Basiseisen voor een sociaal veilige sport: de vier v’s bij sportverenigingen, zwembaden, vechtsportscholen en fitnessaanbieders
Factsheet 2026/2
- Rens Cremers
- Sanne A. van der Meer
- Agnes Elling
Neem voor meer informatie contact op met Rens Cremers.
Basiseisen voor een sociaal veilige sport
In deze factsheet beschrijven we in hoeverre sportverenigingen voldoen aan de vier basiseisen voor sociale veiligheid. En we presenteren de resultaten van een eerste verkennende studie naar de invoering van deze ‘vier v’s’ bij vechtsportaanbieders, zwembaden en fitnessaanbieders.
Sinds 2008 zijn in Nederland verschillende beleidsprogramma’s ontwikkeld voor sociale veiligheid in de sport, met name bij verenigingen. In Sportakkoord II is sociaal veilige sport een van de centrale pijlers.
Van sportaanbieders wordt verwacht dat zij voldoen aan de vier basiseisen voor sociale veiligheid (de vier v’s). Dit geldt in het bijzonder voor sportverenigingen met jeugdleden. De vier basiseisen zijn1:
- vastgestelde gedragscode – monitoring sinds 2008;
- vertrouwens(contact)persoon – monitoring sinds 2008;
- Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) – monitoring sinds 2015;
- vakkundige trainers/coaches – monitoring sinds 2024.
Kerncijfers:
- 76% van de sportverenigingen heeft gedragsregels. Onder verenigingen met jeugdleden is dat 81%.
- 57% van de sportverenigingen heeft een vertrouwenspersoon. Onder verenigingen met jeugdleden is dat 70%.
- 49% van de sportverenigingen heeft beleid voor het aanvragen van VOG’s. Onder verenigingen met jeugdleden is dat 66%.
- 24% van de verenigingen heeft scholingsbeleid voor trainers/coaches. Onder verenigingen met jeugdleden is dat 33%.
Methode
Vragenlijst
We hebben de data verzameld via vragenlijsten onder sportverenigingen en ondernemende sportaanbieders. Beide groepen stelden we vragen over de mate waarin zij beschikken over beleidsmaatregelen voor een veilige sportcultuur. Sportverenigingen gaven per beleidsmaatregel aan of ze deze hebben. Ondernemende sportaanbieders konden uitsluitend de beleidsmaatregelen aanvinken die zij hebben.
We laten ook zien hoeveel aanbieders aan alle vier de v’s voldoen. Omdat de basiseis vakkundige trainers pas recent is toegevoegd, gebruiken we de eerste drie v’s om ontwikkelingen door de tijd weer te geven.
Sportverenigingen
De vragenlijst voor sportverenigingen hebben we uitgezet via het Verenigingspanel van het Mulier Instituut. De steekproef (n=363) hebben we gewogen naar verenigingsgrootte en tak van sport. Daarmee is deze representatief voor alle sportverenigingen in Nederland.
Ondernemende aanbieders
Vechtsport
De vragenlijst voor vechtsportaanbieders heeft de Vechtsportautoriteit onder haar leden verspreid. Het vragenblok over sociale veiligheid vulden 102 aanbieders in. Hoe representatief zij zijn voor alle aanbieders, weten we niet. De resultaten zijn dus een eerste indicatie.
Zwemmen
Voor zwemmen hebben we de vragenlijst niet onder aanbieders, maar onder zwembadmanagers verspreid, via Sportfondsen, Optisport en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). Het vragenblok over sociale veiligheid vulden 70 managers in. Ook hier is de representativiteit onbekend.
Fitness
De fitnessvragenlijst heeft NL Actief via een nieuwsbrief onder haar leden verspreid. Preventiecentra hebben we apart per e-mail benaderd. Het vragenblok over sociale veiligheid vulden 34 aanbieders in, voornamelijk preventiecentra. Gezien het grote aantal aangesloten locaties (circa 1.200) zijn deze data waarschijnlijk niet representatief voor alle centra.
Sociale veiligheid bij verenigingen
Kwart verenigingen met jeugdleden voldoet aan vier basiseisen
16 procent van de sportverenigingen in Nederland voldoet aan alle vier de basiseisen voor sociale veiligheid (figuur 1). Onder verenigingen met jeugdleden is dat een kwart (24%).
Ruim één op de tien verenigingen voldoet aan geen enkele basiseis. Onder verenigingen met jeugdleden is dat 7 procent.
Drie kwart heeft gedragsregels
Verenigingen beschikken het vaakst over gedragsregels (76%), gevolgd door een vertrouwenspersoon (57%) en beleid voor VOG’s (57%).
Beleid voor een pedagogische opleiding voor trainers/coaches is de maatregel die veruit de minste verenigingen hebben (24%). Onder verenigingen met jeugdleden is dat een derde (33%). Deze maatregel is het meest recent toegevoegd als basiseis voor sociale veiligheid.

Omschrijving van de afbeelding
Van alle sportverenigingen voldoet 16% aan alle vier de basiseisen. Dit geldt voor 24% van de verenigingen met jeugdleden en 2% van de verenigingen zonder jeugdleden. Van alle sportverenigingen voldoet 12% aan geen enkele basiseis. Dit geldt voor 7% van de verenigingen met jeugdleden en 21% van de verenigingen zonder jeugdleden. Van alle sportverenigingen heeft 76% gedragsregels. Dit geldt voor 81% van de verenigingen met jeugdleden en 68% van de verenigingen zonder jeugdleden. Van alle sportverenigingen heeft 57% een vertrouwenscontactpersoon. Dit geldt voor 70% van de verenigingen met jeugdleden en 32% van de verenigingen zonder jeugdleden. Van alle sportverenigingen vraagt 49% een VOG aan voor kaderleden. Dit geldt voor 66% van de verenigingen met jeugdleden en 18% van de verenigingen zonder jeugdleden. Een pedagogische opleiding voor trainers/coaches heeft 24% van alle sportverenigingen, 33% van de verenigingen met jeugdleden en 8% van de verenigingen zonder jeugdleden.
Vaker beleid bij grote en teamsportverenigingen
Ruim een derde van de grote verenigingen (meer dan 250 leden) voldoet aan alle vier de basiseisen (36%, zie figuur 2). Dat is vaker dan middelgrote (101-250 leden; 27%) en kleine verenigingen (tot 100 leden; 6%).
Daarnaast voldoen teamsportverenigingen (21%, niet in figuur) en verenigingen met individueel sportaanbod (17%) vaker aan de vier basiseisen dan sportverenigingen met semi-individueel aanbod (8%).
Grote verenigingen voldoen ook vaker aan de vier afzonderlijke basiseisen dan middelgrote en kleine verenigingen.
Bijna een op de vijf kleine verenigingen voldoet aan geen enkele basiseis (18%), tegenover 1 procent van de grote verenigingen.

Omschrijving van de afbeelding
De cijfers voor voldoen aan alle en geen eisen staan in de tekst, behalve dat 7% van de middelgrote verenigingen aan geen enkele eis voldoet. Gedragsregels heeft 67% van de kleine, 84% van de middelgrote en 94% van de grote verenigingen. Een vertrouwenscontactpersoon heeft 6738van de kleine, 77% van de middelgrote en 92% van de grote verenigingen. VOG’s voor kaderleden vraagt 37% van de kleine, 57% van de middelgrote en 78% van de grote verenigingen aan. Een pedagogische opleiding voor trainers/coaches heeft 13% van de kleine, 35% van de middelgrote en 47% van de grote verenigingen.
Meer verenigingen voldoen aan eerste drie v’s
Het aandeel verenigingen dat voldoet aan de eerste drie basiseisen, is in de loop der jaren gestegen. Voor gedragsregels was er met name een stijging tussen 2008 (53%) en 2019 (80%, figuur 3). Sindsdien blijft het aandeel verenigingen met drie basiseisen steken rond de drie kwart.
Het aandeel verenigingen met een vertrouwenscontactpersoon lijkt sinds 2008 (15%) vrij consistent toe te nemen, tot 57 procent in 2024. Ditzelfde geldt voor het aandeel met beleid voor het aanvragen van VOG’s sinds 2015 (van 26% naar 49% in 2024). Deze ontwikkeling loopt daarmee parallel aan die van het voldoen aan alle drie deze basiseisen (van 15% in 2015 naar 36% in 2024).
Onder verenigingen met jeugdleden heeft in 2024 de helft beleid voor VOG’s (53%, niet in figuur).

Sociale veiligheid bij ondernemende aanbieders
Zwembaden en vechtsportscholen
Ruim twee derde van de bevraagde zwembaden voldoet aan alle vier de basiseisen (68%, zie figuur 4). Onder de bevraagde vechtsportscholen is dat de helft (51%). Alle bevraagde zwembaden en vechtsportscholen voldoen aan ten minste één basiseis.
(Bijna) alle zwembaden (100%) en vechtsportscholen (92%) hebben gedragsregels. Ook hebben beide vaak beleid voor een pedagogische opleiding voor trainers/coaches (resp. 91% en 87%). Vrijwel alle bevraagde zwembaden (95%) en zeven op de tien vechtsportscholen (71%) hebben beleid voor VOG’s. Een vertrouwenscontactpersoon is voor beide groepen aanbieders het minst vanzelfsprekend (resp. 69% en 67%).
Fitnesscentra
Van de bevraagde fitnessondernemers voldoet ongeveer één op de zeven aan de vier basiseisen (niet in figuur; Mulier Instituut, 2026). Ze hebben vrijwel allemaal gedragsregels. Ongeveer zeven op de tien hebben beleid voor een pedagogische opleiding voor trainers/coaches. De helft heeft een vertrouwenspersoon. Drie op de tien hebben beleid voor VOG’s.

Conclusie
Meeste verenigingen hebben beleid, maar lang niet alle basiseisen
Het merendeel van de sportverenigingen is op enige wijze bezig met het thema sociale veiligheid. Dit geldt in grotere mate voor jeugdverenigingen. Slechts één op de tien verenigingen voldoet aan geen enkele basiseis voor sociale veiligheid. Tegelijk zijn er dus nog verenigingen met jeugdleden zonder aandacht voor sociale veiligheid in de vorm van de vier basiseisen. Daarnaast voldoet slechts een kwart van de verenigingen met jeugdleden aan alle vier de basiseisen.
Aan de laatst ingevoerde basiseis, het pedagogisch opleiden van trainers/coaches, voldoen veruit de minste verenigingen. Het aantal verenigingen dat aan de overige drie basiseisen voldoet, verdubbelde tussen 2015 en 2024 ruim: van 15 naar 36 procent. Van de verenigingen met jeugdleden voldeed de helft in 2024 aan deze drie basiseisen.
Gedragsregels zijn de meest ingevoerde maatregel bij verenigingen. Tegelijk lijkt de rek er hier enigszins uit te zijn: dit percentage is sinds 2019 niet meer gegroeid. Het aandeel verenigingen met een vertrouwenscontactpersoon en met beleid voor VOG’s neemt ongeveer even sterk toe. Iets meer verenigingen hebben een vertrouwenscontactpersoon dan VOG-beleid.
Eerste meting zwembaden en vechtsportscholen voorzichtig positief
Op basis van onze eerste verkennende meting onder zwembaden en vechtsportscholen lijken deze de basiseisen relatief vaak op orde te hebben. Zo voldoen alle bevraagde zwembaden en vechtsportscholen aan ten minste één basiseis.
Dit is slechts een eerste verkennende studie, dus we moeten de data voorzichtig interpreteren. Maar zelfs als deze data een te positief beeld schetsen, laten ze wel zien dat een deel van deze sportsectoren op de goede weg is met preventief beleid voor sociale veiligheid.
Peiling fitnessaanbieders te klein voor conclusies
De peiling onder fitnessaanbieders was te klein om betrouwbare conclusies te kunnen trekken. Vervolgonderzoek kan meer zicht geven op de representativiteit van de data en beleidsontwikkelingen in deze sectoren.
Stelselmatige beleidsinzet belangrijk
Hoewel het aandeel sportaanbieders dat voldoet aan de basiseisen structureel toeneemt, hebben nog lang niet alle verenigingen ze geïmplementeerd. De landelijke beleidsaandacht voor een deel van deze maatregelen is niet nieuw en werpt dus deels zijn vruchten af. Maar om het doel te halen dat alle (jeugd)sportaanbieders aan de basiseisen voor sociale veiligheid voldoen, is voortzetting van deze aandacht noodzakelijk.
Basiseisen geen garantie voor veilige sport
Zorgen dat meer sportaanbieders de basiseisen voor sociale veiligheid op orde hebben, is een belangrijke stap voor een veiligere sportomgeving. De aanpak verschilt: sommige bonden en gemeenten stellen verplichtingen, andere doen een dringend beroep of koppelen er een financiële prikkel aan.
Tegelijk komt de naam ‘basiseisen’ niet uit de lucht vallen: ze vormen een basis en geen garantie voor een veilige sportomgeving. Een belangrijke uitdaging is dat sportaanbieders de basiseisen niet alleen op papier regelen, maar ze echt verankeren in hun verenigingsstructuur en -cultuur. Anders bestaat het risico dat de vier v’s niet meer zijn dan de vier vinkjes (De Kwaasteniet et al., 2026).
Specifieke aandacht voor sociale veiligheid nodig
In de praktijk koppelen sportaanbieders het thema sociale veiligheid vaak aan andere thema’s, zoals inclusie en anti-discriminatie (De Kwaasteniet et al., 2026, nog te verschijnen).
Dat is enerzijds positief, omdat sportaanbieders veel beleidsonderwerpen hebben waarop ze actie moeten ondernemen (Stuij et al., 2023; Van Kalmthout et al., 2023). Een koppeling geeft ze de mogelijkheid om meerdere onderwerpen in een keer aan te pakken.
Anderzijds schuilt hier het gevaar in dat complexe thema’s als seksueel grensoverschrijdend gedrag, inclusie en discriminatie gereduceerd worden tot één geheel en geen afzonderlijke aandacht krijgen.
Het blijft dan ook van belang sportaanbieders te stimuleren om sociale veiligheid specifiek op de agenda te houden. Ook wanneer zij al voldoen aan de vier basiseisen. De vier v’s vormen daarbij het fundament om verder te bouwen aan een sociaal veilige sportomgeving.
Bronnen
- De Kwaasteniet, R., Bronkhorst, P., & Baggen, W. (2026). Invoering van de vier v’s van sociale veiligheid binnen sportverenigingen. Mulier Instituut.
- De Kwaasteniet, R., Visser, T., Aydoğan, G. N., Anselma, M. & Cremers, R. (2026, nog te verschijnen). Monitor OCIVI 2025. Beleidsprogramma gericht op anti-discriminatie en inclusie. Mulier Instituut.
- Mulier Instituut (2025). Peiling fitnessaanbieders [dataset]. Mulier Instituut.
- Stuij, M., Hoeijmakers, R., Van Kalmthout, J., Cremers, R., & Slot-Heijs, J. J. (2023). Sportverenigingen en hun uitdagingen: een analyse van oorzaken en verschillen tussen sportverenigingen. Mulier Instituut.
- Van Kalmthout, J., De Kwaasteniet, R., Nouwens, S., & Stuij, M. (2023). Verenigingsondersteuning bij regeldruk, verduurzaming en sportklimaat. Mulier Instituut.
Contact
- Rens Cremers r.cremers@mulierinstituut.nl
- Sanne A. van der Meer s.vandermeer@mulierinstituut.nl
- Agnes Elling a.elling@mulierinstituut.nl
Voetnoten
- Deze basiseisen zijn niet tegelijk ingevoerd, maar in de loop der jaren stapsgewijs ontstaan. Daardoor verschilt de duur van de monitoring per basiseis. ↩︎
Gegevens
Informatie over de PDF.
Download
Download PDF-bestand met verwijzing naar deze pagina.
Toegankelijk
Navigatie
Terug naar alle documenten.