Zijlijngedrag bij jeugdwedstrijden: aanpak en ervaringen van sportverenigingen
Met steun van het Ministerie van VWS
Mulier Instituut
Agnes van Suijlekom
Margot Keijzer
Rens Cremers
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut.
© Mulier Instituut
Utrecht, 7 mei 2026
Disclaimer
U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave.
Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.
Over ons
Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor beleid en samenleving. Voor overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, sportorganisaties en bedrijven onderzoeken we allerlei thema's op het gebied van sport en sportief bewegen: van de sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.
Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid, gericht op de bevordering van sport, sportief bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen we op verschillende manieren:
We verzamelen data en monitoren de Nederlandse sportsector en beleidsprogramma's.
We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies.
We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze naar de beleidspraktijk.
We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies.
We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van 'kritische vriend' van de sportsector.
We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.
Inhoudsopgave Zijlijngedrag bij jeugdwedstrijden
Hoofdstuk 1 Inleiding
Dit onderzoek gaat over zijlijngedrag bij jeugdwedstrijden. In dit eerste hoofdstuk schetsen we de achtergrond en de doel- en vraagstelling van dit onderzoek.
1.1 Achtergrond
Positief zijlijngedrag onderdeel van goed sportklimaat
Elk kind moet met plezier en in een veilige omgeving kunnen sporten. Positief, stimulerend zijlijngedrag (complimenteren, applaudisseren, oppeppen) kan bijdragen aan het sportplezier van kinderen. Kinderen vinden het fijn als hun ouders komen kijken en als ze voelen dat ze gesteund worden (Schipper-Van Veldhoven & Boks, 2014).
Andersom kan ongewenst (negatief) zijlijngedrag zorgen dat kinderen hun sportplezier verliezen. Denk aan schreeuwende of vloekende toeschouwers langs de lijn en agressief gedrag richting scheidsrechters, trainers, spelers of andere toeschouwers. Maar ook de coach uithangen door – vaak goed bedoelde – aanwijzingen te roepen, zoals ‘let op je man!’ en ‘naar voren!’. Deze gedragingen kunnen zorgen voor schaamte, verwarring en afleiding bij kinderen.
Het zijlijngedrag is dus mede bepalend voor hoe kinderen sport ervaren.
Ongewenst zijlijngedrag al langer een probleem
Ongewenst zijlijngedrag is niet iets van de laatste jaren. Al in 2007 lanceerde SIRE (Stichting voor Ideële Reclame) een campagne met een tv-commercial hierover: ‘Geef kinderen hun spel terug’. SIRE wilde het gedrag langs de lijn bij jeugdsport veranderen door de boodschap aan ouders te geven dat hun gedrag het spelplezier van kinderen in de weg kan staan, en daarmee ook hun fysieke en mentale ontwikkeling.
TNS NIPO deed in opdracht van SIRE een peiling onder ruim 800 ouders met sportende kinderen. Daaruit bleek dat negen op de tien ouders (91%) zich in meer of mindere mate ergeren aan het gedrag van andere ouders langs de lijn (SIRE, 2007).
Aanspreekcultuur verschilt
Ondanks dat veel ouders zich storen aan het gedrag van anderen, zeggen ze er niet altijd wat van. Voor een onderzoek naar het pedagogisch sportklimaat vroegen we ouders van kinderen die aan gymsport doen (n=5.051) en van kinderen die voetballen (n=492) of zij ouders die zich negatief uitlaten tijdens een wedstrijd hierop aanspreken (Van Suijlekom et al., 2022; Huiberts et al., 2022).
De gymsportouders zeggen andere ouders vaker niet dan wel aan te spreken (22% vs. 16%). Voetbalouders geven aan andere ouders juist vaker wel dan niet aan te spreken bij ongewenst zijlijngedrag (50% vs. 17%). De aanspreekcultuur lijkt dus te verschillen per sport, al kunnen deze verschillen ook komen doordat in een teamsport als voetbal mogelijk vaker ongewenst zijlijngedrag plaatsvindt dan in een individuele jurysport als de gymsport.
Sociale omgangsnormen belangrijk voor vitaliteit vereniging
In de praktijk blijkt het lastig om ongewenst zijlijngedrag te voorkomen en aan te pakken. Bestuurders en andere (technisch) kaderleden van sportverenigingen hebben bovendien vaak veel andere uitdagingen binnen de vereniging. Onderzoek in Nederland toont aan dat sportverenigingen steeds grotere uitdagingen ondervinden (Van Kalmthout & Hoeijmakers, 2023; Stuij et al., 2023).
Veel verenigingen focussen vooral op het aanbieden van sportactiviteiten, terwijl het organiseren van sociale en collectieve binding tussen leden onderling en met de vereniging als geheel minstens zo belangrijk zijn voor de vitaliteit en het functioneren van de vereniging. Deze binding motiveert leden tot loyaliteit, positieve mond-tot-mondreclame en vrijwillige inzet voor de vereniging. Een fijne sfeer langs de lijn bij wedstrijden kan bijdragen aan een betere binding met de vereniging en andere (ouders van) leden.
Ondanks het belang van aandacht voor sociale omgangsvormen worstelen veel clubs met de organisatie van de informele kant van de vereniging (Hoeijmakers, 2025).
Ervaringen van teamsportverenigingen
Ondanks de complexiteit van het thema zijlijngedrag en de hoeveelheid uitdagingen binnen de vereniging, zijn er toch sportverenigingen die actief met het thema zijlijngedrag bezig zijn. In dit onderzoek beschrijven we hoe deze teamsportverenigingen dit aanpakken, wat hierin effectief lijkt en welke uitdagingen zij ervaren.
1.2 Doel en onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is om zicht te krijgen op de ervaringen van sportverenigingen met zijlijngedrag en de maatregelen die zij nemen om ongewenst zijlijngedrag tijdens jeugdwedstrijden tegen te gaan. Dit gaat vaak samen met het stimuleren van positief zijlijngedrag. De resultaten van dit onderzoek kunnen sportbonden inzicht geven en andere clubs inspireren om met dit thema aan de slag te gaan. De volgende onderzoeksvraag staat centraal:
Hoe ervaren teamsportverenigingen het zijlijngedrag tijdens jeugdwedstrijden en welke maatregelen nemen zij om ongewenst zijlijngedrag tegen te gaan?
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven we de onderzoeksmethode en achtergrondinformatie over de sportverenigingen die we hebben gesproken. In hoofdstuk 3 schrijven we over welke ervaringen sportverenigingen hebben met zijlijngedrag. In hoofdstuk 4 beschrijven we wat voor verenigingen de aanleiding was om maatregelen tegen ongewenst zijlijngedrag in te voeren en welke maatregelen ze hebben genomen. We sluiten af met enkele conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 5.
Hoofdstuk 2 Onderzoeksmethode
In dit hoofdstuk geven we achtergrondinformatie over de sportverenigingen die we voor dit onderzoek spraken. Daarnaast leggen we uit op welke manier we data hebben verzameld. In de laatste paragraaf geven we een korte beschrijving van de gesprekken met sportbonden.
2.1 Groepsinterviews met teamsportverenigingen
Geïnterviewde verenigingen
We hebben semigestructureerde (groeps)interviews gehouden met 34 betrokkenen1 van dertien teamsportverenigingen:
De Tubanters (voetbalvereniging)
Sportclub Groessen (voetbalvereniging)
Gooische (hockeyvereniging)
RKAV Volendam (voetbalvereniging)
AFC IJburg (voetbalvereniging)
MHC De Reigers (hockeyvereniging)
HC Naarden (hockeyvereniging)
FC Skillz (voetbalvereniging)
HC Houten (hockeyvereniging)
UVS Leiden (voetbalvereniging)
RKSV TOB (voetbalvereniging)
OSV Amsterdam (voetbalvereniging)
High Five (basketbalvereniging)
Werving van sportverenigingen
Bij de werving van verenigingen selecteerden we sportverenigingen die (in meer of mindere mate) met het thema zijlijngedrag aan de slag zijn gegaan. We wilden namelijk weten welke maatregelen sportverenigingen hebben genomen en wat hun ervaringen daarmee zijn.
Aanvankelijk focusten we op hockey- en voetbalverenigingen. Dit zijn twee grote teamsporten, maar vaak wel met verschillende clubculturen. Uiteindelijk besloten we ook een basketbalvereniging mee te nemen. We probeerden ongeveer evenveel hockey- als voetbalverenigingen te werven. In de praktijk bleek dat het werven van voetbalverenigingen makkelijker ging.
Om respondenten te werven benaderden we via verschillende kanalen verenigingen om mee te doen aan dit onderzoek. De verenigingen die uiteindelijk hebben deelgenomen, hebben we geworven op de volgende manieren:
door de KNHB en KNVB te vragen verenigingen aan te dragen. Zij deden dit bijvoorbeeld door contact op te nemen met verenigingen of een oproep te plaatsen in hun nieuwsbrief;
door sportverenigingen persoonlijk te benaderen nadat we in de media of op hun website lazen dat zij bezig zijn met het thema zijlijngedrag;
via een oproep op LinkedIn, waarna verenigingen en regionale en gemeentelijke sportorganisaties ons benaderden.
In totaal nodigden we twintig verenigingen uit om deel te nemen aan het onderzoek. Zeven verenigingen zagen af van deelname, bijvoorbeeld vanwege andere prioriteiten. De gesprekken voerden we tussen juni en oktober 2025.
Samenstelling groepsgesprekken
We vroegen de verenigingen om deel te nemen met een gemengde groepssamenstelling:
één of twee bestuursleden;
één trainer/coach die al wat langer actief is op de vereniging;
één scheidsrechter die al wat langer actief is op de vereniging;
eventueel iemand uit de commissie Sportiviteit en Respect (of andersgenaamde commissie) die zich bezighoudt met dit thema.
Niet voor alle verenigingen was het mogelijk om een gesprek te organiseren met al deze verschillende betrokkenen. Zeker aan het einde van de wervingsperiode zijn we daar flexibel in geweest, waardoor niet bij elk interview een trainer, scheidsrechter of commissielid aanwezig was. Wel spraken we van elke vereniging ten minste één bestuurslid.
Om de drempel voor deelname te verlagen gaven we respondenten de keuze om online of op een fysieke locatie het interview te voeren. Met vijf verenigingen spraken we af op het clubgebouw van hun vereniging. Met de andere verenigingen voerden we het gesprek online via Microsoft Teams.
Toestemming
Voorafgaand aan de gesprekken gaven alle deelnemers schriftelijk toestemming voor deelname aan het onderzoek. Alle verenigingen gingen akkoord met het gebruik van de verenigingsnaam in het rapport. De namen van de individuele respondenten gebruiken we niet in het rapport. We verwijzen alleen naar hun functie.
Dataverzameling
Voor de semigestructureerde groepsinterviews gebruikten we een gespreksleidraad met vooraf bepaalde thema's. Deze thema's sluiten aan bij de onderzoeksvragen en het doel van dit onderzoek.
In de gesprekken vroegen we eerst naar de ervaringen met het gedrag van toeschouwers langs de lijn en hoe zich dit de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Daarna vroegen we de respondenten om iets te vertellen over de maatregelen die de vereniging heeft genomen om ongewenst zijlijngedrag tegen te gaan. En wat daarin volgens hen wel en niet goed werkt. Vervolgens vroegen we wat de vereniging nodig heeft om ongewenst zijlijngedrag te beperken.
Analyse
Alle groepsinterviews hebben we met toestemming opgenomen met audioapparatuur en vervolgens woordelijk uitgewerkt met het softwareprogramma Whisper. De transcripten hebben we vervolgens gecontroleerd en geanonimiseerd, en daarna inhoudelijk gecodeerd en thematisch geanalyseerd. Voor de analyse gebruikten we het programma MAXQDA (versie 2024), software voor kwalitatieve data-analyse. Om de resultaten te illustreren gebruiken we in dit rapport citaten van respondenten.
2.2 Achtergrondgegevens sportverenigingen
Middelgrote tot grote verenigingen
De verenigingen die we hebben gesproken zijn overwegend middelgrote tot grote sportverenigingen, met ledenaantallen variërend van circa 550 tot 1.700 leden. De meeste verenigingen zijn gevestigd in middelgrote tot grote steden, in verschillende provincies.2
De meeste verenigingen die we hebben gesproken, zijn te typeren als traditionele sportverenigingen. Met traditioneel bedoelen we verenigingen met leden, een bestuur, contributie en een belangrijke inzet van vrijwilligers. Zij werken met vaste trainingsmomenten, nemen deel aan competities en beschikken doorgaans over een eigen clubaccommodatie. Alleen basketbalvereniging High Five heeft geen eigen accommodatie.
De verenigingen RKSV TOB en OSV Amsterdam zijn gevestigd op hetzelfde sportpark, maar hebben ieder een eigen kantine en eigen speelvelden.
In tegenstelling tot de andere verenigingen werkt FC Skillz met betaalde en opgeleide trainers en coaches op alle teams, met extra aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling en technische vaardigheden van spelers. De teams spelen in de reguliere KNVB-competitie.
Vitale verenigingen
De meeste verenigingen geven aan financieel gezond, bestuurlijk stabiel en groeiend in ledenaantal te zijn. De verenigingen die wij hebben gesproken, zijn dus over het algemeen vitaal. Ze beschikken over goed functionerende besturen, vaak meerdere commissies en een relatief grote groep vrijwilligers. De verenigingen die maatregelen hebben genomen tegen ongewenst zijlijngedrag en actief met dit thema aan de slag zijn, lijken dit mede te kunnen doen vanuit die vitaliteit.
Een van de bestuursleden van hockeyclub HC Houten geeft bijvoorbeeld aan dat eerst de organisatorische basis binnen het bestuur op orde moest zijn, voordat zij zich konden inzetten voor sociale veiligheid binnen de club. Pas toen daar voldoende stabiliteit in was, ontstond ruimte om gerichter aandacht te besteden aan thema's zoals sociale veiligheid.
Commissies en samenwerkingsverbanden
De meeste verenigingen beschikken over meerdere commissies, waaronder een commissie gericht op sociaal veilige sport. Daarnaast heeft UVS Leiden het gemeentelijke keurmerk Sociaal Veilige Sport behaald.
Sommige verenigingen zijn onderdeel van een convenant of een campagne met andere verenigingen. Samen met een aantal andere verenigingen hebben ze afspraken opgesteld over sociaal veilige sport, waaronder zijlijngedrag, waar zij elkaar aan kunnen houden. We vertellen hier meer over in hoofdstuk 4.
Naast deze commissies en samenwerkingen geven twee verenigingen aan bredere maatschappelijke doelen na te streven. Zij nemen deel aan projecten naast de reguliere verenigingsactiviteiten, zoals preventieprogramma's op middelbare scholen in samenwerking met de gemeente.
Een cultuur van 'samen doen'
De cultuur binnen de meeste verenigingen omschrijven de respondenten als betrokken. Het 'samen doen' staat centraal. Van leden en ouders verwachten ze dat die actief bijdragen aan trainingen, wedstrijden en andere clubactiviteiten. De meeste verenigingen geven aan dat ouders en leden hier in de praktijk ook daadwerkelijk aan bijdragen.
Tegelijkertijd geven sommige clubs aan dat deze betrokkenheid na de coronapandemie is afgenomen. Zij merken dat ouders hun kinderen vaker afzetten bij de vereniging zonder zelf een actieve vrijwilligersrol te vervullen. Enkele verenigingen geven wel aan dat deze betrokkenheid inmiddels weer langzaam begint toe te nemen.
Verschillen in etnische diversiteit
De mate van diversiteit verschilt per vereniging. Sommige bestaan al lange tijd en zijn sterk verankerd in hun dorp of stad. Dit zijn vaak familieclubs, waar generaties elkaar opvolgen en sprake is van een duidelijke 'ons-kent-ons'-cultuur. Andere verenigingen bestaan korter. Zo bestaat FC Skillz nu bijna zeven jaar, terwijl hockeyclub Gooische en voetbalclub De Tubanters beide al 125 jaar bestaan.
De meeste verenigingen zien etnische diversiteit binnen hun ledenbestand, al verschilt de mate waarin dit het geval is. Dit hangt samen met de ligging van de vereniging en de samenstelling van de woonomgeving. Waar de ene club aangeeft dat een groot deel van de leden een migratieachtergrond heeft, spreekt een andere vereniging juist van een beperkter aandeel. Andere diversiteitskenmerken zijn niet aan bod gekomen in de gesprekken.
2.3 Interviews met twee sportbonden
Tijdens de interviews met de sportverenigingen kwam regelmatig de rol van de sportbond ter sprake. Dit vormde de aanleiding om het perspectief van sportbonden verder te verkennen.
Daarom hebben we ook gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van twee bonden: de Nederlandse Basketball Bond (NBB, één respondent) en de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB, twee respondenten). We hebben ook de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) uitgenodigd voor een gesprek. Hoewel het niet is gelukt om dit binnen de looptijd van het onderzoek in te plannen, heeft de KNHB wel schriftelijk via e-mail op onze vragen gereageerd.
In de gesprekken vroegen we naar ontwikkelingen die zij signaleren rondom zijlijngedrag, de mate van aandacht voor dit thema binnen de bond en de wijze waarop zij verenigingen hierbij ondersteunen. De inzichten van de bonden zijn te vinden in kaders in hoofdstuk 3 en 4. De geïnterviewden hebben deze gecontroleerd op onjuistheden.
2.4 Vragenlijstonderzoek verenigingspanel
We hebben kwantitatieve data verzameld door middel van een vragenlijst. Deze bevatte vragen ervaringen met positief en negatief zijlijngedrag onder verenigingen met jeugdleden. Daarnaast werden vragen gesteld over de aanspreekcultuur en over de communicatie van gedragsregels voor toeschouwers.
De vragenlijst is uitgezet bij het Mulier Instituut Verenigingspanel (n=397). De vragen werden enkel voorgelegd aan verenigingen met jeugdleden waar ook jeugdwedstrijden worden gespeeld. De vragen werden door 260 verenigingen ingevuld. Daarbij gaat het om 81 teamsportverenigingen (exclusief voetbal), 68 voetbalverenigingen en 170 verenigingen met (semi-)individueel sportaanbod. Het aantal hockeyverenigingen was te laag om hier een aparte uitsplitsing van te maken. De data zijn gewogen naar verenigingsgrootte en tak van sport en is daarmee representatief voor alle sportverenigingen in Nederland.
Hoofdstuk 3 Ervaringen met zijlijngedrag
In dit resultatenhoofdstuk beschrijven we in welke mate positieve en negatieve zijlijngedragingen voorkomen bij verenigingen waar jeugdwedstrijden worden gespeeld. Daarna beschrijven we de hoe uit de interviews blijkt welke ervaringen de verenigingen en bonden hebben met zijlijngedrag.
3.1 Cijfers: zijlijngedrag op verenigingen
Vrijwel overal positieve aanmoedigingen
Vrijwel alle verenigingsbestuurders van sportverenigingen waar jeugdwedstrijden plaatsvinden, geven aan dat er tijdens deze wedstrijden positieve aanmoedigingen richting de spelers voorkomen (97%, zie figuur 3.1). Dit is ongeacht sportcontext.
Meer negatief zijlijngedrag bij teamsportverenigingen
Meer dan de helft van de verenigingsbestuurders geeft aan dat er negatieve zijlijngedragingen op hun vereniging voorkomen (56%, niet in figuur). Bestuurders van voetbal- en overige teamsportverenigingen (resp. 85% en 84%) geven relatief vaak aan dat negatieve zijlijngedragingen op hun vereniging voorkomen.
Bestuurders van verenigingen met (semi-)individueel sportaanbod hebben juist relatief minder vaak het idee dat dit voorkomt (27%).
Alle typen negatieve gedragingen komen relatief meer voor bij voetbal- en overige teamsportverenigingen dan bij sportverenigingen met (semi-)individueel sportaanbod. Kritiek op de scheidsrechter is zowel bij voetbal als bij overige teamsportverenigingen het meest voorkomende negatieve zijlijngedrag (beide 80%, zie figuur 3.1). Ook bemoeienis met de sporter door in de huid van de coach te kruipen (resp. 63% en 56%) en kritiek op de beslissingen van de trainer/coach (resp. 65% en 52%) komen in beide sportcontexten relatief veel voor.
Onenigheid tussen supporters komt vooral bij voetbal voor
Opvallend is dat onenigheid tussen toeschouwers in veel grotere mate in het voetbal lijkt voor te komen dan bij andere (team)sporten. 46 procent van de voetbalverenigingsbestuurders geeft aan dat dit vaak, regelmatig of soms voorkomt. Slechts 10 procent zegt dat het nooit voorkomt. Bij overige teamsporten geeft slechts 8 procent aan dat het regelmatig voorkomt. 46 procent stelt dat het nooit voorkomt.

Uitgebreide beschrijving
Positieve aanmoedigingen naar spelers kwamen bijna overal voor:
Totaal: 97% vaak/regelmatig/soms, 1% zelden, 2% weet ik niet/zeg ik liever niet
Voetbal: 99% vaak/regelmatig/soms, 1% weet ik niet/zeg ik liever niet
Teamsport overig: 98% vaak/regelmatig/soms, 2% weet ik niet/zeg ik liever niet
(Semi-)individueel: 96% vaak/regelmatig/soms, 3% zelden, 2% weet ik niet/zeg ik liever niet
Kritiek op beslissingen van de scheidsrechter of juryleden:
Totaal: 48% vaak/regelmatig/soms, 30% zelden, 18% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Voetbal: 80% vaak/regelmatig/soms, 18% zelden, 3% weet ik niet/zeg ik liever niet
Teamsport overig: 80% vaak/regelmatig/soms, 15% zelden, 13% weet ik niet/zeg ik liever niet
(Semi-)individueel: 14% vaak/regelmatig/soms, 45% zelden, 37% nooit, 5% weet ik niet/zeg ik liever niet
Kritiek op beslissingen van de trainer/coach:
Totaal: 37% vaak/regelmatig/soms, 34% zelden, 24% nooit, 5% weet ik niet/zeg ik liever niet
Voetbal: 65% vaak/regelmatig/soms, 32% zelden, 3% weet ik niet/zeg ik liever niet
Teamsport overig: 52% vaak/regelmatig/soms, 29% zelden, 11% nooit, 8% weet ik niet/zeg ik liever niet
(Semi-)individueel: 12% vaak/regelmatig/soms, 38% zelden, 46% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Bemoeienis met sporters door in de rol van de coach te kruipen:
Totaal: 43% vaak/regelmatig/soms, 29% zelden, 22% nooit, 5% weet ik niet/zeg ik liever niet
Voetbal: 63% vaak/regelmatig/soms, 30% zelden, 6% weet ik niet/zeg ik liever niet
Teamsport overig: 56% vaak/regelmatig/soms, 34% zelden, 4% nooit, 6% weet ik niet/zeg ik liever niet
(Semi-)individueel: 25% vaak/regelmatig/soms, 26% zelden, 45% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Onenigheid met andere toeschouwers:
Totaal: 14% vaak/regelmatig/soms, 29% zelden, 52% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Voetbal: 46% vaak/regelmatig/soms, 39% zelden, 10% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Teamsport overig: 8% vaak/regelmatig/soms, 42% zelden, 46% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
(Semi-)individueel: 7% vaak/regelmatig/soms, 17% zelden, 72% nooit, 4% weet ik niet/zeg ik liever niet
Resultaten zijn exclusief de verenigingen die 'niet van toepassing' hebben ingevuld.
3.2 Ervaren ontwikkelingen in zijlijngedrag
Gedrag toeschouwers overwegend positief
In overeenstemming met de cijfers, geven de verenigingen in interviews aan dat zij over het algemeen positieve ervaringen hebben met zijlijngedrag tijdens jeugdwedstrijden. Dit geldt zowel bij de voetbal- als bij de hockey- en basketbalwedstrijden. De meeste respondenten zien weinig negatief en excessief gedrag tijdens de wedstrijden. Het grote deel van de wedstrijden gaat volgens hen goed, maar het gaat incidenteel mis:
'Ik denk dat bij 95 procent van de wedstrijden het niet gebeurt. Dan is het positief, dan zijn er geen incidenten. Dan zijn er leuke trainers en leuke ouders. Dus dat moet je wel duidelijk bedenken. De incidenten waar we het over hebben, zijn incidenten.'
Bestuurslid AFC IJburg (voetbal)
De respondenten vertellen wel dat er vaak veel aandacht naartoe gaat als er iets negatiefs gebeurt, waardoor deze incidenten opvallen.
Toch hebben we in de gesprekken bewust gevraagd naar het ongewenste gedrag van toeschouwers om hier een beter beeld van te krijgen. De nadruk ligt in dit hoofdstuk dan ook vooral hierop.
Vaker ongewenst zijlijngedrag
De betrokkenen van verenigingen geven aan dat toeschouwers over het algemeen positief zijn. Tegelijkertijd benoemen ze dat ongewenst gedrag de afgelopen jaren is toegenomen. Ze spreken over een toegenomen 'kort lontje' bij toeschouwers, die zich sneller op een negatieve manier bemoeien met het spel. Zo vertelt een bestuurslid van hockeyclub Gooische: 'Ik herken het ook bij andere clubs. Iedereen is superkritisch. Het lontje wordt steeds korter'.
Sommige respondenten geven aan dat deze verandering voornamelijk zichtbaar is sinds de coronapandemie. En dat de toegenomen individualisering en polarisatie in de samenleving terug te zien zijn tijdens wedstrijden. Verenigingen beschrijven zichzelf als een soort 'mini-maatschappij', waarin ontwikkelingen uit de bredere samenleving zichtbaar worden. Zo zijn toeschouwers, en met name ouders, volgens enkele respondenten steeds vaker vooral bezig met wat goed is voor hun eigen kind tijdens trainingen en wedstrijden.
Sportbonden: signalen van ongewenst zijlijngedrag
De NBB ziet sinds de coronaperiode een duidelijke toename van ongewenst gedrag langs de lijn. Dat zien ze terug in het toenemende aantal meldingen dat ze ontvangen over ongewenst zijlijngedrag.3 Volgens de bond past dit binnen een bredere maatschappelijke trend van toenemend consumentisme: ouders en toeschouwers stellen zich vaker op als 'kritische klanten' en uiten sneller hun onvrede.
Bij jeugdwedstrijden gaat het dan bijvoorbeeld om kritiek op scheidsrechters of luidruchtig commentaar tijdens de wedstrijd. Hoewel kinderen doorgaans met plezier sporten, kan dit gedrag van toeschouwers ten koste gaan van het plezier van de kinderen, aldus de bond.
Ook de KNHB geeft aan dat verenigingen melden dat het gedrag langs de zijlijn is verslechterd. Volgens de KNHB is er behoefte bij verenigingen aan gerichte aanpakken en campagnes om dit gedrag te verbeteren. Ook geeft de KNHB aan meer meldingen van ongewenst zijlijngedrag binnen te hebben gekregen.
Ook de KNVB ontvangt signalen van verenigingen over incidenten rondom wangedrag op en langs de velden in het amateurvoetbal. De KNVB is meldingen de afgelopen jaren beter gaan registreren om trends te kunnen signaleren en gerichter beleid te ontwikkelen. Ongeveer 2,5 jaar geleden startte de bond met de impuls Sportiviteit en Respect, gericht op signaleren, sanctioneren en preventie. Eén van de onderdelen uit deze impuls is positieve ouderbetrokkenheid.
De KNVB herkent ook de bredere maatschappelijke ontwikkeling waarin mensen vaker en directer hun mening uiten. Deze tendens vertaalt zich naar de sportcontext, waar verschillende groepen uit de samenleving samenkomen. Volgens de bond geven verenigingen tevens aan dat ouders lastiger te betrekken zijn bij de vereniging en ook moeilijker te bereiken zijn dan enkele jaren geleden.
Zijlijngedrag als complex en lastig beïnvloedbaar vraagstuk
De KNVB en de NBB signaleren maatschappelijke ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de sport. Ze herkennen dat met name het gedrag van ouders een belangrijk aandachtspunt vormt.
Beide bonden benoemen vergelijkbare uitdagingen. Zijlijngedrag is onderdeel van bredere maatschappelijke ontwikkelingen en daardoor niet eenvoudig binnen de sport alleen op te lossen. Bovendien vallen ouders en andere toeschouwers vaak buiten de formele tuchtreglementen van de bond. Daardoor zijn sanctioneringsmogelijkheden vanuit de bond beperkt.
Een specifieke zorg bij de NBB is de terughoudendheid van vrijwilligers om te fluiten, mede door ongewenst gedrag langs de lijn. Met name jonge en beginnende scheidsrechters zijn kwetsbaar.
3.3 Bemoeizuchtige toeschouwers
Coachende toeschouwers
De respondenten spreken allemaal over het gedrag van toeschouwers richting de spelers. Daarbij gaat het voornamelijk over het gedrag van ouders langs het veld. De verenigingen geven aan dat toeschouwers regelmatig de rol van de coach overnemen en zich bemoeien met de keuzes van zowel de kinderen in het veld als de coach of trainer.
Meerdere respondenten vertellen dat deze bemoeienis verwarrend kan zijn voor kinderen. Zo vertelt een betrokkene van voetbalclub AFC IJburg: 'Het is heel verwarrend voor een kind. Om te horen van de coach: 'je moet dat doen'. En dan van je ouder: 'je moet dat doen'. Ja, naar wie ga je luisteren?' De bemoeienis van toeschouwers, volgens deze respondent voornamelijk ouders, kan daarmee invloed hebben op het spelplezier van kinderen, doordat er bij een kind verwarring ontstaat.
Ook een scheidsrechter van Sportclub Groessen geeft aan dat ouders een grote invloed kunnen hebben op de sfeer tijdens een wedstrijd: 'Die kleintjes willen gewoon voetballen en daar zie je dat de ouders toch wel voor een groot gedeelte bepalend zijn voor of het een gezellige wedstrijd wordt of niet.'
Ook zien de betrokkenen van verenigingen ongewenst gedrag van andere toeschouwers (naast ouders). Bijvoorbeeld andere teams die blijven hangen na hun wedstrijd en commentaar leveren op de spelers.
Daarnaast spreken de respondenten niet alleen over verbale bemoeienis. In enkele gevallen gaat het verder dan dat. Zo spreken ze over toeschouwers die over hekken klimmen en direct aan de zijlijn gaan staan, wat niet is toegestaan. Ook vertelt een van de respondenten dat toeschouwers kinderen soms aanmoedigen tot agressief gedrag. Bijvoorbeeld door te roepen: 'geef hem een schop'. Dit zijn wel uitzonderlijk excessieve situaties.
Toeschouwers bemoeien zich met de coach/trainer
Enkele respondenten geven aan dat toeschouwers zich bemoeien met de keuzes van de coach of trainer. Volgens hen gaat het hierbij vooral om ouders die het niet eens zijn met beslissingen die betrekking hebben op hun eigen kind. Bijvoorbeeld wanneer hun kind niet wordt opgesteld. Ouders gaan dan roepen of in gesprek met de coach of trainer. Dit gedrag zien de respondenten met name bij prestatieteams. Ze zien dat bij die teams de druk vanuit ouders hoger kan zijn.
Toeschouwers met elkaar op de vuist
Enkele respondenten vertellen over incidenten tussen toeschouwers onderling. De voorbeelden die zij geven, gaan vooral over elkaar uitschelden, maar soms ook over agressievere situaties. Zoals ouders die met elkaar het veld op gaan en in gevecht raken. Vaak gebeurt er dan iets op het veld waarover ouders het niet eens zijn, waarna zij hun frustratie of agressie naar elkaar uiten.
Een bestuurslid van voetbalclub UVS Leiden vertelt dat dit gedrag vaak ontstaat naar aanleiding van de beslissingen van de scheidsrechter. De ene toeschouwer is het eens met de keuzes, terwijl een ander dat niet is: 'In mijn beleving start het bijna altijd bij de scheids. Een van de kampen vindt dat hij het niet goed doet: dat is vaak de start, nooit onderling.' Beslissingen van de scheidsrechter kunnen dus leiden tot spanning langs de lijn. Wanneer er vervolgens een overtreding wordt gemaakt, kan de situatie escaleren en raken ouders met elkaar in conflict.
3.4 De scheidsrechter heeft een grote rol
Scheidsrechter als doelwit van ongewenst zijlijngedrag
De scheidsrechter is ook regelmatig doelwit van ongewenst gedrag. Vrijwel alle verenigingen horen regelmatig verbaal commentaar van toeschouwers op beslissingen van de scheidsrechter, vaak op verhitte of zelfs agressieve toon.
Een bestuurslid van voetbalvereniging FC Skillz geeft voorbeelden als: 'hé scheids, dit...' en 'doe je bril eens op'. Een bestuurslid van voetbalclub AFC IJburg beschrijft dat zij alle gradaties meemaken, tot fysieke agressie aan toe: 'We maken hier mee dat scheidsrechters fysiek zijn aangevallen door coaches of toeschouwers.'
Niet bij alle verenigingen gebeuren dergelijke excessen. Wel geven respondenten unaniem aan dat scheidsrechters regelmatig onder druk staan door kritiek van toeschouwers die het oneens zijn met beslissingen.
Ervaring en professionaliteit van scheidsrechter is belangrijk
Hoe meer ervaring een scheidsrechter heeft, hoe groter het overwicht tijdens de wedstrijd en hoe kleiner de kans op ongewenst gedrag. Een ervaren scheidsrechter straalt zekerheid uit en neemt vaak duidelijk de leiding. Wanneer jeugdspelers of ouders met beperkte regelkennis wedstrijden fluiten, kan onzekerheid of foutief handelen leiden tot irritatie bij spelers en toeschouwers.
Een bestuurslid van Sportclub Groessen vertelt dat zij bij een 'risicovolle' wedstrijd bewust een ervaren scheidsrechter van buitenaf hebben ingezet tegen een kleine vergoeding. Zo vertelt het bestuurslid:
'Want daar zit heel vaak de emotie: bij (...) de scheidsrechter die er niks van snapt of de grensrechter die geen buitenspelregel kent, die het volledig verkeerd zag. En die angel was er meteen uit. En dat werd uiteindelijk een knalharde, maar heerlijke wedstrijd.'
Bestuurslid Sportclub Groessen (voetbal)
Volgens dit bestuurdlid heeft een ervaren scheidsrechter dus een positieve invloed op het verloop van de wedstrijd. Volgens de verenigingen kan een scheidsrechter met voldoende regelkennis en zelfvertrouwen al een groot verschil maken.
Ook willen enkele verenigingsbestuurders graag ouders als scheidsrechters inzetten. Onder andere omdat er niet genoeg scheidsrechters zijn op de verenigingen, maar ook omdat het volgens hen kan helpen tegen ongewenst zijlijngedrag. Als ouders zelf ervaren hoe het is om als scheidsrechter in het veld te staan, zullen ze mogelijk minder snel ongewenst gedrag vertonen. Dit noemen de bestuurders van hockey-, voetbal- én basketbalverenigingen.
Maar meerdere verenigingen geven aan dat ongewenst gedrag richting scheidsrechters maakt dat wedstrijden fluiten minder aantrekkelijk wordt voor ouders. Leden of ouders die een negatieve ervaring hebben met fluiten, geven soms aan liever geen wedstrijden meer te willen leiden. Dit maakt het lastiger om voldoende scheidsrechters te vinden:
‘En ik zie ook wel dat er steeds minder ouders daardoor willen instappen. Bijvoorbeeld in die vrijwillige rol in het veld. Want het is best wel een kwetsbare rol. En de hele zijlijn vindt wat van wat je doet.’
Bestuurslid Gooische (hockey)
Minder vrijwilligers kan druk zetten op de organisatie en planning van wedstrijden. Tegelijkertijd hebben ouders vaak minder regelkennis dan professionele scheidsrechters en gaat daarom de voorkeur van verenigingen vaak uit naar professionele of ervaren scheidsrechters. Maar niet alle verenigingen hebben de mogelijkheid om (bij risicowedstrijden) tegen betaling een professionele of ervaren scheidsrechter in te zetten.
Hoofdstuk 4 Maatregelen en ervaren opbrengsten
In dit resultatenhoofdstuk beschrijven we wat de aanleiding was voor de geïnterviewde verenigingsbestuurders om maatregelen in te voeren. Vervolgens beschrijven we in welke mate verenigingen waar jeugdwedstrijden worden gespeeld, beschikken over gedragsgedragsregels voor toeschouwers en hoe hierover wordt gecommuniceerd. Daarnaast gaan we in op in hoeverre er bij deze verenigingen sprake is van een aanspreekcultuur. Ook bespreken we de ervaringen van de geïnterviewde bestuurders met deze maatregelen, evenals met het opleggen van sancties.
4.1 Verschillende aanleidingen
Het initiatief voor het invoeren van maatregelen tegen ongewenst zijlijngedrag kwam bij de meeste verenigingen vanuit het bestuur. Incidenten langs de lijn, waarover we in hoofdstuk 3 schreven, vormden vaak de aanleiding. Niet dat het wekelijks uit de hand liep, maar bestuursleden wilden vooral incidenten voorkomen en een fijnere sfeer op de vereniging creëren.
Minder incidenten zorgt ook voor minder werk voor het bestuur. Voor een van de bestuursleden was dat ook een reden om maatregelen te treffen:
‘Drie jaar terug waren we met het bestuur heel veel bezig met incidenten. We hadden zoiets van: wij willen als bestuur daar gewoon niet meer mee bezig zijn. Wij willen met besturen bezig zijn. En we vinden het gewoon belangrijk dat iedereen zich veilig voelt en op z’n gemak voelt bij de vereniging.’
Bestuurslid High Five (basketbal)
Vaak werden de maatregelen opgezet door (nieuwe) ambitieuze bestuursleden die ‘de basis’ van de vereniging op orde hadden en het thema sociale veiligheid belangrijk vonden.
Voor voetbalvereniging UVS Leiden was het behalen van een keurmerk voor sociale veiligheid de aanleiding om aan de slag te gaan met het thema zijlijngedrag. Na het afgeven van VOG’s, het aanstellen van vertrouwenscontactpersonen, het opstellen van gedragsregels en het aanbieden van trainingen voor trainer-coaches ging de vereniging aan de slag met het aanpakken van ongewenst zijlijngedrag.
Bij voetbalvereniging RKAV Volendam wees de gemeente een projectmanager aan, die bij meerdere verenigingen aan de slag ging met dit thema.
4.2 Cijfers: gedragsregels voor toeschouwers
Meerderheid verenigingen beschikt over gedragsregels voor toeschouwers
Zeven op de tien verenigingen beschikken over gedragsregels voor toeschouwers. Voetbalverenigingen (93%) beschikken hier relatief vaker over, (semi-)individuele sportverenigingen juist minder vaak (59%, zie figuur 4.1).
Uit de cijfers is niet af te leiden in hoeverre deze gedragsregels specifiek voor toeschouwers zijn opgesteld, of dat het hier gaat om algemene gedragsregels. Dit laatste lijkt aannemelijk, aangezien uit ander onderzoek blijkt dat een vergelijkbaar percentage verenigingen met jeugdleden beschikt over algemene gedragsregels (Cremers et al., 2026).
De verenigingswebsite is, ongeacht sportcontext, het meeste gebruikte communicatiekanaal voor gedragsregels voor toeschouwers (49%). Voor nagenoeg alle communicatiekanalen geldt, dat deze het meest door voetbalverenigingen worden gebruikt voor het delen van de gedragsregels. Daarna volgen overige teamsportverenigingen. (Semi-)individuele sportverenigingen gebruiken nagenoeg alle communicatiekanalen relatief het minst vaak.
Opvallend is dat er nauwelijks verschillen zijn in de mate waarin voetbalverenigingen (24%), overige teamsportverenigingen (23%) en (semi-)individuele sportverenigingen (16%) toeschouwers persoonlijk wijzen op het bestaan van de gedragsregels. Deze vorm van communicatie lijkt dus niet in grotere mate te worden ingezet in sportcontexten waar relatief meer problemen met ongewenst zijlijngedrag bestaan.

Uitgebreide beschrijving
Totaal:
Verenigingswebsite: 49%
Beleidsdocumenten: 40%
Introductiegesprekken met ouders van nieuwe leden: 26%
Materiaal rondom de sportvelden: 23%
Toeschouwers rondom wedstrijden persoonlijk wijzen op de gedragsregels: 20%
Social-mediakanalen: 19%
Anders: 6%
De vereniging heeft geen gedragsregels voor toeschouwers: 30%
Weet ik niet: 1%
Voetbal:
Verenigingswebsite: 75%
Beleidsdocumenten: 69%
Introductiegesprekken met ouders van nieuwe leden: 50%
Materiaal rondom de sportvelden: 62%
Toeschouwers rondom wedstrijden persoonlijk wijzen op de gedragsregels: 24%
Social-mediakanalen: 34%
Anders: 1%
De vereniging heeft geen gedragsregels voor toeschouwers: 7%
Weet ik niet: 1%
Teamsport overig:
Verenigingswebsite: 52%
Beleidsdocumenten: 49%
Introductiegesprekken met ouders van nieuwe leden: 27%
Materiaal rondom de sportvelden: 28%
Toeschouwers rondom wedstrijden persoonlijk wijzen op de gedragsregels: 23%
Social-mediakanalen: 17%
Anders: 7%
De vereniging heeft geen gedragsregels voor toeschouwers: 25%
Weet ik niet: 2%
(Semi-)individueel:
Verenigingswebsite: 38%
Beleidsdocumenten: 25%
Introductiegesprekken met ouders van nieuwe leden: 17%
Materiaal rondom de sportvelden: 8%
Toeschouwers rondom wedstrijden persoonlijk wijzen op de gedragsregels: 16%
Social-mediakanalen: 16%
Anders: 7%
De vereniging heeft geen gedragsregels voor toeschouwers: 41%
Weet ik niet: 0%
4.3 Ervaringen met gebruik gedragsregels
Op één vereniging na hebben alle verenigingen die we voor dit onderzoek spraken gedragsregels voor toeschouwers.4 Het verschilt per vereniging hoe uitgebreid en zichtbaar de regels zijn.
Gedragsregels vaak gericht op gewenst gedrag
De gedragsregels van de verenigingen beschrijven vaak welk zijlijngedrag ze van toeschouwers verwachten. Bijvoorbeeld:
'Beloon goed spel met gejuich en complimenten' (RKAV Volendam).
'We blijven achter de boarding als we niet op het veld hoeven te zijn' (De Tubanters).
'Bij aanvang en einde van de wedstrijd geven we de tegenstander en de scheidsrechters een hand' (High Five).
'Wees positief langs de lijn en respecteer de beslissingen van de scheidsrechter' (AFC IJburg).
De meeste regels zijn positief geformuleerd. Thema's die we vaker terugzien in gedragsregels zijn:
positief aanmoedigen;
respect voor anderen, in het bijzonder voor de scheidsrechters;
geen tactische kreten roepen;
niet discrimineren, pesten of schelden;
fysieke afstand tot het speelveld: achter de hekken of boarding staan;
wegblijven van negatieve situaties, of iemand daar rustig op aanspreken.
Ook wijzen verenigingen in veel regels ouders op hun voorbeeldfunctie. Een overzicht van de gedragsregels per vereniging hebben we opgenomen in bijlage 1.
Sommige verenigingen verwijzen naar de gedragsregels in reglementen die de sportbond heeft opgesteld. Maar de meeste verenigingen hebben zelf regels voor toeschouwers opgesteld, al dan niet in samenwerking met anderen.
Samenwerking met verenigingen, gemeente of sportbond
Sommige verenigingsbestuurders hebben in samenwerking met de sportbond, gemeente of andere verenigingen gedragsregels opgesteld, zoals voetbalvereniging RKAV Volendam. De vereniging heeft samen met veertien andere verenigingen uit de regio, de KNVB en NOC*NSF in het voorjaar van 2025 een protocol opgezet: 'Nu niet, nooit niet!'.
Ze waren al een tijd bezig om een dergelijk protocol vorm te geven. Dat kwam nog niet helemaal van de grond, tot de gemeente een projectmanager aanstelde die het project ging leiden. De bestuurder zegt daarover:
'Daar zijn we de gemeente dankbaar voor. Vanaf dat moment dat hij [projectmanager] erbij was: boem! Dingen gingen lopen en werden besloten. Dingen werden neergezet. We hebben ook een eigen website.'
Bestuurder RKAV Volendam (voetbal)
Ook voetbalverenigingen RKSV TOB en OSV Amsterdam zitten (samen) in een collectief met andere verenigingen uit de buurt: Voetbal-Noord. Hiervoor was er al sprake van samenwerking tussen enkele clubs. Later haakten meer verenigingen aan.
Volgens de bestuurders is het prettig dat overal dezelfde regels gelden, omdat de regels daardoor bekender worden en meer gaan leven. Een nadeel van de samenwerking met meerdere clubs is dat het lastig is om (constructieve) vergaderingen te voeren en te plannen, aldus de bestuurder.
Zelf gedragsregels opgesteld
Andere verenigingsbestuurders hebben hun regels geheel zelf opgesteld. Bijvoorbeeld voetbalvereniging de Tubanters. Zij ontwikkelden een eigen concept: 'EAZY!'. Elf gedragsregels vormen de basis. Deze regels stelden ze op aan de hand van wat er op hun vereniging speelt en input van hun eigen leiders, trainers en scheidsrechters.
Ook bij hockeyclub Naarden hebben ze zelf hun gedragsregels opgesteld. Om de regels uit te leggen, heeft de commissie sociale veiligheid een video gemaakt voor leden en toeschouwers.
Gedragsregels op teamniveau
Hockeyclub Houten en basketbalvereniging High Five kozen ervoor om gedragsregels per team te laten opstellen. Deze 'teamafspraken' stellen de sporters op tijdens teamsessies aan het begin van het seizoen. Ze gaan in gesprek over hoe sociaal gedrag er in hun team uit gaat zien.
Bij High Five zijn deze sessies verplicht voor ouders van kinderen tot 16 jaar. Bij HC Houten maken de sporters deze afspraken, maar het is wel de bedoeling dat ze ouders hiervan op de hoogte brengen.
Bij High Five bespreken ze eerst hoe de sporters met elkaar om willen gaan. Vervolgens gaan ze in gesprek over welk gedrag ze van hun ouders verwachten:
'En dan zie je dat de kinderen heel duidelijk zijn in wat zij van de ouders willen. Dan zie je dat er al een stukje bewustwording bij de ouders komt. Die kinderen zeggen gewoon dat ze hun mond moeten houden of niet zo moeten schreeuwen. Dus in die zin zijn kinderen zelf heel duidelijk en eerlijk.'
De gemaakte afspraken schrijven ze op een poster. Deze poster laten ze later terugkomen.
Bij hockeyclub Houten werken ze met teamboekjes, ontwikkeld door een sportpsycholoog. Met het teamboekje, waar verschillende opdrachten in staan, gaan de teams in gesprek over sociaal gedrag en hoe je een fijne sfeer creëert in het team. In het boekje is aandacht voor de rol van ouders, waarbij de sporters hun afspraken over en verwachtingen van het gedrag van ouders presenteren aan de ouders. Hierbij is het gedrag langs de lijn een van de aandachtspunten.
Zichtbaarheid van gedragsregels verschilt
Waar sommige verenigingen een document met gedragsregels specifiek voor toeschouwers hebben, formuleerden andere algemene regels (bv. in het huishoudelijk reglement). Daar staan vaak ook regels in voor andere doelgroepen (bv. spelers en vrijwilligers). En andere zaken, zoals protocollen rondom te laat komen en je afmelden voor een training of wedstrijd.
Het verschilt per vereniging hoe ze de regels communiceren en uitdragen. Voorbeelden zijn:
via de website van de vereniging;
via nieuwsbrieven;
via borden, posters of banners in het clubhuis en rondom sportvelden;
via affiches die ze uitdelen;
op informatieavonden of intakegesprekken;
mondeling (tijdens wedstrijden wijzen op regels).
We lichten twee manieren uit: het gebruik van fysieke materialen en het organiseren van informatieavonden en intakegesprekken.
Gebruik van fysieke materialen (borden, posters, banners en affiches)
Bij verschillende clubs kom je de gedragsregels voor toeschouwers op meerdere plekken op het terrein tegen. Bijvoorbeeld bij RKAV Volendam (zie foto 1).

Bij OSV en TOB zijn de gedragsregels ook op meerdere plekken in en rondom het clubgebouw te vinden. Daarnaast krijgen alle bezoekende teams een kaart met daarop de gedragsregels die gelden op hun vereniging. 'Dus je kan nooit zeggen: "ik heb het niet gezien"', aldus de bestuurder van TOB.
HC Houten had in het verleden banners op de club hangen, als onderdeel van een campagne. De voorzitter van de vereniging blikt terug:
'Ik vond wel dat dat hielp, doordat het heel groot ergens stond. Dat stond dan langs het veld, op de borden of ergens anders. Dus het beleid wat je als club uitstraalt, dat je dat gewoon heel groot ergens leest. Dat helpt wel, want dan spreek je iemand ook gewoon sneller aan, van: "Ja, het staat daar gewoon". (...) Het helpt dat je ergens naar kan verwijzen.'
Voorzitter HC Houten (hockey)
Deze banners zijn inmiddels 'verwaaid', maar ze denken erover na om weer banners of posters op te hangen.
De Tubanters hebben hun gedragsregels afgedrukt op kleine kaartjes die ze uitdelen. Op de achterkant staat een korte uitleg en vier vragen:
welke rol de invuller heeft (trainer, leider, speler, scheidsrechter of toeschouwer);
aan welk ongewenst gedrag de invuller zich het meest stoort;
welk cijfer de invuller de Tubanters geeft als het gaat om gedrag op en rond de velden;
welk idee de invuller heeft om dat cijfer te verbeteren.
Deze kaartjes kunnen mensen vervolgens inleveren bij de club. De Tubanters gebruiken deze input om beter zicht te krijgen op ongewenst gedrag en om hun aanpak te verbeteren.
Informatieavonden en intakegesprekken
De meeste sportverenigingen die we spraken, organiseren bijeenkomsten voor nieuwe ouders. Daarnaast organiseren ze ouderavonden voor de verschillende jaarlijnen. Bijvoorbeeld hockeyclub Gooische, waar ze elk jaar bespreken welk zijlijngedrag ze van ouders verwachten.
We hebben geen zicht op welke clubs dergelijke bijeenkomsten verplichten. Wel ervaren hockeyclub MHC de Reigers en UVS Leiden dat enkel ouders die interesse hebben in het thema op zo'n avond verschijnen.
Bij FC Skillz bespreken ze de gedragsregels duidelijk met ouders tijdens de intakegesprekken met ouder(s) en kind. Daarbij leggen ze uit dat die regels niet alleen een kwestie van fatsoen zijn, maar ook voorkomen dat een kind tegenstrijdige signalen ontvangt (van ouder en trainer).
Positieve ervaringen met gedragsregels
De meeste respondenten ervaren dat de gedragsregels helpen bij het tegengaan van ongewenst zijlijngedrag. Het maakt het makkelijker om toeschouwers die ongewenst gedrag vertonen, hierop aan te spreken. 'Dan kan je gewoon terugvallen op een gemaakte afspraak', vertelt de bestuurder van hockeyclub Naarden. Het helpt hierbij als de gedragsregels zichtbaar zijn. Belangrijk daarbij is dat de regels concreet zijn, zodat duidelijk is wat je van toeschouwers verwacht.
Verder benadrukken meerdere respondenten het belang van herhaling. Het helpt om de gedragsregels vaker en op verschillende manieren te benoemen. Bijvoorbeeld visueel op de sportclub, in nieuwsbrieven, bij ALV's of in presentaties. Verenigingen die regels actief uitdragen via banners, posters, kaartjes, websites, nieuwsbrieven en bijeenkomsten, ervaren dat dit makkelijker maakt om mensen erop aan te spreken: je kunt terugvallen op een gezamenlijke afspraak. Herhaling zorgt ervoor dat het onderdeel van de clubcultuur wordt in plaats van een eenmalige actie.
Een succesfactor volgens enkele respondenten is de mate waarin je leden, ouders en sporters zelf betrekt bij het formuleren van gedragsregels. Teamsessies waarin sporters samen gedragsafspraken maken (en ouders soms verplicht aansluiten), zorgen voor eigenaarschap. Wanneer kinderen zelf uitspreken wat zij van hun ouders verwachten, vergroot dit volgens hen de impact. Ook samenwerking tussen verenigingen versterkt de norm: gezamenlijke afspraken zorgen voor consistentie over clubs heen.
Toch lost enkel het opstellen van gedragsregels niet alles op. Volgens meerdere respondenten kunnen emoties tijdens de wedstrijd de overhand nemen, waardoor toeschouwers niet meer rationeel nadenken. Daarom is handhaving volgens hen cruciaal: het is belangrijk om toeschouwers erop aan te spreken als zij zich niet aan de regels houden en hen eventueel te sanctioneren. Daar schrijven we in de komende paragrafen over.
4.4 Cijfers: toeschouwers aanspreken op gedrag
Bij vrijwel alle sportverenigingen met jeugdwedstrijden worden toeschouwers (wel eens) aangesproken op ongewenst zijlijngedrag (95%, zie figuur 4.2). Bestuursleden (67%), trainers/coaches (61%) en andere toeschouwers (56%) zijn de groepen die het vaakst toeschouwers aanspreken.
Over het algemeen geldt voor alle groepen dat deze binnen het voetbal het vaakst wel eens iemand op ongewenst zijlijngedrag hebben aangesproken. Uitzondering hierop vormen andere toeschouwers. Zowel bij overige teamsportverenigingen (68%) als bij (semi-)individuele sportverenigingen (50%) worden deze vaker als een groep genoemd die mensen aanspreekt op negatief zijlijngedrag dan bij voetbalverenigingen (45%).

Uitgebreide beschrijving
Totaal:
Een bestuurslid: 67%
Trainer/coaches: 61%
Andere toeschouwers: 56%
Scheidsrechters/juryleden: 49%
Stewards/hosts/sfeerbeheerders: 7%
Iemand anders: 3%
Niemand: 5%
Weet ik niet: 8%
Voetbal:
Een bestuurslid: 88%
Trainer/coaches: 81%
Andere toeschouwers: 45%
Scheidsrechters/juryleden: 60%
Stewards/hosts/sfeerbeheerders: 16%
Iemand anders: 3%
Niemand: 0%
Weet ik niet: 3%
Teamsport overig:
Een bestuurslid: 62%
Trainer/coaches: 53%
Andere toeschouwers: 50%
Scheidsrechters/juryleden: 49%
Stewards/hosts/sfeerbeheerders: 4%
Iemand anders: 4%
Niemand: 5%
Weet ik niet: 9%
(Semi-)individueel:
Een bestuurslid: 61%
Trainer/coaches: 57%
Andere toeschouwers: 50%
Scheidsrechters/juryleden: 45%
Stewards/hosts/sfeerbeheerders: 4%
Iemand anders: 4%
Niemand: 7%
Weet ik niet: 10%
4.5 Ervaringen met aanspreken toeschouwers
Verschillende manieren om toeschouwers aan te spreken
Bij alle onderzochte verenigingen worden toeschouwers erop aangesproken wanneer zij zich negatief uitlaten. Het verschilt per vereniging wie dit doet en hoe ze dit hebben geborgd binnen de vereniging. Waar de ene vereniging een duidelijk systeem heeft opgezet, is de andere afhankelijk van één of twee vrijwilligers die deze taak op zich nemen.
Scheidsrechters
Bij UVS Leiden leggen scheidsrechters weleens het spel stil bij ongewenst zijlijngedrag:
'Wij hebben aardig wat scheidsrechters hier rondlopen die heel goed om kunnen gaan met ouders. En de ballen hebben om dan misschien even het spel stil te leggen. Om dan daar naartoe te lopen en te zeggen: 'Joh, dit heeft helemaal geen nut. Anders stop ik ermee.' Want dat moet je ook als scheidsrechter kunnen zeggen: 'Als dit niet stopt, dan ga je met je kind lekker naar huis'.'
Bestuurder UVS Leiden (voetbal)
Ook bij basketbalvereniging High Five spreken scheidsrechters toeschouwers aan, zo vertelt een scheidsrechter van de club:
'Twee weken geleden ging het om twee jonge scheidsrechters, die uiteraard zelf ook vergissingen en fouten maken tijdens het fluiten, waar ouders dan commentaar op hadden. Nou, die heb ik vriendelijk verzocht om dat niet te doen en dat was ook meteen opgehouden.'
Scheidsrechter High Five (basketbal)
Bij andere verenigingen is het vaak iemand anders dan de scheidsrechter die toeschouwers aanspreekt.
Kaderleden
Een scheidsrechter van hockeyclub Gooische maakt weinig ongewenst zijlijngedrag mee. Maar als er een enkele keer een groepje toeschouwers 'oververhit' raakt, legt hij de wedstrijd stil en vraagt hij aan de coach om ze erop aan te spreken. Hij benadrukt dat het goed is om toeschouwers aan te spreken vóór het escaleert. Ook bij AFC IJburg vraagt de scheidsrechter aan de trainer om de toeschouwers aan te spreken, in plaats van dat de scheidsrechter dat zelf doet.
Bij basketbalvereniging High Five is het aanspreken van toeschouwers een taak van de scheidsrechters, maar ook van de coach van de thuispartij. De coach spreekt het publiek aan op het moment dat daar gedrag vandaan komt dat niet getolereerd wordt. Ze kunnen dan iemand verzoeken de zaal te verlaten. En als het te gek wordt, zijn ze bereid de wedstrijd te staken.
Bij sportclub Groessen spreekt de jeugdcoördinator de toeschouwers aan.
Stewards
Enkele voetbal- en hockeyverenigingen zetten stewards in tijdens (jeugd)wedstrijden. Zij lopen langs de velden om ongewenst zijlijngedrag te signaleren en toeschouwers daarop aan te spreken. Vaak zijn dit bekenden van de vereniging, zoals ouders of stafleden (bijv. jeugd- en scheidsrechterscoördinatoren). Het verschilt per vereniging welke naam ze eraan geven: ze worden ook wel 'velddienstouder' of 'host' genoemd.
Bij AFC IJburg, waar ze al een hele tijd met stewards werken, hebben ze de insteek in de loop der jaren aangepast. Voorheen voelden ouders zich vooral politieagent, vertelt hun bestuurder. Dus besloten ze om de rol wat meer in te steken als 'host'. De host heet bezoekende teams welkom, vertelt ze op welk veld ze moeten zijn, welke kleedkamer ze hebben en wijst op faciliteiten van de club.
Door deze rol wat positiever in te steken voelen mensen zich gezien en gehoord, aldus de voorzitter. Volgens hem werkt het de-escalerend en is het heel duidelijk wat ze van de stewards verwachten.
Bij deze vereniging hebben de stewards onderling contact tijdens de wedstrijden: 'Er wordt ook heel vaak geappt, als ouders te fel zijn van: 'hé, wil iemand even kijken bij veld 1?'.' Het is een vrijwillige taak: geïnteresseerden melden zich aan en krijgen een briefing over hun taak. Zo vraagt de vereniging de stewards om toeschouwers die zich misdragen positief aan te spreken en te wijzen op de gedragsregels van de club:
'In de briefing naar onze hosts staat bijvoorbeeld: "met feedback geven bedoelen we dat je het gesprek aangaat met toeschouwers die zich verbaal misdragen". Positief coachen is de norm. Dat zorgt voor een veilige spelomgeving voor de kinderen. Een mogelijke boodschap die onze regels samenvat is: "Dames en heren, blijf alsjeblieft positief. Bij onze club is schreeuwen, schelden en tieren langs de lijn niet toegestaan. Wordt de passie voor het spel u te machtig? Dan wil ik u vragen om rustig in de kantine te gaan zitten en het einde van de wedstrijd af te wachten".'
Mocht de host het probleem niet kunnen oplossen, dan schakelt die het bestuur of de scheidsrechterscoördinator in.
Volgens de scheidsrechterscoördinator van RKAV Volendam is het belangrijk dat een steward rust uitstraalt en zich onderscheidt door kleding (bijv. een jas van de club met 'steward' erop). Volgens de bestuurder zorgt dat voor een bepaalde status: hij vertelt dat mensen anders naar iemand kijken en minder snel iets durven te zeggen als iemand deze kleding aanheeft. Ook bij AFC IJburg hebben de stewards onderscheidende kleding aan.
Voetbalverenigingen OSV en TOB zijn van plan om binnen de tien clubs van Voetbal Noord stewards op vrijwilligersbasis aan te stellen.
Bestuursleden
Bij meerdere verenigingen lopen bestuursleden rond tijdens wedstrijddagen. De voorzitter van hockeyclub Naarden spreekt regelmatig toeschouwers aan op hun gedrag, zeker als het hun 'eigen' ouders zijn. Inmiddels is het voor haar geen drempel meer om mensen aan te spreken:
'Wat natuurlijk ook helpt is dat ik toch al een rol heb op de club, dus dan nemen mensen het ook eerder van me aan. Veel mensen vinden het lastig om tegen mensen die ze kennen kritiek te hebben.'
Ook de bestuurders van UVS Leiden en RKAV Volendam geven aan dat zij als 'bekenden op de vereniging' over het algemeen heel respectvolle reacties krijgen als ze iemand aanspreken. De voorzitter van RKAV Volendam vertelt dat het helpt als je aanzien hebt op de club: 'Iedereen kent mij. Als ze mij zien lopen, worden ze al stil'.
Bij toeschouwers van tegenstanders is dat lastiger, maar doordat ze altijd een jas met logo van de club dragen, is het voor iedereen duidelijk dat ze een bepaalde functie hebben binnen de club. 'En als je dan iets op een nette manier bespreekbaar maakt met zo iemand, dan wordt het vaak ook wel goed ontvangen', aldus de bestuurder.
Ook bij OSV en TOB spreken de bestuursleden regelmatig toeschouwers aan. Niet alleen als die ongewenst gedrag vertonen, maar ook om een praatje te maken met toeschouwers door hen te vragen hoe het gaat of hoe de wedstrijd verloopt.
Toeschouwers onderling
We horen wisselende verhalen over toeschouwers die elkaar onderling aanspreken op ongewenst gedrag. Elkaar aanspreken lijkt afhankelijk van de heersende cultuur van de vereniging. Bij sommige verenigingen is er sprake van terughoudendheid. Zo hoopt een bestuurder van Sportclub Groessen dat toeschouwers elkaar corrigeren, maar dit blijft vaak uit:
'Je hoopt dat ze elkaar corrigeren (...). maar er is niemand die de kracht heeft om te zeggen: 'hé, kap er nou eens mee'.'
Volgens de bestuurder zijn het vaak dezelfde twee of drie mensen die durven in te grijpen, wat leidt tot een gevoel van belasting: 'Op een gegeven moment voel je dat je een politieagent bent (...) en dan word je als zuurpruim gezien.'. Ook HC Naarden, MHC De Reigers en RKAV Volendam erkennen dat elkaar aanspreken voor veel mensen lastig blijft, dat vaak dezelfde personen dit doen en dat het nog te weinig gebeurt.
Andere verenigingen schetsen een positiever beeld. Bij sommige lijkt er een duidelijke aanspreekcultuur te zijn. Zo geeft AFC IJburg aan dat elkaar aanspreken normaal is en niet beperkt blijft tot de velddienstouder: 'Het is niet per se alleen maar die velddienst. (...) Het is gewoon het feit dat we als vereniging dit soort afspraken hebben en genoeg mensen die uit zichzelf inmiddels gewoon optreden'. Deze aanspreekcultuur is volgens de bestuurder ontstaan door de gedeelde norm om het samen plezierig te houden.
Ook bij UVS Leiden ervaren ze dat toeschouwers elkaar actief proberen te sussen en te relativeren. Zo wijzen ze elkaar erop dat er geen Champions League wordt gespeeld. OSV en TOB herkennen dit beeld en merken ook dat ouders elkaar onderling aanspreken.
FC Skillz geeft aan dat ouders elkaar onderling aanspreken op ongewenst zijlijngedrag. Meestal op een informele manier en vanuit een gedeeld besef van voorbeeldgedrag en verantwoordelijkheid.
HC Houten benadrukt dat aanspreken vaak op een vriendelijke manier gebeurt en grotendeels zelfcorrigerend werkt, al lukt dat niet altijd: 'De ene keer gaat dat wel goed en de andere keer niet (...), maar ik denk dat er best wel een heel groot, zelfcorrigerend iets langs de lijn is'. Volgens de club draagt het uitspreken van verwachtingen over (on)gewenst gedrag richting ouders bij aan het onderling aanspreken.
Ervaringen met aanspreken van toeschouwers: niet eenvoudig, wel effectief
Verenigingen geven over het algemeen aan dat nodig is toeschouwers op ongewenst zijlijngedrag aan te spreken, maar dat dit in de praktijk niet altijd eenvoudig verloopt. Succesvol aanspreken doe je volgens de verenigingen op de volgende manier:
Het gebeurt consequent wanneer grenzen worden overschreden.
Het gebeurt bij voorkeur tijdig, vóór escalatie.
De toon is positief, vragend en de-escalerend.
Degene die het doet, heeft legitimiteit of gezag (bijv. een bestuurder of een steward met herkenbare kleding).
Hierbij kan het helpen dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor het aanspreken, bijvoorbeeld scheidsrechters, coaches, stewards/hosts of bestuursleden. Belangrijk is dat de 'aansprekers' goed weten of gebriefd zijn over hoe zij toeschouwers moeten aanspreken en herkenbaar aanwezig zijn door onderscheidende kleding. Een positieve invulling van de rol (meer 'host' dan 'politieagent') kan hierbij helpen.
Tegelijkertijd verschillen de ervaringen sterk; waar sommige verenigingen aangeven dat aanspreken relatief normaal en geaccepteerd is, ervaren andere verenigingen weerstand. Zo geeft FC Skillz aan dat aanspreken vaak goed wordt ontvangen, omdat ouders zich bewust zijn van de norm en hun gedrag aanpassen. Maar bij UVS Leiden is de ervaring dat het aanspreken van mensen in algemene zin steeds lastiger wordt en dat men sneller geneigd is om weg te kijken.
Verschillen in ervaringen zitten ook in het moment waarop toeschouwers worden aangesproken. Enkele verenigingen, zoals HC Houten en RKAV Volendam, benadrukken dat direct aanspreken tijdens de wedstrijd het meeste effect heeft, omdat emoties dan nog beïnvloedbaar zijn. Andere verenigingen, zoals Sportclub Groessen, geven aan dat aanspreken 'in het heetst van de strijd' juist risico's met zich meebrengt en dat het soms effectiever is om mensen later aan te spreken. Wel zijn de verenigingen het erover eens dat herhaling en consistent optreden belangrijk zijn.
4.6 Sancties opleggen
Inzet van sancties: laatste redmiddel
Verenigingen geven aan dat zij sancties inzetten bij ongewenst gedrag van toeschouwers. Vaak begint dit met aanspreken en informele gesprekjes, maar wanneer het gedrag aanhoudt, volgen stevigere maatregelen. Bijvoorbeeld een (tijdelijke) schorsing of verwijdering van het sportcomplex.
RKAV Volendam beschrijft dat ze toeschouwers eerst vragen om even weg te lopen, maar dat verwijdering van de club een reële consequentie is wanneer iemand weigert mee te werken. Een ouder die zich misdraagt, krijgt eerst een maandverbod voor uit- en thuiswedstrijden. Als ze zich nog eens misdragen, wordt dat zes maanden. Bij bedreiging van vrijwilligers doet de club direct aangifte bij de politie.
Ook FC Skillz hanteert een oplopende aanpak: ze nodigen ouders eerst uit voor een gesprek. Bij herhaald ongewenst gedrag vragen ze de ouders – en in sommige gevallen ook het kind – de vereniging te verlaten. Dit gebeurt volgens de vereniging enkele keren per seizoen. Bij OSV en TOB zijn sancties uitzonderlijk, maar zij hebben vorig jaar toch twee ouders geschorst vanwege wangedrag.
Ervaringen met sancties opleggen
Een oplopende aanpak (waarschuwing – gesprek – tijdelijke ontzegging – schorsing) geeft volgens respondenten duidelijkheid aan de club en (ouders van) leden. Sancties daadwerkelijk toepassen onderstreept het belang van de gedragsregels.
Hoewel verenigingen sancties soms noodzakelijk vinden om duidelijke grenzen te stellen, vinden ze deze maatregelen vaak ingrijpend. FC Skillz benoemt dat vragen om het vertrek van zowel ouder als kind 'best wel heftig' is, mede vanwege de impact op het kind.
Andere verenigingen benadrukken dat het kind bij voorkeur niet de dupe mag worden van het gedrag van ouders. Bijvoorbeeld OSV en TOB, die aangeven dat ze kinderen alleen van de vereniging sturen wanneer zij zelf wangedrag vertonen.
HC Houten benadrukt juist het belang van preventie door aan het begin van het seizoen duidelijke verwachtingen te scheppen en teammanagers een actieve rol te geven bij het aanspreken van ouders wanneer zij 'uit de band springen'.
4.7 Overige inspanningen
Naast regels en handhaving verrichten vrijwel alle verenigingen andere inspanningen in om ongewenst zijlijngedrag tegen te gaan. Deze interventies kunnen bijdragen aan bewustwording en positief gedrag normaliseren. Onderstaande maatregelen werden door enkele verenigingen genoemd.
Inzet van ervaren scheidsrechters bij risicowedstrijden
Basketbalvereniging High Five, hockeyclub Gooische en Sportclub Groessen zetten bewust ervaren of extra gekwalificeerde scheidsrechters in bij risicowedstrijden. Gooische vraagt expliciet CS+-scheidsrechters5 aan. Deze zijn volgens de club ‘veel beter in staat om de sfeer op het veld te beïnvloeden’.
Structurele communicatie over gewenste clubcultuur en gedrag
Hockeyclub Gooische en hockeyclub Naarden besteden via (wekelijkse) nieuwsbrieven aandacht aan gewenst gedrag en clubcultuur. Gooische benadrukt dat je de boodschap ‘opnieuw en opnieuw en opnieuw moet uitdragen’. En dat je niet alleen moet focussen op zijlijngedrag, maar op de algehele cultuur op de club.
Daarbij hoort bijvoorbeeld de boodschap: ‘Een scheids heeft altijd gelijk, en als hij geen gelijk heeft, heeft hij nog gelijk.’ De insteek is niet alleen corrigerend (‘niet alleen maar het strenge vingertje’), maar ook positief en trots op de club.
Positieve publieksacties
High Five organiseert jaarlijkse tribuneacties, zoals een ‘beslisboom’, een bingokaart en een klapper met vijf tips voor ouders op de tribune, om het onderwerp ‘een beetje levendig te houden’. De club krijgt hier positieve reacties op van toeschouwers. Daarnaast vinden ze het makkelijker om iemand iets te geven dan om iemand aan te spreken op zijn gedrag.
OSV en TOB organiseerden in samenwerking met een sportorganisatie een actie waarbij toeschouwers met goed gedrag een smiley-sticker kregen. Dit werkt erg goed volgens de vereniging.
Mentale trainingen/begeleiding
MHC De Reigers biedt mentale trainingen gericht op emotieregulatie. De training heeft ook daadwerkelijk effect volgens de club. Ouders leren zich af te vragen wat hun taak is en wat er van ze wordt verwacht, en terug te keren naar hun ‘verstandbrein’ wanneer het ‘emotiebrein’ de overhand neemt. Ouders volgen deze training vrijwillig.
Hockeyclub Houten zet mental coaches in om onder andere trainers/coaches te ondersteunen bij problemen met ouders langs de zijlijn. Coaches die hiermee te maken kregen, konden hun verhaal doen en kregen tips. Bijvoorbeeld over hoe zij het gesprek met ouders kunnen aangaan.
Educatie van ouders via webinar
Hockeyclub Naarden ontwikkelde een webinar ‘ouders langs de lijn’. In de webinar krijgen ouders tips over hoe hun gedrag overkomt op hun kind en hoe zij dat kunnen veranderen. De club benadrukt vooral het inzichtgevende karakter: ‘ouders worden zich bewuster van de impact van hun gedrag.’. De vereniging merkt dat het gesprek erover langs de lijn makkelijker wordt en ze zien dat toeschouwers de tips toepassen.
Feedbackinstrument voor ouders via stoplichtkaarten
Hockeyclub Naarden gebruikt tweemaal per jaar 'stoplichtkaarten', die jeugdspelers invullen voor hun eigen ouders (groen: goed; oranje: verbeteren; rood: stoppen). De opbrengst varieert volgens de vereniging van relatief milde feedback ('je moet niet alleen mij aanmoedigen') tot 'schrijnende dingen' ('je komt nooit kijken').
Tegelijkertijd geven kinderen ook complimenten aan hun ouders, bijvoorbeeld dat ze positief aanmoedigen heel prettig vinden. De club ervaart dat het goed is als ouders het van hun eigen kind horen.
Wedstrijdbespreking met teams en ouders
RKAV Volendam voert voorafgaand aan wedstrijden gesprekken met teams en coaches. Het liefst aan de kant van de ouders, zodat zij meeluisteren. De boodschap is duidelijk: 'het is nu de tijd dat we het niet meer gaan doen: het negatieve gedrag moet er gewoon af'. Door dit vooraf te benoemen, probeert de vereniging ongewenst gedrag te voorkomen.
Wedstrijden filmen voor waarheidsvinding achteraf
FC Skillz moedigt ouders aan om wedstrijden te filmen: in plaats van zich ermee bemoeien, hun telefoon pakken en filmen. Volgens de club heeft het ze de vorige keer ontzettend geholpen. Steeds meer ouders doen mee. Er zijn volgens de club zelfs ouders die met hele camerasystemen langs de kant staan. Het filmen fungeert als preventief middel en als instrument om achteraf vast te stellen wat er daadwerkelijk gebeurd is.
4.8 Duurzame verandering
Cultuur als onderliggende succesfactor
De overkoepelende succesfactor volgens veel clubs is werken aan een gedeelde clubcultuur. Verenigingen die spreken over een aanspreekcultuur, gedeelde normen en 'trots zijn op de club', ervaren dat toeschouwers elkaar vaker aanspreken. Waar aanspreken afhankelijk blijft van enkele individuen, is de belasting groter en het effect kwetsbaarder.
Deze cultuurverandering is wel een proces van een lange adem. De verenigingen geven aan dat het een langdurig en inspannend proces kan zijn, waarbij veranderingen niet van de ene op de andere dag zichtbaar zijn. Je moet het onderwerp telkens weer onder de aandacht brengen, en het vraagt om blijvende inzet. Omdat het veelal om vrijwilligers gaat, kan dit veel vragen van de verenigingen en op de lange termijn moeilijk vol te houden zijn.
Niet één maatregel op zichzelf is doorslaggevend. De combinatie van normstelling, zichtbaarheid van gedragsregels, aanspreken en een gedeelde clubcultuur lijkt bepalend voor succes. Daarbij is het belangrijk dat verenigingen kiezen voor maatregelen die passen bij hun eigen club. Wat werkt bij een grote, stedelijke club met veel kaderleden en stewards, is niet automatisch geschikt voor een kleinere vereniging waar korte lijnen en informeel aanspreken de norm zijn.
Ondersteuning vanuit de bonden is gewenst
Enkele verenigingen geven aan dat meer steun vanuit de bond gewenst is voor duurzame verandering. Hoewel er landelijke campagnes zijn, ervaren de verenigingen deze als onvoldoende. Volgens een van de betrokkenen ligt de nadruk nu vooral op beeldvorming en tekst, zoals posters en richtlijnen.
De verenigingen zien graag bredere ondersteuning, met name voor vrijwilligers. Genoemde voorbeelden zijn de inzet van verenigingsadviseurs en het aanbieden van toolkits of webinars over omgaan met ongewenst zijlijngedrag. Ze hebben behoefte aan meer praktische ondersteuning die de bond landelijk deelt en die verenigingen helpt met kennis en concrete maatregelen. Als verenigingen niet zelf de interventies hoeven te bedenken, scheelt dat veel tijd en energie.
Sportbonden: meer aandacht voor ongewenst zijlijngedrag
Alle drie de bonden constateren dat de aandacht voor zijlijngedrag is toegenomen, al verschilt dit per vereniging. Bestuurders ervaren het thema vaak als complex, zegt de NBB. Omdat bestuurders veelal vrijwilligers zijn, voelen zij zich niet altijd voldoende toegerust om escalaties rondom ouders of toeschouwers aan te pakken. In dergelijke situaties kijken ze regelmatig naar de bond of het Centrum Veilige Sport Nederland voor optreden.
Alle drie de bonden hebben de afgelopen jaren beleidsmatig meer aandacht besteed aan het thema. De KNVB doet dit vanuit de eerdergenoemde impuls Sportiviteit & Respect. De NBB start binnenkort met een initiatief om richting te geven aan gewenst gedrag op en rond het veld.
Zowel de NBB en de KNVB stimuleren verenigingen om een eigen gedragscode te ontwikkelen die aansluit bij de clubcultuur. De bonden brengen ook de 'vier v's' onder de aandacht bij verenigingen: de basiseisen voor sociale veiligheid (Vastgestelde gedragscode, Vertrouwenscontactpersoon, Verklaring Omtrent het Gedrag en Vakkundige trainer/coaching). Beide bonden zien dat steeds meer verenigingen deze maatregelen implementeren. De NBB benadrukt wel dat alleen regels opstellen niet voldoende is: het gaat ook om handhaving en cultuurverandering.
De KNVB ondersteunt verenigingen onder andere via verenigingsadviseurs, die regionaal actief zijn en signalen ophalen uit de praktijk.
De KNHB biedt verenigingen posters aan vanuit de campagne 'Dát is Hockey', die onder andere gericht is op het bevorderen van positiviteit langs de lijn. Daarnaast ondersteunt de KNHB verenigingen via de Sportiviteit en Respect-ambassadeurs. Tegelijkertijd ziet de KNHB uitdagingen op het gebied van de belasting en het verloop van vrijwilligers die zich inzetten voor Sportiviteit en Respect.
Hoofdstuk 5 Conclusie & aanbevelingen
In dit onderzoek laten we zien welke maatregelen teamsportverenigingen invoeren om ongewenst zijlijngedrag tegen te gaan. Daarvoor hielden we interviews met twaalf sportverenigingen en twee sportbonden. In dit hoofdstuk bespreken we onze conclusies. Vervolgens doen we enkele aanbevelingen voor verenigingen en bonden.
5.1 Conclusie
Zijlijngedrag meestal positief, maar bij helft verenigingen ook negatief gedrag
Uit de groepsinterviews met teamsportverenigingen blijkt dat zij zijlijngedrag bij het merendeel van de wedstrijden als positief ervaren. Respondenten benadrukken dat de meeste wedstrijden in een prettige en sportieve sfeer verlopen. De cijfers bevestigen dit beeld: vrijwel alle verenigingsbestuurders (97%) geven aan dat er tijdens jeugdwedstrijden positieve aanmoedigingen richting spelers voorkomen.
Tegelijkertijd geeft meer dan de helft van de bestuurders van verenigingen waar jeugdwedstrijden plaatsvinden aan dat negatieve zijlijngedragingen op hun vereniging voorkomen. Dit geldt met name binnen het voetbal en in overige teamsportcontexten. Daarbij komen kritiek op de scheidsrechter, bemoeienis met de sporter door in de rol van de coach te kruipen, en kritiek op beslissingen van de trainer/coach in beide sportcontexten veel voor. Opvallend is dat onenigheid tussen toeschouwers in het voetbal vaker voorkomt dan bij andere (team)sporten.
Uit de interviews blijkt dat dit soort negatieve gedragingen een grote impact hebben. Ongewenst zijlijngedrag vraagt bestuurlijke inzet en beïnvloedt de sfeer op de vereniging. Bovendien kan ongewenst zijlijngedrag, zoals tegenstrijdige aanwijzingen vanaf de zijlijn of escalaties tussen toeschouwers, leiden tot verwarring, spanning en verminderd spelplezier bij jeugdspelers.
Daarmee raakt zijlijngedrag niet alleen de organisatie of reputatie van de vereniging, maar ook de kern van de jeugdsport: het plezier van kinderen.
Ervaren toename van ongewenst zijlijngedrag
Meer dan de helft van de bestuurders (56%) geeft aan dat negatieve zijlijngedragingen op hun vereniging voorkomen, met name binnen voetbal en overige teamsportcontexten. Daarbij komen kritiek op de scheidsrechter, bemoeienis met de sporter door in de rol van de coach te kruipen, en kritiek op beslissingen van de trainer/coach in beide sportcontexten veel voor. Opvallend is dat onenigheid tussen toeschouwers vooral in het voetbal vaker voorkomt dan bij andere (team)sporten.
Uit de gesprekken komt daarnaast naar voren dat zowel verenigingen als bonden een toename van ongewenst zijlijngedrag in de afgelopen jaren ervaren. Dit is in lijn met cijfers over wangedrag in de sport, waaruit blijkt dat het percentage sporters en bezoekers dat slachtoffer of getuige is van wangedrag sinds 2022 stijgt (CBS & Mulier instituut, 2024). Respondenten signaleren een 'korter lontje' bij toeschouwers en zien een verband met bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals individualisering en veranderende omgangsvormen sinds de coronaperiode.
De sportcontext lijkt daarmee een afspiegeling van een breder maatschappelijk vraagstuk. Dit maakt het thema complex en slechts deels beïnvloedbaar op verenigingsniveau. Tegelijkertijd vergroot het de urgentie om ook binnen de sport duidelijke normen te stellen en actief te blijven investeren in cultuur en gedrag.
Scheidsrechter is belangrijke, maar kwetsbare schakel
De scheidsrechter vervult een belangrijke rol in het verloop van wedstrijden en in het voorkomen of beperken van ongewenst zijlijngedrag. De kwaliteiten van de scheidsrechter blijken van invloed op de sfeer rondom het veld. Tegelijkertijd is de scheidsrechter zelf regelmatig doelwit van kritiek en in sommige gevallen zelfs van agressie. Kritiek op de scheidsrechters is het meeste voorkomende negatieve zijlijngedrag bij zowel voetbal als overige teamsportverenigingen. Dit maakt de positie kwetsbaar.
Ongewenst gedrag richting scheidsrechters vermindert ook de bereidheid van ouders en leden om deze rol op zich te nemen en vergroot daarmee de druk op verenigingen.
Gedragsregels zijn noodzakelijk, maar niet voldoende op zichzelf
Vrijwel alle verenigingen die we spraken, hebben gedragsregels voor toeschouwers. Deze regels dragen bij aan normstelling en bieden houvast bij het aanspreken van toeschouwers bij ongewenst gedrag. Zichtbaarheid van regels helpt hierbij. Dit wordt ondersteund door de cijfers, waaruit blijkt dat een ruime meerderheid van de verenigingen beschikt over gedragsregels.
Daarnaast laten de cijfers zien dat gedragsregels vooral via algemene kanalen zoals websites worden gedeeld, terwijl in mindere mate wordt ingezet op het persoonlijk wijzen van toeschouwers op het bestaan van deze regels. Dit laat zien dat gedragsregels wel worden opgesteld en gecommuniceerd, maar dat het actief aanspreken van toeschouwers hierop beperkter plaatsvindt.
Tegelijkertijd blijkt uit de ervaringen van verenigingen dat er meer nodig is om ongewenst gedrag structureel te voorkomen. Emoties kunnen tijdens wedstrijden de overhand krijgen, waardoor rationele afwegingen naar de achtergrond verdwijnen. Daarom is juist actieve handhaving (aanspreken en sanctioneren), herhaling en inbedding in de bredere clubcultuur van belang.
Toeschouwers aanspreken werkt, maar vraagt vaardigheden en draagvlak
Toeschouwers aanspreken zien verenigingen als een belangrijke interventie. In veel gevallen blijkt aanspreken effectief, zeker wanneer dit tijdig, consequent en op een positieve, de-escalerende manier gebeurt. Volgens de verenigingen hangt de effectiviteit van het aanspreken samen met verschillende factoren, waaronder:
de positie van degene die anderen aanspreekt: acceptatie lijkt groter wanneer deze persoon een formele rol heeft binnen de vereniging, bijvoorbeeld als bestuurder, steward of scheidsrechter;
zichtbare herkenbaarheid van de rol: bijvoorbeeld door herkenbare kleding of door duidelijk aanwezig te zijn tijdens wedstrijddagen;
bekendheid binnen de vereniging: wanneer degene die anderen aanspreekt bekend is bij leden en ouders, accepteren zij de boodschap vaak makkelijker;
kunnen verwijzen naar vastgestelde gedragsregels: dit maakt duidelijk dat het aanspreken niet persoonlijk is, maar voortkomt uit gezamenlijke afspraken binnen de vereniging.
Op vrijwel alle verenigingen waar jeugdwedstrijden worden gespeeld, worden toeschouwers (wel eens) aangesproken op ongewenst zijlijngedrag. Bestuursleden en trainers/coaches, maar ook andere toeschouwers vormen daarbij de belangrijkste groepen.
Binnen het voetbal wordt aanspreken op ongewenst zijlijngedrag relatief vaker door verschillende groepen uitgevoerd dan bij andere sporttakken. Daarbij valt op dat de rol van andere toeschouwers hierin bij het voetbal relatief klein is ten opzichte van overige teamsporten en (semi-)individuele sporten.
Uit de interviews blijkt dat anderen aanspreken op hun gedrag niet eenvoudig en vanzelfsprekend is. Het vraagt communicatieve vaardigheden en het vermogen om in een gespannen situatie rustig te blijven. Als aanspreken afhankelijk blijft van enkele individuen, ontstaat kwetsbaarheid. Een bredere aanspreekcultuur vergroot de duurzaamheid van de aanpak.
Vrijwilligers staan onder druk door complexiteit van het vraagstuk
Omgaan met ongewenst zijlijngedrag kan veel vragen van verenigingen, die grotendeels draaien op vrijwilligers. Bestuurders en andere kaderleden investeren tijd in communicatie over verwachtingen, handhaving en soms ook sanctionering. De complexiteit van het vraagstuk – mede door de maatschappelijke context – vergroot deze belasting.
De vitaliteit van verenigingen blijkt daarmee een randvoorwaarde voor een duurzame aanpak. Structurele inzet vraagt tijd, capaciteit en continuïteit, wat niet voor iedere vereniging haalbaar is. Hoewel bonden verschillende instrumenten, campagnes en adviseurs aanbieden, geven sommige verenigingen aan behoefte te hebben aan meer praktische en ontzorgende ondersteuning. Deze behoeften samenbrengen met het bestaande aanbod kan bijdragen aan een effectievere en beter afgestemde ondersteuning van verenigingen.
De verantwoordelijkheid voor het individuele gedrag van toeschouwers ligt niet bij verenigingen of sportbonden. Maar wat zij wél kunnen en moeten borgen, is een sociaal veilige sportomgeving waarin duidelijke normen gelden en waarin bij grensoverschrijdend gedrag wordt ingegrepen. Vanuit die verantwoordelijkheid kunnen zij gedrag van toeschouwers beïnvloeden.
5.2 Aanbevelingen
We doen vier aanbevelingen op basis van ons onderzoek. De eerste drie richten we aan sportverenigingen die aan de slag willen met het tegengaan van ongewenst zijlijngedrag. De laatste aanbeveling geldt voor sportbonden.
Maak het thema zijlijngedrag bespreekbaar binnen de vereniging
Verenigingen die met het thema zijlijngedrag aan de slag willen, hoeven niet direct een uitgebreid protocol of een hele campagne op te zetten. De ervaringen van verenigingen laten zien dat duidelijke normstelling de eerste stap is. Agendeer daarom het thema in het bestuur en bespreek waarom het belangrijk is (veiligheid, sportplezier van kinderen, bescherming van vrijwilligers).
De ervaringen laten zien dat herhaling en consistentie verschil maken. Zie het thema daarom als een meerjarig traject in plaats van een eenmalige actie. Bijvoorbeeld door:
regelmatig te evalueren wat wel en niet goed gaat;
het onderwerp terug te laten komen op de bestuursagenda;
het thema te bespreken binnen teams;
aandacht te besteden aan zijlijngedrag bij de introductie van nieuwe leden en hun ouders.
Stel gedragsregels op en leg vast wie anderen aanspreekt – en hoe
Formuleer een aantal concrete gedragsafspraken voor toeschouwers. Kijk hierbij naar regels van andere verenigingen en naar wat er al is. Veel bonden hebben voorbeeldgedragscodes of materialen die je met minimale aanpassing kunt gebruiken. Je kunt ook leden betrekken bij het opstellen van de regels.
Communiceer de regels zichtbaar en regelmatig via bestaande kanalen (website, nieuwsbrief, seizoenstart, team-app) of op een andere manier die bij de vereniging past.
Uit het onderzoek blijkt dat mensen aanspreken op hun gedrag effectief kan zijn, maar vooral werkt wanneer duidelijk is wie dit doet en hoe. Wijs vooraf één of enkele rollen aan die dit doen (bijv. bestuurslid wedstrijddienst, jeugdcoördinator, coach van het thuisspelende team). Maak eenvoudige afspraken over de toon: positief, rustig, verwijzend naar de regels van de club. Bespreek ook met het bestuur hoe je handelt bij herhaling (bijv. gesprek na afloop).
Voor minder vitale clubs is het belangrijk realistisch te blijven: kies maatregelen die passen bij de schaal en cultuur van de vereniging. Een kleine club met korte lijnen kan juist profiteren van informele aanspreekmomenten, terwijl grotere clubs mogelijk meer structuur nodig hebben.
Bescherm en ondersteun scheidsrechters
Een belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat de scheidsrechter zowel invloedrijk als kwetsbaar is. Zeker bij minder vitale verenigingen, waar vaak ouders of jeugdleden fluiten, kan negatieve bejegening snel ontmoedigen om zelf te fluiten.
Spreek daarom expliciet uit dat respect voor de scheidsrechter een kernnorm is. Verenigingen kunnen scheidsrechters bijvoorbeeld ondersteunen door:
een duidelijk aanspreekpunt te bieden binnen de vereniging;
korte instructies te geven over hoe om te gaan met commentaar langs de lijn;
zichtbaar in te grijpen bij verbaal of fysiek grensoverschrijdend gedrag richting de scheidsrechter.
Sportbonden: ondersteun verenigingen met praktische handvatten
Uit het onderzoek blijkt dat veel verenigingen het tegengaan van ongewenst zijlijngedrag belangrijk vinden, maar dat het onderwerp in de praktijk complex kan zijn. Bestuurders zijn vaak vrijwilligers en voelen zich niet altijd voldoende toegerust om escalaties rondom toeschouwers aan te pakken.
Tegelijkertijd vraagt werken aan een positieve clubcultuur om langdurige aandacht en inzet. Niet alle verenigingen hebben dezelfde capaciteit voor of ervaring met dit thema. Met name verenigingen met weinig vrijwilligers of beperkte bestuurlijke capaciteit kunnen baat hebben bij extra ondersteuning.
Een eerste stap kan zijn om te inventariseren waar verenigingen behoefte aan hebben bij het omgaan met ongewenst zijlijngedrag. Op basis daarvan kunnen bonden hun ondersteuning gerichter vormgeven. Daarnaast kunnen bonden verenigingen helpen door praktische hulpmiddelen te ontwikkelen die clubs eenvoudig kunnen overnemen of aanpassen aan hun eigen situatie. Zoals:
voorbeeldgedragsregels en -maatregelen die verenigingen als basis kunnen gebruiken;
praktische toolkits met stappenplannen voor het invoeren van maatregelen;
webinars of korte trainingen voor bestuurders, coaches en vrijwilligers;
ondersteuning via verenigingsadviseurs die verenigingen begeleiden bij lastige situaties.
Een dergelijke 'blauwdruk' kan voorkomen dat verenigingen zelf interventies moeten ontwikkelen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk dat verenigingen maatregelen kunnen aanpassen aan hun eigen context. Maar door praktische ondersteuning te bieden, kunnen sportbonden bijdragen aan een duurzamere aanpak van ongewenst zijlijngedrag binnen de sport.
Bronnenlijst: bronnen
Cremers, R., Van der Meer, S. A. & Elling, A. (2026). Basiseisen voor een sociaal veilige sport. De vier v's bij sportverenigingen, zwembaden, vechtsportscholen en fitnessaanbieders. Mulier Instituut.
Hoeijmakers, R. (2025). Thrive and endure. Voluntary sport clubs as exemplar for a new era of organizational thinking. Golazo Media.
Huiberts, I., Van Suijlekom, A., Reitsma, M., & Elling, A. (2022). Pedagogisch sportklimaat in het voetbal: vanuit de perspectieven van trainer-coaches, ouders en jeugdsporters. Mulier Instituut.
Schipper-van Veldhoven, N., & Boks, A. (2014). Laat ons lekker sporten: kinderen onderzoeken gedrag van ouders langs de kant. DaM uitgeverij Deventer.
SIRE (2007). SIRE start campagne "Geef kinderen hun spel terug" [Persbericht]. https://sire.nl/wp-content/uploads/2017/10/Perbericht-Geef-Kinderen-hun-Spel-Terug.pdf
Stuij, M., Hoeijmakers, R., Van Kalmthout, J., Cremers, R., & Slot-Heijs, J. J. (2023). Sportverenigingen en hun uitdagingen: een analyse van oorzaken en verschillen tussen sportverenigingen. Mulier Instituut.
CBS & Mulier Instituut. (2026). Sportklimaat - Wangedrag. Vrijetijdsomnibus. RIVM.
Van Kalmthout, J., & Hoeijmakers, R. (2023). Ontwikkeling vitaliteit sportverenigingen: tussen 2018 en 2023. Mulier Instituut.
Van Suijlekom, A., Huiberts, I., Reitsma, M., & Elling, A. (2022). Pedagogisch sportklimaat in de gymsport: perspectieven van trainer-coaches, ouders en jeugdsporters. Mulier Instituut.
Bijlage 1 – Overzicht gedragsregels toeschouwers
De Tubanters (voetbalvereniging)
EAZY! Campagne: aandacht voor gewenst gedrag
Elf gedragsregels:
We moedigen positief aan, zowel op als naast het veld.
We laten iedereen zichzelf zijn.
We blijven achter de boarding als we niet op het veld hoeven te zijn.
We spelen eerlijk en volgen de spelregels.
We gaan voor sportiviteit en plezier.
We spreken elkaar vriendelijk en respectvol aan.
We zorgen samen voor een schone en veilige omgeving.
We zijn een vereniging waar iedereen welkom is.
We vieren onze successen, groot en klein.
We geven het goede voorbeeld, met respect voor iedereen.
Wie zich niet aan de regels houdt, moet rekening houden met de gevolgen.












Sportclub Groessen (voetbalvereniging)
Gedragsregels voor ouders en verzorgers
Ouders/verzorgers zijn voor hun kinderen een voorbeeld. Als zij zich aan afspraken over gedrag houden, dan is de kans groot dat het kind dat ook doet. Daarom ook wat regels die van toepassing zijn voor ouders van de jeugdleden. Natuurlijk zijn alle gedragsregels van anderen ook op de ouders/verzorgers van toepassing.
U blijft tijdens de wedstrijd achter de afrastering en gaat niet op het veld staan.
U onthoudt zich van ongewenst gedrag zoals, schelden, pesten, discriminatie en andere vormen van agressie.
Sportclub Groessen heeft trainers en leiders. Zij bepalen de gang van zaken rond een team. Hebt u kritiek, op- of aanmerkingen op de begeleiding of de organisatie, geef dit dan door aan de teambegeleiding na de training of na de wedstrijd maar nooit op het veld. Komt u er samen niet uit, neem dan contact op met de coördinator.
U helpt bij het vervoer van het team naar een uitwedstrijd.
U zorgt er voor dat uw zoon/dochter op tijd aanwezig is voor training en wedstrijd.
U ziet er op toe dat uw zoon/dochter zich op tijd afmeldt voor een training of wedstrijd.
U stimuleert uw kinderen tot meedoen van activiteiten en evenementen buiten het voetbal en handbal om.
Toon betrokkenheid bij uw kind door zijn of haar beste (team)supporter te zijn.
Wees positief langs de lijn (voorbeeldfunctie).
Respecteer besluiten van de scheidsrechters.
Bespreek problemen met de juiste mensen op de juiste plaats.
Doe naar vermogen vrijwilligerswerk.
Zorg dat in de donkere maanden de fietsverlichting van uw zoon/dochter in orde is.
Gooische (hockeyvereniging)
Gooische Hockey Code
1. Zorg dat je trots kunt zijn op jezelf en op Gooische
Ga met respect met iedereen en met de faciliteiten om. Dit geldt voor iedereen op de club, ook voor bezoekers. Gebruik de 10 regels en de afspraken die bij de Code horen actief: in en naast het veld, binnen je team, tijdens de training, als coach en als trainer. Zo kunnen we onze identiteit versterken en onze kernwaarden samen, veilig, plezier en ambitie in stand houden.
2. Wees een betrokken lid van de Gooische
De club heeft ook jouw bijdrage nodig. Zonder vrijwilligers geen club. Iedereen helpt mee om Gooische draaiende te houden (bardienst, commissies, teambegeleiding, blaashal) en je maakt actief gebruik van Mijn Gooische en de app.
3. Gedraag je als een teamspeler
Let op je taalgebruik, kwetsend taalgebruik hoort niet thuis op onze club. Bij deze Code-regel horen ook de teamafspraken, o.a. voor je verplichting tot rijouders of spelbegeleider cq scheidsrechter.
4. Speel het hockeyspel op een sportieve manier
Dit betekent sportief gedrag tegenover je medespelers, je tegenstander, je coach én tegenover de scheidsrechter.
5. Moedig op een positieve manier aan
Dit geldt ook voor de wedstrijden van de jongste jeugd. Zogenaamd 'meecoachen' en 'mee-fluiten' is absoluut ongewenst. Wees positief naar de spelers. Moedig enthousiast alle spelers van het team aan. Aanwijzingen geven is verwarrend en leidt af. De coach maakt afspraken met het team en die kunnen anders zijn dan dat wat jij roept. Vragen over strategie, opstelling of training? Stel ze na afloop. Wil je graag dat de sporttalenten van je kind tot uiting komen? Laat je kind zelf aangeven en de leiding nemen in hoe intensief en hoog het wil sporten. Dan beleeft het echt plezier aan zijn sport.
6. De scheidsrechters leiden de wedstrijd
Laat de scheidsrechter in zijn of haar waarde, ook als je het niet eens bent met de beslissing. Net als bij spelers, is er bij scheidsrechters ook verschil in ervaring en aanleg. Dit respecteren we met zijn allen.
7. Coaches zijn belangrijke ambassadeurs voor de GHC
Maak eventueel specifieke teamafspraken en voorkom ongewenst en/of agressief gedrag. Stel je bij een thuiswedstrijd als gastheer/gastvrouw op voor de tegenpartij en voor de scheidsrechters.
8. Doe op een sportieve en positieve manier mee met de training
Je komt opdagen en bij verhindering meld je je af in de app. Je traint sportief en gemotiveerd mee en laat de trainer de trainer leiden. De coach kan specifiek voor een team en/of individu hockeytechnische en/of tactische ondersteuning vragen aan een trainer. Ga niet het veld op als er nog een ander team aan het trainen is. Met je eigen 'spelletje' hinder je de training die nog bezig is. Als spelers de training negatief beïnvloeden, kan de trainer je tijdelijk of voor de hele training op de bank zetten. Deze sanctie geldt tot en met het einde van de training; je gaat dus niet eerder weg. De trainer legt duidelijk uit waarom hij de sanctie gebruikt. Hij zal zonodig overleggen met ouders/verzorgers en/of de coach/captain.
9. We houden ons aan de afspraken over veiligheid
Scheenbeschermers en bitjes zijn verplicht, houd je kinderen in de gaten op het complex, stapvoets rijden op de parkeerplaats. Geen laden- en lossen (ook niet van passagiers) voor de ingang en we parkeren onze auto, fiets, scooter en bakfiets op de daarvoor aangewezen plek. Daar houden we ons aan. We mogen elkaar hierop – vriendelijk! – aanspreken.
10. Met meer dan 2000 leden hebben we gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor een schoon, veilig en aangenaam verenigingscomplex.
RKAV Volendam (voetbalvereniging)
Deelnemer van het 'Nu niet, nooit niet' plan. Het plan om sportiviteit en respect op en rond de velden in regio Groot Waterland te bevorderen en wangedrag uit te bannen.
Afspraken voor supporters
Blijf weg van negativiteit en reageer je ongenoegen niet af op spelers, grensrechters of scheidsrechters.
Beloon goed spel met gejuich en complimenten. Niet met negativiteit wanneer het fout gaat.
Bij asociaal gedrag van je eigen kind, spreek het één op één aan na de wedstrijd en wijs hen op hun gedrag.
Spreek mede-supporters aan op hun asociaal gedrag met respect en geef zelf het goede voorbeeld.
Loop weg van het veld wanneer je je emoties niet meer de baas bent.
De scheidsrechter kan je aanspreken op jouw negatieve gedrag
Waardeer openlijk de vrijwilligers om je heen die altijd hun best doen.
AFC IJburg (voetbalvereniging)
Er zijn normen die voor iedereen gelden:
Respecteer je sport en alle actieve en passieve deelnemers.
Behandel alle deelnemers in je sport gelijkwaardig.
Gebruik geen fysiek-, mentaal- en verbaal geweld bij sport.
Streef gezamenlijk naar een faire sportbeoefening
Ouders/verzorgers van jeugdspelers
Ouders zijn voor jeugdspelers het belangrijkste voorbeeld. Hoe beter de ouders zich aan afspraken over gedrag houden, hoe groter de kans dat kinderen dit nu en later ook zullen doen. Alle gedragsregels van anderen zijn uiteraard ook op de ouder/verzorger van toepassing.
Forceer een kind niet wanneer het geen interesse toont om deel te nemen aan een sport.
Bedenk dat kinderen sporten voor hun plezier en niet voor het uwe.
Geef blijk van belangstelling, ga dus zoveel mogelijk mee naar de voetbalclub van uw zoon of dochter.
Zorg ervoor dat uw kind op tijd aanwezig is voor training en wedstrijd.
Zie erop toe dat uw kind zich op tijd afmeldt voor een training of wedstrijd.
Controleer (bij jonge spelers) voor vertrek op aanwezigheid van juiste kleding, schoenen en scheenbeschermers.
Wees u bewust van uw voorbeeldfunctie. Wees daarom positief langs de lijn en respecteer de beslissingen van de scheidsrechter.
Val een beslissing van een scheidsrechter e.d. niet in het openbaar af en trek de integriteit van dergelijke personen niet in twijfel.
Gebruik geen tactische kreten, want ze hebben het al moeilijk genoeg met de bal, met zichzelf en met de tegenstander.
Geef het goede voorbeeld door respect te hebben voor iedereen op en om het veld.
Discriminatie, schelden, grof taalgebruik, irriteren of kwetsen wordt niet geaccepteerd.
Blijf tijdens de wedstrijd buiten het speelveld.
Toon betrokkenheid bij uw kind door zijn beste (team)supporter te zijn. Moedig de spelers positief aan.
Stimuleer uw kind volgens de regels van het spel te spelen.
Maak het kind niet belachelijk en geef het geen uitbrander als het een fout heeft gemaakt of een wedstrijd heeft verloren.
Blijf altijd positief, juist bij verlies. Word niet boos, de volgende keer beter.
De wedstrijd is al moeilijk genoeg. Winnen, maar ook verliezen hoort nu eenmaal bij het voetbal.
Applaudisseer voor goed spel van beide teams. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Help waar mogelijk bij het vervoer van het team naar een uitwedstrijd.
Doe naar vermogen mee aan vrijwilligerswerk binnen de vereniging.
Erken de waarde en het belang van de vrijwillige trainer/leider/coach. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten van uw kind mogelijk te maken.
Geef de trainer/leider/coach de gelegenheid hun team te coachen en te begeleiden. Toon uw positieve aanmoedigingen enthousiasme, maar laat de coaching en begeleiding over aan de trainer/coach/leider.
Als uw kind talent heeft, wordt dat heus wel opgemerkt.
Gun uw kind het kind zijn, want het moet nog zoveel leren.
MHC De Reigers (hockeyvereniging)
Gedragscode voor ouders/verzorgers en bezoekers MHC De Reigers
Als ouders en verzorgers is het belangrijk om een positieve omgeving te creëren voor de spelers. Negatieve opmerkingen en schreeuwen vanaf de zijlijn kunnen de sfeer bederven en de aandacht van de spelers afleiden. Het kan ook leiden tot schaamte bij de kinderen en hun plezier in het spel verminderen. In plaats daarvan wordt aan ouders gevraagd om complimenten te geven, aan te moedigen en positief te zijn. Het geven van tactische en technische aanwijzingen wordt overgelaten aan de coach, en het schelden en schreeuwen naar de scheidsrechter is ook niet acceptabel.
Rol van Ouders en Verzorgers
Ik moedig mijn kind(eren) aan om respectvol en sportief gedrag te tonen.
Ik respecteer de beslissingen coaches en ga constructief om met eventuele vragen of zorgen.
Ik gedraag me op een positieve en ondersteunende manier langs de zijlijn en onthoud me van negatieve opmerkingen naar spelers, coaches, scheidsrechters en andere ouders. Dit geldt ook voor uitwedstrijden.
Wel doen:
Geef complimenten en moedig aan.
Wees positief.
Spreek moed in als kinderen achterstaan.
Wees respectvol naar elkaar.
Blijf rustig, want schelden lost niks op. Dan voelt uw kind zich alleen maar rotter. Het is maar een spel, geniet van hockeyen.
Niet doen:
Schelden.
Tips en tactische/technische aanwijzingen geven. Dat doet de coach.
Schreeuw niet naar de scheidsrechters of spelers.
Laten we samenwerken om een ondersteunende en positieve omgeving te creëren voor alle spelers bij MHC De Reigers.
HC Naarden (hockeyvereniging)
Gedragsregels ouders en toeschouwers
Een ouder/toeschouwer bij HC Naarden:
IS POSITIEF: moedig het kind aan, ook om zich aan de regels te houden en zich via training te verbeteren. Applaudisseer bij goed spel, inclusief dat van de tegenstander. Leer het kind dat winnen niet alles is. Moedig niet alleen uw eigen kind aan maar juist het gehele team.
GEEFT RUIMTE: Forceer een kind niet om te hockeyen. Onthoud: kinderen spelen voor hun eigen plezier, niet dat van u.
TOONT RESPECT: voor het kind, de andere spelers, de tegenstanders, de trainers, coaches, scheidsrechters en functionarissen van de club. Help mee om de hockeynormen en waarden te bewaken. Ga vriendelijk om met de functionarissen van de club, spring niet te snel uit uw vel; iedereen heeft het beste met uw kind voor.
GEDRAAGT ZICH: Betreed het veld niet. Schreeuw niet naar een speler die een fout maakt. Scheld niet (vooral niet naar de scheidsrechter). Bemoei u niet met beslissingen van de trainer/coach of de scheidsrechter. Vragen aan de coach te stellen na de wedstrijd. Kinderen leren van het gedrag van zowel hun eigen ouders als andermans ouders.
UVS Leiden (voetbalvereniging)
Publiek/toeschouwers (waaronder ouders/verzorgers)
Moedig het team van uw kind / pupil maar ook zijn / haar medespelers op een sportieve en opbouwende manier aan.
Geef geen technische- en tactische aanwijzingen, dit is een zaak voor de leider en trainer.
Respecteer altijd de beslissingen van de scheidsrechter.
Heb respect voor de leiding van het team
Wees sportief ten opzichte van de tegenstander, spelers en begeleiding alsook ten opzichte van aanwezige ouders / verzorgers.
U helpt mee (voor zo ver u in het bezit bent van een auto) bij het vervoer van het team naar een uitwedstrijd.
Zorg ervoor dat uw kind op tijd aanwezig is voor de training of wedstrijd.
Zorgt ervoor dat u uw kind op tijd afmeldt voor de training of wedstrijd.
Voldoe de contributie binnen de gestelde termijn.
Zorg voor de aanschaf van goed passende voetbalschoenen, trainings- en wedstrijdkleding en scheenbeschermers (verplicht).
Indien u kritiek, op- of aanmerkingen heeft op trainers, begeleiding of organisatie, meldt u zich bij de desbetreffende vertegenwoordiger van de vereniging.
U als ouders/verzorgers blijft net als alle andere toeschouwers tijdens de wedstrijd/training buiten het speelveld, achter de veld-afrastering. De wedstrijd/training wordt zo door niets of niemand verstoord.
De begeleiding van het team is een zaak voor de trainer en leider. Ook tijdens de rust is de kleedkamer het domein van spelers/speelsters, tenzij met de begeleiding van het team andere afspraken hierover zijn gemaakt.
RKSV TOB (voetbalvereniging)
Positief langs de lijn en op het veld, een veilig en vriendelijk sportklimaat TOB verwacht dat alle leden en ook de ouder(s)/verzorger(s) zich positief gedragen. Netjes omgaan met elkaar en met de materialen is daar een voorbeeld van. Wij weten best dat voetbal emotie oproept, maar probeer altijd het correcte voorbeeld te geven en spreek elkaar aan als dit niet gebeurt. TOB zal positief gedrag stimuleren en optreden tegen ongewenst gedrag.
Gedragscode algemeen:
We hebben respect voor elkaar, elkaars eigendommen en onze omgeving.
We schelden elkaar niet uit.
Pesten en bedreigen wordt niet getolereerd.
Fysiek geweld is ten strengste verboden.
(Seksuele) intimidatie wordt niet getolereerd.
Er is geen plaats voor racisme en discriminatie binnen onze vereniging.
We lossen problemen op door erover te praten.
Gedragsregels ouders/verzorgers, ter bevordering van het plezier en de ontwikkeling van de kinderen:
Niet meecoachen, laat de kinderen lekker voetballen. Positieve aanmoediging is natuurlijk prima!
Toeschouwers staan altijd buiten het veld, achter het hek (zie ook de borden).
Geen gemopper op de scheidsrechter en/of vlagger.
Plezier en de ontwikkeling van de speler is belangrijker dan de prestatie! Wij vragen alle ouders dit aan het kind mee te geven.
Onderdeel van collectief Voetbal Noord
Collectief van negen voetbalverenigingen in Amsterdam-Noord, toegewijd aan het bevorderen van sportief, veilig en plezierig voetbal.

Uitgebreide beschrijving
Op de poster staat groot: "Papa, waarom schreeuwt die meneer zo?"
Daaronder staat: Tuurlijk is voetbal emotie. Maar dan wel graag positieve emotie! Als we onze gedragscodes aanhouden, dan geven we het juiste voorbeeld aan onze kinderen op het veld, langs de lijn en onderweg naar huis!
Dan volgen 8 tips voor een plezierige wedstrijddag:
We moedigen positef aan
We zijn sportief naar de tegenstander
Coachen laten we over aan de coach
Het veld is alleen voor spelers en trainers
Respect voor elkaar en de scheidsrechter
We ruimen samen onze rommel op
Herinner elkaar vriendelijk aan goed gedrag
En vooral: we maken plezier!
En ja! Daar staan wij allemaal achter!
Onder het logo van Voetbal Noord en de aangesloten clubs staat nog: Samen gaan we voor een plezierige wedstrijddag!
OSV Amsterdam (voetbalvereniging) (ook in collectief Voetbal Noord)
Toeschouwers
Denk eraan dat de jeugd voor eigen plezier deelneemt aan georganiseerde sportbeoefening. De jeugd doet dit niet voor uw vermaak, noch zijn de sporters mini-profsporters.
Gedraagt u zich op uw best. Vermijd het gebruik van grove taal en het beledigen of belagen van spelers, trainers, scheidsrechters en officials.
Geef applaus bij goed spel van zowel uw eigen team als van het gastteam of andere deelnemers aan een wedstrijd.
Toon respect voor tegenstanders/tegenspelers. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn.
Maak een kind nooit belachelijk en scheld het niet uit als het een fout maakt gedurende een wedstrijd of demonstratie.
Veroordeel elk gebruik van geweld.
Respecteer de beslissing van de scheidsrechter.
Moedig de jongeren altijd aan om zich aan de spel-/wedstrijdbepalingen te houden.
Zorg ervoor dat uw gedrag sportief is. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Ook onderdeel van het collectief Voetbal Noord.
Collectief van negen voetbalverenigingen in Amsterdam-Noord, toegewijd aan het bevorderen van sportief, veilig en plezierig voetbal.
High Five (basketbalvereniging)
Sportief
Op het veld en in het gehele sportcomplex gedragen we ons op een manier die prettig is voor zowel sporters als andere aanwezigen. Voorbeelden van gedragingen:
We spreken elkaar op een nette manier aan;
We klappen voor zowel ons eigen team als voor de tegenstander;
Indien de situatie er om vraagt, helpen we een ander. Ook als dat buiten ons eigen team is.
Respectvol
Onder alle omstandigheden en op iedere plek binnen en buiten het sportcomplex laten we zien dat we de ander respecteren. Voorbeelden van gedragingen:
We accepteren de beslissing van de scheidsrechter(s);
Bij aanvang en einde van de wedstrijd geven we de tegenstander en de scheidsrechter(s) en hand;
We gebruiken geen scheldwoorden.
Veilig, divers en inclusief
Samen zorgen we ervoor dat de sfeer en situatie in het team en het sportcomplex voor iedereen prettig is. Voorbeelden van gedragingen:
We behandelen iedereen sportief en respectvol zonder hierin enig onderscheid te maken;
Iedereen mag meedoen;
Als we zien of merken dat iemand zich in een onprettige situatie bevindt, helpen we diegene en indien nodig halen we hulp.
Het bovenstaande geldt op alle momenten dat je als lid of als ouder, verzorger of supporter van High Five Tilburg als zodanig naar buiten treedt en/ of aanwezig bent bij door High Five Tilburg georganiseerde of gefaciliteerde wedstrijden, activiteiten en evenementen.
Auteurs
Agnes van Suijlekom a.vansuijlekom@mulierinstituut.nl
Margot Keijzer m.keijzer@mulierinstituut.nl
Rens Cremers r.cremers@mulierinstituut.nl
Voetnoten
Bestuursleden, scheidsrechters, scheidsrechterbegeleiders, trainers en commissieleden. Terug naar voetnoot-referentie 1
Noord-Holland (6), Zuid-Holland (2), Overijssel (1), Gelderland (1) en Noord-Brabant (1). Terug naar voetnoot-referentie 2
De actieve communicatie over vertrouwenscontactpersonen bij verenigingen en het recent opgezette meldpunt bij de bond verlagen volgens de bond mogelijk de drempel om een melding te doen. Terug naar voetnoot-referentie 3
Gedragsregels opstellen is de meest genomen maatregel van de vier v's, de basiseisen voor sociale veiligheid (Cremers et al., 2026). Terug naar voetnoot-referentie 4
Een CS+-scheidsrechter (Clubscheidsrechter Plus) is een aanvullend opgeleide verenigingsscheidsrechter voor hoger (jeugd)niveau. Terug naar voetnoot-referentie 5