Onbeperkt zwemmen: een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van zwemmers met een visuele beperking.

Met steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Mulier Instituut

  • Eef Hollander
  • Robin Rauws

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut.

Disclaimer

U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave.

Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto’s in deze publicatie. Neem foto’s daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Over ons

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor beleid en samenleving. Voor overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, sportorganisaties en bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid, gericht op de bevordering van sport, sportief bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen we op verschillende manieren:

  • We verzamelen data en monitoren de Nederlandse sportsector en beleidsprogramma’s.
  • We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies.
  • We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze naar de beleidspraktijk.
  • We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies.
  • We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector.
  • We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

Inhoudsopgave Onbeperkt zwemmen

Samenvatting Onbeperkt zwemmen

Inleiding

In Nederland heeft ongeveer 6 procent van de volwassenen een visuele beperking (GGD’en, CBS & RIVM, 2024). Volgens het Oogfonds (z.d.) houdt een visuele beperking in dat iemand niet of slechts gedeeltelijk kan zien. Deze beperking kan aangeboren zijn of op latere leeftijd ontstaan. Onder mensen met een visuele beperking van 12 jaar en ouder sport 28 procent wekelijks, tegenover 56 procent van de algemene bevolking van 12 jaar en ouder (CBS i.s.m. RIVM, 2024).

Naar de sportbeleving van mensen met een visuele beperking is nog weinig onderzoek gedaan. Wel presenteren diverse belangenorganisaties voor mensen met een visuele beperking zwemmen als een geschikte sport voor deze groep. Maar onderzoek naar hoe mensen met een beperking zwemmen beleven, ontbreekt nog.

Onderzoeksvraag & methode

Dit rapport richt zich op de vraag:

Hoe ervaren zwemmers met een visuele beperking het om te zwemmen in een zwembad, en wat is nodig om het zwemmen (nog) fijner te maken?

We spraken achttien mensen met een visuele beperking in een een-op-een-interview (in een enkel geval met een tolk erbij). Vijftien van de deelnemers zwemmen nog, drie van hen niet meer.

Conclusies

Motieven en betekenis

Zwemmen geeft de meeste zwemmers een gevoel van vrijheid en zelfstandigheid. De deelnemers aan het onderzoek zwemmen ter ontspanning, voor hun gezondheid, of omdat het gezellig is. Voor een deel hen is zwemmen simpelweg geschikter dan andere sporten.

Belemmeringen

Op weg naar het zwembad

een deel van de zwemmers reist zelfstandig naar het zwembad, maar dat is niet voor alle zwemmers mogelijk. Hierdoor zijn zij afhankelijk van een partner, vriend, taxi of het openbaar vervoer, en zijn spontane zwemtripjes niet goed mogelijk.

In het zwembad

de toegankelijkheid van het zwembad valt of staat voor de zwemmers met de behulpzaamheid van het personeel en de indeling van het gebouw. Zo zijn er zwemmers die problemen ervaren met het meenemen van hun geleidehond: bij sommige zwembaden mag deze niet mee naar binnen of is er veel inspanning nodig van de zwemmer om de hond uiteindelijk toch mee te mogen nemen. Een deel van de zwemmers vindt de kluisjes en de kleedhokjes niet goed vindbaar of bruikbaar, of heeft moeite met navigeren door het gebouw.

In het water

binnen de baan blijven zwemmen en weten waar de kant is, zijn de belangrijkste uitdagingen voor de zwemmers. Lijnen op de bodem van het zwembad kunnen slechtziende zwemmers helpen met navigeren, maar hebben niet altijd voldoende contrast met de kleur van de rest van de bodem. Verder kunnen andere zwemmers, zonder visuele beperking, een belemmering vormen: wanneer de zwemmers met een visuele beperking hen niet zien aankomen, kunnen er botsingen ontstaan.

Aanbevelingen

Op basis van de suggesties en ervaringen van de deelnemers aan dit onderzoek doen we de volgende aanbevelingen voor de zwembadbranche.

Faciliteer dat mensen met een visuele beperking kunnen komen zwemmen

Dit kan door actief mee te denken met bezoekers met een visuele beperking en te vragen en luisteren naar hun behoeften. Deel informatie over de mogelijkheden op de (toegankelijke!) website van het zwembad.

Vergroot kennis en bewustzijn onder medewerkers

Met cursussen of sessies met ervaringsdeskundigen (al dan niet verbonden aan een belangenorganisatie) kan het personeel bij zwembaden meer leren over wat mensen met een visuele beperking nodig hebben.

Deel aanwezige kennis en ervaringen met elkaar

Er zijn ook zwembaden die al (veel) ervaring hebben met bezoekers met een visuele beperking. Deel deze kennis via beheerders of exploitanten van zwembaden, de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) en artikelen in vakbladen, of geef trainingen. Zo kun je het personeel van andere zwembaden inspireren of informeren over kwesties als het toelaten van geleidehonden of het reserveren van een aparte baan in het zwembad.

Betrek mensen met een visuele beperking bij bouwplannen

Vraag mensen met een visuele beperking in een vroeg stadium mee te denken over het ontwerp van een te (ver)bouwen zwembad. Zo neem je ook hun behoeften mee in het uiteindelijke nieuwe of vernieuwde zwembad.

Vul de Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties aan en maak opvolging ervan verplicht

Momenteel is nog niet letterlijk in wetgeving vastgelegd dat sportaccommodaties toegankelijk moeten worden ingericht en vormgegeven voor bezoekers met een beperking. Dit wel wettelijk verplicht maken kan een stimulans zijn voor beheerders, exploitanten en gemeenten om met toegankelijkheid aan de slag te gaan. Een update van de richtlijnen uit 2014 kan hiervoor als basis dienen.

Hoofdstuk 1 Inleiding

In dit rapport beschrijven we de ervaringen van zwemmers met een visuele beperking. In dit eerste hoofdstuk lichten we de achtergrond en de doel- en vraagstelling van het onderzoek toe. Vervolgens beschrijven we de onderzoeksmethode die we hebben gebruikt.

1.1 Achtergrond

Wat is een visuele beperking?

In Nederland heeft ongeveer 6 procent van de volwassenen een visuele beperking (GGD’en, CBS & RIVM, 2024). Volgens het Oogfonds (z.d.) houdt een visuele beperking in dat iemand niet of slechts gedeeltelijk kan zien (zie kader voor verdere duiding). Deze beperking kan aangeboren zijn of op latere leeftijd ontstaan.

Verschil tussen slechtziend en blind

In Nederland maken artsen, volgens het Oogfonds (z.d.), op de volgende manier onderscheid tussen slechtziendheid en (maatschappelijke) blindheid:

  • Slechtziend: je ziet minder dan 30 procent, of je gezichtsveld is kleiner dan 30 graden (van de gemiddeld 140 graden). Hulpmiddelen als een bril of lenzen kunnen de beperking niet wegnemen.
  • Maatschappelijk blind: je ziet minder dan 5 procent of je gezichtsveld is kleiner dan 10 graden. Als je maatschappelijk blind bent, kun je nog wel licht en donker onderscheiden en de omtrek van mensen en objecten zien.
  • Blind: je ziet helemaal niets, ook geen licht of schimmen.

Sportdeelname en zwemmen

Onder mensen met een visuele beperking van 12 jaar en ouder sport 28 procent wekelijks, tegenover 56 procent van de algemene bevolking van 12 jaar en ouder (CBS i.s.m. RIVM, 2024). Naar de sportbeleving van mensen met een visuele beperking, en specifiek naar hun beleving van zwemmen, is nog weinig onderzoek gedaan.

Wel presenteren diverse belangenorganisaties voor mensen met een visuele beperking zwemmen als een geschikte sport voor deze groep. ‘Zwemmen is een sport die veel wordt gedaan door mensen die blind of slechtziend zijn’, aldus Zichtbaar Sportief (z.d.). En ‘[z]wemmen is een van de sporten die je prima kunt beoefenen als je niet of niet goed ziet’, stelt de Koninklijke Visio (Van Dokkum, 2025). Ook is er het een en ander bekend over de toegankelijkheid van sportaccommodaties voor mensen met een visuele beperking, waaronder ook zwembaden (zie kader).

Bestaande richtlijnen toegankelijkheid zwembaden

Richtlijn uit 2014

Om sportaccommodaties toegankelijk te ontwerpen en in te richten, stelde Stichting Onbeperkt Sportief (inmiddels opgegaan in Kenniscentrum Sport & Bewegen) in 2014 De Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties op.

Deze richtlijnen moeten ontwerpers van sportaccommodaties helpen om sportaccommodaties fysiek toegankelijk te ontwerpen, zodat ook mensen met een beperking er gebruik van kunnen maken. De richtlijnen moeten een aanvulling zijn op bestaande wet- en regelgeving, waarin nog weinig aandacht is voor toegankelijkheid (zie ‘Wet- en regelgeving’).

De handleiding maakt onderscheid tussen basiseisen, die in principe opgevolgd moeten worden, en aanbevelingen, die de accommodatie voor specifieke doelgroepen toegankelijker kunnen maken.

De richtlijnen gaan over alle fysieke aspecten van een accommodatie voor binnensport. In de handleiding is ook aandacht voor zwembaden. Maar de richtlijnen voor zwembaden zijn vooral toegespitst op mensen met een motorische beperking. Bovendien gaat het vooral om aanbevelingen en niet om basiseisen. Het opvolgen van de richtlijnen is al niet verplicht, het opvolgen van optionele richtlijnen lijkt nog vrijblijvender.

In dit onderzoek verwijzen we waar mogelijk naar de in 2014 ontwikkelde richtlijnen. Bijvoorbeeld wanneer we bevindingen doen die overeenkomen of juist botsen met basiseisen of aanbevelingen.

Wet- en regelgeving

Wetgeving over specifiek de toegankelijkheid van sportaccommodaties is er nog niet. Wel bestaan er niet-verplichte normen, zoals NEN 9120 (toegankelijkheid van gebouwen), artikel 1 van de Grondwet (gelijke behandeling op basis van o.a. beperking) en landelijke programma’s en strategieën. Deze moeten bijdragen aan de implementatie van het VN-verdrag Handicap dat Nederland in 2016 bekrachtigd heeft.

Momenteel is het bouwen en inrichten van sportaccommodaties die toegankelijk zijn voor mensen met een beperking dus nog optioneel.

1.2 Doelstelling

In dit rapport onderzoeken we de ervaringen van zwemmers met een visuele beperking. Hierbij kijken we naar hun motivatie om te zwemmen, zwemgewoonten en eventuele belemmeringen. We vragen zwemmers ook naar manieren om die belemmeringen weg te nemen. Op basis van de ervaringen en suggesties van deze zwemmers doen we concrete aanbevelingen om zwemmen toegankelijker te maken voor mensen met een visuele beperking. We richten ons in dit onderzoek op de ervaringen van mensen met een visuele beperking met zwemmen in openbare binnenzwembaden.

1.3 Vraagstelling

In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal:

Hoe ervaren zwemmers met een visuele beperking het om te zwemmen in een zwembad, en wat is nodig om het zwemmen (nog) fijner te maken?

Om deze hoofdvraag te beantwoorden, stellen we de volgende deelvragen:

  1. Welke motieven hebben mensen met een visuele beperking om te zwemmen?
  2. Wat betekent zwemmen voor mensen met een visuele beperking?
  3. Welke belemmeringen ervaren mensen met een visuele beperking bij het zwemmen in een zwembad, en wat gaat juist goed?
  4. Wat helpt of zou kunnen helpen om zwemmen en zwembaden toegankelijker te maken volgens zwemmers met een visuele beperking?

1.4 Aanpak

Werving deelnemers

Zwemmers met een visuele beperking kunnen zelf het best de onderzoeksvragen beantwoorden. Daarom kozen we voor interviews. We deelden via LinkedIn een oproep om deelnemers te werven. Ook benaderden we een aantal belangenorganisaties per mail, waaronder Bartiméus, de Oogvereniging en de Koninklijke Visio. De oproep was gericht op mensen met een visuele beperking vanaf 16 jaar oud die regelmatig zwemmen of dat tot voor kort deden. Het ging hierbij om zwemmen in de vrije tijd.

Onze oproep kon rekenen op enthousiasme: algauw hadden we zestien aanmeldingen. In de periode waarin de eerste interviews plaatsvonden, kwamen daar nog twee aanmeldingen bij. Bij eerder onderzoek onder wandelaars en fietsers met een beperking kwamen we niet aan zoveel deelnemers, mogelijk omdat onze oproep toen beperkt onder de aandacht kwam van belangenorganisaties en dus vooral ons eigen netwerk bereikte.

De deelnemers

We interviewden voor dit onderzoek dus achttien (voormalige) zwemmers. Het ging om zowel slechtziende mensen als mensen die geheel blind zijn.

Eén persoon is naast maatschappelijk blind ook doof. Deze deelnemer maakte tijdens het interview gebruik van een gebarentolk. Hij sprak tegen de interviewer in Nederlandse Gebarentaal (NGT), en zij bracht zijn woorden in het Nederlands over aan de interviewer. Vanwege de andere grammaticale opbouw van zinnen in NGT, kunnen de citaten van de deelnemer afwijken van zijn eigen formulering in NGT en tactiele gebarentaal.

Meer over de deelnemers staat in hoofdstuk 2.

De interviews

De interviews vonden via Microsoft Teams of telefonisch plaats en duurden een half uur tot een uur. Voorafgaand aan de interviews ondertekenden de deelnemers een toestemmingsverklaring. We hebben elk van de achttien deelnemers individueel geïnterviewd in de periode juni tot en met oktober 2025. De interviews namen we op met een voice recorder en lieten we transcriberen.

We vroegen naar:

  • het zwemgedrag (ervaring, type activiteit);
  • de motivatie om te zwemmen en de betekenis ervan (deelvragen 1 en 2);
  • het gebruik van eventuele hulpmiddelen op weg naar of in het zwembad;
  • eventuele belemmeringen op weg naar het zwembad, in het zwembad of in het water (deelvraag 3);
  • oplossingen voor die belemmeringen (deelvraag 4).

Hiermee vroegen we naar verschillende vormen van toegankelijkheid (zie kader). De volledige leidraad voor de interviews staat in bijlage 1.

Toegankelijkheid

We onderscheiden in dit rapport vier verschillende vormen van toegankelijkheid (Stichting Accessibility, z.d.):

  • Fysieke toegankelijkheid betekent dat zo veel mogelijk mensen gebruik kunnen maken van fysieke voorzieningen en gebouwen, zoals parken, pleinen, de supermarkt of een woning.
  • Sociale toegankelijkheid heeft te maken met hoe de gebruiker wordt ontvangen of behandeld door medewerkers en beheerders van bijvoorbeeld een zwembad. In het geval van een zwembad hoort daar ook passend (zwem)aanbod bij voor verschillende doelgroepen.
  • Digitale/informatieve toegankelijkheid houdt in dat relevante informatie makkelijk te vinden en te begrijpen is.
  • Financiële toegankelijkheid betekent dat een dienst of product voor zoveel mogelijk inkomensgroepen verkrijgbaar is, bijvoorbeeld door subsidie, korting of een speciale betaalregeling.

Analyse

De transcripten van de achttien interviews hebben we gecodeerd op basis van een eerder opgestelde codeboom. De interviewleidraad vormde de basis voor deze codeboom. De volgende hoofdthema’s hebben we geïdentificeerd op basis van de codes:

  • eigenschappen en kenmerken zwemmers en het zwembad;
  • betekenis van en motivatie voor zwemmen;
  • fysieke, sociale, digitale en financiële belemmeringen/stimulansen…
    • …onderweg naar het zwembad;
    • …in het zwembad;
    • …in het water;
  • suggesties om ervaren belemmeringen weg te nemen.

Deze hoofdthema’s vormen het raamwerk van de opbouw van hoofdstuk 2 en 3, waarin we de resultaten van dit onderzoek uiteenzetten.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 beschrijven we de deelnemers aan het onderzoek. Ook gaan we in op de betekenis die zwemmen heeft voor de deelnemers. Hoofdstuk 3 gaat over ervaren belemmeringen en stimulansen onderweg naar het zwembad, in het zwembad en in het water. We sluiten het rapport af met een conclusie, waarin we aanbevelingen doen om de toegankelijkheid van binnenzwembaden te verbeteren voor mensen met een visuele beperking.

Hoofdstuk 2 De deelnemers en hun zwemmotivatie

In dit hoofdstuk beschrijven we kenmerken van de deelnemers. Ook gaan we in op hun motivatie om (niet meer) te zwemmen, en wat zwemmen voor ze betekent.

2.1 De zwemmers

In tabel 2.1 staan de kenmerken van de zwemmers die deelnamen aan het onderzoek. Het merendeel is vrouw (n=14) en de deelnemers zijn gemiddeld 56 jaar oud. Alle deelnemers doen of deden aan baanzwemmen (of trimzwemmen). Zeven van de deelnemers zijn volledig blind, drie zijn maatschappelijk blind en acht zijn slechtziend. Eén deelnemer is naast blind ook doof, en een andere deelnemer is naast slechtziend ook slechthorend.

Tabel 2.1 Kenmerken van de deelnemers aan het onderzoek
ZwemmersGeslachtLeeftijdType beperkingZwemactiviteit
Zwemmer 1VrouwSlechtziendBaanzwemmen
Zwemmer 2ManSlechtziend en slechthorendBaanzwemmen
Zwemmer 3Vrouw56SlechtziendBaanzwemmen
Zwemmer 4Vrouw50SlechtziendBaanzwemmen en aquarobics
Zwemmer 5VrouwMaatschappelijk blindZwemt niet meer (voorheen baanzwemmen)
Zwemmer 6Vrouw44BlindBaanzwemmen en aquarobics
Zwemmer 7Vrouw74BlindBaanzwemmen
Zwemmer 8VrouwSlechtziendBaanzwemmen
Zwemmer 9Vrouw35Maatschappelijk blindBaanzwemmen (trimzwemmen)
Zwemmer 10Vrouw55SlechtziendTrimzwemmen, aquajogging en aquapower
Zwemmer 11Vrouw53BlindZwemt niet meer (in het verleden baanzwemmen en aquaspinning)
Zwemmer 12ManBlindBaanzwemmen
Zwemmer 13VrouwBlindBaanzwemmen
Zwemmer 14Vrouw54Maatschappelijk blindTrimzwemmen, aquarobics en baanzwemmen
Zwemmer 15Vrouw72Slechtziend en motorische beperkingBaanzwemmen en therapiezwemmen
Zwemmer 16Man64SlechtziendBaanzwemmen
Zwemmer 17Vrouw60BlindZwemt niet meer
Zwemmer 18ManSyndroom van Usher (doof en
maatschappelijk blind)
Baanzwemmen en aquarobics

2.2 Motivatie om te zwemmen

De deelnemers hebben verschillende motivaties om te zwemmen. Hun motivatie is grofweg in te delen in vier categorieën.

1. Ontspanning

De zwemmers ervaren zwemmen als een ontspannende sport om te beoefenen in hun vrije tijd. ‘[I]k word er altijd heel zen van’, beschrijft zwemmer 13.

2. Laagdrempelige sport

Voor een deel van de zwemmers heeft hun zwemmotief vooral te maken met de geschiktheid van zwemmen als sport voor mensen met een visuele beperking. Zo zegt zwemmer 6: ‘Ik wilde een activiteit die voor mijn gevoel redelijk eenvoudig is als je het niet kunt zien en waar je je toch beweegt en niet te intensief. En toen kwam ik op zwemmen uit.’

Zwemmer 1 vat het gemak van de sport samen: ‘Je neemt een bad met water en stopt daar mensen in en aan de gang zeg maar. Daarom is het ook denk ik zo’n toegankelijke sport voor heel veel mensen’.

Een deel van de zwemmers geeft aan geen begeleider nodig te hebben, zoals bij sporten als wandelen, hardlopen en fietsen wel het geval is. Dat zien ze ook als motivatie om voor zwemmen te kiezen.

3. Sociale contacten

Ook het sociale element van zwemmen motiveert de deelnemers voor deze sport. Dit geldt voor de zwemmers die met een vriend of vriendin zwemmen of deel uitmaken van een zwemgroep. De zwemmers vinden niet zozeer de zwemactiviteit zelf gezellig, maar vooral het kletsen onderweg naar het zwembad, in de kantine of in de kleedkamer.

4. Gezondheid

Lichaamsbeweging of de gezondheid zijn ook belangrijk voor de motivatie om te zwemmen. De deelnemers beschrijven de sport als goed voor hun conditie en kunnen met zwemmen verschillende spiergroepen trainen.

Redenen om niet meer te zwemmen

Drie deelnemers zwemmen momenteel niet meer, maar zouden dit wel weer willen doen.

De belangrijkste belemmering voor hen is het bereiken van het zwembad. Dat lukt niet zelfstandig: ofwel door obstakels in de openbare ruimte, ofwel door de te grote afstand van hun huis tot het zwembad. Dit maakt de deelnemers afhankelijk van een ander om het zwembad te bereiken, zoals een vriendin, partner, begeleider of regiotaxi. Maar die zijn niet altijd beschikbaar, of zelfs helemaal niet meer.

Verder zien de deelnemers belemmeringen in het zwembad zelf: een kleedhokje vinden (en terugvinden) of spullen opbergen in een kluisje (en het kluisje terugvinden). Zwemmer 11 vertelt daarover: ’tegenwoordig [hebben die zwembaden allemaal] van die kastjes met een touch[screen], een schermpje waar je die bandjes [tegenaan] moet houden. En je hoort geen piepjes en je weet niet of dat goed gaat’. Dit maakt het zwembad binnenkomen soms al lastig.

2.3 Betekenis van zwemmen

Op de vraag wat zwemmen voor ze betekent, hadden de deelnemers het allemaal over gevoelens van vrijheid of zelfstandigheid. ‘[Wanneer ik zwem] voel ik me vrij. Ik ben helemaal alleen. Ik ben niet afhankelijk van iemand anders aan wie je vastzit’, legt zwemmer 18 bijvoorbeeld uit.

De vrijheid heeft ook te maken met wat er in een zwembad allemaal mogelijk is, aldus zwemmer 5: ‘je kunt banen trekken. Maar je kunt ook af en toe even pauze houden. Gewoon een beetje aan de kant hangen. Ja, het geeft veel mogelijkheden […]. Die vrijheid is wel prettig’.

Hoofdstuk 3 De ervaringen van de deelnemers

In dit hoofdstuk beschrijven we de ervaringen van de zwemmers. Het gaat om hun ervaringen onderweg naar het zwembad, in het zwembad (de accommodatie) en in het water.

3.1 Onderweg naar het zwembad

Vervoer

Vormen van vervoer

De deelnemers reizen op verschillende manieren naar het zwembad. Een deel reist zelfstandig (al dan niet met een geleide hond of taststok), en andere zwemmers rijden met iemand mee of worden gebracht.

Zwemmer 8 en 14 lopen bijvoorbeeld naar het zwembad, en zwemmer 15 gaat met de scootmobiel. Ook zwemmer 1 reist zelfstandig. Hierbij speelt de afstand een rol, maar ook dat zij een hekel hebben aan alternatieve vervoerswijzen: zwemmer 8 woont slechts 100 meter van het zwembad, en zwemmer 14 en 15 reizen niet graag met het openbaar vervoer of ‘die verhipte Wmo-taxi’ (in de woorden van zwemmer 15).

De overige zwemmers rijden mee met een vriendin, worden gebracht door een partner, hebben een begeleider mee of komen met een taxi (regiotaxi/Wmo-taxi/Valys). Zij zijn daarmee afhankelijk van een ander om bij het zwembad te komen.

Zwemmer 10 en 12 komen bijvoorbeeld met de tandem of duofiets. ‘Ik woon dus een stuk van het zwembad af’, vertelt zwemmer 12. ‘[Mijn begeleider] komt me ophalen met een tandem, dus we fietsen samen naar [het zwembad] toe’. Ook zwemmer 10 woont niet dicht bij het zwembad, en dat is voor haar een belemmering:

‘[J]e bent toch wel afhankelijker [wanneer je samen met iemand met de duofiets naar het zwembad reist]. Dat vind ik jammer. Het liefst ga ik er gewoon zelf lopend heen. Maar dat is te ver.’

Zwemmer 10, vrouw, 55, slechtziend

Meerijden met een vriendin of gebracht worden vinden de zwemmers overwegend prima. Het enige nadeel is dat diegene niet altijd beschikbaar is. Voor een deel van de zwemmers is het dan niet mogelijk het zwembad te bereiken, en gaat het wekelijkse zwemuur niet door. Voor deelnemer 17 is dit een van de redenen waarom hij niet meer zwemt.

Taxivervoer

Zwemmer 7 en zwemmer 16 reizen standaard met de Wmo-taxi of regiotaxi. Hun ervaringen zijn positief. ‘Dat gaat goed. Je moet altijd rekening houden met wat tijd, maar dat is niet erg’, aldus zwemmer 16. Aan reizen met de taxi zijn wel kosten verbonden. In combinatie met de kosten voor het zwemmen zelf zou zwemmer 7 het te duur vinden om vaker dan eens in de week te zwemmen.

Zwemmer 6 rijdt meestal mee met een vriendin, maar als dat niet kan, neemt ze de regiotaxi. Dat is soms een hele onderneming:

‘Zo’n regiotaxi mag een kwartier eerder en een kwartier later komen en je kan gecombineerd worden met andere passagiers, dus dan sta je […] in mijn geval vaak veel te vroeg [bij het zwembad]. Je wilt niet een halve dag bezig zijn met een sportactiviteit.’

Zwemmer 6, vrouw, 44, blind

Om deze reden is de taxi voor een deel van de zwemmers geen optie.

Ook het beperkte aantal kilometers dat zwemmers vanuit de Wmo krijgen toegewezen, kan een beperking zijn. Zwemmer 5 kan daardoor een deel van de zwembaden in de regio niet bereiken, en heeft door die beperking geen geschikt zwembad in de omgeving kunnen vinden. Zelfstandig naar het zwembad reizen zou eventueel nog een optie zijn, maar: ‘je moet de route echt heel goed leren, zodat je het zelfstandig kunt doen. Dat vind ik zelf echt een hele uitdaging. Ik zou dat niet alleen durven te ondernemen’, licht zwemmer 5 toe.

Fysieke omgeving: inrichting openbare ruimte

Sommige deelnemers vinden het spannend of hebben geen mogelijkheid om zelfstandig naar het zwembad te reizen. Dit heeft voor een deel te maken met de inrichting van de openbare ruimte.

Zwemmer 4 laat bijvoorbeeld weten in theorie best te kunnen lopen naar het zwembad, maar in de praktijk blijkt dat toch moeilijk: ‘Ik [denk dat ik dan] eerst echt stoklooples moet krijgen speciaal voor die route. Want de oversteek naar het zwembad is erg onoverzichtelijk, een beetje lastig.’

Voor zwemmer 5 zijn het daarnaast de prikkels die het lastig maken. Zelfstandig reizen kost dan extra energie. Zwemmer 2 mist geleidelijnen op de route: ‘bij de bushalte hebben ze een geleidelijn, maar op de weg naar het zwembad toe hebben ze het niet gedaan. Ja, ik vond het een tekortkoming.’

Meer aandacht besteden aan zelfstandig navigeren

Zwemmer 3 vindt overwegend prima haar weg naar bestemmingen, zoals het zwembad: ‘ik heb het postduiveninstinct van mijn vader mee gekregen’, zo verklaart ze. Maar dat is niet de enige verklaring. Ze heeft als kind goed geleerd te navigeren, ook zonder geleidelijnen. Zwemmer 3, 56 jaar oud, heeft de indruk dat de jongere generaties blinden minder goed hebben geleerd om te navigeren.

Ze benadrukt daarom ook het belang van mobiliteit en navigatie in cursussen en onderwijs voor blinden en slechtzienden. Voor de invulling van dergelijk onderwijs zou (meer) gebruikgemaakt moeten worden van ervaringskennis, want dat gebeurt nu nog niet (genoeg), aldus zwemmer 3. Maar, benadrukt ze, dergelijk onderwijs moet wel gepaard gaan met aanpassingen aan de openbare ruimte en gebouwen.

Sociale omgeving

Naast taxichauffeurs, begeleiders, vrienden en familie speelt het zwembadpersoneel een belangrijke rol in het mogelijk maken van een bezoek aan het zwembad. Meerdere zwemmers geven mee dat de hulpvaardigheid en kennis van het personeel, met name bij de balie, bepalend is voor hun mogelijkheid om te zwemmen. Verschillende zwemmers hebben eerst rondgebeld en met personeel gesproken om navraag te doen over de mogelijkheid om te zwemmen, voor ze een zwembad kozen.

Niet welkom met een visuele beperking

‘Daar hadden ze het personeel niet voor en dat konden ze niet en dat was allemaal veel te ingewikkeld. En toen ben ik dus verder gaan zoeken’, vertelt zwemmer 6 over haar gesprek met een zwembad dat haar wel wat leek. Zwemmer 2, 5 en 7 hebben vergelijkbare ervaringen. ‘Er is geen ruimte voor mensen met een visuele beperking’, kreeg zwemmer 7 aan de telefoon bijvoorbeeld te horen.

Hierdoor zijn zwemmers soms genoodzaakt te gaan zwemmen bij een zwembad verder weg, waar ze dan wel terecht kunnen, maar minder makkelijk kunnen komen. Zo moet zwemmer 5 uitwijken naar een zwembad 15 kilometer van haar huis, omdat ze bij het zwembad in haar eigen woonplaats niet terecht kan.

Positieve ervaringen met personeel

Over het personeel bij de zwembaden waar de zwemmers wél terecht kunnen, zijn ze overwegend positief. Zwemmer 8 noemt bijvoorbeeld dat meteen positief werd gereageerd op haar e-mail of ze met een visuele beperking kon komen zwemmen. Het personeel stelde zich direct behulpzaam op en kon haar bij haar eerste bezoek aan het zwembad meteen de weg wijzen en ondersteunen.

In paragraaf 3.2 en 3.3 gaan we dieper in op ervaringen met zwembadpersoneel.

Digitale omgeving

Om meer te weten te komen over de zwemmogelijkheden in de buurt, oriënteerden de deelnemers zich onder meer via het internet. Niet alle zwembaden bleken een toegankelijke website te hebben die geschikt is voor een screenreader of voor iemand die slecht ziet.

Zo ontbreekt op veel websites alt-tekst bij afbeeldingen, zijn bepaalde lettertypes niet goed leesbaar, is er niet voldoende contrast, of ontbreekt simpelweg bepaalde informatie. Bijvoorbeeld over het aantal bassins en welke functie die hebben. Voor zwemmer 5 speelt dergelijke informatie mee in haar beslissing om ergens wel of niet te zwemmen: ‘Je kijkt toch altijd wel van “wat kost zo’n zwemkaartje en wat heeft zo’n zwembad te bieden?”.

De digitale toegankelijkheid van websites

Het Besluit digitale toegankelijkheid overheid geldt in principe voor alleen overheden, publiekrechtelijke instellingen en samenwerkingsverbanden tussen deze twee. Dit geldt dus ook voor websites van zwembaden die eigendom zijn van een gemeente. (Publiek-)private partijen hebben op andere manieren te maken met toegankelijkheidswetgeving:

  • Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz)
    • Goederen en diensten moeten toegankelijk zijn, ook als deze digitaal zijn.
    • Toegankelijkheid is volgens de wet de algemene norm. Alleen als het aanpassen van producten of diensten onevenredig belastend zou zijn, hoeft het niet (Ministerie van Binnenlandse Zaken, z.d.).
  • European Accessibility Act (sinds 28 juni 2025)
    • Aanbieders van onder meer websites, applicaties, e-boeken, ticketautomaten en webshops zijn wettelijk verplicht om hun diensten toegankelijk te maken voor iedereen. Doen ze dit niet, dan krijgen zij een boete (Digitale overheid, 2025).

Voor zwembaden en exploitanten van zwembaden is het dus minstens aan te raden en soms zelfs verplicht om de website toegankelijk te maken voor mensen met een beperking.

3.2 In het zwembad

Fysieke omgeving

Toegang/ingang

Voor veel zwemmers met een visuele beperking vormt de toegang tot het zwembad een drempel. Duidelijke markeringen en geleidelijnen zijn volgens enkele van de zwemmers essentieel om zelfstandig de weg te vinden. Zo zegt zwemmer 3: ‘Want anders kom je [in plaats van bij de kleedkamers] of in de kantine uit of in het zwembad zelf.’

19 Het helpt bovendien als de lijnen voldoende contrast hebben met de kleur van de vloer, zeker bij een eerste bezoek aan een onbekend zwembad. Volgens hoofdstuk 4.2 in de ‘Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties’ (Stichting Onbeperkt Sportief, 2014) zijn natuurlijke gidslijnen of geleidelijnen een basiseis in een indoor sportaccommodaties.

Daarnaast geven sommige zwemmers aan dat de poortjes en elektrische schuifdeuren soms te langzaam openen of te snel sluiten, wat stress of onveiligheid kan veroorzaken. Zoals zwemmer 14 ook aangeeft: ‘Dan gaan er wel twee sluisdeuren open. […] En die gaan niet zo snel open. Dus dat is als je slecht ziet […] niet echt handig, vind ik.’

Andere zwemmers geven aan dat het onduidelijk is waar ze toegangspasjes moeten aanbieden, waardoor ze afhankelijk worden van andere bezoekers of het personeel om door de poortjes te komen.

Navigatie in het gebouw

Oriëntatiepunten De oriëntatie binnen het zwembad blijkt voor zwemmers met een visuele beperking soms een uitdaging. Ze ervaren het zwembad als onoverzichtelijk, zeker tijdens het eerste bezoek. Vooral grote open ruimtes zonder duidelijke oriëntatiepunten zijn verwarrend volgens de zwemmers. In zulke situaties is hulp van baliemedewerkers, zwembadpersoneel of een zwembuddy bij het navigeren vaak onmisbaar volgens zwemmer 12.

Hulpmiddelen

Hulpmiddelen, zoals een taststok of geleidehond, zijn voor een deel van de zwemmers met een visuele beperking van belang om goed te kunnen navigeren in het gebouw.

De ervaringen met personeel en gebruik van hulpmiddelen variëren sterk. Sommige zwemmers ervaren dat het personeel weinig meedenkt, bijvoorbeeld wanneer een zwemmer een geleidehond wil meenemen. Zo vertelt zwemmer 2: ‘en toen was het: “je komt hier niet binnen met een blindengeleidehond”. En ik heb van alles geprobeerd en dat lukte niet.’

Zwemmers geven aan dat het vaak veel moeite kost om toestemming te krijgen en dat personeel niet altijd weet hoe ze moeten omgaan met een verzoek om een geleidehond mee te mogen nemen. Zwemmer 2: ‘dat is het grote probleem. Men heeft zo’n vreemd idee over geleidehonden. [Het personeel heeft] niet in de gaten dat het hier om hoog ontwikkelde honden gaat’.

Andere zwemmers hebben positieve ervaringen met het zwembad en een geleidehond of taststok. Onder andere zwemmer 1 waardeert dat naast het water een bak staat waar een (ingeklapte) taststok in kan. Daarnaast waarderen de zwemmers dat het zwembad meedenkt over hoe ze een geleidehond mee het zwembad in kunnen nemen, zodat zij lekker kunnen zwemmen en de hond rustig kan verblijven. Zwemmer 3 vertelt bijvoorbeeld:

‘Wij hebben gewoon twee van die grote kleedkamers en daar staat dan ook gewoon op dat ze gereserveerd zijn en daar kleden wij ons om en daar mogen onze honden dan gewoon blijven. […] Dus onze hondjes […] kunnen of op een matje of op de grond (liggen) […] Dat is echt gewoon super geregeld.’

Zwemmer 3, vrouw, 56, slechtziend
Licht

Licht in het zwembad speelt een belangrijke rol voor mensen met een visuele beperking. Volgens zwemmers 14 en 16 kunnen lichte kleuren zorgen voor een gebrek aan contrast. De zwemmers kunnen deuren, muren en trappen en kleedkamers dan moeilijker vinden. Daarnaast kan fel, scherp licht verblinded werken en uiteindelijk hinderlijk zijn voor de oriëntatie in het zwembad.

Verbeterpunten voor navigatie in het gebouw
Duidelijke oriëntatiepunten

Voor zwemmers met een visuele beperking is het belangrijk dat er duidelijke oriëntatiepunten zijn. Een zwembad kan dit op een aantal manieren verbeteren:

  • Leg geleidelijnen in het zwembad neer. Daarbij is het belangrijk dat er een duidelijk contrast is tussen de verschillende lijnen in kleur en textuur. Zo weten bezoekers met een visuele beperking welke lijn waarnaartoe leidt.
  • Voorzie kleedkamers van duidelijke kleuren of grote stippen. De zwemmers weten dan beter welke deur ze moeten nemen.
  • Markeer de belangrijkste voorzieningen, zoals kleedkamers, kluisjes, douches en toiletten, ook duidelijk met braille.
Neem zwemmers mee in een eventueel (ver)bouwproces

Voor zwemmers met een visuele beperking is het belangrijk dat ze meegenomen worden in het (ver)bouwproces. Dan kunnen ze aangeven wat ze eventueel prettig en minder prettig vinden in het zwembad, en wordt vooraf al rekening gehouden in het ontwerp met de behoeften van bezoekers met een visuele beperking.

Richtlijnen toegankelijkheid sportaccommodaties

In hoofdstuk 4.2 en 4.7 in ‘Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties’ (Stichting Onbeperkt Sportief, 2014) staan ook aanbevelingen beschreven die vallen onder duidelijke oriëntatiepunten doormiddel van textuur, licht en kleur.

Kluisjes

Zwemmers met een visuele beperking vinden kluisjes met cijfercodes of displays lastig om zelf te bedienen. Zoals onder andere zwemmer 3 aangeeft: ‘[Een kluisje met een cijfercode] is natuurlijk niet te doen voor een blinde. Dus dat vind ik ook nog wel een puntje van aandacht. Dat ook een blinde de gelegenheid moet hebben om zijn spullen veilig op te bergen’.

Zonder hoorbare of voelbare signalen is voor de zwemmers niet duidelijk of een kluisje goed open of dicht is. Ze kunnen de kluisjes soms ook moeilijk terugvinden. De zwemmers geven aan dat ze hun spullen terugvinden door ze altijd in hetzelfde kluisje of op een herkenbare plek op te bergen.

Verbeterpunten voor kluisjes in de zwembaden

Zichtbaarheid en vindbaarheid van de kluisjes

Goed voelbare cijfers op toetsenborden en kluisjes kunnen de zichtbaarheid en vindbaarheid van de kluisjes verbeteren. Daarnaast zou meer contrast op de kluisjes helpen. Zwemmer 16 suggereert: ‘Dus doe een zone bijvoorbeeld, blauw en zone groen […], dan ben je al een stuk geholpen. En op sommige een stip zetten of een rondje zetten. […] Maar niet te veel, want anders helpt het niet meer. Dan krijg je weer een overdaad.’

Veel verschillende typen kluisjes

Zwemmer 5 geeft aan dat het fijn is als er verschillende typen kluisjes aanwezig zijn, zoals kluisjes met sleutels, met touchscreen of met elektrische bandjes. Zwemmers kunnen dan kiezen welk type kluisje bij hen past.

Voor de meeste zwemmers is het belangrijk dat er kluisjes met sleutels aanwezig zijn. Zo zegt zwemmer 6: ‘zover ik weet zijn sleuteltjes het handigst.’

Kleedkamers

Volgens enkele zwemmers zijn de kleedruimtes onoverzichtelijk. Veel kleedkamers zijn wit en bieden daardoor weinig contrast met de rest van de gang, geeft zwemmer 2 aan. In grote, open ruimten is het lastig om de deur te vinden of te zien waar nog plek is om zich om te kleden. Ook vinden sommige zwemmers het moeilijk in te schatten of er al iemand aanwezig is in de ruimte.

Sociale omgeving

Zwemuur voor zwemmers met een visuele beperking

De voorkeuren voor zwemtijden verschillen onder de zwemmers. Sommige zwemmers geven aan dat er tegenwoordig minder geschikte banenuren zijn dan voorheen, en dat het aanbod nu vooral overdag ligt. Zwemmer 3: ‘ik zou vooral [een avonduur willen], en dat wil ik ook echt meegeven. Het is niet zo dat een blinde overdag niks te doen heeft of zo.’

Enkele zwemmers ervaren aparte uren speciaal voor mensen met een visuele beperking als prettig, omdat het dan rustiger is en een begeleider makkelijker mee kan. Andere zwemmers vinden het juist belangrijk dat in zwembaden geen apart zwemuur is voor mensen met een visuele beperking. Zij vinden dat er momenten moeten zijn waarop iedereen kan zwemmen, bijvoorbeeld in een rustige omgeving:

‘Dus ik ben wel er misschien voor om bij zwembaden tijden te hebben waar het rustiger zwemmen is. Voor mensen die op het een of ander, of omdat ze wat ouder zijn, of omdat ze niet zoveel lawaai kunnen hebben, of om het een of ander een beetje rustiger aan willen zwemmen. […] Dat je gewoon een veilige bekende groep hebt waar het (er) wat rustiger aan toe gaat, maar ik zou juist niet een uurtje inrichten voor apart blinden en slechtzienden, want daar word je doodongelukkig van.’

Zwemmer 15, vrouw, 72, slechtziend en motorische beperking
Personeel

Enkele zwemmers geven aan dat het personeel in het zwembad soms weinig rekening houdt met mensen met een visuele beperking. In sommige gevallen moet de zwemmer steeds uitleg geven, zoals zwemmer 18 aangeeft: ‘Dus mijn ervaring is dat het uiteindelijk wel lukt [om bij het zwembad te zwemmen], maar je moet wel continu uitleggen en proberen [het personeel] een beeld te geven van wat ze kunnen verwachten, omdat ze [het concept ‘zwemmer met een visuele beperking’] gewoon niet kennen.’

Tegelijkertijd geven sommige zwemmers aan dat personeel wel behulpzaam kán zijn. De zwemmers waarderen ondersteuning van personeel. De aanwezigheid van iemand bij de balie die een helpende hand kan bieden, maakt het verschil tussen een moeizame en een toegankelijke zwemervaring, ervaren bijvoorbeeld zwemmers 1, 2, 4, 7, 8 en 15. Het personeel kan de zwemmer bijvoorbeeld tijdens het eerste bezoek begeleiden naar de kleedkamers, de douches en het bassin.

Digitale omgeving

Ook de digitale omgeving van het zwembad kan voor zwemmers met een visuele beperking een drempel vormen. Online formulieren en aanvraagprocedures zijn niet altijd volledig toegankelijk, waardoor het vaak onduidelijk blijft of gegevens goed zijn verstuurd of hoe deze worden verwerkt. Dit kan onzekerheid geven bij het aanvragen van bijvoorbeeld een zwempas.

Daarom is het waardevol wanneer er bij de balie iemand beschikbaar is die kan ondersteunen bij digitale aanvragen, zodat bezoekers niet afhankelijk zijn van een ontoegankelijke website.

Financiële omgeving

In sommige zwembaden kan een buddy of begeleider gratis mee met een begeleiderskaart. Maar dit is niet overal het geval. Op sommige locaties moet een begeleider alsnog betalen, wat drempels creëert.

Verschillende zwemmers geven aan dat ze graag vaker willen zwemmen, maar dat de kosten dit momenteel nauwelijks toelaten. Sommige zwemmers stellen voor om buddy’s standaard korting te geven of kosteloos toegang te bieden, zodat zwemmen voor mensen met extra ondersteuningsbehoeften betaalbaarder wordt.

3.3 In het water

Fysieke omgeving: navigatie in het water

Veel zwemmers geven aan dat navigeren in het water moeilijk is, vooral wanneer hulpmiddelen ontbreken. Als duidelijke lijnen op de bodem of in het water ontbreken, is het voor slechtziende zwemmers lastig om richting te houden of te weten wanneer de kant nadert. Zwemmer 2 geeft aan: ‘Totaal ongeschikt, donkere vloer, geen gekleurde lijnen, geen lijnen op de bodem’.

Het ontbreken van oriëntatiepunten zorgt er ook voor dat sommige zwemmers onzeker worden tijdens het zwemmen. Meerdere deelnemers benoemen dat ze niet altijd weten wanneer ze bij de kant zijn, waardoor ze hun tempo aanpassen uit angst om tegen de muur te botsen.

Verbeterpunten voor navigatie in het water

De zwemmers noemen verschillende mogelijke oplossingen voor problemen met navigeren in het water:

  • Geluidssignalen, zoals piepertjes, kunnen zwemmers helpen om te weten dat ze het einde van de baan naderen. ‘Dat je dus kan horen dat de kant eraan komt’, legt zwemmer 3 uit.
  • Duidelijke lijnen op de bodem bieden voor slechtziende zwemmers betere oriëntatie en richting in het water. De kleur en het contrast van deze lijnen zijn belangrijk. Zwemmer 4 vertelt dat na de verbouwing in het zwembad de lijnen op de bodem heel licht gekleurd en daardoor niet meer zichtbaar waren. Eerder waren de lijnen nog zwart en kon zwemmer 4 nog zien waar ze naartoe moest zwemmen.
  • Fysieke markeringen bieden blinde zwemmers extra houvast en helpen hen bij het navigeren in het water. Voorbeelden zijn lijnen op het water, afbakeningen tussen banen en kleine, verhoogde markeringen (bijvoorbeeld grotere balletjes aan het uiteinde van de lijn). Volgens zwemmer 13 is dit zelfs essentieel om te kunnen zwemmen: ‘Wat ik echt absoluut nodig heb om te kunnen zwemmen, is dat er lijnen worden gespannen. Dat is eigenlijk de enige, ja, voorwaarde’. Naast de lijnen zijn markeringen aan het einde van een lijn ook belangrijk, zoals zwemmer 1 beschrijft: ‘we hebben aan de lijn in het bad nog een extra kurk gedaan voor de mensen die aan de lijn zwemmen, zodat ze weten dat ze aan het eind van het bad komen. Dat ze niet hun hoofd stoten tegen het trapje of tegen de muur.’

Doordachte zwembadinrichting met contrast en duidelijke markeringen verhoogt de veiligheid en zelfstandigheid van zwemmers met een visuele beperking.

Richtlijnen toegankelijkheid sportaccommodaties

In hoofdstuk 5.2 in Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties’ (Stichting Onbeperkt Sportief, 2014) staan aanbevelingen over geluidsignalen en fysieke markeringen om beter te oriënteren in het water.

Sociale omgeving

Optreden zwembadpersoneel

Een terugkerend probleem is dat het zwembadpersoneel weinig handhaaft op baangebruik, aldus een deel van de zwemmers. Vooral zwemmers in de aparte banen voor mensen met een visuele beperking vinden dat het personeel te weinig optreedt tegen zwemmers die in een verkeerde baan zwemmen.

‘Ik zou wensen, maar ik denk dat veel zwemmers daar last van hebben, dat desens die op dat moment patrouilleert – er is altijd een badmeester die natuurlijk de boel in de gaten houdt – dat die strenger zou toezien of zich actiever zou bemoeien met dat mensen in de juiste baan gaan zwemmen.’

Zwemmer 13, vrouw, blind

Meer kennis nodig voor zwembadpersoneel

Zwemmers geven aan dat het zwembadpersoneel op de hoogte moet zijn van wat zwemmers met een visuele beperking nodig hebben. Een speciale voorlichting over dit onderwerp voor het zwembadpersoneel zou een goede oplossing kunnen zijn.

Allerlei partijen kunnen die voorlichting of het verspreiden van kennis op zich nemen, aldus de zwemmers. Ze noemen bijvoorbeeld de Koninklijke Visio, maar ook de zwembadbranche.

Andere zwemmers

Zwemmers met een visuele beperking geven aan dat andere zwemmers in grote mate bepalen hoe veilig, overzichtelijk en prettig het zwemmen daadwerkelijk aanvoelt. In drukke zwembaden, of op momenten met veel verschillende snelheden in één baan, ontstaat er snel chaos. Andere zwemmers komen vaak pas laat in beeld, waardoor anticiperen moeilijk is en botsingen regelmatig voorkomen. Dit speelt extra wanneer mensen binnenkomen in banen die specifiek gereserveerd zijn voor mensen met een visuele beperking.

Mulier Instituut | Onbeperkt zwemmen Meerdere zwemmers kunnen afstanden moeilijker inschatten door drukte van recreanten en kinderen. Op deze momenten is er veel geluid en veel onvoorspelbare beweging tegelijk. Zoals zwemmer 5 aangeeft: ‘Soms kun je ook moeilijk inschatten wat de afstand is tussen elkaar. Omdat je heel veel geluiden hoort. En qua echo komt het dan ook anders binnen.’

Aan de buitenkant is vaak niet zichtbaar dat iemand een visuele beperking heeft, waardoor omstanders niet automatisch rekening houden met de zwemmer en er regelmatig opnieuw uitleg nodig is:

‘Mensen zien niet aan mij of aan mijn ogen dat ik slechtziend ben. […] Maar je ziet toch wel dat sommige mensen kriskras door je of voor je langs gaan. Dat is ook juist het probleem en wat het dus ook lastiger maakt.’

Zwemmer 5, maatschappelijk blind

Sommige zwemmers benoemen ook dat zij inmiddels in zekere mate leren op geluid en subtiele beweging te navigeren. Dit werkt alleen in rustige omstandigheden. Zwemmer 18 geeft aan dat de zwembadomgeving veel veiliger, prettiger en ontspannener wordt met minder prikkels. Bijvoorbeeld in een eigen rustigere baan of op rustigere momenten.

Verbeterpunten voor in het water

Banen afzetten

De banen moeten duidelijk worden afgezet met lijnen, met een duidelijk bordje erbij dat de baan alleen voor zwemmers met een visuele beperking is. Extra lijnen leggen in uren die niet speciaal voor zwemmers met een visuele beperking zijn ingericht, is ook een oplossing. Zwemmers kunnen dan beter navigeren zonder elkaar te hinderen.

Herkenbare signalen

Herkenbare badmutsen met een streep of markering kunnen helpen om een visuele beperking zichtbaar te maken voor andere zwemmers of het zwembadpersoneel. Zo doet zwemmer 14 het volgende: ‘[Ik plak een instructie aan de muur met daarop]: “ziet u deze badmuts? Deze persoon is blind of slechtziend, hou daar rekening mee” […] Ik zet mijn badmuts op, ik denk: ja, meer kan ik niet doen hoor.’ Sommige zwemmers willen juist niet dat hun visuele beperking te zichtbaar wordt.

Actieve begeleiding en toezicht

Veel zwemmers ervaren het als geruststellend wanneer zij met een buddy of begeleider kunnen zwemmen. Dit helpt bij oriëntatie en veiligheid. Daarnaast kan zwembadpersoneel actief ondersteunen door te wijzen op het juiste gebruik van de banen om zo botsingen te voorkomen. Ook helpt het wanneer personeel of begeleiders andere zwemmers erop wijzen extra rekening te houden met zwemmers die minder goed zien, zodat de omgeving voor iedereen toegankelijker wordt.

Rustige tijden en omgeving

Een apart tijdslot reserveren voor zwemmers met een visuele beperking, bijvoorbeeld een uur waarin het zwembad minder druk is, kan helpen om stress en onoverzichtelijke situaties te verminderen.

Hoofdstuk 4 Conclusie & aanbevelingen

In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste bevindingen van het onderzoek samen, kijken we wat deze betekenen en doen we aanbevelingen voor de zwembadbranche.

4.1 Conclusie

Het onderzoek

Dit rapport richt zich op de vraag: ‘hoe ervaren zwemmers met een beperking het om te zwemmen in een zwembad, en wat is er nodig om zwemmen (nog) fijner te maken?’ Hierover spraken we achttien mensen met een visuele beperking in een een-op-een-interview (in een enkel geval met een tolk erbij). Vijftien van de deelnemers zwemmen nog, drie van hen niet meer.

Niet representatief, wel indicatief

De ervaringen van de deelnemers aan dit onderzoek zijn niet representatief voor de ervaringen van alle zwemmers met een visuele beperking. Deels heeft dit te maken met het aantal deelnemers (n=18), en deels met de oververtegenwoordiging van (oudere) vrouwelijke deelnemers.

Wel geven de ervaringen van de zwemmers een indicatie van de positieve kanten van zwemmen met een visuele beperking, de uitdagingen, en mogelijke verbeterpunten. Zo hoorden we veel overeenkomstige ervaringen van zwemmers uit gemeenten verspreid over het land.

Om de hoofdvraag van dit onderzoek te beantwoorden, beantwoorden we hier de ondersteunende vier deelvragen.

Welke motieven hebben mensen met een visuele beperking om te zwemmen?

De zwemmers delen vier verschillende redenen om te zwemmen:

  1. Ontspanning: de zwemmers ervaren zwemmen als een ontspannende sport om te beoefenen in hun vrije tijd.
  2. Laagdrempelige sport: voor een deel van de zwemmers heeft hun zwemmotief vooral te maken met de geschiktheid van zwemmen als sport voor mensen met een visuele beperking. De meesten van hen hebben bijvoorbeeld geen begeleiding nodig, in ieder geval niet in het water.
  3. Sociale contacten: dit geldt dit geldt voor de zwemmers die met een vriend of vriendin zwemmen of deel uitmaken van een zwemgroep. Zij vinden niet zozeer de zwemactiviteit zelf gezellig, maar vooral het kletsen onderweg naar het zwembad, in de kantine of in de kleedkamer.
  4. Gezondheid: de zwemmers beschrijven de sport als goed voor hun conditie en kunnen met zwemmen verschillende spiergroepen trainen.

Drie van de deelnemers zwemmen niet meer. Dit heeft vooral te maken met belemmeringen die zij ervaren of hebben ervaren, zoals een grote afstand tot het zwembad, geen vervoer hebben, of het zwembad niet goed binnen kunnen komen.

Wat betekent zwemmen voor mensen met een visuele beperking?

De zwemmers geven vooral aan dat zelfstandigheid en het gevoel van vrijheid betekenis geven aan het zwemmen. Deze vrijheid gaat zowel over het gevoel van gewichtloosheid in het water als om de vele mogelijkheden in het zwembad, zoals banenzwemmen, kletsen, aquarobics en andere wateractiviteiten.

Welke belemmeringen ervaren mensen met een visuele beperking bij het zwemmen in een zwembad?

Onderweg naar het zwembad
  • Vervoer. De meeste zwemmers reizen met een begeleider of vriend(in) mee naar het zwembad of worden gebracht. Dit maakt ze afhankelijk van de beschikbaarheid van de chauffeur. Met name bij de regiotaxi is dit vervelend, omdat deze geregeld te vroeg of te laat komt, aldus de deelnemers.
  • Fysieke omgeving. Sommige deelnemers vinden het spannend of hebben geen mogelijkheid om zelfstandig naar het zwembad te reizen. Het zwembad is bijvoorbeeld ver van huis, ze kennen de weg niet goed, of de route is onoverzichtelijk doordat oriëntatiepunten ontbreken of door chaotische oversteekplaatsen.
  • Sociale omgeving. Het personeel van het zwembad denkt soms onvoldoende mee met bezoekers met een visuele beperking, of ziet geen mogelijkheden om mensen met een visuele beperking toe te laten tot het zwembad. Voor zwemmers met een visuele beperking blijkt het daarom voorafgaand aan een bezoek noodzakelijk om te informeren bij het zwembad of ze welkom zijn.
  • Digitale omgeving. Niet van elk zwembad is de website toegankelijk voor bezoekers met een visuele beperking. Informatie op de website is hierdoor niet te raadplegen of niet goed te vinden.
  • Financiën. De kosten voor een abonnement of rittenkaart bij het zwembad zijn voor sommige zwemmers hoog, zeker als ze er ook nog vervoerskosten bij moeten betalen. Voor twee zwemmers is dit een reden om helemaal niet of niet vaker te zwemmen.
In het zwembad
Fysieke omgeving
  • Ingang. Meerdere zwemmers ervaren belemmeringen bij de ingang van het zwembad, zoals obstakels, ontbrekende geleidelijnen en ontoegankelijke toegangspoortjes.
  • Navigatie in het gebouw. De zwemmers hebben soms moeite om de weg te vinden in het zwembad, vooral bij een eerste bezoek. Grote open ruimtes zonder duidelijke oriëntatiepunten maken navigeren lastig.
  • Kluisjes. Meerdere zwemmers worstelen met kluisjes die werken met displays of cijfercodes. Omdat hoorbare en voelbare signalen ontbreken, weten ze niet zeker of een kluisje open of gesloten is en vinden ze hun kluisje moeilijk terug.
  • Kleedkamers. De zwemmers vinden de kleedruimtes vaak onoverzichtelijk. Lichte kleuren zorgen voor weinig contrast tussen bijvoorbeeld de vloer, de muur en de deur. In grote, open ruimtes kunnen ze bovendien lastig inschatten of er al iemand aanwezig is.
Sociale omgeving
  • Zwemuur voor zwemmers met een visuele beperking. Sommige zwemmers waarderen aparte uren voor rust en begeleiding, terwijl anderen liever samen met zwemmers zonder visuele beperking zwemmen.
  • Personeel. Wanneer medewerkers niet meedenken, moeten zwemmers steeds uitleg geven over hun beperking en behoeften. Maar wanneer het personeel zwemmers goed ondersteunt, bijvoorbeeld bij de balie of in het zwembad, zorgt dit voor een soepeler en aangenamer zwembadbezoek.
Digitale omgeving

Abonnement aanvragen. Slecht leesbare formulieren veroorzaken onzekerheid bij het aanvragen van een abonnement. Want komen de gegevens uit de aanvraag wel overeen met wat er uiteindelijk op de lidmaatschapskaart komt te staan?

Financieel

Kosten voor begeleiders. Wanneer begeleiders moeten betalen, belemmert dit zwemmers die een begeleider nodig hebben om vaker te zwemmen.

In het water
Fysieke omgeving

Navigatie in het water. Veel van de zwemmers hebben moeite met navigeren in het water wanneer hulpmiddelen ontbreken. Zonder duidelijke lijnen of oriëntatiepunten weten zij niet goed wanneer ze de kant naderen.

Sociale omgeving

Andere zwemmers. Andere zwemmers hebben grote invloed op de veiligheid en het overzicht van de deelnemers. Drukte, verschillende snelheden en onverwachte bewegingen maken anticiperen moeilijk en veroorzaken soms botsingen.

Wat helpt of zou kunnen helpen om zwemmen en zwembaden toegankelijker te maken volgens zwemmers met een visuele beperking?

Onderweg naar het zwembad

Vervoer en fysieke omgeving. Een suggestie van een van de deelnemers is om blinden en slechtzienden beter zelfstandig te leren navigeren, zodat spanning en onzekerheid geen (grote) drempel meer hoeven te vormen om zelfstandig naar het zwembad te reizen. Dit moet dan wel gepaard gaan met aanpassingen aan de openbare ruimte om deze toegankelijker te maken.

In het zwembad
  • Navigatie in het gebouw. Een suggestie van de zwemmers is om duidelijke oriëntatiepunten in het gebouw aan te brengen. Dat kan met geleidelijnen op de grond, kleedkamers gemarkeerd met duidelijke kleuren of grote stippen, en kleedkamers, kluisjes, douches en toiletten aangegeven met braille.
  • Kluisjes. Meer contrast met verschillende kleuren kluisjes zou de zwemmers helpen om hun kluisje te vinden. Daarnaast is het voor de meeste zwemmers belangrijk dat er kluisjes met sleutels aanwezig zijn.
  • Financiële omgeving. Een suggestie van de zwemmers is om begeleiders standaard korting te geven of kosteloos toegang te bieden. Zwemmen wordt dan betaalbaarder voor mensen met extra ondersteuningsbehoeften.
In het water
  • Navigatie in het water. De zwemmers noemen verschillende oplossingen om beter te navigeren in het water, zoals:
    • geluidssignalen;
    • duidelijke lijnen op de bodem voor slechtziende zwemmers;
    • fysieke markeringen (zoals lijnen met ballen of kurk) voor blinde zwemmers.
  • Personeel. De zwemmers geven aan dat speciale voorlichting voor het zwembadpersoneel kan helpen om hen bewuster te maken van de behoeften van zwemmers met een visuele beperking.
  • Andere zwemmers. Om botsingen te vermijden, suggereren de zwemmers:
    • om banen duidelijk af te zetten met lijnen, met een duidelijk bordje erbij dat de baan alleen voor zwemmers met een visuele beperking is;
    • herkenbare badmutsen met een streep of markering: deze kunnen helpen om een visuele beperking zichtbaar te maken voor andere zwemmers of het zwembadpersoneel;
    • een apart tijdslot voor zwemmers met een visuele beperking: dit kan helpen om stress en onoverzichtelijke situaties te verminderen.

4.2 Reflectie op de bevindingen

Sporters met een beperking ondervinden belemmeringen bij het sporten, ondanks dat er verschillende wetten en normen bestaan, zoals

  • artikel 1 van de Grondwet (gelijke behandeling op basis van o.a. beperking);
  • het nationale programma om het VN-verdrag Handicap te implementeren;
  • de niet-verplichte NEN-norm 9120 (toegankelijkheid van gebouwen);
  • de strategie Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030.

De ervaringen van de zwemmers die wij spraken voor dit onderzoek, zijn hier voorbeelden van. Op basis van hun ervaringen doen we aanbevelingen, die moeten helpen om gehoor te geven aan bestaande wet- en regelgeving op het gebied van toegankelijkheid en leven met een beperking.

4.3 Aanbevelingen

We doen de volgende aanbevelingen voor exploitanten van zwembaden, zoals Optisport en SRO, de beheerders van deze zwembaden en gemeenten met een openbaar binnenzwembad:

Faciliteer dat mensen met een visuele beperking kunnen komen zwemmen

Ook onder mensen met een visuele beperking zijn er zwemliefhebbers, en die zouden graag bij hun lokale zwembad terecht kunnen. Maak dit mogelijk door actief mee te denken met bezoekers met een beperking en te vragen en luisteren naar hun behoeften. Deel informatie over de mogelijkheden op de (toegankelijke!) website van het zwembad.

Vergroot kennis en bewustzijn onder medewerkers

Uit de interviews blijkt dat lang niet al het zwembadpersoneel weet wat mensen met een visuele beperking nodig hebben om fijn te kunnen zwemmen. Met cursussen of sessies met ervaringsdeskundigen kan het personeel bij zwembaden meer leren over de capaciteiten en behoeften van mensen met een visuele beperking.

Deel aanwezige kennis met elkaar

Er zijn ook zwembaden die al (veel) ervaring hebben met bezoekers met een visuele beperking. Deel deze kennis via beheerders en exploitanten van zwembaden, de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) en artikelen in vakbladen, of geef trainingen. Zo kun je het personeel van andere zwembaden inspireren of informeren over kwesties als het toelaten van geleidehonden of het reserveren van een aparte baan in het zwembad.

Betrek mensen met een visuele beperking bij (ver)bouwplannen

Wordt het zwembad verbouwd? Of verhuist het naar een nieuw te bouwen pand? Vraag zwemmers met een visuele beperking dan in een vroeg stadium om mee te denken over het ontwerp van het gebouw. Het kan hier om gebruikers van het betreffende zwembad gaan, maar ook om ervaringsdeskundigen verbonden aan een belangenorganisatie. Door hen te betrekken neem je ook hun behoeften mee in het uiteindelijke nieuwe of vernieuwde zwembad.

Vul de Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties aan en maak opvolging ervan verplicht

Ruim tien jaar geleden verscheen de laatste versie van de toegankelijkheidsrichtlijnen voor binnensportaccommodaties, waaronder zwembaden. Deze versie is aan vernieuwing toe, op basis van ons onderzoek en de vele andere sinds 2014 verschenen onderzoeken.

Momenteel is nog niet letterlijk in wetgeving vastgelegd dat sportaccommodaties toegankelijk moeten worden ingericht en vormgegeven voor bezoekers met een beperking. Dit wél wettelijk verplicht maken kan dienen als stimulans voor beheerders, exploitanten en gemeenten om met toegankelijkheid aan de slag te gaan. Bovendien creëert het duidelijkheid voor ontwerpers, beheerders en gebruikers.

4.4 Vervolg

Op basis van de bevindingen van ons onderzoek zou het interessant zijn om in de toekomst onderzoek te doen naar:

  • de toepassing van onze bevindingen, door in gesprek te gaan met beheerders en exploitanten van zwembaden: dit geeft inzicht in de toepasbaarheid van de aanbevelingen uit het huidige onderzoek, en de ervaringen van exploitanten en beheerders met het thema toegankelijkheid;
  • de ervaringen van zwemmers met andere typen beperkingen, via een vragenlijst: zo ontstaat een breder begrip van wat de toegankelijkheid van zwembaden betekent voor een grotere groep bezoekers;
  • de mate waarin Nederlandse zwembaden ‘objectief’ toegankelijk zijn op basis van richtlijnen. Het zou dan gaan om de toegankelijkheid voor een brede groep bezoekers met een beperking of aandoening. Een overzicht van de toegankelijkheid van Nederlandse sportaccommodaties, waaronder zwembaden, ontbreekt momenteel nog geheel. Deze onderzoeksrichting zou aansluiten bij de pijler Randvoorwaarden van de landelijke strategie Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030 (Ministerie van VWS, 2025, p. 134).

Bronnenlijst

Bijlage 1: Interviewleidraad

Voorafgaand aan het interview

Voor we starten met het interview, zal ik eerst even kort wat vertellen over wie ik ben en waarom ik dit interview afneem. Daarna leg ik wat uit over het onderzoek, het interview zelf en het toestemmingsformulier. Hebt u vooraf alvast vragen?

  • Voorstellen: mijn functie bij het Mulier Instituut toelichten en uitleggen wat het Mulier Instituut is en doet;
  • Waarom dit interview: ik doe met mijn collega’s onderzoek naar de ervaringen van zwemmers met een visuele beperking. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan. Om eraan bij te dragen dat zwembaden voor mensen met een visuele beperking toegankelijker kunnen worden, willen we de ervaringen horen van zwemmers met een visuele beperking en te weten komen wat zij zelf ervaren als belemmeringen en zien als mogelijke verbeterpunten.
  • Wat doen we met dit interview: dit interview verwerken we in een onderzoeksrapport. Hierin noemen we uw naam niet; u blijft dus anoniem. Over de privacyrichtlijnen kunt u meer vinden op de website van het Mulier Instituut;
  • Toestemming: toen ik de afspraak voor dit interview met u maakte, heb ik u een toestemmingsverklaring toegestuurd. Hebt u deze kunnen bekijken en kunnen ondertekenen? Hebt u nog vragen over de toestemmingsverklaring?
  • Opnemen van het interview: is het goed als ik dit interview opneem, zodat ik het later goed kan uitwerken?
  • Nog vragen?

Algemene zweminformatie

Kunt u iets over uzelf en uw zwemgedrag vertellen?

  • Welke zwemactiviteiten doet u in het zwembad?
  • Hoe vaak zwemt u?
  • Hoe lang zwemt u al?
    • Kunt u wat vertellen over hoe u hebt leren zwemmen?
  • Met wie zwemt u meestal? Of zwemt u meestal alleen?

Waar zwemt u meestal? (Omschrijving van het zwembad)

  • Binnen- vs. Buitenzwembad
  • Meerdere baden/bassin vs. één zwembad/bassin

Bereidt u bezoekjes aan het zwembad voor? En zo ja, hoe (bijv. informatie opzoeken over toegankelijkheid van het zwembad)

  • Waarom is deze voorbereiding voor u nodig?
  • Maakt u gebruik van hulpmiddelen wanneer u gaat zwemmen? Zo ja, welke?
    • Waar helpen de hulpmiddelen u bij?

Hoe reist u meestal naar het zwembad?

  • Type vervoermiddel

Zwemmotivatie

Wat maakt dat u zwemt, en dat u bijvoorbeeld niet voor een andere sport of vrijetijdsbesteding hebt gekozen? (geen alternatieve sport-/beweegmogelijkheden, gezondheid, plezier, sociale contacten)

  • Wat maakt zwemmen fijn/leuk/ontspannen/een sociale activiteit/gezond voor u?
    • Bijvoorbeeld de sfeer, het gebouw zelf, activiteiten, de andere zwemmers, etc.

Betekenis van zwemmen

Wat betekent zwemmen voor u?

  • Hoe belangrijk is zwemmen voor u?

Belemmeringen

Kunt u beschrijven wat u tegenkomt vanaf het moment dat u voor de ingang van het zwembad staat, tot aan het moment dat u het water in gaat?

  • Bijv. ingang, navigeren in het gebouw, kleedkamers, kluisjes, contact met de baliemedewerkers, omgang met een eventuele hulphond?

Houden andere zwemmers goed rekening met u, denkt u? Hoe merkt u dat?

  • Moet u zelf weleens rekening houden met andere zwemmers?

Ervaart u dat het zwembad geschikt is voor u? Waar merkt u dat aan?

  • Is er specifiek aanbod voor mensen met een (visuele) beperking? Denk aan aparte uren voor banenzwemmen, of aparte groepen, gereduceerd tarief, een op een begeleiding?

Ervaart u nog andere belemmeringen, die u nog niet hebt genoemd? Denk aan persoonlijke belemmeringen (zoals vermoeidheid, budget, angst…)

Belemmeringen wegnemen

We hadden het net over belemmeringen om te zwemmen. Ik wil het nu graag hebben over oplossingen, en ben benieuwd naar uw ideeën.

Voor elke genoemde belemmering onderstaande vraag en subvragen

Wat is er volgens u nodig om [belemmeringen die we net hebben besproken] weg te nemen/op te lossen?

  • Bij wie ligt volgens u de verantwoordelijkheid om deze belemmering weg te nemen?
  • Voor wie zou deze maatregel nog meer helpen, denkt u?

Denkt u dat u vaker/anders zou zwemmen wanneer de belemmeringen die u noemde er niet meer zijn?

  • Waarom denkt u dat?
  • Wat zou u veranderen aan uw eigen zwemgedrag wanneer de belemmeringen er niet meer zijn?

Gaat u weleens in gesprek met het zwembad over belemmeringen en oplossingen daarvoor?

Afsluiting

Wilt u nog iets kwijt, ben ik vergeten iets te vragen?

  • Bedanken
  • Wilt u de rapportage ontvangen wanneer deze af is?

Auteurs

Mulier Instituut | 2026

Gegevens

Informatie over de PDF.

  • PDF publicatiedatum26 maart 2026
  • Aantal PDF pagina’s40 pagina's
  • Aantal PDF pagina’sVersie 1
  • PDF categorieDocument

Download

Download PDF-bestand met verwijzing naar deze pagina.

Toegankelijk

  • WCAG 2.1 AA Rapport

Navigatie

Terug naar alle documenten.