoelgroep soms indirect, via lokale organisaties (denk aan scholen, sportverenigingen of culturele aanbieders) die ze ondersteunen of met elkaar verbinden. Via die lokale organisaties hebben ze dan indirecte invloed op de uiteindelijke impact bij de einddoelgroep. De meer uitvoerende BRC-functionarissen bereiken de einddoelgroep vaak ook direct, bijvoorbeeld als ze zelf een sport- of cultuuractiviteit begeleiden.

Feedback-loops

Tussen de drie implementatieniveaus is goede communicatie (goede feedback-loops) nodig om te leren van wat er is gebeurd en het beleid tussentijds bij te sturen. Elke groep wil weten wat de input die zij binnen hun controlesfeer hebben geleverd, heeft opgeleverd. Die kennis kunnen ze ophalen bij de actoren die ze hebben beïnvloed met hun eigen acties. Omdat de BRC binnen de verschillende groepen wordt vormgegeven en geïmplementeerd, vergt het samenwerken en duidelijke afstemming om uiteindelijk de gerealiseerde impact zichtbaar te maken.

Als-dan-redeneringen

Alle groepen kunnen daarbij als-dan-redeneringen gebruiken om hun eigen input en activiteiten te richten, waarmee ze volgens de redenering de output, outcome en impact bereiken die ze willen (figuur 2.3).

Bijvoorbeeld: de Rijksoverheid heeft slechts indirect invloed op de impact van de BRC-functionaris op burgers. Toch kan ze stellen: als ze voldoende financiële middelen én een duidelijk doel meegeeft (vanuit haar controlesfeer), leidt de keten die ze daarmee in gang zet (directe invloedssfeer) uiteindelijk tot het doel dat meer burgers deelnemen aan sport, bewegen en cultuur (in de indirecte invloedssfeer).

Of een ander voorbeeld: een BRC-functionaris denkt mee bij het oprichten van een G-team (team voor mensen met een beperking) op een sportvereniging (controlesfeer). Hij beredeneert daarbij dat hij op die manier meerdere personen binnen die vereniging in stelling zet (directe invloedssfeer) om zo’n team daadwerkelijk te realiseren. Zodat mensen met een beperking structureel kunnen deelnemen (indirecte invloedssfeer). In tabel 2.1 werken we nog een voorbeeld uit.

Figuur 2.3 Theory of change gekoppeld aan de sferen van invloed

Visuele weergave van theory of chancge, gecombineerd met invloedssferen
Omschrijving van de afbeelding

Deze figuur geeft opnieuw de vijf onderdelen van de theory of change weer: input, activiteiten, output, outcome en impact. Deze staan weergegeven binnen de cirkels van de invloedssferen. Input valt in de controlesfeer, activiteiten in zowel controle- als directe invloedssfeer. Output valt in de directe invloedssfeer. Outcome valt in zowel de directe als de indirecte invloedssfeer, en impact alleen in de indirecte invloedssfeer.

Bron: Van Lindert et al., (2023), bewerkt door het Mulier Instituut

Tabel 2.1 Voorbeeld: Theory of Change programma ‘valpreventie’
InvloedssfeerOnderdeel TOCRijksoverheid (macroniveau)Gemeente (mesoniveau)BRC-functionaris (microniveau)
ControlesfeerInputLandelijke beleidskaders en financiering
BRC Tijd, kennis en expertise van betrokken Rijksambtenaren
Lokale beleidskaders en financiering
Tijd, kennis en expertise van betrokken gemeenteambtenaren
Tijd, kennis en expertise
Eigen netwerk functionaris
Niet van toepassingActiviteitenOrganiseren van kennisdeling voor en tussen betrokken landelijke partijen
Geven van opdracht voor monitoring en evaluatie
Aanstellen van BRC-functionarissen die valpreventielessen geven
Organiseren van kennisdeling voor en tussen betrokken lokale partijen
Organiseren van valpreventielessen
Contact onderhouden met deelnemers
Samenwerkingen met relevante lokale partners opgezet
Directe invloedssfeerOutputGemeenten zetten BRC-functionarissen in op valpreventie
Gemeenten nemen valpreventie op in hun gezondheidsbeleid
Onderzoek naar de effecten van het valpreventieprogramma
Meer lokale programma’s en deelnemers aan die programma’s
Meer BRC-functionarissen die zich richten op valpreventie
Lokale partijen werken structureel samen rondom valpreventie (sport, welzijn, zorg, BRC-functionarissen).
Lokale zorgprofessionals verwijzen structureel door naar valpreventie op het moment dat een oudere dat nodig heeft
Ouderen leren hoe ze minder vaak en veilig kunnen vallen
Indirecte invloedssfeerOutcomeBRC-functionarissen worden effectief ingezet om gedragsverandering bij ouderen te bereikenOuderen leren hoe ze minder vaak en veilig kunnen vallenOuderen veranderen hun gedrag: zij passen aangeleerde oefeningen, omgevingsaanpassingen en veilige beweegstrategieën toe
Niet van toepassingImpactDe gezondheid van ouderen op de langere termijn verbetert
Zorg- en maatschappelijke kosten dalen
De gezondheid van ouderen op de langere termijn verbetert
Zorg- en maatschappelijke kosten dalen
De gezondheid van ouderen op de langere termijn verbetert

Bron: Mulier Instituut.

Hoofdstuk 3 Onderzoeksresultaten

In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten uit de vragenlijsten en groepsgesprekken. Daarbij gaan we eerst in op de doelen, daarna op de ervaren impact en vervolgens op het zichtbaar maken van impact.

3.1 Doelen BRC

De gestelde doelen zijn afhankelijk van de implementatieniveaus (nationaal, gemeentelijk, BRC-functionaris). Over het algemeen geldt: hoe ‘lager’ het implementatieniveau, hoe specifieker de doelen.

Landelijke doelen (macroniveau)

In de bestuurlijke afspraken van de BRC staan drie doelen benoemd (Rijksoverheid, 2023). Deze doelen zijn:

  1. meer kinderen, jongeren en volwassenen die sporten, bewegen en meedoen aan cultuur. Het gaat hierbij ook om kwetsbare groepen en mensen die achterblijven in sport-, beweeg- en cultuurdeelname;
  2. sterke aanbieders in sport, bewegen en cultuur waarbij kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid geregeld is;
  3. een sterke verbinding van sport, bewegen en cultuur met andere domeinen en programma’s (onderwijs, gezondheid, zorg, welzijn en sociale zaken/armoede & schulden) die bijdragen aan de bovenste twee doelen.

Bijna alle gemeenten leveren een bijdrage aan de landelijke doelen (96% van de gemeenten aan doel 1, 92% aan doel 2 en 86% aan doel 3; Gómez Berns et al., 2025).

Lokale doelen (mesoniveau)

De landelijke doelen vertalen gemeenten, werkgevers en BRC-functionarissen naar de lokale situatie. Omdat de lokale situaties verschillen en de landelijke doelen breed zijn, zijn er lokaal grote verschillen in de mate en manier waarop wordt ingezet op deze doelen. Wel zien we dat er veel aandacht is voor de kwetsbare doelgroepen en voor ‘mensen die nog niet meedoen’.

Opvallend is dat gemeenten de drie landelijke BRC-doelen vaak niet als einddoel zien. Doelen als ‘meer (kwetsbare) mensen laten meedoen aan sport/bewegen en cultuur’ en ‘aanbieders versterken’ zien ze meer als hulpmiddelen om hun doelen te bereiken. Dat zijn doelen als ‘het welzijn van specifieke doelgroepen verbeteren’, ‘een gezonde generatie’ en ‘kansengelijkheid vergroten’. De inzet van de BRC wordt lokaal dus gebruikt om bredere doelen te bereiken.

Doelen BRC-functionarissen per BRC-profiel (microniveau)

BRC-functionarissen volgen de doelen van hun werkgever of opdrachtgever. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de verschillende BRC-profielen. Elk profiel kent eigen doelen, met eigen doelgroepen en partijen waarop ze inzetten. Zo zetten clubontwikkelaars zich specifiek in voor het versterken van sportaanbieders en cultuurcoaches voor het vergroten van cultuurparticipatie.

3.2 Ervaren impact BRC

De impact van de BRC is wat de werkzaamheden van de BRC-functionarissen uiteindelijk opleveren voor de mensen die ermee bereikt worden. Soms is dat een concrete opbrengst, zoals deelnemers aan activiteiten (in de Theory of Change wordt dat output genoemd). Maar soms is het een wat abstractere opbrengst, zoals betere gezondheid van deelnemers (iets wat volgt uit de directe output, zie figuur 2.3).

Impact BRC volgens beleidsambtenaren sport van gemeenten (mesoniveau)

Dat gemeenten aan de overkoepelende landelijke doelstellingen werken, blijkt uit de antwoorden van beleidsambtenaren sport van gemeenten op de vraag wat voor hen de belangrijkste impact van de BRC is. Vaak noemen ze het creëren van ‘bewegen/beweging’ en ‘verbinden/verbinding’ (figuur 3.1).

Ze zien ook impact op de lokale bredere doelen (zoals het ‘het welzijn van specifieke doelgroepen verbeteren’, ‘een gezonde generatie’ en ‘kansengelijkheid vergroten’). Ze noemen bijvoorbeeld woorden die gaan over het verbeteren van gezondheid. Deze impact noemen de beleidsambtenaren sport van gemeenten wel minder vaak dan de impact die direct gekoppeld is aan de landelijke doelen.

Figuur 3.1 De belangrijkste impact van de BRC volgens beleidsambtenaren sport van gemeenten (n=132)

Woordwolk over de belangrijkste impact van de BRC volgens beleidsambtenaren sport van gemeenten
Omschrijving van de afbeelding

Deze woordwolk geeft weer wat de belangrijkste impact van de BRC is volgens beleidsambtenaren sport van gemeenten. Hoe vaker zij een woord hebben genoemd, hoe groter het is weergegeven. Van groot naar klein zijn de woorden: verbinden, beweging, zichtbaarheid, activeren, bereiken, resultaat, aanjagen, verhogen sportdeelname, motiveren, preventie, ondersteuning, sportdeelname, gezondheid, bewustwording, ontmoetingen, vitale inwoners, samenwerkingen, sportborging, onmisbaar, betrokkenheid, participatie.

Bron: Mulier Instituut, peiling VSG- gemeenteambtenaren, voorjaar 2025.

Trots op resultaten BRC, volgens gemeenteambtenaren (mesoniveau)

In de Monitor BRC (Gómez Berns et al., 2025) hebben we beleidsambtenaren (zowel sport als cultuur) gevraagd op welk BRC-resultaat ze trots zijn. Hieronder benoemen we vaak genoemde resultaten per landelijk doel.

Meedoen

Binnen het doel ‘Meedoen’ zijn beleidsambtenaren vooral trots op georganiseerde activiteiten en projecten. Ze noemen structurele programma’s, zoals een platform met een overzicht van alle activiteiten in de gemeente. En ze noemen incidentele activiteiten, zoals clinics of sportdagen.

Daarbij zijn gemeenteambtenaren trots op de burgers die ze met deze activiteiten en projecten hebben bereikt. Vooral als dat mensen zijn voor wie deelname niet vanzelfsprekend is. Zo noemt een beleidsmedewerker: ‘Via allerlei initiatieven, instuiven, clinics zorgen voor laagdrempelig sportaanbod voor kinderen. Daarmee zijn veel kinderen bereikt die anders niet of weinig zouden bewegen.’

Sterke aanbieders

Binnen het doel ‘Sterke aanbieders’ noemen beleidsambtenaren vaak de professionalisering, deskundigheidsbevordering en ondersteuning die BRC-functionarissen bieden aan sport- en cultuuraanbieders. Denk aan workshops en opleidingen.

Veel gemeenten zijn trots op de samenwerking en netwerkvorming, vooral met sportaanbieders, waarin BRC-functionarissen een belangrijke stimulerende rol spelen. Zo noemt een beleidsmedewerker: ‘We hebben thema-avonden georganiseerd voor sportaanbieders ten aanzien van versterken van besturen, inclusie, energie en vrijwilligerswerk. Het samenbrengen van sportaanbieders geeft een extra boost aan elkaar in het uitwisselen van informatie.’

Sterke verbinding

Binnen het doel ‘sterke verbinding’ zijn beleidsambtenaren enerzijds trots op de samenwerking van de BRC-functionaris met verschillende domeinen. Daarbij noemen ze regelmatig de zorg- en welzijnsorganisaties (waarbij samenwerking bijvoorbeeld gericht is op valpreventie of jongerenwerk) en het onderwijs.

Zo noemt een beleidsmedewerker: ‘In samenwerking met het onderwijs en onze maatschappelijke partners hebben wij op verschillende scholen een uitgebreid aanbod van naschoolse activiteiten. De integrale blik én de koppeling met armoedebeleid is hierin een succesfactor.’

Anderzijds zijn beleidsambtenaren trots op de samenwerking tussen partijen onderling, waarbij de BRC-functionaris een initiërende rol had.

Impact volgens BRC-functionarissen (microniveau)

BRC-functionarissen beoordelen hun eigen impact gemiddeld met een 7,5, blijkt uit de panelpeiling. Daarbij geven ze aan dat wat impact is, erg verschillend kan zijn per project en doelgroep. Ze omschrijven hun impact veelal als het teweegbrengen van structurele verandering.

Vaak gaat dit om verandering bij een specifieke doelgroep waar zij zich op richten, maar soms ook om veranderingen in het systeem waar zij in werken. Bijvoorbeeld het verbeteren van samenwerking tussen partijen in het beweeg- of cultuurnetwerk van de gemeente waar ze werken. Zo zegt een BRC-functionaris: ‘[Ik heb] de bestaande structuur geholpen om zich te verbeteren en te versterken, om via die manier nieuwe mensen te betrekken en de ‘olievlek’ te laten verspreiden.’

Functionarissen zien in de beschrijving van hun impact sporten, bewegen en cultuur vaak als een middel. Met name de functionarissen die direct met kwetsbare doelgroepen werken, benoemen de impact van hun werkzaamheden op het sociale aspect van het leven van hun doelgroep. Zo vertelt een BRC-functionaris: ‘De impact op die mensen [deelnemers aan wandel- en zwemgroepen] is groot: ze kijken uit naar het beweegmoment en vooral ook de sociale contacten en de aandacht die ze krijgen tijdens het bewegen.’

Daarbij geven BRC-functionarissen die werken voor specifieke, vaak kwetsbare doelgroepen, aan dat hun impact vaak betrekking heeft op een relatief kleine groep mensen, waarvoor zij naar hun idee veel impact maken. Een functionaris vertelt: ‘Wijkbewoners die wel wilden sporten maar dit om verschillende redenen niet lukte, hebben wij een plek geboden om te gaan sporten […] Zo’n 15 personen hebben we hierdoor structureel aan het sporten/bewegen gekregen, waarbij een deel dit nu doet bij regulier beweegaanbod. Veel van deze personen geven aan zich beter/fitter te voelen door het bewegen en sommige geven aan mede hierdoor te zijn afgevallen.’

Dit lijkt anders voor BRC-functionarissen die veel met (niet-kwetsbare) kinderen werken. Zij lijken vaker grote groepen te bereiken, bijvoorbeeld tijdens sportdagen waar veel kinderen tegelijkertijd op af komen. De impact op een individu is bij deze activiteiten minder groot.

3.3 Impact zichtbaar maken

Zoals hierboven beschreven zijn er verschillende implementatieniveaus waarop de BRC zich richt. De burger is de einddoelgroep voor impact, en via verschillende niveaus komt beleid bij de burger. Om te weten of er impact is bereikt bij die burgers, is monitoren van de werkzaamheden en opbrengsten belangrijk.

Monitoringsdata en gegevens over impact geven de ‘lagere’ niveaus meestal door aan de ‘hogere’ niveaus. De impact bij de burgers wordt opgepikt en gemonitord door de BRC-functionaris. Die geeft dat dan weer door aan de werkgever of gemeente, en die vervolgens aan het Rijk. In dat proces worden data samengebracht, waardoor een algemener beeld ontstaat.

BRC-functionaris (microniveau)

In vrijwel elke gemeente monitoren BRC-functionarissen wat ze doen. En veruit de meeste BRC-functionarissen (93%; niet in figuur) vinden het voor de voortzetting van hun werkzaamheden belangrijk om hun impact inzichtelijk te maken. BRC-functionarissen houden daarvoor verschillende outputs en outcomes bij. Het aantal deelnemers en het aantal georganiseerde activiteiten zijn de meest genoemde (figuur 3.2).

Figuur 3.2 Wat doen BRC-functionarissen om impact inzichtelijk te maken? (in procenten, n=105)

Figuur over wat BRC-functionarissen doen om impact inzichtelijk te maken
Omschrijving van de figuur

De figuur geeft weer hoeveel procent van de 105 bevraagde BRC-functionarissen bepaalde activiteiten uitvoert om hun impact zichtbaar te maken. De percentages zijn als volgt. Aantal georganiseerde activiteiten bijhouden: 75%. Aantal deelnemers van activiteiten bijhouden: 75%. Voortgang van projecten bijhouden: 68%. Foto’s of filmpjes delen: 66%. Aantal contactmomenten met samenwerkingspartners bijhouden: 47%. Aantal deelnemers dat is doorgestroomd naar structureel sport- en beweegaanbod bijhouden: 37%. Anders: 13%. Niet: 2%.

Bron: Mulier Instituut, peiling BRC-functionarissen, voorjaar 2025

BRC-functionarissen verzamelen veelal cijfermatige data (aantal activiteiten, deelnemers of contactmomenten met samenwerkingspartners; figuur 3.2). Toch vindt slechts 19 procent van de BRC-functionarissen dat hun impact goed uit te drukken is in cijfers (figuur 3.3). Ze geven aan dat grote cijfers (bijvoorbeeld veel deelnemers aan een sportdag) niet altijd grote impact betekent. Eén kind helpen dat in een moeilijke situatie zit, is wat hen betreft wellicht meer impact dan een activiteit organiseren voor twintig kinderen die toch al veel sporten.

BRC-functionarissen geven aan dat ze daarom zelf vaak wel weten wat hun impact is, maar dat de echte impact op een persoon moeilijk in cijfers te vangen is. Daarom delen BRC-functionarissen naast cijfers ook verhalen. Deze spelen volgens hen ook een belangrijke rol in het laten zien van hun impact. Twee op de drie BRC-functionarissen (69%; figuur 3.3) geven aan dat ze hun impact goed kunnen laten zien door de monitoring en evaluatie die ze doen.

Figuur 3.3 Stellingen rondom monitoren en impact, beantwoord door BRC-functionarissen (in procenten, n=105)

Figuur met reacties van BRC-functionarissen op stellingen rondom monitoren en impact
Omschrijving van de figuur

e figuur geeft van verschillende stellingen weer hoeveel procent van de BRC-functionarissen het ermee eens is. Stelling: Om mijn werkzaamheden voort te kunnen zetten, is het belangrijk dat ik de impact ervan laat zien. Reacties: 93% (helemaal) mee eens, 5% niet mee eens, niet mee oneens, 2% (helemaal) mee oneens. Stelling: Door monitoring en evaluatie kan ik mijn impact laten zien. Reacties: 69% (helemaal) mee eens, 26% niet mee eens, niet mee oneens, 6% (helemaal) mee oneens. Stelling: Ik heb voldoende tijd om mijn werkzaamheden te monitoren en evalueren. Reacties: 37% (helemaal) mee eens, 25% niet mee eens, niet mee oneens, 38% (helemaal) mee oneens. Stelling: Ik monitor en evalueer alleen als mijn werkgever mij dat verplicht. Reacties: 23% (helemaal) mee eens, 13% niet mee eens, niet mee oneens, 62% (helemaal) mee oneens, 2% weet het niet. Stelling: De impact van mijn werkzaamheden is goed uit te drukken in cijfers. Reacties: 19% (helemaal) mee eens, 37% niet mee eens, niet mee oneens, 44% (helemaal) mee oneens. Stelling: Monitoren en evalueren gaat alleen om cijfers. Reacties: 4% (helemaal) mee eens, 9% niet mee eens, niet mee oneens, 88% (helemaal) mee oneens.

Bron: Mulier Instituut, peiling BRC-functionarissen, najaar 2024

Gemeentelijk (mesoniveau)

Hoe de BRC wordt gemonitord, verschilt per gemeente. Er is geen algemeen gebruikte systematiek (zie bijvoorbeeld de aanpak in Almere in het kader hieronder). De vorm van monitoring is mede afhankelijk van welke manier van verantwoording de gemeente aan BRC-functionarissen vraagt.

Beleidsmedewerkers sport van gemeenten geven als rapportcijfer een 6,7 aan de mate waarop de huidige monitoring de impact van de werkzaamheden van BRC-functionarissen inzichtelijk maakt. De cijfers en verhalen die BRC-functionarissen ophalen, laten de werkzaamheden (het proces) zien, maar veel gemeenten vinden het lastig om aan de hand van die data te bepalen of ze de gemeentelijke impactdoelen echt hebben bereikt.

De beleidsmedewerkers sport zouden graag meer en betere data hebben om te duiden wat de impact van BRC-functionarissen precies is. Zo geeft een respondent aan bepaalde data te missen: ‘Meer info over wie je nou bereikt met de uitgevoerde werkzaamheden; zijn dat de mensen die toch al bewegen, of juist de mensen die daar echt een zetje bij nodig hebben?’

Aanpak gemeente Almere

De gemeente Almere heeft sinds 2024 een nieuwe monitoringssystematiek. Hierin koppelen ze doelen nadrukkelijk aan de monitoring die uitvoeringspartijen doen. Zo kan Almere de samenhang tussen de input (benodigde bronnen), throughput (de activiteiten die je doet), output (meetbare prestaties en resultaten) en outcome (de beoogde effecten) zo goed mogelijk in kaart brengen.

De monitoring bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Uitvoeringsorganisaties moeten vooraf een jaarplan aanleveren (volgens een bestaand format). Daarin staan de doelen en plannen voor het aankomende jaar. Deze doelen en plannen moeten aansluiten op de gemeentelijke doelstellingen.
  • Gedurende het jaar zijn er verschillende gesprekken tussen gemeente en uitvoeringsorganisatie, zowel op directie- als op uitvoeringsniveau. Daarbij hanteren ze het stoplichtmodel.
  • Aan het eind van het jaar leveren uitvoeringsorganisaties een inhoudelijke en financiële eindverantwoording op. Daarin zit ook feedback van deelnemers aan activiteiten en minstens vijf good practices. Naast de schriftelijke eindverantwoording voert de gemeente een eindgesprek met de uitvoeringsorganisatie, waarin ze het proces en de resultaten van het afgelopen jaar bespreken.

Met deze systematiek heeft de gemeente goed zicht op het proces én kan ze iets zeggen over resultaten en impact. In de gesprekken maakt het stoplichtmodel inzichtelijk hoe het met de voortgang gaat. Zo kunnen gemeenten en uitvoeringsorganisaties duidelijk zien of er onderdelen zijn waarop ze tussentijds moeten bijsturen. Denk aan bepaalde samenwerkingen of het bijstellen van doelen in het jaarplan. En via de feedback van deelnemers en de good practices krijgt de gemeente een beeld van de impact op het niveau van de deelnemers.

Omdat de systematiek van monitoring en uitvoering de komende jaren gelijk blijft, kan de gemeente de ontwikkelingen goed volgen. En kan ze op termijn ook wat meer langeretermijnresultaten zien.

Lees meer in het artikel ‘Zo monitort Almere de inzet van buurtsportcoaches’.

Nationaal (macroniveau)

Via de jaarlijkse vragenlijst voor de monitor BRC (o.a. Gómez Berns et al., 2025) vraagt het Rijk gemeenten de informatie die zij krijgen van BRC-functionarissen cijfermatig samen te vatten. Daarmee krijgt het Rijk input over de inzet van de regeling in het algemeen en specifiek op de drie landelijke BRC-doelen. Door deze uniforme manier van informatie ophalen bij gemeenten, kunnen we uiteindelijk op Rijksniveau iets zeggen over de voortgang van de regeling.

Maar daarbij gaat ook veel informatie verloren. Gemeenten weten meer over de impact van lokale BRC-functionarissen dan zij door kunnen geven via een uniforme vragenlijst. Uit onze klankbordsessie kwam naar voren dat meer dialoog tussen landelijke en lokale partijen kan helpen om meer inzicht te krijgen in impact op landelijk niveau. Bijvoorbeeld door lokale succesverhalen en knelpunten te delen.

Daarbij moet dan aandacht zijn voor de verschillende soorten gemeenten en hun specifieke context: vaak zijn er grote verschillen tussen bijvoorbeeld kleine en grote gemeenten. Maar het blijft door de schaal (er zijn 342 gemeenten in Nederland) praktisch lastig om een totaalbeeld te krijgen via dit soort gesprekken.

3.4 Behoeften

Data ophalen en noteren met een tool

Uit eerder onderzoek (Gómez Berns & Van Stam, 2022) blijkt dat BRC-functionarissen voornamelijk Excel (69%), Word (39%), een online tool (20%), de Outlook-agenda (18%) en een tijdsregistratiesysteem (18%) gebruiken om te monitoren. Dat voldoet bij veel BRC-functionarissen niet. In het huidige onderzoek zegt de helft (51%) dat ze een tool missen waarmee ze op een efficiënte manier gegevens kunnen verzamelen.

Ook veel beleidsmedewerkers sport van gemeenten geven aan dat het hen ontbreekt aan een goede monitoringssystematiek om impact te meten. Ze zouden een hulpmiddel als een goed werkende tool of een goed dataverwerkingssysteem goed kunnen gebruiken. Zo vertelt een beleidsmedewerker: ‘Het gaat veelal niet om gegevens maar om de mogelijkheid om ze te verzamelen en eenduidig te maken en daarna te kunnen analyseren.’

Volgens de BRC-functionarissen en een ontwikkelaar van zo’n tool zou deze aan een aantal eisen moeten voldoen:

  • De tool moet gebruiksvriendelijk zijn: niet te complex, maar wel met wat flexibiliteit om het enigszins aan te passen aan de lokale situatie.
  • De tool moet de data overzichtelijk weergeven in bijvoorbeeld een dashboard. Zo kunnen zowel de BRC-functionaris zelf als de werkgever in één oogopslag zien wat er is gedaan en wat dat heeft opgeleverd.

In de afgelopen jaren is dit geprobeerd met de tool ‘Buurtsportcoachkompas’. Deze werd met steun van het Rijk ontwikkeld, en vele gemeenten hebben hier gebruik van gemaakt. Maar deze tool is opgeheven, omdat de vraag naar flexibiliteit (lokaal wilde men veel verschillende onderwerpen en manieren van meten) zo groot werd dat het instrument te complex werd. Er kon toen geen eenduidig landelijk beeld meer gecreëerd worden.

Methoden van monitoren

Er zijn verschillende methoden die kunnen helpen om de inzet van BRC-functionarissen te monitoren. Zie bijvoorbeeld het stappenplan voor het monitoren en evalueren van de inzet van buurtsportcoaches (Van Stam et al., 2025). Het Landelijk kenniscentrum voor cultuureducatie en amateurkunst (LKCA) heeft een vergelijkbaar document gemaakt voor cultuurcoaches (Delmee & Poll, 2020).

Monitoringsdata vertalen naar impact

Hoewel zo’n tool nuttig kan zijn om de opbrengsten zichtbaar te maken, is er een extra stap nodig om die te vertalen naar impact. BRC-functionarissen geven daarbij aan dat het belangrijk is dat de impact op het lokaal niveau zichtbaar wordt, omdat de impact uiteindelijk wordt gemaakt bij een burger.

3.5 Uitdagingen bij het meten van impact

Impact zichtbaar maken kan een uitdaging zijn. Dat hangt vooral samen met het feit dat (1) het lastig is om impact te monitoren en dat (2) impact vaak niet direct toe schrijven is aan het werk van de BRC-functionaris. Dat lichten we hieronder toe.

Impact monitoren

De doelen van de verschillende implementatieniveaus sluiten niet altijd goed op elkaar aan. BRC-functionarissen willen vooruitgang van individuele deelnemers, terwijl ‘hogere’ implementatieniveaus doelen hebben voor een grotere groep. Deze verschillende perspectieven maken het lastig om monitoring eenduidig in te steken. Ook zijn de specifieke veranderingen die BRC-functionarissen zien bij individuen, lastig in cijfers uit te drukken en door te vertalen naar een totaalbeeld van de hele groep. Een eenduidig impactbeeld maken blijft lastig.

BRC-functionarissen beschikken meestal niet over de tijd en middelen om zelf uitgebreid onderzoek te doen naar hun impact. Ze zijn daardoor afhankelijk van bestaande kennis, zoals de bewezen relatie tussen bewegen en gezondheid. En van bestaande databronnen, zoals de GGD-monitor (zie ook het rapport over datagestuurd werken; Heijnen et al., 2025). Maar deze data zijn niet altijd beschikbaar en lokaal toepasbaar. En er is niet altijd tijd om deze erbij te zoeken.

Impact toeschrijven aan BRC-functionaris

De bijdrage van BRC-functionarissen maakt soms slechts een klein deel uit van de totale inspanning die nodig is om doelen te behalen. Zeker bij grotere maatschappelijke doelen, zoals eenzaamheid terugdringen. Daarbij is het resultaat niet alleen afhankelijk van het werk van functionarissen, maar vraagt het om samenwerking tussen meerdere organisaties en domeinen. Doordat de BRC-functionarissen onderdeel zijn van een groter geheel, is het moeilijk om hun specifieke bijdrage aan bredere doelen afzonderlijk zichtbaar te maken.

Impact kan gerealiseerd worden op de vooraf gestelde doelen (zoals je zou verwachten vanuit de Theory of Change), maar ook op onverwachte aspecten. Die onverwachte impact past niet altijd binnen de bestaande monitoring en wordt daardoor soms over het hoofd gezien.

Soms is impact onzichtbaar, bijvoorbeeld als het gaat om iets negatiefs voorkómen. Bijvoorbeeld als het aantal uitvallers bij een sportvereniging zonder de inzet van de functionaris zou zijn opgelopen, maar het ledenaantal nu gelijk is gebleven. Toch kan dit belangrijke impact zijn van het werk van BRC-functionarissen. Onzichtbare impact is lastig meetbaar, want wat zou er zijn gebeurd zonder de inzet van de functionaris? BRC-functionarissen zien voor zichzelf een signalerende rol om deze ‘onzichtbare’ impact benoemen.

Hoofdstuk 4 Slotbeschouwing

Aan de hand van de genoemde theoretische uitgangspunten geven we een beschouwing op de resultaten van dit onderzoek.

4.1 De meerwaarde van de BRC

Betrokkenen op de verschillende implementatieniveaus zien allemaal het nut van de BRC. Sinds 2008 hebben meerdere landelijke bewindspersonen ervoor gekozen deze regeling te behouden en uit te breiden. Zo is het Rijksbudget sinds 2008 ruim 3,5 keer groter geworden. Daarmee is de BRC met z’n voorlopers een van de langstlopende landelijke beleidsregelingen in de sport. Steeds meer gemeenten hebben in die periode besloten aan te haken bij de regeling. Sinds 2023 zijn alle gemeenten aangesloten (Gómez Berns et al., 2025).

De BRC-functionarissen merken zelf dat ze positieve invloed hebben op het leven van de mensen met wie ze werken, zo blijkt uit de succesverhalen. BRC-functionarissen zijn niet meer weg te denken uit de lokale setting en hebben in de loop van de tijd het gemeentelijke landschap structureel veranderd.

4.2 Meetbaarheid afhankelijk van sfeer van invloed

Hoe makkelijk opbrengsten meetbaar zijn, hangt af van de sfeer van invloed (controlesfeer, directe invloedssfeer, indirecte invloedssfeer) waarin deze behaald worden. Ieder implementatieniveau heeft zijn eigen sferen van invloed.

  • In de eigen controlesfeer kunnen betrokkenen de werkzaamheden of opbrengsten relatief makkelijk meten. Een BRC-functionaris kan bijvoorbeeld makkelijk de scholen tellen die deze heeft ondersteund.
  • Opbrengsten meten in de directe invloedssfeer is al lastiger, maar vaak wel mogelijk met hulp van partijen in die directe invloedssfeer. Denk aan veranderingen binnen de scholen door de ondersteuning van de BRC-functionaris.
  • Opbrengsten van de BRC meten in de indirecte invloedssfeer is erg moeilijk. Bijvoorbeeld wat de ondersteuning van een BRC-functionaris op een school uiteindelijk heeft betekend voor de deelname aan sport/cultuur van kinderen op die school.

Het is om twee redenen lastig om opbrengsten in de (in)directe invloedssfeer meetbaar te maken:

  • Ten eerste staat degene die informatie wil, vaak niet direct in contact met de bron die die informatie kan leveren. Denk aan het Rijk dat wil weten hoeveel deelnemers een BRC-functionaris heeft bereikt, maar dat moet opvragen via meerdere schijven (gemeenten en vaak ook nog werkgevers).
  • Ten tweede is het oorzakelijke verband niet altijd duidelijk. Zo kan een BRC-functionaris die werkt aan de gezondheid van inwoners, wellicht wel aan gegevens komen over die lokale gezondheid, maar niet met zekerheid zeggen dat verandering daarin komt door de BRC-inzet.

4.3 Lokale monitoring vertalen naar opbrengsten voor hele groep

De implementatieniveaus zijn van elkaar afhankelijk bij het bepalen van de impact. De ‘hogere’ niveaus hebben vaak de monitoring van de ‘lagere’ niveaus nodig om conclusies te kunnen trekken. Zo vraagt het Rijk alle gemeenten om input via de Monitor BRC, en vragen gemeenten hun werkgevers en BRC-functionarissen om een bepaalde vorm van verantwoording. Deze manier van meten betekent automatisch dat veel verschillende informatie van de ‘lagere’ niveaus samengevoegd moet worden tot één breder beeld.

In dat proces gaat ook informatie verloren, en wordt meer op hoofdlijnen gekeken. Het is daarbij logisch dat de doelen en opbrengsten van ‘hogere’ niveaus in dit onderzoek meer liggen op output. Dit zijn gegevens die logischerwijs kunnen worden bereikt vanuit een meer overkoepelend perspectief en vaker voor alle BRC-functionarissen van toepassing zijn. En hoewel er ook moeilijkheden zitten aan het meten en bundelen van deze gegevens, is het vaak mogelijk dit soort data samen te brengen.

De outcome die op ‘lagere’ niveaus wel beoogd of gezien wordt, is veel lastiger te vangen in cijfers, door te geven aan een ‘hoger’ niveau, te vertalen naar een bredere context en toe te schrijven aan de specifieke BRC-inzet. Denk aan het inzetten van cultuur tegen eenzaamheid of samen bewegen voor meer cohesie in de samenleving. Daardoor leidt het samenbrengen van lokale monitoringsdata niet tot een beeld van de bredere impact (zoals beschreven in de Theory of Change) van de BRC, maar eerder tot een beeld van de cijfermatige output.

4.4 Lokaal maatwerk

De waargenomen opbrengsten op lokaal niveau verschillen veel per gemeente en zelfs per BRC-functionaris. Dat komt doordat binnen de regeling lokale keuzes worden gemaakt. Dit maakt het, zoals hierboven beschreven, lastig om opbrengsten te vertalen naar een bredere context en dus een goed beeld van de landelijke impact van de BRC te schetsen.

Maar juist het lokale maatwerk is ook een van de belangrijkste opbrengsten van de regeling (Van Lindert et al., 2017). Het stimuleren van samenwerking, verbinding en sport/cultuur op lokaal niveau, juist op de plekken waar dat het meest nodig is, is iets wat er zonder de BRC nooit gekomen was.

4.5 Output vertalen naar impact

Zoals hierboven beschreven zorgt het samenbrengen van lokale cijfermatige monitoringsdata niet voor een beeld van de bredere impact. Om op de ‘hogere’ implementatieniveaus toch iets te kunnen zeggen over outcome en impact, kunnen we twee sporen volgen.

Ten eerste is het, aanvullend op de cijfermatige data, belangrijk om waar mogelijk te kijken naar andere data. Uit andere bronnen, maar ook meer verhalende bevindingen van de betrokkenen uit de verschillende implementatieniveaus. Zowel het Rijk als gemeenten hebben behoefte om meer van gedachten te wisselen over de doelen en opbrengsten van de regeling. Dat geeft duiding aan de cijfermatige data, maar moet niet de vorm van verantwoording krijgen.

Ten tweede kunnen als-dan-redeneringen (zoals in de Theory of Change) helpen. Daarmee kun je beredeneren welke stappen logischerwijs leiden tot uiteindelijke impact. Input, activiteiten en output kun je invullen met bekende data, en vervolgens kun je een logische redenering maken over welke outcome en impact dat vervolgens heeft.

Daarbij gaat het niet zozeer om de cijfermatige data of om succesverhalen uit lokale monitoring op zich, maar meer om de redenering waaraan die data ondersteunend zijn. Deze als-dan-redeneringen kun je per implementatieniveau maken (zie ook het voorbeeld over valpreventie).

Bronnenlijst: bronnen

  • Delmee, B., & Poll, J. (2020). Zicht op cultuurcoaches. Vier stappen naar goede monitoring en evaluatie. LKCA.
  • Gómez Berns, A., Bronkhorst, P., Wessels, W., & Van Stam, W. (2025). Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2024. Mulier Instituut.
  • Gómez Berns A., & Van Stam, W. (2022). Monitoren en evalueren van het werk van buurtsportcoaches. Mulier Instituut.
  • Heijnen, E., Slob, J., Van Stam, W., & Gómez Berns, A. (2025). Inzet van buurtsportcoaches en datagestuurd werken. Mulier Instituut.
  • Hoogendam, A., Kusters, A., & Duijvestijn, M. (2024). Monitorplan Sportakkoord II: versie 2: maart 2024. Mulier Instituut.
  • Hoogendam, A., & Van Lindert, C. (2021). Monitoren en evalueren van een complex sportbeleidsinstrument: de buurtsportcoach. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen.
  • MDF (2019). Een handleiding om verandering te begrijpen en impact te realiseren.
  • Rijksoverheid (2023). Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023-2026.
  • Van Lindert, C., Brandsema, A., Scholten, V., & Van der Poel, H. (2017). Evaluatie buurtsportcoaches: “De Brede impuls combinatiefuncties als werkend proces”. Mulier Instituut.
  • Van Lindert, C., Van der Meijde, L., Gómez Berns, A., & Sparreboom, C. (2023). Monitor ‘Sport en bewegen voor mensen met een beperking vanzelfsprekend in 2030’: voortgangsrapportage 2023. Mulier Instituut.
  • Van Ongevalle, J., Scheerens, D., & Vermeersch, L. (2019). Methodologische gids. Planning, monitoring en evaluatie binnen de AMIF-projecten ‘Actief en Gedeeld Burgerschap’. KU Leuven en Minderheden Forum.
  • Van Stam, W. & Bakker, R. (2025). Zo monitort Almere de inzet van buurtsportcoaches. Alles over sport.
  • Van Stam, W., Van Lindert, C., Derix, N., & Brandsema, A. (2025). Stappenplan voor het monitoren en evalueren van de inzet van buurtsportcoaches. Mulier Instituut.

Auteurs

Mulier Instituut | 2025

Voetnoten

  1. Als het gaat over ‘ervaren impact’, hebben we de definitie van impact overgelaten aan de interpretatie van de respondenten. ↩︎

Gegevens

Informatie over de PDF.

  • PDF publicatiedatum10 april 2026
  • Aantal PDF pagina’s31 pagina's
  • Aantal PDF pagina’sVersie 1
  • PDF categorieRapport

Download

Download PDF-bestand met verwijzing naar deze pagina.

Toegankelijk

  • WCAG 2.1 AA Rapport

Navigatie

Terug naar alle documenten.